dinsdag 19 mei 2009

Obama's eerste klap was vooral een misser

Bij zijn eerste ontmoeting in Washington met Bibi Netanyahu heeft Obama twee dingen goed gedaan en drie dingen fout. Het goede was in de eerste plaats dat hij zijn poot stijf heeft gehouden wat Iran betreft. Het blijft in eerste instantie bij toenadering zoeken in plaats van confrontatie. Blijkbaar had ook Obama wel begrepen dat Netanyahu's gehamer op het Iraanse gevaar, en op de mogelijkheid van het smeden van een coalitie met gematigde Arabische landen tegen Iran, vooral een afleidingsmanoeuvre van Bibi was om niet over Palestina te hoeven praten.
Het tweede dat goed was, was het feit dat Obama (nog) niet de confrontatie heeft gezocht en de tijd heeft genomen om een goede atmosfeer te kweken, waarin veel vriendelijkheden konden worden uitgewisseld over de hechte banden tussen de twee landen en zo meer. Dat hij erin geslaagd lijkt de persoonlijke sfeer goed te houden - iets wat Clinton absoluut niet lukte met Netanyahu; Clinton haatte de man, zo lezen we in het boek van Martin Indyk, Innocent Abroad - betekent waarschijnlijk dat hij nog wel wat rek in de situatie heeft weten te houden.

Maar de fouten die hij heeft gemaakt zijn ernstig. Het feit dat hij Annapolis noemde en is teruggevallen op de Routekaart (Roadmap for Peace) is een blunder van de allereerste orde. In plaats van dit document te laten voor wat het is - dood en in staat van ontbinding - graaft hij het op en geeft hij zo de Israëli's weer de gelegenheid eindeloos te gaan chicaneren. Er zit die duivelse wederkerigheid in verpakt die hen de gelegenheid geeft te zeggen dat de Palestijnen niet doen wat van hen wordt gevraagd (geweld elimineren, lees: Hamas isoleren en Hamasleiders doden) zodat ook zij van hun kant niets hoeven te doen. Wat betekent dat er geen bouwstop in de nederzettingen komt en ook geen nederzettingen worden opgeruimd. Het allerergste is misschien nog dat Obama zich zo ingraaft in dat hele zogenaamde vredesproces zoals dat in de tijd van G.W. Bush nog veel verder in het slop is geraakt, en op die manier het gras voor zijn eigen voeten wegmaait. Want nu is het moeilijk om straks nog te komen met een echte eigen aanpak, iets dat de Routekaart overstijgt. Waarom niet meteen begonnen met een eigen agenda, bijvoorbeeld gekoppeld aan de parameters van Clinton - een eigen onafhankelijke staat voor de Palestijnen, een oplossing voor het vluchtelingenprobleem, een functionele deling van Jeruzalem. Hij had die parameters al of niet kunnen bijstellen, maar het was hoe dan ook een veel beter klinkend begin geweest dan al dat gezwatel uit George W.'s tijd.

Obama's tweede ernstige fout was dat hij bekend heeft gemaakt dat hij de Arabische- en moslim-landen zal vragen al direct tijdens het nog te starten proces hun banden met Israel te normaliseren. Dat is overduidelijk het paard achter de wagen spannen. Israel krijgt - als het Obama lukt - weer eens iets gratis zonder dat het zelf veel hoeft te leveren. Egypte was er het eerst mee, Jordanië volgde later. Ze zijn daar gek op in Jeruzalem - er is is zelfs een naam voor: peace for peace, in plaats van land for peace. Maar het betekent wel weer een incentive minder om Israël straks tot echte stappen te bewegen.

De derde fout van Obama was dat hij geen gebruik maakte van de mogelijkheid een carrot and stick aanpak te volgen, terwijl de tijd daar nu wel degelijk rijp voor is.
Als aanhangsel van het Amerikaanse blad The Nation blogt Robert Dreifuss: The Dreifuss Report. Daarin beschrijft hij vandaag de resultaten van een opinieonderzoek van Zogby International, het pollinginstituut van de Arabische Amerikaan James Zogby. Het verassendste resultaat van dat onderzoek is dat 50 procent van de Amerikanen vindt dat het nu tijd is dat de VS zich krachtig (tough) opstellen tegenover Israëls nederzettingenpolitiek, terwijl slechts 19% daar tegen is en 32% het niet weet.
Ook in het algemeen vinden de Amerikanen - hoewel zij de Israëli's hoogachten (71-21 %) en de Palestijnen laag (25- 66 %) het met een verschil van 45 tegen 44% nu tijd om 'tough' tegen Israel op te treden. Als gekeken wordt naar mensen die voor Obama hebben gestemd is de marge zelfs 71 tegen 18 %, (voor de McCain stemmers was het andersom: 82-9 procent).
Als we hier ook nog bij bedenken dat in 2008 76% van de Amerikaanse Joden voor Obama stemde, dan is duidelijk dat Obama - misschien wel voor het eerst sinds de geboorte van AIPAC in 1953 - niet zo heel erg bang meer hoeft te zijn voor de Joodse lobby en ook dat zijn constituency een hardere lijn zal steunen en daar eigenlijk zelfs om vraagt.
Dat Obama hier niet op in heeft gespeeld en duidelijke quid pro quo's heeft afgebakend - bijvoorbeeld op het gebied van de nederzettingenpolitiek, of het verjoodsen van Oost-Jeruzalem, dan wel een andere houding van Bibi ten opzichte van de inter-Palestijnse verhoudingen (verzoeningsgesprek 26 mei in Cairo tussen Hamas en Fatah) - is een ernstige tactische fout. Misschien komt het nog als Obama op 4 juni in Cairo een als belangrijk aangekondigde policy speech gaat houden. Maar de openingszet heeft hij op pijnlijke wijze gemist. We moeten vrezen dat dat niet veel goeds belooft voor de toekomst.

Geen opmerkingen: