donderdag 5 februari 2009

 


Uit: Ravage 4 van 19 maart 2004

Een artikel uit 2004 dat nog steeds goed weergeeft hoe de stemming na 2000 (na de mislukte Camp David besprkingen tussen Clinton, Barak en Arafat en na het begin van de tweede intifada) omsloeg. Het stuk gaat over de veranderde aanpak van het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI), maar bij nader inzien speelde CIDI in op een trend. Dat geeft stof tot nadenken.

Het CIDI neemt de bochten
wat korter

Het CIDI hield zich als Nederlands bekendste joodse lobby-organisatie lange tijd keurig aan de regels van het polderoverleg. Sinds het uitbreken van de Tweede Intifada in 2000 is de nuance echter ver te zoeken en profileert ze zich als spreekbuis van Israëlisch rechts.

'Geen Arabisch tribunaal tegen Israël', kopte het informatieblaadje van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) bij aanvang van de hoorzittingen in Den Haag over de bouw van de muur. Een vreemde demagogische kop. Wordt het Internationaal Gerechtshof een 'Arabisch tribunaal' als sommige landen weigeren als getuige op te treden?

Het CIDI. Iedereen kent het. Door stukjes in de krant - al of niet in de brievenrubrieken - en de regelmatige verschijning van directeur Ronnie Naftaniël of adjunct-directeur Hadassa Hirschfeld op radio en tv. Het CIDI is onze nationale joodse lobby, ingevoerd in de materie, gepokt en gemazeld in het verdedigen van Israël.

Tot nog toe was dat altijd een redelijk genuanceerde lobby, uitgesproken maar niet fanatiek. Tot nog toe - dat wil zeggen voor het uitbreken van de Tweede Intifada in 2000 en het begin van het Tijdperk-Sharon een jaar later - was het CIDI heel anders dan de Amerikaans joodse lobby AIPAC (American Israel Public Affairs Committee), waar wel degelijk sprake is van een aantal onaantastbare uitgangspunten.

Zo vindt AIPAC dat Israël eigenlijk boven alle kritiek is verheven omdat het land wordt bedreigd. Ook mag volgens AIPAC niet aan Amerika's hulp aan Israël, zo'n drie miljard dollar per jaar, worden getornd. Want Israël staat in het Midden-Oosten immers pal voor de westerse waarden. Ook heeft AIPAC een ongekend stevige greep op het Congres, de Amerikaanse beleidsmakers en de pers. AIPAC komt regelmatig met initiatieven in de volksvertegenwoordiging en deinst er niet voor terug om gekozen vertegenwoordigers politiek af te schieten.

Hollands

Zo'n soort lobby is het CIDI nooit geweest. Het CIDI is er niet machtig genoeg voor. Bovendien was het ook te Hollands, te veel verknocht aan ons poldermodel van overreding in plaats van aan machtspolitiek of intimidatie. Ook had het CIDI zijn eigen standpunten die niet noodzakelijkerwijs overeenstemden met de politiek van de Israëlische regering.

,,Het is hier allemaal wat vriendelijker en kleinschaliger'', zei Ronnie Naftaniël een paar jaar geleden in een interview. ,,We zijn en blijven weliswaar een pro-Israël organisatie, maar we hebben een zekere eigen inbreng. We zijn veel minder right-or-wrong-my-country dan AIPAC. We hebben bijvoorbeeld nooit de Palestijnse rechten bestreden op zelfbeschikking of zelfs eventueel een eigen staat. Ook zijn we altijd tegen de Israëlische wet geweest die (in de jaren tachtig) contacten tussen Israëli's en Palestijnen verbood. Spreken met elkaar leek ons toch dé manier om tot een oplossing te komen.''

Een gematigde opstelling, die goed aansloot bij hoe er in Nederland in het algemeen werd gedacht. Toen ruim tien jaar geleden de Oslo-akkoorden bekend werden, toog Naftaniël dan ook onmiddellijk naar de Laan Copes van Cattenburg in Den Haag om de daar zetelende PLO-vertegenwoordiger in Nederland voor het oog van de tv-camera´s de hand te drukken. ,,Ik ben blij dat u eindelijk de weg naar mij hebt weten te vinden'', zei deze vertegenwoordiger, Youssef Habbab, hem. Waarop Naftaniël riposteerde: ,,Ik ben blij dat de PLO dit eindelijk mogelijk heeft gemaakt.''

Uitlegkussen

Kortom, huiselijk, Nederlands, acceptabel. ,,Wat ik altijd buitengewoon slim heb gevonden van de constructie van het CIDI is dat het zo in de Nederlandse samenleving is geworteld'', zegt Bertus Hendriks, ex-Palestina Komitee en al weer heel wat jaren Midden-Oosten redacteur van Radio Nederland Wereldomroep, desgevraagd.

Hendriks: ,,Op die manier geven ze niet alleen de formele Israëlische positie, maar ook een soort informele positie weer. Dat betekent in de praktijk dat minder verkoopbare aspecten van de Israëlische politiek worden uitgelegd op een manier die is afgestemd op de Nederlandse verhoudingen. Zo kan je tegemoetkomen aan eventuele kritiek zonder de fundamenten aan te tasten.''

Volgens Hendriks werkt deze manier heel goed. ,,Ze zijn een soort kussen, een uitlegkussen, dat er steeds tussen zit en kritiek opvangt en dempt.''

Hendriks heeft ook bewondering voor de efficiëntie van het CIDI. ,,Ik heb dat gemerkt in mijn Palestina-Komitee-tijd. Als middelbare scholieren een scriptie wilden maken over Israël of het Palestijnse probleem, hoefden ze maar te bellen en kregen ze keurig een mapje met informatie toegestuurd. Dat is bij de Arabische vertegenwoordigingen wel anders. Daar krijgen ze de een of andere functionaris aan de lijn die niet weet wat hij moet doen. En waarschijnlijk gebeurt er dan verder nooit iets.''

Hendriks' mening wordt in brede kring gedeeld. Bij de PLO-vertegenwoordiging wordt misschien nog wat zacht achter de hand gemompeld: 'Tja het CIDI, hadden wij ook maar zoiets.' Maar onder politici wordt van PvdA-links tot klein rechts zonder meer lovend over het CIDI gesproken. Ze weten wat je wilt, ze voeden je met informatie en je kunt een gesprek met ze voeren. Het zijn geen diehards. Het is een verstandige lobby.

Het CIDI heeft door de jaren heen (vooral dankzij de contactuele eigenschappen van Naftaniël) steeds een aantal trouwe supporters in de Kamer gehad. VVD-Kamerlid Weisglas stond - voordat hij Kamervoorzitter werd - als het CIDI hem ergens op attendeerde vaak klaar om kritische vragen aan een minister voor te leggen of anderszins in actie te komen. D66 voorman Boris Dittrich, samenlevend met een joodse partner, is een ander voorbeeld.

Nieuwe toon

Dat was allemaal zo tot voor een paar jaar. Eigenlijk tot het moment dat in Israël en ook daarbuiten het als een waterscheiding is gaan werken: het mislukken van het topoverleg tussen de toenmalige Israëlische premier Barak, PLO-leider Arafat en de Amerikaanse president Clinton in Camp David in juli 2000.

De mislukte top betekende het definitieve einde van 'Oslo' en werd de opmaat tot de Tweede Intifada, het aantreden van Sharon en de huidige grimmige logica van steeds terugkerende Israëlische militaire acties in bezet gebied en regelmatige Palestijnse zelfmoordaanslagen.

Het werd ook het begin van een nieuwe toonzetting in het Israël-Palestina debat. In één klap was de verzoenende toon van de jaren negentig verdwenen en werden de tegenstellingen weer aangescherpt. Palestijnen waren weer gewoon 'terroristen', Arafat was net als vroeger 'niet te vertrouwen' en Israël 'werd bedreigd'.

Vragen over hoe dat dan zat met die nederzettingen in Palestijns gebied en waarom Israël indertijd niet gewoon de afspraken onder Oslo had uitgevoerd, waren niet langer aan de orde. En al helemaal niet meer na de aanslagen op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. Vanaf dat moment speelde Israël gewoon zijn partijtje mee in de 'wereldwijde oorlog tegen het terrorisme'.

Oprichting

Het CIDI werd opgericht kort na de Jom Kippoer-Oorlog van 1973, als een reactie op een plotselinge omslag in het denken van destijds. De Arabische landen zetten in deze oorlog het oliewapen in en mede als gevolg daarvan bevond Israël zich na deze oorlog ineens in een isolement. Zeker in vergelijking met de eerdere Zesdaagse Oorlog van 1967, toen heel Nederland nog 'achter Israël stond'.

De ietwat naïeve gedachte achter de oprichting van het CIDI was dat als je de mensen maar vertelde hoe het écht zat, het wel weer goed zou komen met Israël in de publieke opinie. Het initiatief kwam van mr R.A. Levisson, directeur van een drukkerij in Den Haag, die ook de eerste directeur van het CIDI werd, samen met de toenmalige ambassadeur van Israël Hanan Bar-On.

Deelnemers aan het project waren de drie joodse kerkgenootschappen, het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), het Portugese Kerkgenootschap (PIG) en het Liberaal Joodse Kerkgenootschap (LJG). Plus andere joodse organisaties als de Zionistische Federatie, de loges van Bnei Brith, et cetera. Allen zegden ze financiële steun toe. En daarmee besteedden ze als het ware ook hun eigen lobby-activiteiten aan het CIDI uit.

De opzet van het CIDI was aanvankelijk eenvoudig en Nederlands braaf. Er werd een knipselarchief (en later ook film en tv-archief) opgezet en er werden brochures uitgegeven. Gaandeweg kwam daar een informatieblaadje bij en later een website.

Wel werden al vroeg goede contacten met pers en politici gelegd. Zo was er al in 1974 een door het CIDI georganiseerde manifestatie tegen de 'Zionisme is Racisme' resolutie van de VN waar mensen als Ed van Thijn en Hans Wiegel het woord voerden.

Overigens was vooral Naftaniël, die eind jaren zeventig als adjunct-directeur bij het CIDI kwam en begin jaren tachtig Levisson opvolgde, goed in het leggen van dit soort contacten. Zijn binnenkomer bij het CIDI was meteen een voltreffer: een zwartboek over de invloed van de Arabische boycot op Nederlandse bedrijven, dat in 1979 leidde tot een parlementaire enquête. Zijn contacten met de media en de politiek zijn nog steeds uitstekend. ,,Als we wat willen, hebben we de kanalen'', zegt hij erover.

Kritiekloos

Dat is vast nog steeds waar. Maar de harde werkelijkheid in Israël-Palestina heeft de joodse polderlobby inmiddels behoorlijk in haar greep gekregen. Van een benadering die weliswaar Israël in een gunstig daglicht stelt maar toch ook ruimte biedt aan andere interpretaties, is sinds Camp David 2000 niet heel veel meer te merken.

De militaire escalatie, de verharding van de tegenstellingen en de totale afwezigheid van enig uitzicht op een oplossing via onderhandelingen, hebben gemaakt dat het CIDI ineens vrijwel totaal kritiekloos opereert jegens Israëlisch rechts.

Dat begon met het zogenaamde fantastische aanbod van Barak in Camp David in juli 2000, waar het CIDI geen seconde vraagtekens bij heeft geplaatst. Het uitte zich vervolgens in het opzetten van clubjes bij joodse kerkgenootschappen en andere instellingen om mensen te oefenen in het schrijven van ingezonden brieven naar kranten, radio en tv als daar niet aardig genoeg over Israël wordt bericht. Een activiteit die heel populair is in de VS maar waar het CIDI zich tot dusver niet voor had geleend.

CIDI-medewerkers werden ondertussen op cursus gestuurd in Israël om daar de laatste zionistische debating trucs te leren die er meestal op neerkomen dat je in een debat je opponent niet op de hoofdzaak moet bestrijden, maar hem moet lastigvallen over de details. Dat is een soort filibuster-techniek die mensen die er niet op verdacht zijn behoorlijk van de wijs kan brengen en dus vaak scoort.

Nog een maatregel die erop was gericht om het hoofd te bieden aan de toegenomen druk op Israël, was de oprichting van Jong-CIDI, een soort studenten-aanhangsel van het CIDI. De leden van deze club onderscheidden zich in hun korte bestaan vooral door met insinuerende vragen en irritante interrupties tijdens debatten over het Midden-Oosten te verstoren.

Demonstratie

Maar het dieptepunt is toch het recente optreden van het CIDI in Den Haag. Als de eerste de beste ultra-rechtse actiegroep stelde de lobbygroep zich plotseling achter de Israëlische afwijzing van het door de Algemene Vergadering van de VN gevraagde advies aan het Internationaal Gerechtshof over de bouw van Israëls 'afscheidingshek'.

De verlengde arm van Israëlisch rechts riep zelfs op tot een demonstratie bij het Vredespaleis. Ronnie Naftaniël stond de internationale pers gretig te woord bij het authentieke wrak van een opgeblazen Israëlische bus en tegen de achtergrond van de foto's van ruim 900 Israëlische slachtoffers van Palestijns geweld.

Alsof de Palestijnen daar niet een drievoud van het aantal foto's van gedode Palestijnen tegenover hadden kunnen stellen. Alsmede tientallen wrakken van auto's die bij gerichte moordacties tegen vermeende Palestijnse kopstukken door raketten werden vernield. Of foto's van hele flatgebouwen en delen van dorpen en steden die door Israëlische acties zijn verwoest.

De genuanceerde joodse polderlobby nam ineens totaal geen afstand van het feit dat de muur voor het grootste deel niet op de grens, maar juist in Palestijns gebied wordt gebouwd, joodse nederzettingen bij Israël voegt en tal van Palestijnse steden en gebieden doorsnijdt en isoleert. Met haar optreden rond het proces maakte het CIDI op ondubbelzinnige wijze duidelijk de voornaamste pro-Israël organisatie in dit land te zijn.

Maarten Jan Hijmans



Geen opmerkingen: