Posts tonen met het label Israel- Lebanon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Israel- Lebanon. Alle posts tonen

maandag 2 september 2019

Israel beschiet Libanon na aanval Hezbollah

Israelische soldatenm evacueren in Haifa een gewonde collega. 1 september. (foto via Twitter)

Israel heeft zondag ongeveer 40 granaten afgevuurd op Maroun al-Ras en Yaroun dichtbij de grens met Libanon. Ook zou er een luchtaanval zijn geweest. Volgens de Israelische militaire woordvoerder gebeurde dat nadat er een aanval van Hezbollah was geweest, waarbij met een aantal anti-tank-raketten was geschoten op een militaire basis in Noord-Israel.  
Volgens Hezbollah werd daarbij een Israelische tank vernield en de inzittenden gedood. Israel ontkende dat er slachtoffers waren. Volgens de militaire woordvoerder werd een ambulance geraakt en was er schade op de basis.  Onder meer Twitter vertoonde intussen een video van de evacuatie van een gewonde Israelische soldaat vanuit een helikopter naar het Rambam ziekenhuis in Haifa. Israel verklaarde echter later dat dit in scène was gezet en dat het ging om ''psychologische oorlogsvoering'' om Hezbollah op een dwaalspoor te brengen. Hoe geloofwaardig is dat? De geruchten dat er meer aan de hand was blijven aanhouden.

dinsdag 4 december 2018

Israel begint operatie aan Libanese grens om 'tunnels van Hezbollah' op te ruimen

 De Israelische grens gezien vanuit het Libanese dorp Kfar Kila (Foto de Libanese krant Daily Star)

Israel is dinsdag een operatie begonnen om tunnels uit te graven die de Libanese militie Hezbollah vanuit Libanon in Israel zou hebben uitgegraven. Militaire woordvoerder overste Jonathan Conricus zei dat Israel tunnels heeft ontdekt die vanuit Libanon Israel ingaan. Hij zie dat de Israelische actie op Israels grondgebied zal plaatsvinden en niet in Libanon.
Conricus zei dat de operaties gesitueerd zijn in de buurt van de Israelische plaats Metulla. Reuters en Libanese kranten noemden de Libanese plaats Kfar Kila aan de andere kant van de grens. Israelische media publiceerden foto's en video's van Israelische graafwerktuigen zonder daarbij een duidelijke plaatsbepaling aan te geven.Volgens de militairen zijn de tunnels nog niet bruikbaar, maar zou het gaan om een''bedreigende situatie''. Ze noemden het een ''ernstige en flagrante schending van de Israelische soevereiniteit''.
Er was geen reactie van Hezbollah en de situatie aan de Libanese kant, waar VN-troepen patrouilleren, was kalm. Sommige kringen in Israel veronderstelden overigens dat het mogelijk om een afleidingsmanoeuvre van premier Netanyahu gaat. De premier werd deze week voor de derde of vierde keer door de Israelische politie voorgedragen om te worden vervolgd voor corruptie.

maandag 6 april 2015

Spaans rapport: "Israel doodde Unifil-militair met opzet''


De beschadigde Unifil-wachttoren. (Foto The Daily Star/Mohammed Zaatari)

De Spaanse krant El Pais meldt dat een Spaanse militair van Unifil, die op 28 januari werd gedood door een Israelische granaat, omkwam omdat Israel met opzet de Unifil-uitkijkpost in Zuid-Libanon als doelwit had gekozen. De krant schrijft dat op grond van een vertrouwelijk Spaans rapport over het incident. El Pais citeert daaruit getuigenissen van collega's van de dode militair, de 36-jarige korporaal Javier Soria Toledo.
De korporaal kwam om toen Israel het gebied waarin hij was gestationeerd met granaten bestookte, na een incident waarbij Hezbollah een Israelisch konvooi onder vuur had genomen en daarbij twee Israeli's had gedood. 
Korporaal Ivan Lopez Sanchez , die in de buurt van de VN-post was gestationeerd vertelde dat Israel duidelijk op de de Unifil-post had gemikt. "Iedere keer stelden ze de baan van de projectielen bij van Majidiyeh naar de post op 4-28", zei hij.

woensdag 28 januari 2015

Botsingen tussen Hezbollah en Israel: twee Israeli's en een Unifil-militair gedood

Burning vehicles are seen near the village of Ghajar on Israel's border with Lebanon, January 28, 2015. A Hezbollah missile strike wounded four Israeli soldiers on Wednesday, the biggest attack on Israeli forces by the Lebanese guerrilla group since a 34-day war in 2006. REUTERS-Maruf Khatib
Brandende Israelische voertuigen aan de grens (Foto Reuters) 

Updated (2x). De Hezbollah-beweging in Libanon heeft woensdag een Israelisch konvooi aan de Israelische noordgrens met Libanon onder vuur genomen. Volgens een Israelische militaire bron werd een militair voertuig geraakt door een anti-tankraket en raakten zeven  Israelische militairen gewond. Later werd toegegeven dat ook twee Israeli's waren gedood. De verwondingen van de zeven gewonden zouden niet levensbedreigend zijn. Berichten dat mogelijk ook een Israeli gevangen was genomen, bleken later niet te kloppen.
Hezbollah meldde al meteen in een ''Communiqué nr 1'', dat later gedeeltelijk bleek te kloppen, dat bij de aanval vier Israeli's waren gedood en dat meerdere voertuigen werden geraakt. Een woordvoerder van de beweging zei dat als de Israeli's de aanval zouden vergelden, Hezbollah op een vergelijkbare wijze zou antwoorden. ''De bal is nu op de helft van de Israeli's,'' zei deze bron volgens de Libanese krant Daily Star.
Israel beantwoordde de aanval met artillerievuur. Tenminste 25 granaten werden afgeschoten op Libanese dorpen rond de Sheba Farm, op Libanees terrein. Ook kwamen helikopters in actie. Bij de Israelische beschietingen kwam een Spaanse militair van de VN-macht Unifil om het leven.

vrijdag 16 januari 2015

Voorzitter hooggerechtshof vergroot bij zijn vertrek de twijfel aan Israels reputatie als rechtsstaat


Mustafa Dirani.

Is Israel een rechtsstaat? Volgens velen is dat erg de vraag. Bijvoorbeeld wegens het feit dat het Israelische hooggerechtshof ''milde vormen van marteling'' toestaat en er vreemde opvattingen op na houdt over het internationale recht. Zo laat het de nederzettingen in bezet gebied doorgaan voor legaal en lapt het de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof dat ''de Muur'' op een verkeerde plek staat aan zijn laars.  
Aan de redenen waarom aan Israel als rechtsstaat kan worden getwijfeld, kan sinds donderdag nog een nieuwe worden toegevoegd. Israels opperrechters hebben nu namelijk ook bepaald dat mensen die vijandig staan tegenover Israel de staat niet ter verantwoording kunnen roepen als zij zijn ontvoerd, gefolterd of anderszins slecht behandeld. Een uiterst dubieuze uitspraak, volgens mij. De uiterste consequentie ervan lijkt namelijk te zijn dat iedereen die zich niet als een bondgenoot of vriend van Israel heeft opgesteld. in wezen vogelvrij kan worden zodra hij zich op Israelische bodem begeeft.Een leuk perspectief voor Israel-critici en aanhangers van BDS....
De uitspraak waarom het deze donderdag ging, was gericht tegen de Libanees Mustafa Dirani, die in 1994 werd gekidnapt op Libanees grondgebied en naar Israel ontvoerd. (Sommige mensen denken weleens dat alleen moslims kidnappen, maar Israel kan er ook wat van). Toen Dirani werd ontvoerd, was hij inlichtingenchef van de sji'itische Amal-beweging. Israel dacht dat hij iets wist van de Israelische navigator Ron Arad die in 1986 was verdwenen nadat zijn vliegtuig boven Libanon was neergehaald. Dirani werd tien jaar lang gevangen gehouden, maar bleek uiteindelijk van niets te weten. In 2004 werd hij bij een gevangenenruil vrijgelaten.
Maar intussen had Dirani in 2000 een klacht ingediend tegen de Israelische staat, waarin hij 1,5 miljoen shekel schadevergoeding eiste, mede omdat hij  minstens een maand lang zwaar was gemarteld.

dinsdag 7 oktober 2014

Hezbollah claims responsiblity for blast that wounds two Israeli soldiers

The scene of the explosions (Photo: Aviyahu Shapira) 
The site of the explosion (Photo Aviyahu Shapira/YNet) 

Hezbollah claimed responsibility for planting a bomb that wounded two Israeli soldiers on the south Lebanon border Tuesday, according to a statement issued by the resistance group.''The brigade of the martyred Ali Hasan Haidar of the Islamic Resistance set off an explosive device under an Israeli patrol in the Shebaa heights, which led to several casualties among the ranks of the occupying soldiers,” read the statement.
The brigade responsible for setting off the explosive device was named after 25-year-old Ali Hasan Haidar, a Hezbollah explosives expert, who was killed while trying to dismantle four Israeli listening devices planted on Hezbollah's telecommunications network in Adloun, south Lebanon last month. Some reports say that he was killed because Israel detonated the devices by remote control when he was at work.

donderdag 15 augustus 2013

Nasrallah: 'Vier Israelische militairen werden gewond door aanval van Hezbollah'


Israelische militairen aan de grens met Libanon op 1 augustus 2013, gezien vanuit de Libanese plaats Wazzani (Foto AFP, Mahmoud Zayyat). 

De leider van de Libanese partij Hezbollah, Hassan Nasrallah, heeft woensdag gezegd dat Hezbollah verantwoordelijk was voor de twee ontploffingen aan de grens met Israel, waarbij op 7 augustus vier Israelische militairen gewond raakten.  In een interview met Arabische Mayadeen televisie, zei Nasrallah dat het leden van Hezbollah waren die twee bommen hadden laten ontploffen toen een Israelische patrouille zich op Libanees grondgebied had begeven.
Nasrallah zei dat het om een gecoördineerde operatie ging. 'En het zal niet de laatste keer zijn,' aldus de Hezbollah-leider. 'Als we opnieuw merken dat ze Israeli's het Libanese grondgebied binnendringen, zullen we reageren op de manier die ons goeddunkt. We zullen niet tolereren dat ze op Libanees grondgebied komen.'

zaterdag 3 december 2011

Israel vernielt eigen afluisterapparatuur in Libanon, aflevering zoveel in spionagefeuilleton

 Het Israelische leger heeft vrijdag een van haar eigen spionage-apparaten vernield, dat in Zuid-Libanon was opgesteld om communicatie af te luisteren, zo heeft  Hezbollah bekendgemaakt.
Apparatuur tussen de stenen (Foto Libanese leger)
'De Israelische vijand heeft vandaag met behulp van een onbemand vliegtuigje een spionage apparaat opgeblazen dat verbonden was aan een communicatie netwerk tussen de dorpen Srifa en Deir Kifa. Dat gebeurde nadat het islamitische verzet (is Hezbollsah, ap) erin was geslaagd het apparaat te ontdekken,' aldus een verklaring van Hezbollah. Volgens de verklaring werd niemand gewond bij de explosie die plaatsvond iets ten oosten van de kustplaats Tyrus. 
Een lid van Hezbollah vertelde het persbureau AFP dat Hezbollah eerder vijf leden naar de plek had gestuurd waar het apparaat was ontdekt. Dat had de Israeli's mogelijk erop geattendeerd dat het ding was gevonden. Op 3 December 2010, liet Israel op soortgelijke wijze ook twee afluister-uitrustingen ontploffen in het Zuid-Libanese dorp Wadi al-Qaysiyya. 
De Libanese autoriteiten openden vorig jaar een klopjacht op spionnen voor Israel, waarbij meer dan 100 mensen die voor de Mossad werkten of gewerkt hadden werden opgepakt. Het grootste deel van hen moet nog voorkomen. Ook Hezbollah voert zijn eigen spionage-oorlogje met Israel. Zo onthulde Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah in augustus 2010 dat Hezbollah erin was geslaagd de codes te breken waarmee de Israeli's hun beelden overseinden vanuit de onbemande spionagevliegtuigjes die het regelmatig over Libanon laten  vliegen. Daardoor had Hezbollah in 2005 kunnen vaststellen dat Israel kort voor de moord op de toenmalige premier Rafiq Hariri enkele malen zijn dagelijkse route met behulp van die vliegtuigjes had gefilmd. Hezbollah leidde eruit af dat Israel waarschijnlijk betrokken was bij de moord.
Israelisch onbemand vliegtuigje
De ontdekking van de afluisterapparatuur is een nieuw succesje van Hezbollah, maar uit diverse berichten mogen we afleiden dat de beweging zo'n succesje wel kon gebruiken,  nadat het onlangs blijkbaar in een door de Israeli's uitgezette val was getrapt. Op 22 november vond namelijk een zware explosie plaats in een gebied bij Siddiqin in Zuid-Libanon. Gegevens daarover waren - en bleven - schaars omdat Hezbollah het gebied afschermde en geen nieuws maar buiten bracht over wat er gebeurd was. Maar mensen uit de buurt gaven aan dat het ging om een wapenopslagplaats van Hezbollah. 
Andere bronnen brachten de explosie in verband met de mysterieuze verdwijning van een onbemand Israelische vliegtuigje.(Het was nog niet eerder voorgekomen dat zo'n ding was neergestort). Het uiteindelijke verhaal - in extenso gebracht door blogger Richard Silverstein die dit soort verhalen altijd goed volgt en over de noodzakelijke bronnen beschikt -  lijkt erop te wijzen dat Israel Hezbollah een poets heeft gebakken door zo'n onbemande  drone te laten neerstorten in een Hezbollah gebied. Daar werd het door Hezbollah-mannen gevonden en voor nader onderzoek naar de wapenopslagplaats gebracht.- waar het vervolgens explodeerde en een kettingexplosie veroorzaakte. Hoeveel mensen daarbij werden gedood en hoeveel wapens verloren gingen is niet bekend. Onduidelijk is ook of zich in de opslagplaats raketten bevonden, maardat lijkt niet onwaarschijnlijk.  

dinsdag 29 november 2011

Raketten uit Libanon op Noord-Israel

 
 De schade in Netua, Noord-Israel nadat een katyusha-raket ingeslagen is in een gastank. (AFP)

De Libanese autoriteiten hebben dinsdag bevestigd dat maandag rond middernacht tenminste één raket is afgevuurd op Israel. Het Libanese leger vond twee geïmproviseerde afvuurinrichtingen, een accu en een timer in een verlaten gebied tussen de plaatsjes Rmeish and Ain Ibl. Unifil zei op zijn  radar rond middernacht tenminste één  raket te hebben waargenomen die richting Israel ging, zo meldt de Libanese krant Daily Star. Kringen van de Libanese veiligheidsdienst zeiden twee explosies te hebben gehoord.
 Volgens Israel waren vier raketten afgeschoten, werden twee gebouwen in het westen van Galilea beschadigd en brak er brand uit doordat een gastank was geraakt. Het was voor het eerst sinds 2009 dat raketten vanuit Libanon in Israel terecht kwamen. Libanese veiligheidskringen vertelden de Daily Star dat Israel na 50 minuten de beschieting beantwoorde met het afschieten van zes granaten.


Het Libanese leger en Unifil hebben een gezamenlijke commissie van onderzoek opgezet. Terwijl tientallen Libanese- en Unifil-militairen dinsdagmorgen een zoekactie hielden vlogen Israelische vliegtuigen laag over het gebied. Het is nog onduidelijk wie de raketten heeft afgeschoten, waarschijnlijk niet Hezbollah. Israel  heeft gezegd dat het de Libanese regering verantwoordelijk houdt, Unifil heeft tot kalmte opgeroepen.

donderdag 18 november 2010

Israel wil helft dorpje aan Libanon 'teruggeven', maar het dorpje wil niet: het is Syrisch

Israel maakte woensdag een nobel gebaar bekend. Het Israelische kernkabinet besloot eenzijdig het noorden van het dorpje Ghajar aan de voet van de Golan te ontruimen en via de VN-troepen van Unifil aan Libanon terug te geven. Dat klonk goed: Israel zou zijn troepen terugtrekken en het dopje teruggeven. Maar helaas, de waarheid is anders en redelijk bizar. In de eerste plaats is er nog niets gebeurd, Unifil wacht nu, ruim een dag later, nog op de dingen die komen gaan, zo wordt uit Libanon gemeld. Maar in de tweede plaats is Israel kennelijk van plan iets terug te geven aan Libanon dat helemaal niet van Libanon is, maar van Syrië.
Ghajar werd in 1967 op Syrië veroverd tegelijk met de rest van de Golan-hoogvlakte. De 2300 inwoners zijn Alawieten, dezelfde sekte van de islam waartoe ook de huidige machthebbers in Syrië behoren. Het dorpje ligt aan de voet van de berg Hermon, op een plek waar de grenzen van Israel, Libanon en Syrië bij elkaar komen, maar het je wordt van Libanon gescheiden door de Hasbani rivier die langs het dorp stroomt. De inwoners van het dorp accepteerden in 1981, toen Israel de Golan annexeerde, in tegenstelling tot de Druzische inwoners van de Golan, het Israelische staatsburgerschap, al bleven (en blijven) ze volhouden bij Syrië te horen.
In 2000, toen Israel zich uit Zuid-Libanon terugtrok, demarkeerde de VN  de definitieve grens tussen de twee landen, de zogenoemde 'blauwe lijn'. Volgens de VN zou die grens dwars door Ghajar lopen.Om het leven in Ghajar niet te ontwrichten liet Israel het plaatsje echter buiten zijn eigen, door hekken en afzettingen gekenmerkte, grens liggen en bouwde het in plaats daarvan een door door betonblokken en veiligheidspoortjes gemarkeerde afsluiting ten zuiden van het dorp, die de dorpelingen de mogelijkheid gaf op vertoon van ID's naar de Golan te gaan.
In 2005 deed Hezbollah  echter  vanuit het dorp een mislukte poging Israelische militairen te ontvoeren. Isarel concludeerd toen dat Ghajar een zwakke schakel was in de grensbewakingssystemen en dat was de reden dat het in 2006 - tijdens de toen gehouden veldtocht tegen Libanon - besloot het dorp opnieuw te bezetten.

Als het nu het noorden van het dorp aan Libanon gaat 'teruggeven', betekent dat twee dingen: in de eerste plaats wordt het dorp dan in tweeën gedeeld doordat de grens opschuift naar de blauwe lijn. Wat betekent dat de in het noorden wonende dorpelingen gescheiden worden van hun zuidelijke buren en familieleden en bovendien van hun landbouwgrond, die bijna geheel in het zuiden ligt. In de tweede plaats worden die 'noorderlingen' geïsoleerd in een land waarvan ze vinden dat ze er niet thuishoren en waar ze als Alawieten in een uitzonderingspositie zullen komen te verkeren. Geen wonder dan ook dat dorpelingen protestacties houden met spandoeken (zie onderste foto) waarop ze verklaren dat hun land Syrisch is. Zelfs hebben ze gezegd dat ze nog liever ongedeeld bij Israel blijven totdat de hele Golan wordt teruggegeven, dan dat ze nu worden gedeeld.  

donderdag 2 september 2010

Libanon wil hulp Interpol bij opsporen Israelische spion die mogelijk hand had in moord op Hariri

De chaos in Beiroet na de aanslag op Rafiq Hariri, op 14 februari 2005, waarbij 24 mensen inclusief Hariri zelf, werden gedood.

De Libanese autoriteiten hebben Interpol woensdag gevraagd een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen brigade generaal b.d. Ghassan al-Jidd, die ervan wordt verdacht een spion van Israel te zijn geweest. Al-Jidd is gevlucht uit Libanon. Al-Jidd zou mogelijk in Frankrijk zijn.
De met Israel collaborerende ex-generaal werd vorige maand door de leider van Hezbollah, Hassan Nasrallah, op een persconferentie in verband gebracht met de moord in 2005 op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri. Nasrallah vertelde op deze persconferentie dat Hezbollah erin was geslaagd de code te breken waarrmee Israelische onbemande vliegtuigjes hun informatie doorseinden. De beweging was zo te weten gekomen dat de Israeli's voorafgaande aan de moord op Hariri op alle mogelijke manieren zijn dagelijkse routes hadden gefilmd  Al-Jidd was volgens Nasrallah een dag voor moord gesignaleerd in een in een club aan zee in Beiroet, vlakbij de plaats waar de bom afging. Overigens beschuldigde Nasrallah Al-Jidd ook van een moord op een militaire leider van Hezbollah, Ghalib Awali.

donderdag 5 augustus 2010

'De boom stond aan Israels kant'

De boom stond aan Israëls kant. Hoe vaak dat niet herhaald is woensdag via de Nederlandse radio, het  Journaal en de meeste kranten. Kennelijk nam deze mededeling alle twijfel weg. Israël had het volste recht om die boom te trimmen, ook al leek het even of die over het hek en aan de Libanese kant van de grens stond. En Libanon had dus allerminst het recht om het vuur te openen op de Israëli's. Nee, de Israëli's hadden gelijk, zaak gesloten.
Ik moest onmiddellijk denken aan mijn allereerste rij-instructeur, jaren geleden in Den Haag. Hij waarschuwde voor mensen die - let wel: het waren andere tijden - op jacht waren naar verzekeringspenningen. Om die te kunnen innen kon het gebeuren dat ze met een rotgang een zijstraat uitkwamen -  van rechts - om zo een botsing te provoceren waaraan zij dan, omdat ze voorrang hadden, geen schuld hadden zodat jouw verzekeringsmaatschappij verplicht was hen schadeloos te stellen.
Trouwens, mijn vader leerde me een soortgelijke les: geloof nooit al die mensen die botsingen hebben en roepen dat ze het niet konden helpen en dat het aan een ander lag. Het feit dat jij voorrang hebt, ontslaat je nog niet van de verplichting om goed te kijken of er niemand aan komt.
De Nederlandse pers heeft dit soort instructeurs kennelijk nooit gehad. Vandaar dan ook dat een simpele mededeling van de VN, gedaan onder druk van de Israëli's: 'de boom stond aan de Israëlische kant van de blauwe lijn' voldoende is om het Israëlische gelijk te bewijzen. Niemand, maar dan ook helemaal niemand van de Nederlandse pers vond het nodig om even na te gaan hoe dat zat met die 'blauwe lijn'. Dat was een exercitie uit 2000.Na de Israëlische terugtrekking uit Zuid-Libanon was het juiste grenstracé omstreden. De VN heeft toen een nieuwe demarcatie uitgevoerd. Maar dat loste de onzekerheden niet op. Op veel plaatsen bleek de lijn niet samen te vallen met Israëls 'technische grens', bestaande uit een een hek, een zandweg waarop voetsporen zichtbaar zijn, en een tweede hek. Op sommige plaatsen wordt het verloop van de 'blauwe lijn' aangevochten door Israël, op andere door Libanon. (Toevallig - en of de Israeli's dat wisten of niet is onduidelijk - was de plaats waar de boom stond zo'n plek waar Libanon de loop van de blauwe lijn betwist).
Redenen genoeg dus om er omzichtig mee om te gaan, zou je zeggen.

En gingen de Israëli's omzichtig te werk?

Nou, nee. En dat is het tweede waar de Nederlandse pers volstrekt niet in bleek te zijn geïnteresseerd. De gang van zaken was als volgt: Israël wilde een boom kappen die het uitzicht (van veiligheidscamera's?) belemmerde en vroeg aan Unifil dit voornemen door te geven aan de Libanezen. Unifil vroeg 24 uur respijt - de commandant was buitenslands en de coördinatie met de Libanezen vergde meer tijd - maar de Israëli's trokken zich aar niets van aan en rukten dezelfde dag nog uit met een zogenoemde 'cherry picker' en wat begeleidende jeeps en tanks. Unifil probeerde de Israëli's met geschreeuw op andere gedachten te brengen, maar de Israëli's werkten gewoon door. En vervolgens opende een Libanese eenheid, die zag dat er iets op Libanees grondgebied gebeurde (Libanon erkent ter plekke de blauwe lijn immers niet), het vuur, eerst met waarschuwingsschoten, naar zij zeggen, vervolgens gericht.

 De rest weten we: doden en gewonden aan beide kanten.
Er is over deze afloop een heleboel te zeggen. We kunnen de lijn volgen van het stuk van Gideon Levy in Haaretz van vandaag, waarin hij erop wijst dat het ongehoord was wat de Libanezen deden, omdat immers alleen Israël zijn grondgebied mag verdedigen tegen Libanezen en Palestijnen en dergelijke en niet omgekeerd. Only we're allowed, schreef hij. En trouwens ook alleen Israël mag bepalen welke hekken en grenzen er gelden en welke niet:  
True, Israel maintains that the area across the fence is its territory, and UNIFIL officially confirmed that yesterday. But a fence is a fence: In Gaza it's enough to get near the fence for us to shoot to kill. In the West Bank the fence's route bears no resemblance to the Green Line, and still Palestinians are forbidden from crossing it.
In Lebanon we made different rules: the fence is just a fence, we're allowed to cross it and do whatever we like on the other side, sometimes in sovereign Lebanese territory. We can routinely fly in Lebanese airspace and sometimes invade as well.

 Israël in de rol van de arrogantebsterkste man van de buurt, die zich niets aantrekt van de anderen. Maar we  kunnen ons ook, zoals ik op mijn Engelstalige blog deed, afvragen waaròm Israël zich zo opstelt, of er niet meer is daan een macht der gewoonte, en wellicht een speciale reden heeft. Was het, omdat er de laatste tijd weer meer sprake is van spanningen tussen Israël aan de ene kant en Syrië en Hizbollah aan de andere - een poging de reactie van de Libanezen te testen? Kwam Israël - meer specifiek - expres in volle vaart van rechts om te zien of Hizbollah zich afzijdig zou houden? Want vragen moet men in zo'n situatie toch stellen, zou je zeggen. Teveel  factoren wezen erop dat Israël - om het diplomatiek te stellen - toch vrij weinig in het werk had gesteld om deze botsing te vermijden.  

Maar dat was dus niet de mening van de Nederlandse pers.'De boom stond op Israëls grondgebied'. Dat was alles. Het is kenmerkend voor de treurigmakende manier waarop in dit land met dit soort nieuws wordt omgegaan. Als Israël zegt dat de boom in Israël stond dan spreekt vanzelf dat Israël die mag kappen wanneer het maar wil -  punt. Maar laten al die journalisten die dit soort berichtgeving van Israël (en Israëls trouwe roeptoeter in Nederland: het CIDI) op deze manier klakkeloos volgen, zich ook eens afvragen hoe zij gereageerd hadden als het Libanon was geweest, dat op precies dezelfde manier een boom had willen trimmen die groeide over Israëls 'technical border',  maar aan de Libanese kant van die blauwe lijn.....

dinsdag 17 november 2009

Israëlische onderschepping wapenzending flauwe kul?



De site van de Iraanse zender Press tv heeft een opmerkelijke foto die ook in Westerse kranten, waaronder de Los Angeles Times moet hebben gestaan. Het is een label van een wapencargo dat Israël zou hebben onderschept toen het onlangs bij Cyprus een schip aanhield dat daarvoor de Egyptische haven Damietta had aangedaan. Israël stelde dat de aan boord gevonden wapens afkomstig waren uit Iran en bestemd waren voor Hezbollah. Als bewijs werd onder meer deze foto vrijgegeven van een label van het Iraanse ministerie van Sepah (soldaat).
De naam van dit ministerie werd echter al 20 jaar geleden gewijzigd in ministerie van Defensie (Ministry of Defense).  De vraag is dus: hoe komt Israél aan zo'n 20 jaar oud label? Zou die zending echt 20 jaar onderweg zijn geweest? Dat zou dan ook verklaren waarom Hezbollah en Iran beide hebben verklaard dat ze niets met de zending te maken hadden (die zijn dat natuurlijk intussen gewoon vergeten)  en waarom ik in een Libanese krant las dat Hezbollah dit soort wapens al een tijdje niet meer gebruikt. De Mossad heeft waarschijnlijk wel wat uit te leggen.

donderdag 17 september 2009

Spionnennest Beiroet

Interessant verhaal in Le Figaro over hoe uitgebreid het Israëlische spionagenetwerk was dat de Libanese autoriteiten bezig zijn op te rollen:

.... les services de renseignements israéliens ont subi, cette année au Liban, l'un des plus importants revers de leur histoire. Comme il se doit, ils n'ont pas commenté le démantèlement de leur plus grand réseau d'espionnage dans un pays arabe. Les chiffres sont pourtant sans précédents. Plus de soixante-dix Libanais ont été inculpés d'espionnage ces derniers mois. Une quarantaine de suspects ont été placés en détention.....

Sommigen werkten al sinds de jaren '80 voor de Israëli's. Het oprollen van het netwerk begon waarschijnlijk doordat Hezbollah zich, na de moord op Imad Mughnieh, de leider van haar militaire tak, in februari 2008 in Damascus realiseerde dat er sprake was van een uitgebreid Israëlisch netwerk..

De auto van Imad Mughnieh.

.....À la fin de l'année 2008, les premières arrestations commencent. En novembre, deux frères sunnites sont capturés par le Hezbollah. Originaires de la ville d'al-Marj, dans la vallée de la Bekaa, Ali et Youssouf Jarrah sont accusés d'espionner depuis vingt ans pour Israël. On retrouve en leur possession du matériel photographique et vidéo, et un système GPS dissimulé dans leur véhicule. La voiture, équipée pour prendre des photos, aurait été fréquemment garée au poste frontière de Masnaa, sur la route entre Beyrouth et Damas, par laquelle transitent les responsables du Hezbollah. Muni d'un passeport israélien, Ali Jarrah se rendait, via Chypre ou la Jordanie, en Israël pour y être briefé et entraîné. Selon des sources libanaises, il aurait aussi été envoyé en reconnaissance dans le quartier de Damas où Moughniyeh a été assassiné.

....Un garagiste de Nabatiyeh, ville chiite du Sud-Liban, est le quatrième agent arrêté par le Hezbollah. Marwan Fakir était un concessionnaire automobile qui fournissait des véhiculems au mouvement chiite. Il aurait aussi utilisé ses talents de garagiste pour installer des dispositifs de localisation sur des voitures que le parti lui donnait à réparer. Ces affaires ne sont que le préliminaire du vaste coup de filet qui va suivre, celui qui implique les services libanais.
Zuid-Beiroet in 2006, na wat Israël de Tweede Libanon-oorlog noemde.

...En 2009 ....le général Adib Alam, officier chrétien à la retraite, ancien de la Direction du renseignement militaire, est interpellé avec sa femme et son neveu. Selon les médias libanais, il aurait reconnu avoir été recruté par les services israéliens en 1998.....
.....Mansour Diab, un colonel sunnite originaire du Akkar, région du nord du Liban, est à son tour convaincu de liens avec Israël. Ce commando Marine avait été l'un des héros de la prise d'assaut du camp de réfugiés de Nahr el-Bared, blessé à l'épaule au cours de l'attaque à l'été 2007. Il aurait été recruté par le Mossad pendant ses stages aux États-Unis. Un autre colonel, Shahid Toumiyeh, lui aussi originaire du Akkar, est arrêté avec un retraité des douanes. Puis Nasser Nader, suspecté d'avoir organisé la surveillance du quartier de Dahieh, le bastion du Hezbollah dans la banlieue sud de Beyrouth, dévasté par des bombardements israéliens d'une grande précision en 2006....

dinsdag 1 september 2009

Wie is de vijand van de Libanezen?

Het dagblad As-Safir liet een enquête houden onder Libanezen over de vraag welk land zij als hun grootste vriend of vijand zagen. Het vriendelijkst bleek Qatar te zijn (86,8 %), gevolgd door Syrië (72,3%), Iran (68,6%) en Saoedi-Arabië (60%). Op de vraag welk land de grootste vijand was, kwam Israël met vlag en wimpel als winnaar te voorschijn: (93,9 %), gevolgd door de VS (64,8%) - (overigens scoorde Saoedi-Arabië ook als vijand niet slecht: nog zo'n 31,2%).
De gegevens waren ook naar denominatie uitgesplitst: van de christenen ziet 89% Israël als grootste vijand, bij de Druzen is dat 98,2%, bij de soennieten 96,7% en bij de sjiïeten 97,4%. En wat zien de Libanezen als grootste bedreiging: Israël (ruim 48%), de wapens van Hezbollah daarentegen niet meer dan 5,5%.
Iemand verbaasd over deze uitslag?

woensdag 22 april 2009

Who comdems the victimizer

Electronic Intifada, 25 July 2006

By Fadi Hirzallah and Maarten Jan Hijmans

“Every neighborhood has one, a loudmouth bully who shouldn’t be provoked into anger. He’s insulted? He’ll pull out a knife. Someone spat in his face? He’ll draw a gun. Hit? He’ll pull out a machine gun. Not that the bully’s not right — someone did harm him. But the reaction, what a reaction! It’s not that he’s not feared, but nobody really appreciates him. The real appreciation is for the strong who don’t immediately use their strength. Regrettably, the Israel Defense Forces once again looks like the neighborhood bully. (…) One and only one language is spoken by Israel, the language of force.”
Thus says Gideon Levy in his column for the Israeli newspaper Ha’aretz (16 July 2006) on Israel’s aggressive policy towards Gaza and Lebanon. He indicates that Israel’s current bully-like behavior has become, as it were, an Israeli trademark.
The Israel Defense Forces were hit near the Gaza border: Palestinian militias killed two soldiers and one corporal was captured. Israel’s reaction was not a pinpoint military reprisal; nor did it await political mediation by Egypt. No — Israel immediately bombed the whole of Gaza, destroying infrastructure and killing many innocents.
Two weeks later the Israeli army was hit again near Lebanon’s border: Hezbollah killed eight Israeli soldiers and captured two. Israel reacted, again, with much violence. The whole of Lebanon, which was still recovering from years of deadly conflict, became a target; for it was Lebanon that tolerated Hezbollah within its borders, as if the ramshackle Lebanese government has any ability to contain or even disarm Hezbollah. Lebanon saw its bridges, roads, oil repositories, communication infrastructure, harbours, airports and power plants destroyed again. Hundreds of innocents died as a result of Israel’s fury.
With regard to Israel’s “defense” rhetoric, one should pose some key questions and consider the obvious irrefutability of their answers. Does Israel’s violence safeguard the life of the three kidnapped soldiers? No; rather it jeopardizes their safety. Does Israel’s policy of throwing bombs bring about peace? No; on a structural level Israel’s policy exacerbates the grass root level anti-Israel sentiments fundamental to Hezbollah’s existence. It also explains why Hezbollah is now shooting its missiles on Israel. Is Israel’s violence legitimate? No; Israel’s violence is, first and foremost, to the detriment of innocent civilians, not Hezbollah or Hamas. Condemning Hamas and Hezbollah militancy must, therefore, be accompanied by even stronger condemnation of Israel’s militancy considering its illegal traditions, which give rise to the militancy of Hamas, Hezbollah and other movements. For example, annexation and occupation of Arab land, and, mind you, detaining of Arab civilians on Arab territory.
The current conflict demonstrates why Israel’s war will not lead to peace, for Israel’s opponents both came into existence as a result of Israeli policies. At the beginning of the first intifada (1987-1992) Hamas emerged to resist Israel’s oppression and annexation policies. Since 2005, Hamas displayed interest in taking political responsibility as well.
Following the Palestinian elections last January, Hamas became the largest Palestinian political movement. The popularity of Hamas is, mostly, a consequence of the ever-deteriorating standard of life in the West Bank and Gaza and the failure of the nationalist Fatah to gain some tangible results out of the various “peace processes” (in particular, the Oslo trajectory and the “Roadmap to peace”).
Hezbollah emerged in a significantly different context. It started as a resistance movement to the Israeli invasion of Southern Lebanon in 1982. Hezbollah gained much popularity after liberating the Lebanese people in 2000 from the Israeli occupation. While not losing much popular support since then, commentators argue that by defeating the Israeli occupier, Hezbollah did lose much of its raison d’être.
This explains, in part, why in the last few years Hezbollah has been active as a political party in Lebanon and why Hezbollah felt it to be useful to respond now to Israel’s extruding activities towards Palestinians, Israel’s kidnapping of Lebanese and other Arabs, and Israel’s occupation of the Shebaa farms.
The past confrontations between Israel and Hezbollah and Hamas provide, therefore, abundant indications that violence does not solve problems. Unfortunately, this lesson seems not to be learned in Israel. Categorically denouncing Hamas and Hezbollah as “terrorist organizations”, Israel denied both parties political participation. Israel preferred deadly conflict.

Taking Palestinian, Lebanese and - to a much lesser extent - Israeli civilian casualties for granted, Israel seems to need violent confrontation to display its “deterrence” and to conceal its annexation ambitions (on the West Bank and elsewhere) with the “we need to defend ourselves against the terrorists” mantra. Obviously flawed as it is, Western political leaders should refute this dogma and media should expose its falsehood. The international community should intervene.
But which party does intervene? As always protecting Israel from any serious influence on its illegal practices, the US once more deployed its veto in the UN Security Council to abort a resolution calling on all parties to cease fire.
At the G8 summit in St Petersburg, an open microphone caught a tête-à-tête between George Bush and Tony Blair. Bush made it clear that he does not blame Israel but Syria: “[Syria should make] Hezbollah stop doing this shit and it’s over”. Apparently Bush thinks, contrary to the facts, that Hezbollah’s policy is made in Damascus.
Effective political pressure from the Americans on Israel is clearly not to be expected; nor should UN or NATO action in Lebanon be expected soon — that is, before Israel considers its mission in Lebanon accomplished.
The European Union policy is not much better. The EU did indeed call upon all parties to cease the fighting and it called Israel’s policy “disproportional”. But when Israel, as expected, reacted obliviously towards the EU stance, the EU did nothing but react with “disappointment”.
Not surprisingly, not one party is willing and capable of reacting effectively to the chaos. The result of this lack of significant intervention is that Israel, as usual, will not be obliged to adhere to international agreements (in particular, the Geneva Conventions and UN resolutions).
Nothing stops the violations of human rights committed by “the only true democracy in the Middle East”, Israel. Those violations are evident in Lebanon. What takes place in Gaza is even worse. Due to the violence in Lebanon, politicians and the international press seem to care less and less for the situation in Gaza: lack of freedom (Israel still supervises all borders), lack of safety, no work, no money, lack of food, lack of drinking water, lack of medical care, threats of epidemics, no electricity, and so on.
And Israel ponders and ponders: “Why do they hate us? We left Gaza, didn’t we?” And we in the West, who make up the so-called “civilized world”, sit by and watch these grave injustices take place. Those who are supposed to be our leaders proved eager to blame the Palestinian victims and their resistance movements, but are hardly willing to express any disapproval of the victimizer, Israel.
It is a disgrace.

Maarten Jan Hijmans is former Middle East correspondent for De Volkskrant newspaper. Fadi Hirzalla is a political scientist. Both are editors of ZemZem, a Dutch magazine on the Middle East, North Africa and Islam.

dinsdag 21 april 2009

Israël en Libanon: iedere tien jaar een invasie

Uit De Brug, uitgave SIVO, september 2006

David ben Gurion placht in de jaren vijftig te zeggen dat hij niet wist welk Arabisch land het eerst met Israël vrede zou sluiten, maar dat Libanon zeker het tweede zou zijn. Libanon was in die tijd sterk Westers georiënteerd, maar zou als eén van de zwakkere Arabische broeders niet als eerste schaap over de dam durven komen met het sluiten van een akkoord met Israël, zo was de gedachte van de Israëls eerste premier.
Beschietingen van Beirut, 2006

door Maarten Jan Hijmans

Ben Gurions uitspraak klinkt ons nu belachelijk in de oren. Om te beginnen is het huidige Libanon na jaren burgeroorlog en een akkoord dat wat van de christelijke macht heeft afgeknabbeld (het Akkoord van Taif van 1989) niet meer hetzelfde als toen. Maar bovendien heeft Libanon net een Israëlische aanval over zich heen gekregen die rond de 1200 slachtoffers (meest burgers) heeft gemaakt en voor miljarden en miljarden schade heeft opgeleverd. Als we kijken naar de geschiedenis van de afgelopen veertig jaar, dan zien we dat Libanon zo ongeveer elke tien jaar een Israëlische invasie van enige omvang heeft beleefd. Zo bezien zou niemand raar moeten opkijken als Libanon uiteindelijk als laatste Arabische land vrede met Israël zou sluiten.
Aanvankelijk golden die Israëlische aanvallen de Palestijnen. Een groot aantal Palestijnse vluchtelingen was na 1948 in diverse kampen in Libanon terecht gekomen en vooral na de geboorte van de Fatah-beweging van Yasser Arafat in 1965 namen de spanningen toe. De eerste aanval van Israel was in 1968. Israël vernielde toen 13 vliegtuigen van de Libanese luchtvaartmaatschappij MEA op het vliegveld van Beiroet als represaille voor een beschieting van een El Al vliegtuig door Palestijnen op het vliegveld van Athene. Na september 1970, toen Jordanië korte metten maakte met de politieke en militaire aanwezigheid van de PLO op zijn grondgebied (de 'Zwarte September') en veel Palestijnen naar Zuid-Libanon uitweken,liep de spanning verder op. In 1973 voerde Israël een commando-aanval uit in hartje Beiroet, waarbij onder meer drie PLO-kopstukken werden vermoord (Ehud Barak, de latere Israelische stafchef, minister en premier, deed er aan mee vermomd in vrouwenkleren).
De eerste echte Israëlische invasie vond plaats in 1978, na Palestijnse aanvallen in Israël en de nodige beschietingen over en weer. Israël rukte op tot aan de rivier de Litani. Een kwart miljoen mensen werd tijdens deze 'Operatie Litani' op de vlucht gejaagd, er werden grote vernielingen aangericht aan de infrastructuur en een aantal dorpen verwoest in een poging de PLO naar het noorden op te jagen en een wig te drijven tussen de plaatselijke (overwegend sjiïtische) bevolking en de Palestijnen. Pas na stationering van een VN-vredesmacht (Unifil) was Israël te bewegen Libanon weer te verlaten, op een strook land na langs de grens, die het tot 'Veiligheidszone' bestempelde. De bezetting van dit stuk land zou uiteindelijk 22 jaar - tot het jaar 2000 - gaan duren. Ook werd in dezelfde tijd de relatie bestendigd tussen Israël en het 'Leger van Zuid Libanon' (SLA) een groepje door Israël betaalde en uitgeruste huurlingen, dat onder leiding van de uit het Libanese leger gedroste chistelijke majoor Saad Haddad, tot 2000 een terreurbewind in het zuiden in stand zou houden, compleet met een gevangenis (Khiam) waarin mensen die weigerden met het SLA te collaboreren werden opgeborgen en gemarteld.

Sharon
Ook de jaren daarna waren er regelmatig kleinere schermutselingen. Aanvallen op Israël en terreuracties van Palestijnse groepen werden standaard beantwoord met beschietingen van dorpen en andere burgerdoelen, terwijl ook regelmatig bombardementen werden uitgevoerd op elektriciteitscentales, wegen, bruggen, opslagplaatsen en andere infrastructurele zaken om de Libanese regering onder druk te zetten.
De invasie van 1982 onder leiding van de toenmalige minister van defensie Ariël Sharon ging echter een flinke stap verder. Sharon wilde de PLO uit Libanon verdrijven, en zo mogelijk vernietigen, teneinde het bezit van de Westoever voor Israël veilig ter stellen. Tevens wilde hij in Libanon Israëls christelijke bondgenoten aan de macht brengen om met hen een vredesakkoord te kunnen sluiten. De generaal pobeerde enkele malen de PLO te provoceren door – ondanks een bestand – beschietingen uit te voeren opp Zuid-Libanon. Uiteindelijk greep hij als aanleiding een aanslag aan die door een dissidente Palestijnse groep (de groep van Abu Nidal) werd gepleegd op de Israëlische ambassadeur in Londen. Al kort na het begin van de invasie begon een wekenlang beleg van West-Beiroet. De veldtocht bewerkstelligde, na Amerikaanse bemiddeling, een militaire aftocht van de Palestijnen. Maar het einde van de PLO werd het, zoals wij weten, toch niet. Ook het andere doel: een Libanon, dat onder leiding van president Bashir Gemayel vrede met Israël zou sluiten, werd niet bereikt. Bashir werd weliswaar tot president gekozen, maar kort voor hij aantrad werd hij in september 1982 tegelijk met een groot aantal getrouwen gedood, toen een - door handlangers van Syrië geplaatste - bom zijn hoofdkwartier verwoestte. Gemayel werd opgevolgd door zijn broer Amin, die aanmerkelijk meer afstand hield van Israël. Sharons veldtocht werd zodoende een mislukking, ten koste van zo´n 20.000 Libanese doden en een miljardenschade aan Libanons infrastructuur. Als om het fiasco te onderstrepen pleegden Israëls christelijke (falangistische) bondgenoten onder het toeziend oog van Israëlische militairen ook nog eens een gruwelijke moordpartij op achtergebleven Palestijnen (meest ouden van dagen, vrouwen en kinderen) in de kampen Sabra en Chatila in Beiroet.
Lichamen van vermoorde inwoners Sabra en Chatila

Sharons veldtocht was mislukt, maar had wel een ander effect. Al eerder, midden jaren zeventig, was mede door de druk waaraan Zuid-Libanon blootstond, ingeklemd als het was tussen Israël en de PLO, een emancipatiebeweging ontstaan van de overwegend sjiïtische bevolking. Deze beweging, Amal, aanvankelijk onder leiding van de Iraanse geestelijke Moussa Sadr maar later geleid door de huidige Libanese parlementsvoorzitter Nabih Berri, was redelijk gematigd en klopte - tevergeefs - op Israëls deur om een modus vivendi voor Zuid-Libanon uit te werken. Na de Israëlische inval van 1982 ontstond in de Beka'a-vallei, mede door toedoen van een vanuit Iran gestuurde eenheid Pasdaran (Islamitische Wachters) een radicale afsplitsing onder leiding van Abbas Moussawi, een voormalige leider van Amal. In de loop van de volgende jaren ging zijn groepering samen met een aantal andere anti-Westerse groeperingen, waarvan sommige ontvoeringen, kapingen en aanslagen op hun naam hadden. In 1985 presenteerde dit amalgaam zich als Hizbollah (Partij van God) aan de wereld met een manifest, waarin als doeleinden werden omschreven het vestigen van een islamitische republiek Libanon, de verdrijving van Israël uit Libanon en het laten verdwijnen van Israël als joodse staat.

Nieuwe vijand
Door de geboorte van Hizbollah kreeg Israël te maken met een formidabele nieuwe vijand, die zorgde voor een fikse toename van het aantal slachtoffers onder het Israëlische bezettingsleger, dat zich na de debacle van Sharons veldtocht had teruggetrokken tot aan de rivier de Litani. De oplopende verliezen door de hand van het ´nationale verzet´ (al-muqawwana al-wataniya) zoals Hizbollahs strijders in Libanon meestal werden genoemd, dwong hetIsraëlische leger zich in 1985 verder terug te trekken, tot de al sinds 1978 bestaande 'Veiligheidszone'.
Hizbollah bleef Israël ook daar bestoken (in enkele gevallen met zelfmoordacties). Afgezien van kleine botsingen beantwoordde Israël dat in 1993 met de operatie 'Afrekening' (Din wacheshbon) en in 1996 met de operatie 'Druiven der Gramschap'. In beide gevallen werd de bekende tactiek gevolgd: bombardementen van infrastructurele werken zoals elektriciteitscentrales, olieopslaglaatsen en dergelijke en een beperkte opmars van de grondtroepen. In 1996 deed zich ook een apart drama voor: bij een artilleriebeschieting van een VN-legerpost in het Zuidlibanese Qana werden 108 burgers gedood. Die daar een schuilplaats hadden gezocht.(Dit jaar zouden in hetzelfde Qana bij een ongelukkig bombardement eveneens tientallen burgerslachtoffers vallen). Ook kleinere operaties werden uitgevoerd: zo vuurde Israel in 1992 een raket af op de auto van Hizbollah-leider Moussawi, waarbij deze tezamen met zijn vrouw en vijfjarig zoontje werd gedood. Hij werd opgevolgd door de huidige leider, Hassan Nasrallah.

De niet-aflatende strijd van Hizbollah leidde ertoe dat Israël zich in 2000 eindelijk terugtrok uit de ´Veiligheidszone´, waarmee ook na 22 jaar een abrupt einde kwam aan het Leger van Zuid-Libanon dat in een tijdbestek van 36 uur volledig in elkaar stortte. Vanzelfsprekend was dat een groot succes voor Hizbollah, maar het sociale en politieke belang van de beweging was toen de militaire kant allang voorbijgestreefd. De beweging had in de 20 jaar van haar bestaan een uitgebreid netwerk opgezet van sociale instituties, zoals scholen, goedkope klinieken, plaatsen waar armen financiële ondersteuning kunnen krijgen en zelfs een onderneming voor wederopbouw en rehabilitatie van arme en/of getroffen wijken (jihad al bina). Ook had zij de stap gewaagd naar de politiek door aan de parlementsverkiezingen mee te doen. Bij de laatste verkiezingen haalde zij 12 van de 128 zetels. Uit uitspraken van onder meer Nasrallah, de leider, valt op te maken dat de beweging intussen ook niet langer streeft naar een islamitische republiek Libanon, maar gekozen heeft voor een parlementaire democratie, waarmee het voorbeeld wordt gevolgd van soortgelijke islamistische partijen in onder meer Turkije, Syrië en Egypte en niet te vergeten Palestina (Hamas). Volgens Nasrallah zou zo´n islamitische republiek alleen haalbaar zijn als er een grote parlementaire meerderheid voor te vinden zou zijn, en dat was nou eenmaal niet realistisch in het geval van Libanon.

Ook het oorspronkelijke ideaal van het van de kaart vegen van Israël leek plaats te maken voor een meer pragmatische benadering. Weliswaar bleef Hizbollah Israël bestoken, met als argument dat Israël de waterrijke Sheba Farm niet had teruggegeven (volgens Israël en de VN Syrisch gebied, volgens Libanon en Syrië zelf echter Libanees), maar het waren kleinschalige acties. Een van de doelen ervan was het terugkrijgen van de vele Libanezen die in Israëlische gevangenissen verbleven. Zo werd in 2004 een duizendtal gevangenen geruild tegen enkele lichamen van gesneuvelde Israëli's. En is genoeg reden om te geloven dat Hizbollah met zijn ontvoeringsactie van twee militairen in juli iets soortgelijks in de zin had: namelijk het verkrijgen van een ruilobject voor de drie nog steeds in Israëlische gevangenissen zuchtende Libanezen, plus een aantal Palestijnen een de kaarten van de naar schatting 30.000 Israëlische landmijnen die delen het Zuiden van Libanon nog steeds onbegaanbaar maakten. Sterker nog: Nasrallah zelf gaf in een interview toe dat de Israëlische reactie hem had verrast en dat hij de ontvoeringsactie, die overigens al maanden was gepland, niet had uitgevoerd als hij geweten had dat Israël zo zou reageren.
Blijft over het feit dat Hizbollah bewapend was met grote aantallen raketten - een deterrent tegen de luchtaanvallen die Israël al jaren in Libanon met grote regelmaat ongestraft uitvoert? - en dat Hizbollah strijders in het verleden getraind zijn door Iran. Vraag: maakt dat van Hizbollah een vazal van Iran? Of van Syrië over welks grondgebied die raketten wellicht zijn geleverd? Rechtvaardigt het de steun van Amerika voor het recente optreden van Israël tegen deze ´terroristische beweging´? Het antwoord op deze vraag mag u zelf geven. Als u maar bedenkt dat Israël op grond van dezelfde logica kan worden aangemerkt als vazal van Washington.

vrijdag 17 april 2009

Terugtrekking uit Zuid-Libanon wordt Israels 'Saigon'

Column in het NIW, mei 2000

door Maarten Jan Hijmans
‘Ik ken geen enkele unilaterale terugtocht die triomfantelijk is verlopen,’ verklaarde de Israelische minister van buitenlandse zaken David Levy vorige week. Een wrang understatement voor de kolossale bende waarin Israels aftocht uit Libanon was ontaard. Vijf weken voor de zelf gestelde deadline gingen de laatste mannen van Tsahal de grens over. Weliswaar zonder dat iemand van hen werd gedood of gewond. Maar het was een vertrek met de staart tussen de benen, een vlucht bijna. Beter had niet kunnen worden gedemonstreerd dat Israel na op zijn minst drie invasies, en 22 jaar van bezetting en pogingen (Zuid) Libanon naar zijn hand te zette, weer helemaal terug is bij af.
Dat de terugtrekking zich eerder zou voltrekken dan de deadline van 7 juli, was overigens gepland. Vooruitlopend erop was ook een belangrijk deel van de troepen daarom al eerder teruggehaald. Er resteerden nog enkele honderden manschappen. De bedoeling was dat hun terugtocht zou worden gedekt door het door Israel bewapende en op de been gehouden ‘Zuidlibanese Leger’ (SLA) van generaal Antoine Lahad, en wel zo dat eenheden van de VN-vredesmacht Unifil hun posities zouden kunnen overnemen. In de tussentijd hadden genietroepen dan de kans aan Israels kant van de grens nieuwe verdedigingswerken aan te leggen. Het aanvankelijke plan was geweest om aan de Libanese kant van de grens nog enkele fortificaties aan te houden. Maar premier Barak had ter elfder ure besloten dat het toch een volledige terugtrekking zou worden tot de internationale grens van 1923, teneinde Hezbollah zomin mogelijk redenen te geven om aan te vallen en om een maximale medewerking te krijgen van de VN in New York.
Waar de Israelische militaire planners echter geen rekening mee hadden gehouden, was dat het huurlingenlegertje van Lahad, waarvan Israel nog tot voor zo kort altijd ‘het ijzeren moreel’ had geprezen, als gevolg van het vertrek van hun beschermheren als een kaartenhuis in elkaar zou vallen. Een betoging van shiïtische burgers die op 21 mei opmarcheerden naar Qantara, een dorp aan de rand van de ‘veiligheidszone’, was genoeg. Een shia-eenheid van het SLA, die geacht werd de betogers tegen te houden, liet zijn wapen zakken en gaf zich over aan de autoriteiten. De betogers liepen daarop door en bevrijden op dezelfde manier nog een zevental andere dorpen. Daarmee werd de ''veiligheidszone'' vrijwel in tweeën gedeeld. Tevergeefs probeerden Israelische eenheden het tij te keren door het SLA zich te laten hergroeperen en het vuur te openen op mensen die te dichtbij kwamen. Een zevental mensen vond bij deze operaties nog de dood. Er was echter geen houden aan. In drie dagen gaf meer dan de helft van de ongeveer 2600 SLA-strijders zich over.
Vervolgens was er geen andere keus dan een overhaast vertrek. En dat ging zo haastig dat de luchtmacht enkele malen in actie moest komen om tanks, pantserwagens en ander zwaar materieel dat niet meegenomen kon worden, te bombarderen. Niettemin viel een deel ervan, evenals nagenoeg al het materieel van het SLA, in handen van Hezbollah, dat zijn finest hour beleefde. De Hezbollah-mannen trokken zegevierend binnen, werden als bevrijders begroet en - zo moet gezegd - gedroegen zich ook als ware bevrijders. Enkele christelijke dorpen, waar over de jaren hevig met de Israeli’s was gecollaboreerd, kregen bezoek van getulbande geestelijken die de dorpelingen op hun gemak trachtten te stellen. SLA-leden die zich overgaven, werd een eerlijk proces beloofd en de Hezbollahi waren de enigen die wat orde trachtten te bewaren in de chaos. Onder meer door het verkeer te regelen van de stroom ex-inwoners, die eindelijk naar hun dorpen konden terugkeren, als voorhoede van de tienduizenden die in de loop der jaren van bezetting en terreur waren gevlucht naar de slums van Beiroet of naar de Beka’a, waar zij de Hezbollah-gelederen hadden versterkt.
He was een bevrijdingsfeest. Mensen die elkaar na jaren weer ontmoetten, jongeren die opgewonden rondreden in achtergelaten auto’s, het standbeeld van majoor Saad Haddad, de oprichter van het SLA, dat in Marjayoun werd neergehaald, het monument voor gevallen SLA-leden in Bint Jebeil, nog maar enkele maanden geleden in tegenwoordigheid van hoge Israelische officieren ingewijd, dat werd opgeblazen. Ex-gevangenen die hun familie rondleidden door de cellen in Khiam waar sommigen van hen langer dan 15 jaar hadden gezeten. En onderwijl raakten de grensposten Rosh Hanikra en Metulla verstopt door een stroom van enkele duizenden vluchtelingen. Israel had toegezegd de ‘harde kern’ van het SLA (de veelal christelijke officieren, de rest bestond overwegend uit geronselde shiïeten) en hun families te zullen opnemen. Maar de toeloop was veel groter dan gedacht. Het duurde dagen voordat er opvang was geregeld.
Premier Barak kan er zich nu op beroemen dat hij met de terugtrekking tenminste één van zijn verkiezingsbeloften heeft vervuld. De manier waarop moet hem echter niet vrolijk hebben gestemd. Het was een afgang die nagenoeg gelijkstond met een militaire nederlaag. Zoiets komt hard aan in een land dat zijn militaire superioriteit boven alles stelt. Commentatoren maakten veelvuldig de vergelijking met de vernederende wijze waarop de Amerikanen destijds halsoverkop hun hielen moesten lichtten uit het Vietnamese Saigon. En natuurlijk was er kritiek van politici. De onvermijdelijke Sharon, architect van de invasie van 1982, die sprak van een ‘schandelijke operatie’ en van ‘het verraden’ van het SLA. Rabbijn Chaim Druckman die het achterlaten van zwaar materieel kritiseerde. En Shlomo Benizri, de minister van gezondheid van Shas, die vroeg om een commissie van onderzoek.
Maar misschien belangrijker dan al het andere is nu de vraag: en nu? Want de ‘situatie op het terrein’ is natuurlijk allesbehalve geregeld. Israel gaf het gebied op, met het ironische gevolg dat uitgerekend zijn grootste vijand, Hezbollah, de grote overwinnaar werd. Hezbollah, dat opkwam als een reactie op de invasie van 1982 en de te softe geachte aanpak van de ‘oudere’ shiïtische Amal-beweging, die meerdere malen - tevergeefs - heeft geprobeerd met Israel een modus vivendi uit te werken. Hezbollah, dat heeft laten zien dat gewapend verzet tegen het machtige Israel soms toch loont.
Dit Hezbollah heeft misschien geen territoriale claims meer na het Israelische vertrek, maar zijn geestelijk leider Hassan Nasrallah heeft inmiddels gezegd dat de strijdbijl niet begraven is zolang nog steeds Libanese gevangenen in Israelische gevangenissen zuchten. En het is de Hezbollah-strijders nu wel heel makkelijk gemaakt. In sommige gevallen hoeven zij niet veel meer te doen dan het gooien van een handgranaat van een heuveltop om een kibboetz in Israel te treffen. In theorie zou Unifil(dat door Israel ook bij de demarcatie van de grens van ‘23 werd ingeschakeld) op het voorkomen van incidenten kunnen toezien. Maar toen Israels aftocht plaatsvond, had VN-afgezant Terje Larsen een aantal gespreksronden over uitbreiding van Unifil nog nauwelijks afgerond. De rapportage aan New York en het debat over uitbreiding van het Unifil-mandaat moeten nog beginnen. De uitkomst ervan is moeilijk te voorspellen. De animo voor het leveren van troepen voor de ondankbare Unifil-waakhondfunctie is niet groot. Twee landen (Ierland en Finland) hebben zelfs laten weten dat zij hun troepen juist nu willen terughalen.
Van cruciaal belang is natuurlijk de houding van Syrië. Dit land heeft Hezbollah jarenlang gezien als één van de kaarten in het spel om de teruggave van de Golan. En weliswaar heeft Syrië, op een bijeenkomst van de Syrische, Saoedische en Egyptische ministers van buitenlandse zaken in Palmyra de Israelische terugtrekking een stap voorwaarts genoemd en ingestemd met een grotere Unifil-rol, maar de Hezbollah-kaart geeft het nog niet op. Farouk Shara’a, de Syrische minister van buitenlandse zaken, zei vorige week donderdag op een bijeenkomst met EU-ministers in Lissabon dat Libanon wèl gendarmerie voor de ordehandhaving naar het Zuiden zal sturen, maar niet zijn leger. Verder achtte hij het uitgesloten dat de ‘verzetsbeweging’ Hezbollah zal worden ontwapend.
Zodat de mogelijkheden voor het uit de hand lopen van incidenten aan alle kanten loeren. Barak zou in de komende maanden nog wel eens spijt kunnen krijgen dat hij een doorbraak in het vredesoverleg met Syrië die voor het grijpen lag, heeft laten lopen. Want in het kader van zo’n deal was een aftocht uit Libanon die was omgeven met keiharde afspraken, een fluitje van een cent geweest.

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...