donderdag 5 februari 2009

Verhagen en het Gaza-offensief

De brief die Minister Maxime Verhagen van buitenlandse zaken op 7 januari 2009 aan de Tweede Kamer schreef over Israels offensief in Gaza, blijft een kleine maand later nog steeds een verbijsterend voorbeeld van leugenachtig taalgebruik en hypocriet politiek gedrag. Alleen het begin al: 'Sinds 27 december 2008 voert Israël militaire acties uit in de Gazastrook. Daarmee reageert Israël op raketbeschietingen van burgerdoelen vanuit de Gazastrook door Hamas. De humanitaire situatie in de Gazastrook, die voordien al ernstig was, is in deze periode verslechterd.' (Cursivering van mij, AP).
De humanitair situatie verslechterd. Jawel. Je hoort het hem zeggen met dat gezellige Limburgse accent en die theatrale, ernstige blik die me altijd het ongemakkelijke gevoel geeft dat hij intussen denkt: 'wat heb ik ze allemaal weer lekker te pakken'. Op het moment dat Verhagen zijn handtekening zette onder dit stuk, waren als gevolg van die 'verslechterde humanitaire situatie' volgens het Palestijnse ministerie van Gezondheid al 620 doden gevallen en 2850 gewonden, onder wie een hoog percentage vrouwen en kinderen. Verhagen meldt dit in zijn brief, maar meldt tegelijkertijd dat volgens de VN sinds het begin van Israëls grondoffensief (alweer cursivering van mij) tenminste 94 doden waren gevallen. Dat zijn dus twee categorieën slachtoffers die niets met elkaar te maken hebben, maar Verhagen concludeert eruit dat 'het exacte aantal slachtoffers vanwege de omstandigheden moeilijk te bepalen' is.
Het is kenmerkend voor zijn hele brief. Want natuurlijk was op het moment dat hij dat schreef al volop te concluderen dat er gigantisch veel slachtoffers waren en een enorme hoeveelheid vernielingen. En ook dat het eind nog lang niet in zicht was (klik bijvoorbeeld hier om de balans te zien die het Palestinian Center for Human Rights opmaakte). Uiteindelijk was Israel begonnen met het bombarderen van een parade van zojuist afgestudeerde politiekadetten (zo'n 40 doden) en alle 60 politieposten in Gaza. Daarop waren onder meer het parlementsgebouw, de universiteit en de ministeries aan de beurt. Verder was in kranten en op de tv (het moet gezegd: vooral buitenlandse kranten en tv, maar dat mag geen excuus zijn voor Verhagen) volop melding gemaakt van bombardementen op woonhuizen (voorbeeld: Hamas-voorman Nizar Ghayyan die met zijn vier vrouwen en tenminste zeven van zijn kinderen met woonhuis en al naar de andere wereld werd gebombardeerd), of van drama's waarbij vijf zusjes uit één gezin werden gedood, of zelfs hele families werden gedecimeerd (de Samouni-familie bijvoorbeeld).
Maar Verhagen verwacht - namens Nederland - dat 'Israël, zoals het heeft verklaard te zullen doen, al het mogelijke zal doen om te voorkomen dat burgers slachtoffer worden van de militaire actie'. Alsof politiebureaus en regerinsggebouwen etc. geen burgerdoelen zijn.
Natuurlijk was het kul wat Israël zei en was de Gaza-operatie een exacte kopie van de even misdadige actie in Libanon van 2006, waarbij ook volop de burgersbevolking en burgerdoelen werden aangevallen als een soort 'deterrent' voor Hezbollah. Jullie vallen ons aan? Dit krijg je ervoor terug. 'Het prijskaartje' tonen voor aanvallen op Israëlische doelen, zo noemen ze dat in militaire kringen in Tel Aviv, lees ik in Haaretz.
Het zal Verhagen een zorg zijn. In zijn brief herhaalt hij de Israelische propaganda-nonsens dat Hamas zou schuilen tussen de burgers in Gaza (het zijn voor het grootste deel de burgers van Gaza, beste Maxime). Ook goochelt hij verhullend met cijfers om te niet al te erg te laten uitkomen dat Israël geen of maar hele kleine beetjes humanitaire hulp en voedsel doorlaat en wordt - alleen tussen de regels - toegegeven dat Hamas weliswaar het bestand had opgezegd, maar dat Israël het eerder al had gebroken.
Beschamend. Ooit was Nederland beroemd om zijn ijveren voor de mensenrechten. Dat was onder minister Max van der Stoel. Onder Peter Kooijmans hoorden we daar nog wat echo's van. Maar onder Maxime Verhagen zijn mensenrechten deelbaar geworden. Ze bestaan in Congo, Darfour en een heleboel andere plaatsen in de wereld. Maar duidelijk niet overal.

Geen opmerkingen: