dinsdag 14 april 2009

'Zonder recht op terugkeer geen regeling'

Uit: De Brug, uitgave SIVMO, maart 2007

Door Maarten Jan Hijmans
‘We organiseren dit soort bijeenkomsten vooral om de zaak een beetje een beetje levend te houden in een tijd dat er helemaal geen sprake is van vredesbesprekingen tussen Israëli’s en Palestijnen,’ vertrouwde Jan Jaap van Oosterzee, regio-coordinator van het IKV me in de pauze toe. Maar… als het de bedoeling van het IKV was geweest om te laten zien dat Palestijnen en Israeli’s het – als puntje bij paaltje komt - heus wel met elkaar eens kunnen worden, had het IKV beter een ander onderwerp kunnen kiezen.

Tijd: 15 januari (2007). Plaats: een zaal in Nieuwspoort in Den Haag. Aanleiding een door het IKV georganiseerde discussie over het Recht op Terugkeer van de Palestijnen. De bijeenkomst begint rustig en heel academisch met een vertoog door professor John Dugart, hoogleraar internationaal recht van de universiteit van Leiden (inmiddels net emeritus), over de juridische kanten van het probleem Israël-Palestina. Zoals bekend schendt Israël nogal wat principes van het internationale recht en lapt het nogal wat uitspraken van internationale organisaties aan zijn laars.
Dugard geeft een soort klinische opsomming, ongeveer op de toon van een arts die de symptomen noemt van de kwalen waaraan de patiënt lijdt. Het verhaal is in grote trekken wel bekend, maar wat wèl nieuw is – althans voor mij – is Dugard’s ingehouden, afstandelijke en bij tijden ook diplomatiek verantwoorde betoogtrant. Hier worden geen veroordelingen uitgesproken, maar problemen gediagnosticeerd op een manier die aanknopingspunten lijkt te bieden voor oplossingen. Ik ben gewend dat uitspraken over Israëls inbreuken op het recht in discussies meestal worden gedaan op een manier waarbij het lijkt alsof Israël om de oren wordt geslagen, om punten te scoren, om de tegenstander in het debat te laten zien hoezeer het allemaal niet deugt. Dugards presentatie doet echter ineens beseffen dat recht in de grond van de zaak vooral een mechanisme is om conflicten op te lossen en tegenstrijdige belangen te verzoenen. Vergelijkbaar met diplomatie, alleen net even anders.
Maar als Dugard is uitgesproken, komt er al gauw een eind aan de door hem geschapen serene atmosfeer. Na hem mogen eerst de Palestijnse journalist/politicus Ziad Abu Zayyad en vervolgens de Israëlische generaal Shlomo Gazit (ex-hoofd van de militaire inlichtendienst) uitleggen waarom ze wel, of juist helemaal niet, vinden dat het recht van terugkeer voor de Palestijnen tenminste in principe door Israël zou moeten worden erkend.
Ziad Abu Zayyad houdt een emotioneel betoog waarin hij met zoveel woorden zegt dat geen enkele Palestijnse leider en geen enkele Palestijnse partij zich kan veroorloven af te zien van het Recht op Terugkeer. Dat recht is een internationaal juridisch erkend gegeven. Bij alle contemporaine conflicten – voorbeeld: de verschillende onderdelen van het voormalige Joegoslavië – is terugkeer van de voor oorlogshandelingen gevluchte burgers een steeds terugkerend en geaccepteerd onderdeel van een regeling. Waarom zou dat voor Palestijnen anders moeten zijn? De Palestijnen zijn de slachtoffers. En waarom zouden de slachtoffers op voorhand hun rechten opgeven? Om de Israëli’s een plezier te doen?
Hij wijst erop dat er drie categorieën vluchtelingen zijn. Allereerst de welbekende vluchtelingen van 1948. Vervolgens de vluchtelingen van de Westoever, uit 1967 toen Israël ook dat gebied bezette. Die mensen mogen evenmin terug. Onbegrijpelijk, aldus Abu Zayyad, tenzij Israël voor de Westoever een soort ´´verborgen agenda´´ hanteert, analoog aan de agenda die Ben Gurion destijds hanteerde voor het eigenlijke Israël: ´om zoveel mogelijk land te verwerven met zomin mogelijk Arabieren´. En tenslotte is er als derde categorie nog de ‘interne’ vluchtelingen. Dat zijn Palestijnen die in 1948 hun huizen verlieten maar wèl binnen het latere grondgebied van Israël bleven. Zij mochten naderhand niet terugkeren naar huis. Wat als gevolg had dat zij wel Israëlisch staatsburger werden maar hun bezittingen kwijtraakten onder de ‘Absentee´s Property Act’.
Al deze mensen houden eraan vast dat hun recht in principe moet worden erkend. Volgens Abu Zayyad weet de meerderheid van het Palestijnse volk dat de facto terugkeer er waarschijnlijk niet inzit, dat er ´een verschil is tussen het recht en het uitoefenen van dat recht´ en dat er dus over onderhandeld zal moeten worden. Maar het recht opgeven is totaal ondenkbaar. Zonder erkenning ervan zal er nooit een vredesregeling mogelijk zijn. Er zullen dus compromissen nodig zijn. Het probleem kan volgens hem dan ook alleen worden opgelost in het kader van een package deal waarbij alle uitstaande issues worden geregeld. ´En dan is het aan de Palestijnse leiders om uit te leggen waarom zij op dit onderdeel die compromissen zijn aangegaan.´

Ondenkbaar
Waar Abu Zayyad het totaal ondenkbaar acht dat er een regeling komt zonder erkenning van het principe van het recht op terugkeer, acht Shlomo Gazit het even ondenkbaar dat er een regeling komt waarbij dat wél het geval is. Niet dan over zijn lijk. Hij is het totaal niet eens met Abu Zayyad dat het een erkend principe is dat vluchtelingen altijd terug mogen keren en verwijst naar de Duitsers die na de Tweede Wereldoorlog uit Polen vertrokken, of de volksverhuizingen in het kader van de afscheiding van Pakistan van India. De Israëlische generaal kan zich ook volstrekt niet voorstellen dat ooit een recht zou worden erkend dat vervolgens niet zou worden uitgeoefend. `Immers iedere Palestijn zou zich dan kunnen wenden tot het Israëlische Hooggerechtshof met het verzoek het recht alsnog uit te mogen oefenen.En ik kan me niet voorstellen het Hof dat dan vervolgens zou kunnen weigeren.´

Gazit gelooft bovendien niet dat de meerderheid van de Palestijnenn niet terug zou willen keren. Volgens hem zal dat wel degelijk gebeuren, immers de Palestijnen is 'jarenlang voorgehouden dat terugkeer een optie was'. Verder werkt het hogere welvaartspeil in Israël als een magneet en zorgt ook het principe van familiehereniging 'er nu al voor dat er honderdduizenden illegaal in Israël verblijven'. Maar terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen kan niet en mag niet volgens Gazit, omdat het Israëli's zou verdrijven van plaatsen waar ze inmiddels al vele jaren wonen en omdat terugkeer van 'drie tot vier miljoen Palestijnen onmogelijk is te verenigen met het principe van Israël als democratie: het zou het einde betekenen van de Joodse staat'.
Slechts op één punt waren Gazit en Abu Zayyat het eens: namelijk dat het probleem van de vluchtelingen aangepakt moet worden in het kader van een package deal (in het geval van Gazit gaat het dan uitsluiten om hervestiging en compensatie). Maar waar het de erkenning van het recht betreft, liggen deze twee, die beiden geacht kunnen worden representatie te zijn voor een grote meerderheid van hun achterban, zover uit elkaar als maar kan. Kortom: geen reden tot groot optimisme.

Geen opmerkingen: