woensdag 6 april 2011

De losse flodders van een rechtse professor

Ik heb het wel eens vaker aangehaald. Een oudere collega die mijn eerste stapjes op het journalistieke pad  waarnam, voegde me ooit de wijsheid toe:  ´Rechts mag beweren wat het wil, links moet alles altijd eerst maar eens bewijzen´.
Ik heb nooit reden gehad om aan deze uitspraak te twijfelen, de juistheid ervan werd keer op keer aangetoond. Zo ook vandaag in de Volkskrant. Daarin stond een stuk waarin Afshin Ellian, hoogleraar ´sociale cohesie, burgerschap en multiculturaliteit´ aan de universiteit van Leiden, beweert dat de VN hun ´standpunt moeten herzien over de Gaza-oorlog nu blijkt dat Israel geen burgers heeft willen treffen´.
Ellian
Ellian haakt daarbij natuurlijk aan bij de commotie die rechter Richard Goldstone heeft veroorzaakt door in  de Washington Post afstand te nemen van het rapport dat zijn naam draagt over de Israelische inval in Gaza in december 2008 en januari 2009. Dit Goldstone-rapport, resultaat van een vier man sterke ´Fact Finding´ missie in opdracht van de VN Commissie voor de mensenrechten, zou er ´anders hebben uitgezien als hij toen geweten had wat we nu weten´, schreef Goldstone. Israel had zelf  400 incidenten onderzocht en daaruit zou zijn gebleken dat er geen sprake was geweest van opzet om burgers te doden, zodat er geen sprake zou zijn van oorlogsmisdaden. Daarop schreef Ellian: ´Goldstone heeft zijn eigen standpunt herroepen. Nu is het de beurt aan de VN.´

Tja. Stel de voorzitter van een parlementaire enquete-commisie komt naderhand tot een andere conclusie dan is vervat in het eindrapport van die commissie. Moet dan het hele onderzoek maar in de prullenmand? Dat is natuurlijk kul. Ellian, die zijn rechtse politieke overtuiging nooit onder stoelen of banken heeft gestoken, laat, kortom, weer eens zien dat hij vaak gewoon maar wat roept. 
Ook over de flinterdunne motivering die Goldstone gaf voor zijn ommezwaai, komt Ellian met een totaal loze bewering: ´Israel  verrichtte een uitputtend en gedetailleerd onderzoek naar de Palestijnse burgerslachtoffers,´ schrijft hij. ´De vraag was of deze burgers opzettelijk, dat wil zeggen willens en wetens, door de Israëlische strijdkrachten om het leven zijn gebracht. Nadat de resultaten van dit onderzoek aan de VN waren voorgelegd, trekt Richard Goldstone nu een andere conclusie.´
Nou, dat was allemaal wat minder concreet dan Ellian doet voorkomen, eerlijk gezegd viel het een beetje tegen.  De VN- Commissie van Onafhankelijke Experts, die over de follow up op het Goldstone rapport moest berichten (en dat is de commissie waar Ellian hier naar verwijst) heeft om te beginnen helemaal nooit de resultaten van welk onderzoek dan ook voorgelegd gekregen. Zij klaagt er juist over dat Israel op geen enkele wijze heeft meegewerkt. Ook is het nogal de vraag hoe uitputtend dat Israelische onderzoek wel was. Israel heeft namelijk altijd geweigerd de vraag te onderzoeken of de oorlog gerechtvaardigd was (eraan voorafgaand had Hamas immers maandenlang een bestand in acht genomen dat door Israel werd verbroken) en of hij op een aanvaardbare manier werd gevoerd. Vandaar dat de planners, de politici die de besluiten hadden genomen en de commandanten die de veldtocht hadden uitgevoerd, dan ook in Israels eigen onderzoek nooit mochten worden verhoord. Verder ging het om 400 eigen Israelische onderzoeken (achter gesloten deuren, zodat we de gang van zaken niet kennen) die resulteerden in 52 strafrechtelijke onderzoeken, waarvan er  nu -  2,5 jaar na dato - slechts drie uitmondden in een aanklacht, waarvan er twee op hun beurt weer leiden tot veroordelingen. Eén voor het stelen van een creditcard (7 maanden) en een voor het gebruiken van een Palestijns jongetje als menselijk schild (drie maanden voorwaardelijk (!).  Dat is nauwelijks indrukwekkend te noemen.
En dat ging dan alleen om individuele gedragingen van militairen. Daarnaast kwamen nog heel wat andere zaken aan bod in het Goldstone rapport (maar ook in documentatie van organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en de Israelische mensenrechtenorganisatie B´tselem) waaruit de nodige vragen rezen over Israels bedoeling om burgers geen kwaad te berokkenen  Bijvoorbeeld het gebruik van witte fosfor en zware (onmogelijk echt zuiver te richten) granaten in dichtbevolkte gebieden, het verhinderen van het verlenen van medische bijstand aan slachtoffers, en het beschieten van ambulances waardoor veel gewonden alsnog overleden. Het op grote schaal doden van politiemannen, het vernielen van overheidsgebouwen, scholen en de universiteit, het vernielen van de elektriciteits- en de watervoorziening en de rioleringssystemen, en dat nog afgezien van de 3500 huizen die volledig werden verwoest.
Dan waren er nog gevallen als dat van Nizar Rayan, een leider van Hamas, die door een bombardement werd  gedood, tegelijk  met zijn vier vrouwen en 11 kinderen, hoewel Israel wist dat die zich in zijn nabijheid bevonden. Hoezo wilde Israel de Palestijnse burgers geen kwaad doen? En hoe komt het dan trouwens dat van de ongeveer 1400 slachtoffers er minimaal 758 burgers waren, onder wie 318 kinderen? (Cijfers van B´tselem). Hoe kan het dat het er zoveel waren als Israel hen geen kwaad wilde berokken?

Dat zijn zo van die dingen waar professor Ellian geheel aan voorbijloopt, zonder zich te realiseren dat ook die dingen een plaats hadden in het Goldstone rapport, vragen over de intenties van de veldtocht en over wat de ´proportionaliteit´ wordt genoemd, de verhouding tussen het doel en de ingezette militaire middelen. Ellian, heeft het daar niet over. Wel haalt hij nog wat loze opmerkingen uit de kast over Hamas dat met opzet raketten zou lanceren van de daken van huizen van burgers om martelaren te creëren en Israel dat juist moraal en recht zou respecteren (iets wat de Israelische propaganda tijdens de oorlog ook steeds zei). In één adem haalt Ellian er de Israelische professor Moshe Halberthal bij, die ooit vluchtig betrokken was bij het formuleren van de gedragscode van het Israelische leger. Halberthal  legde destijds in de New Republic uit hoe een oorlog als deze van gewone oorlogen verschilde, zegt Ellian.´Er is geen front. De soldaten dragen geen uniform. Voor Hamas is elk Palestijns huis een front. Hamas en andere islamitische terroristen bekommeren zich niet om het leven van de eigen bevolking: hoe meer doden, hoe meer martelaren, hoe beter.´
En ach, het is al weer een losse flodder. Ellian begeeft zich hier namelijk, waarschijnlijk zonder het te weten, op heel erg glad ijs. Want de gedragscode van het Israelische leger, die uiteindelijk werd geformuleerd door professor Asa Kasher (en in tegenstelling tot wat Halberthal en anderen hadden vastgesteld) stelt dat het in dit soort asymetrische oorlogen gerechtvaardigd is dat de Israelische soldaten niet hun leven wagen om burgers te sparen zoals de oorspronkelijk code zei, maar juist granaten, mortieren en raketten het werk laten doen. Met alle gevolgen van dien voor een groter aantal slachtoffers en meer schade aan de kant van de burgerbevolking. (Ziehier bijvoorbeeld een discussie over dit onderwerp)
Juist dat bijstellen van de code of conduct van het meest morele leger ter wereld is één van de redenen waarom het Goldstone rapport niets aan geldigheid verliest, zelfs al zou een van de opstellers ervan van mening zijn veranderd. Zo vliegen de losse flodders van Ellian hemzelf toch nog in zijn gezicht.  
.
PS In dezelfde Volkskrant staat natuurlijk ook nog een artikel van Ronny Naftaniel, directeur van het CIDI met een zelfde soort oproep. Het onderscheid zich in gunstige zin van dat van Ellian doordat Naftaniel opmerkt dat Goldstone elementen van zijn rapport herroept, en niet het hele rapport. Dat is een meer realistische benadering. Naftaniel is dan ook aanmerkelijk minder rechts dan Ellian. Voor de rest valt er over Naftaniels verhaal weinig te zeggen. Hij had niet veel anders kunnen schrijven. Hij doet gewoon zijn werk.

dinsdag 5 april 2011

De lente die in Tunesië begon

Het volgend stuk over de revolutie in Tunesië schreef ik voor het themanummer ´Arabische Lente´ van het Midden-Oosten tijdschrift ZemZem dat aan het eind van dit eerste kwartaal van 2011 verscheen. De foto´s staan niet in ZemZem, die heb ik later toegevoegd.

Revolutie in Tunesië

Maarten Jan Hijmans volgde als blogger de Tunesische opstand vanaf het allereerste begin. ‘Het was bizar: een van de belangrijkste revoluties van de afgelopen decennia drong wekenlang niet tot de buitenwereld door, kennis ervan was beperkt tot de insiders. Het was bloedstollend. Zou de revolutie slagen?’
Kleine gebeurtenissen hebben soms grote gevolgen. De miljoenen mensenlevens die verloren gingen in de Eerste Wereldoorlog waren het gevolg van een moordaanslag op een Habsburgse kroonprins in Sarajevo. Een opvoering van de opera La Muette de Portici van Daniel Auber in Brussel gaf in 1830 de stoot tot de opstand die België onafhankelijk maakte van Nederland. En zoals langzamerhand de hele wereld weet, was het de zelfverbranding van Mohamed Bouazizi, een 26-jarige verkoper van groente en fruit in de provinciale hoofdstad Sidi Bouzid, die de aanleiding werd voor een omwenteling in Tunesië. Een omwenteling die op haar beurt weer model stond voor de opstand in Egypte en in het Midden-Oosten al veel meer heeft los gemaakt.

Mohammed Bouazizi
De gebeurtenis vond plaats op 17 december. Bouazizi, ten onrechte vaak afgeschilderd als een werkloze academicus (hij had wegens geldgebrek van de familie niet eens zijn middelbare school kunnen afmaken en moest al jong als kostwinner optreden), kreeg het aan de stok met de politie. Omdat hij geen vergunning zou hebben als straathandelaar, werd zijn handelswaar in beslag genomen en een vrouwelijke agent sloeg en spuugde hem in zijn gezicht. Daarop besloot Bouazizi zijn beklag te doen bij de plaatselijke gouverneur. Toen die weigerde hem te ontvangen maakte hij zijn dreigement waar dat hij zich in brand zou steken. Hij kocht thinner, overgoot zichzelf en maakte zich tot een menselijke fakkel pal voor het gouvernementsgebouw.
Op dat punt verwachtte nog niemand grote gevolgen. Er werd gedemonstreerd en de gouverneur gaf een verklaring uit dat Bouazizi nu eenmaal de wet had overtreden (wat niet waar schijnt te zijn geweest, er was geen vergunning nodig voor straathandel). Maar de protesten hielden aan — ongewoon voor Tunesië waar de repressie altijd ongekend heftig was. Op 24 december was er een nieuwe zelfmoord. In Menzel Bouzaiane, een gemeente niet ver van Sidi Bouzid, elektrocuteerde een 24-jarige man zich na in een hoogspanningsmast te zijn geklommen. Diezelfde dag schoot de politie een jonge demonstrant dood. Het verzet verhevigde. Twee dagen later, op 26 december, waren de eerste protesten in Tunis. Vandaar verspreidden ze zich over het hele land, onder meer door de inzet van advocaten en andere beroepsgroepen. Tot er geen houden meer aan was.

Stakingen van de advocaten, door het hele land, speelden een grote rol in de Tunesische opstand. (foto´s Lina Ben Mhenni).


 Bijzonder aan het Tunesische protest waren drie dingen. Allereerst dat het überhaupt plaatsvond. Ingewijden wisten dat Tunesië — ondanks zijn imago van vooruitstrevend en redelijk welvarend, waar toeristen en buitenlandse investeerders welkom waren — een ongekende politiestaat was. Dat was al zo sinds Zine al-Abedin Ben Ali, de voormalige politiechef van Habib Bourguiba, 23 jaar geleden zijn chef seniel liet verklaren en zelf de macht had gegrepen. Oppositiepartijen stelden niets voor of waren buiten de wet geplaatst en scherp vervolgd, zoals de islamistische An-Nahda. Ben Ali werd gewoonlijk herkozen met 97 procent van de stemmen. De geheime politie was alomtegenwoordig en gevreesd en protesten werden altijd na korte tijd met veel geweld de kop ingedrukt.
Slim Amamou
Een tweede bijzonderheid was dat het verzet werd aangevuurd, levend gehouden en verspreid door bloggers, die communiceerden via Facebook, twitter en email, kortom internet, een communicatiemethode die juist omdat ze in handen van de staat was (lees: in handen van de familie van Ben Ali) streng werd gecontroleerd. Op een gegeven moment zette het regime de aanval in op Facebook- en twitteraccounts en email van activisten met software die inlogcodes stal en vervolgens blokkeerde. De aanval werd beantwoord door de internationale hackers van Anonymous die de meeste Tunesische overheidssites hackten, en veel Tunesische bloggers wisten via sluipwegen door te gaan. Lees wat Slim Amamou, een van die bloggers en intussen staatssecretaris voor Jeugd en Sport in de Tunesische overgangsregering, er op 11 februari over zei in een interview met het bloggersnetwerk Global Voices:
‘In 2008, there were uprisings in Redeyef, similar to what happened in Sidibouzid. But back then it seems that the internet community did not reach a critical mass. And then at that time, Facebook got censored for a week or two. I don’t remember if it was related. But it was like a training for this revolution. People think that this revolution happened out of nowhere but we, on the Internet have been trying for years, together and all over the Arab world. The last campaign that mobilised people was for Khaled Said in Egypt, and we Tunisians participated.’

Bloedstollend

Een derde reden waarom het bijzonder was wat er gebeurde, was dat het protest zich vrijwel aan het zicht van de buitenwereld onttrok. Mede ook daarom was internet zo belangrijk. Nog een keer Slim Amamou:
‘When people begun demonstrating in Sidibouzid, part of the rage they were feeling was because media did not talk about them. They felt ignored and that their voice will never get through to stake holders. At that time all media was controlled by the government. The only media that took on itself to talk / report about Sidibouzid was us, Internet users. Hence the importance that social media took.’
Als een van de bloggers die de Tunesische opstand vanaf de eerste week volgde kan ik erover meepraten. Persbureaus hadden geen toegang tot Tunesië, Al Jazeera was het land uitgegooid, Tunesische media zwegen als het graf en wekenlang waren de enige bronnen Twitter en blogs. Het was bizar: een van de belangrijkste revoluties van de afgelopen decennia drong wekenlang niet tot de buitenwereld door, kennis ervan was beperkt tot de insiders. Het was daarom ook bloedstollend. Zou de revolutie slagen? De internationale pers ging er pas over schrijven in de tweede week van januari, toen er onder meer in de plaats Kasserine tientallen doden vielen. Ben Ali was toen al bijna weg (hij vertrok op 14 januari).
 
 Demonstratie voor het kantoor van de vakbond UGTT  (Union générale des travailleurs tunisiens) op 26 december 2010, een van de eerste grote demonstraties in de hoofdstad Tunis. (Foto Nawaat).

Voor de buitenwereld leek het ook paradoxaal dat juist Tunesië in opstand kwam; een land dat al twintig jaar een jaarlijkse groei kende van 5 procent van het BNP, een liberaal investeringsklimaat had, en een relatief goed opgeleide bevolking. Maar Tunesië was tegelijkertijd een land waar de ongelijkheid enorm was, de werkloosheid hoog en met name het aantal banen voor de hoger opgeleiden schaars, en een land waar corruptie en nepotisme op een vrijwel onvoorstelbare manier de dienst uitmaakten. Lees het volgende Wikileaks fragment, dat vrijwel tegelijkertijd met de opstand naar buiten kwam:
JUNE 08 Classified By: Ambassador Robert F. Godec for Reasons 1.4 (b) and (d).
President Ben Ali’s extended family is often cited as the nexus of Tunisian corruption. Often referred to as a quasi-mafia, an oblique mention of “the Family” is enough to indicate which family you mean. Seemingly half of the Tunisian business community can claim a Ben Ali connection through marriage, and many of these relations are reported to have made the most of their lineage. Ben Ali’s wife, Leila Ben Ali, and her extended family — the Trabelsis — provoke the greatest ire from Tunisians. Along with the numerous allegations of Trabelsi corruption are often barbs about their lack of education, low social status, and conspicuous consumption. While some of the complaints about the Trabelsi clan seem to emanate from a disdain for their nouveau riche inclinations, Tunisians also argue that the Trabelsis strong arm tactics and flagrant abuse of the system make them easy to hate. Leila’s brother Belhassen Trabelsi is the most notorious family member and is rumoured to have been involved in a wide-range of corrupt schemes from the recent Banque de Tunisie board shake up (Ref B) to property expropriation and extortion of bribes. Leaving the question of their progenitor aside, Belhassen Trabelsi’s holdings are extensive and include an airline, several hotels, one of Tunisia’s two private radio stations, car assembly plants, Ford distribution, a real estate development company, and the list goes on. (See Ref K for a more extensive list of his holdings.) Yet, Belhassen is only one of Leila’s ten known siblings, each with their own children. Among this large extended family, Leila’s brother Moncef and nephew Imed are also particularly important economic actors.
Wat zeker ook met rode oortjes werd gelezen was een Wikileaks-verslag van een bezoek van de Amerikaanse ambassadeur aan het huis van Sakher el-Materi, Ben Ali’s schoonzoon en gedoodverfde opvolger, met een beschrijving van het 12-gangendiner en Materi’s tijger, die gevoed werd met vier kippen per dag. En dat allemaal was nog maar een deel van het verhaal. De Trabelsi’s waren eigenaar van praktisch het halve land: de banken, Tunisair, het vliegveld, de scheepvaartlijn, alle auto-importeurs, supermarkten en grote hoeveelheden onroerend goed. Leila Trabelsi zelf, Ben Ali’s tweede vrouw en een ex-kapster, was eveneens supergehaat en werd qua optreden wel vergeleken met de allesbehalve lieftallige echtgenote van de voormalige Roemeense dictator Ceausescu, Elena. 

Nu is de familieclan onschadelijk gemaakt, de heersende partij, Rassemblement Constitutionel et Démocratique, aan de kant gezet en werkt Tunesië aan de overgang naar echte democratie. Dat proces zal lang en moeilijk zijn. Denk alleen al aan de opbouw van geloofwaardige politieke partijen, of het neutraliseren van alle krachten die de politiestaat mede in stand hielden. Maar één grootse prestatie hebben de Tunesiërs op hun naam geschreven: zij voerden de eerste internetrevolutie ter wereld uit, een primeur die onuitwisbaar in de geschiedenisboeken zal blijven staan.

(N B.  De blogbijdragen over Tunesië waarnaar in dit stuk wordt verwezen, staan op mijn Engelstalige zusterblog, The Pessoptimist.)

Israelische tank doodt man bij de grens van Gaza

Het houdt nooit op. Een Israelische tank heeft dinsdag een 22-jarige man gedood dicht bij de grenspost Erez in Noord-Gaza. Twee anderen werden bij de schietpartij gewond. Volgens het Israelische leger was de man bezig explosieven te plaatsen bij de grens.Er zouden ongeveer in dezelfde tijd ook mortiergranaten richting Israel zijn afgevuurd.
Medische kringen in Gaza identificeerden de gedode man als de  22-jarige Muhammad Ziad Shalha. Hij was volgens hen bezig geweest cementbrokken te verzamelen die konden worden hergebruikt. Die verklaring klinkt plausibel, op die manier zijn al meer inwoners van Gaza aan hun eind gekomen. De versie van de Israelische kranten, die hun gegevens ontlenen aan het leger en nooit het verhaal natrekken, wordt  in dit soort gevallen echter meestal door meer mensen geloofd.

Thomas von der Dunk en de dubbele standaarden

´´Vind ze. Dood ze ter plekke. Dit ongedierte moet worden geëlimineerd". Citaat van Der Stürmer anno 1938 over joden na de moord op de Duitse zaakgelastigde in Parijs Von Rath, die de opmaat tot de Kristallnacht vormde? Citaat van de Iraanse president Ahmadinejad als die weer eens over de 'zionistische wereldsamenzwering' voluit op het orgel gaat? Nee: van de Israëlische krant Maariv over Palestijnen na de moord op een kolonistenfamilie in de illegale nederzetting Itamar.
Von der Dunk
Zo begint het stuk dat Thomas von der Dunk maandag in de Volkskrant schreef onder de akelige titel 'Onverbeterlijk Israel en Nederland' . (Ik neem aan dat hij de kop niet zelf heeft gemaakt, maar Henk Müller of een andere opinieredacteur van de krant. Koppen maken kunnen ze daar kennelijk ook al niet meer).
Ik ben - voor zover dat nog niet duidelijk was - geen fan van deVolkskrant. En zeker niet van de opiniepagina's, waar iedereen maar alles op mag keilen wat hij kwijt wil. Bij de meeste wat betere kranten is het - voor zover ik weet - regel dat uiteenlopende meningen van rechts tot links welkom zijn, maar dat ze wel gebaseerd moeten zijn op feiten. De Volkskrant heeft dat principe losgelaten - waarschijnlijk omdat dat ten dienste zou staan aan een zo pluriform mogelijk debat. Wel, sindsdien kan elke randdebiel (type Yochanan Visser van het ultrarechtse Israel-fanatieke clubje 'Missing Peace') of querulant er zijn verhaal kwijt en, in het kader van wat waarschijnlijk vrije meningsuiting moet heten, anderen uitschelden. Zo mocht ruim een week geleden ene Struick van Bemmelen van Likoed Nederland de op niets gebaseerde aantijging kwijt dat Anja Meulenbelt de moord op vijf kolonisten in de nederzetting Itamar had 'vergoelijkt'.  
Gelukkig kent de Volkskrant ook één lichtpuntje. Dat is dat ook Thomas von der Dunk er zijn column kwijt kan (al is het dan ook alleen op de internetversie). Hij zette het miezerige stukje van Struick van Bemmel in het juiste perspectief:
 Er wordt door ultrarechtse Israëli's veel gejammerd over het virulente anti-semitisme onder Arabieren, en waar dat toe leidt. Wel, voor alle duidelijkheid: dat anti-semitisme is er. Maar in hun eigen kring is sprake van een even virulent anti-arabisme, dat qua haatzaaien niet voor de tegenstander onderdoet. En vooral wordt, als het gaat om de Palestijnen, consequent de rol van Israël zelf buiten beschouwing gelaten.
Voor zulk hypocriet gejammer illustratief is het stuk in de Volkskrant van 25 maart van oud-VVD-senator Tom Struick van Bemmelen, thans voorzitter van Likoed Nederland - en daarmee woordvoerder van een organisatie die, gezien haar blinde steun aan Likoed Israël, in haar doelstellingen niet minder crimineel is dan de terroristen die hijzelf hekelt. West-Jeruzalem schendt immers stelselmatig doelbewust internationale verdragen plus de mensenrechten van de Palestijnen - Netanyahu heeft aan de resoluties van de VN even veel boodschap als collega-regeringsleider Kadhafi.
Struick van Bemmelen verwijt pro-Palestijnse organisaties te zwijgen over de bewuste moord. Zelf zwijgt hij over de twee Palestijnse jongens die vorig jaar bij datzelfde Itamar door het leger werden doodgeschoten. Er is daarvoor nooit iemand vervolgd, laat staan ter plekke geëlimineerd.

En drie dagen voor 'Itamar' hadden Israëlische militairen negen Palestijnen, waaronder drie kinderen, gedood. Ook daarover zoekt men bij deze Likoed-buikspreekpop vergeefs naar een woord. Voor alle duidelijkheid: pas daarna kwam die bom in Jeruzalem.
Het is precies als bij de Gaza-oorlog twee jaar terug. Elk Israëlisch slachtoffer moet voorpaginanieuws zijn. Elk Palestijns is hooguit collatoral damage.(.......)
Laten we bovendien wel één ding vaststellen: de vermoorde familie had niet domicilie gekozen op het wettige grondgebied van de staat Israël, maar bewoonde een roversnest. Dat beperkt mijn medelijden sterk. Wie willens en wetens kiest voor de bouw van een huis op het land van een ander die door een onwettige overheid  van dat land is beroofd, moet niet zeuren als hij dat met de dood bekoopt.
Moreel is er weinig verschil tussen een Israëli die nu voor een habbekrats het land van een verdreven Palestijn verwerft, en een Nederlander die dat anno 1944 met de woning van een gedeporteerde jood heeft gedaan.
Ik moet zeggen: hierom bewonder ik Thomas. Hij schrijft hier in harde woorden wat ik zelf alleen nog maar wat omfloerster durfde te zeggen. Inderdaad, een kolonist is gewoon een dief van andermans land. Hij is, om het nu in mijn eigen woorden duidelijker te zeggen, te vergelijken met een soldaat van een leger dat een ander land binnenvalt. Als zo iemand sneuvelt heb je daar ook niet veel medelijden mee. Misschien juich je het zelfs wel heimelijk toe.
Maar Von der Dunk maakt het nog even af:
Israël heet de enige democratie in het Midden-Oosten te zijn. Wel: als het dat is, dan is het dat op de manier waarop Zuid-Afrika dat tijdens de Apartheid was. Een rechtsstaat is het in elk geval niet. Grote delen van de bevolking in het gebied dat deze Israëlische regering als haar hele Beloofde Land beschouwt, zijn rechteloos. Duizenden Palestijnen zitten zonder vorm van proces al vele jaren gevangen.

Linkse Israëli's die dat allemaal scherp bekritiseren, worden intussen, net als blanke Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsstrijders indertijd, door rechts als landverraders gedemoniseerd.
Veelzeggend is de nieuwe wet waarmee de rechtse meerderheid in de Knesset nu binnenlands boycotgedrag onmogelijk maken wil: die wet moet op straffe van astronomische boetes de eigen ingezetenen verbieden om producten te weigeren die afkomstig zijn uit nederzettingen op het Geroofde Land van de Palestijnen. Ook moet zij schrijvers en artiesten die vertikken ginds op te treden, daartoe alsnog dwingen.
Dat past niet bij een 'democratie', maar bij een totalitaire staat. Collega Assad kan er voor zijn 'spontane' pro-regeringsdemonstraties nog van leren.

Wie hier blijft wegkijken, maakt zich even medeplichtig als wie indertijd wegkeek bij Zuid-Afrika: voor Nederland lange tijd de huidige coalitiepartijen VVD en CDA. Toen het Apartheidsregime ten val kwam, haastten ook zij zich plotseling om Mandela als vrijheidsheld in hun armen te sluiten. Die was in de jaren dat Struick van Bemmelen in de Eerste Kamer zat, nog door hem en de zijnen als cryptocommunist en terrorist weggezet.
Ik weet niet of Von der Dunk het erg vindt dat ik zijn stuk (dat in zijn geheel hier is te vinden) zo uitvoerig citeer. De belangrijkste reden ervoor is dat hij onomwonden - en duidelijker dan de meesten het durven - de hypocrisie en de dubbele moraal blootlegt waarmee we Israel steeds tegemoet treden. Alsof Palestijnse doden echt onbelangrijker zijn dan Joodse. Alsof Israel zich niet aan wetten en regels hoeft te houden. Alsof we ons niet mogen afvragen of iemand die op het land van anderen gaat wonen en die anderen als beesten behandelt, wel recht heeft op ons medelijden.

Een andere reden waarom ik hem zo lang citeer is de reactie hieronder op Twitter van Ronny Naftaniel, de directeur van het CIDI:  


Ronny Naftaniel

Stuitend. Thomas vd Dunk verdedigt vandaag in Volkskrant moordenaars van Israelisch gezin in Itamar. 2)
 
Ronny Naftaniel

2) Vd Dunk: "Wie kiest voor de bouw van een huis op het land van een ander (..)moet niet zeuren als hij dat met de dood bekoopt"
Ronny Naftaniel

@ @ VdDunk moet idd afgestraft worden. Maar zijn houding is zo gruwelijk dat elke discussie met hem te veel eer is
Een reactie die precies aangeeft waarom het stuk van Von der Dunk nodig en nuttig is. Von der Dunk verdedigt de moord namelijk helemaal niet, maar zegt in feite dat de ene moord de andere niet is en dat we daar best wel eens rekening mee mogen houden. Naftaniel geeft er de gebruikelijke Pavlov-reactie op. Hij laat zien dat we kennelijk de omstandigheden dat kolonisten gewoon dieven zijn van andermans grond, en bovendien die anderen voortdurend lastig vallen en mishandelen, helemaal niet mogen meewegen. (En reken maar dat hij spreekt namens een meerderheid van de Nederlandse samenleving). En waarom mogen we niet meewegen dat kolonisten dieven zijn van het land van anderen? Omdat het gaat om Israel, een land waarvoor we een andere moraal hanteren dan voor Gaddafi, Assad of  wie dan ook. Dat Von der Dunk dat  durft aan te geven is niet alleen moedig. Het is ook belangrijk. Want het wordt eindelijk wel eens tijd dat doordringt dat Israel een land is als ieder ander, dat zich net als andere landen moet houden aan de wetten en regels die gelden voor iedereen.

maandag 4 april 2011

Acteur Juliano Mer Khamis in Jenin door gemaskerde schutter(s) vermoord

Juliano Mer Khamis. (Bokra.net)

De ook in Nederland bekende acteur en filmmaker Juliano Mer Khamis is maandag doodgeschoten in het Palestijnse vluchtelingenkamp bij Jenin. Mer Khamis was samen met zijn zoon. Mr Khamis was 52 jaar oud. Ooggetuigen zeggen dat er meerdere malen op hem werd geschoten door een onbekende gemaskerde schutter of gemaskerde schutters. Verdere bijzonderheden zijn niet bekend.
Juliano Mer Khamis werd in Nazareth geboren als zoon van de Joodse Israelische Arna Mer en de Palestijnse christen Saliba Khamis. Hij is in Nederland onder meer bekend door de film die hij in 2003 maakte met Danniel Danniel, Arna's Children. de film werd datzelfde met veel succes vertoond op het IDFA documentaire festival en behaalde in het buitenland diverse prijzen.
Arna's Children gaat over het levenswerk van zijn moeder, Arna Mer, die in Jenin een theater had opgericht dat werkte met kinderen uit het vluchtelingenkamp in Jenin. Arna was er de regisseur, dramaturg,  zakelijk leider,  manusje van alles en vooral ook vertrouweling van de kinderen. De film laat zien hoe het theater werd vernield en veel van de acteurs in het verzet gingen tijdens de Tweede Intifada van 2002, en werden gedood ten tijde van de wekenlange Israelische aanval op het kamp in Jenin waarbij grote vernielingen werden aangericht en tientallen omkwamen. In 2006 heeft Mer Khamis het theater samen met enkele anderen, onder wie Zakaria Zubeidi, de vroegere leider van de Al Aqsa Brigades in het kamp, weer opnieuw opgericht.
Afgezien daarvan was Juliano Mer Khamis een acteur die in verschillende films uitkwam. Zijn eerste was de Little Drummer Girl, uit 1984 van George Roy Hill met onder anderen Diana Keaton (het script was ontleend aan het gelijknamige boek van van John Le Carré). Daarna kwam hij uit in verschillen Israelische producties van  Avi Nesher waaronder Tel Aviv Stories (1992), Zohar (1993), Ets Hadomin Tafus (1994), Ouverture 1812 (1997), en "Yom Yom" (1998). Ook speelde hij in films van Amos Gitai, waaronder Esther, (1986), Berlin-Yerushalayim, (1989), Kippur (2000), Kedma en Tahar (2004). Hij werd in 2002 genomineerd voor de Ophir prijs voor de beste Israelische acteur. Hij speelde daarnaast ook in verschillende Amerikaanse en Frans-Canadese films en in de nodige theaterproducties in de Beit Lessin-  en Habima theatergezelschappen.
Juliano Mer Khamis is verschillende malen in Nederland geweest. Anja Meulenbelt, mijn buurvrouw blogster,  heeft een paar jaar geleden zijn theater bezocht en daar op haar blog over geschreven, hier.. Ook is op haar blog een filmpje van het Theater van de Vrijheid te zien (hier). 

De slappe knieën van rechter Goldstone

Dit had ik wel eerder willen schrijven, maar dit weekend kwam het er niet van: de stap terug van rechter Richard Goldstone.
Het zal niet veel mensen zijn ontgaan, Goldstone, de voorzitter van de Fact Finding Mission die op verzoek van de Raad voor de Mensenrechten vn de VN de Israelische veldtocht van December 2008-januari 2009 onder de loep nam, schreef vorig week een opiniestuk in de Washington Post. Het belangrijkste daaruit was dat hij afstand leek te nemen van de conclusie in zijn eindrapport van twee jaar geleden, het Goldstone-rapport, dat Israel zowel als Hamas oorlogsmisdaden en mogelijk misdaden tegen de menselijkheid hadden begaan, die verder - gerechtelijk - onderzoek noodzakelijk maakten.

Goldstone
Goldstone zegt nu onder meer in het stuk in de WaPo dat er meer materiaal boven water is gekomen dat - als zijn commissie dat indertijd had gehad - het  rapport daardoor zou zijn beïnvloed. En daarbij verwijst hij naar het rapport van een Commissie van Onafhankelijke Experts', die  onder leiding van de Newyorkse rechter Mary McGowan Davis, aan de VN-Mensenrechtenraad verslag moest uitbrengen over wat er met de aanbevelingen van het Goldstone rapport verder was gebeurd. In dat verslag, dat vorige maand werd uitgebracht (zie hier), werd ernaar verwezen dat Israel in zo'n 400 gevallen onderzoek is gaan doen naar gedragingen van militairen tijdens deze Gaza-veldtocht. Goldstone noemt bijvoorbeeld het geval van de familie-Samouni waarvan 29 leden werden gedood, toen het Israelische leger het vuur opende op een huis van één van hen, waarin de familie zich eerder op last van de militairen had verzameld. Die schietpartij, schrijft Goldstone, was kennelijk het gevolg van een foute interpretatie die iemand aan een beeldscherm in een operation room had gemaakt van beelden van een onbemand vliegtuigje. Goldstone zegt dat hij er alle vertrouwen in heeft dat als er iemand schuldig is, die dan ook zal worden gestraft. Maar waar het om gaat, is dat onder meer dit voorbeeld zou aantonen dat er geen sprake was van het opzettelijk doden van burgers, en dan ook niet van oorlogsmisdaden.

Het lijkt een uitermate zwakke redenering. Vooral als we lezen wat rechter McGowan Davis werkelijk zei. Ze klaagde dat Israel geen enkele medewerking had gegeven aan het onderzoek van haar Commissie van Experts en zelfs geen permissie had gegeven om ter plekke in de bezette gebieden te praten met mensen die iets hadden kunnen vertellen over de voortgang van processen en/of justitiële procedures. Israel weigerde alle medewerking aan het 'Goldstone-proces', schreef ze. Ze rapporteerde dat Israel weliswaar 400 onderzoeken had gestart, maar dat er kennelijk nog heel veel werk moest worden gedaan en dat de commissie geen inzage had gekregen in de stand van zaken. En ze voegde eraan toe dat Israel categorisch had geweigerd onderzoek te doen naar de planners, de opdrachtgevers en de commandanten van de Operatie Cast Lead.
Dat alles klinkt niet alsof het aannemelijk is dat we nu - zoals Goldstone schreef - veel meer weten over de Operatie Cast Lead. Van al die 400 onderzoeken is haast niets naar buiten gekomen. We weten niet veel meer dan dat ze hebben geleid tot een reprimande voor twee officieren wegens het bombarderen van een VN-gebouw met witte fosfor, een veroordeling van een soldaat wegens het stelen van een creditcard (zeven maanden), van een ander wegens het gebruiken van een jongetje als menselijk schild (drie maanden voorwaardelijk) en het in-staat-van-beschuldiging stellen van een korporaal wegens het doodschieten van  een vrouw die een witte vlag droeg. En als we daaraan toevoegen dat het gebruik van witte fosfor in bevolkt gebied sowieso gelijk staat aan een oorlogsmisdaad, en dat het de vraag is of het beginnen van een oorlog met de meest geavanceerde wapens in een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld niet ook op hetzelfde neerkomt, klinkt Goldstone's bewering dat we nu meer zouden weten en dat daarom de conclusie van oorlogsmisdaden misschien wel moet worden herzien als onzinnig, slap geklets. Daarvoor hoeven we niet eens te verwijzen  naar de uitlatingen van generaal Gadi Eizenkot over de zogenaamde 'Dahiyeh doctrine', die wel degelijk de vraag doen rijzen of Israel niet met opzet uit was op een zo groot mogelijke mate van destructie en de slachtoffers daarbij op de koop toe nam1). 
Wat is dan de reden voor Goldstone, die toch een reputatie heeft te verliezen heeft, onder er als oud-lid van de Hoge Raad in Zuid-Afrika, en ex-aanklager in de Ruanda en Yoegoslavië Tribunalen, om op zulke zwakke gronden zoiets te zeggen?  Er is maar één verklaring denk ik: de geweldige druk die Israel en Joodse gemeenschappen op hem hebben uitgeoefend. Algemeen werd hij verguisd en uitgemaakt voor verrader, bijna kon hij de bar mitswa van zijn kleinzoon in Kaapstad niet bijwonen, de Hebrew University schrapte hem van de lijst van Bestuursleden, in Israel kon hij zich niet meer vertonen en in Amerikaans Joodse gemeenschappen werd hij uitgemaakt voor rotte vis.
Ik weet niet of ik de vergelijking mag maken, maar ruim 30 jaar gelden maakte ik mee hoe Joods Nederland over me heen viel toen bekend werd dat ik - als bestuurder van een socialistisch zionistisch clubje (ik was toen nog zionist, zij het een dissidente) -  een gesprek had gevoerd met twee afgezanten van de PLO. Het Nieuw Israelietisch Weekblad wijdde de hele voorpagina aan de woedende reacties van zo´n beetje alle Joodse organisaties in Nederland. De telefoon stond roodgloeiend, minstens een hele week lang werd ik telefonisch uitgescholden en bedreigd. Ik werd in Amsterdam de synagoge uitgevloekt door een van de bestuursleden, en nog jaren later verlieten mensen de zaal als ik ergens binnenkwam en waren er mensen die weigerden me een hand te geven. Ik denk dat ik misschien een beetje kan begrijpen hoe Goldstone, die erover klaagde dat zelfs vrienden en familie zich van hem afkeerden (zie Haaretz van vandaag) - zich moet hebben gevoeld. Toch blijft het jammer dat hij door de bocht is gegaan; dat iemand van zijn postuur toch uiteindelijk slappe knieën blijkt te hebben, want iets anders kan het niet zijn geweest.

En zal dit gevolgen hebben? Niet voor rechter Goldstone, denk ik. Hij heeft gedaan wat hij heeft gedaan en veel mensen zullen hem blijven zien als iemand 'die Israel veel kwaad heeft gedaan en onze vijanden onnodig in de kaart heeft gespeeld'. Maar wel misschien voor Israel dat de flinterdunne  redenering van Goldstone aangreep om meteen een campagne te starten om het Goldstone  rapport alsnog van tafel te krijgen, daarbij dapper door het leger van hasbaristen gesteund. Of ze daarbij succes zullen hebben durf ik niet te voorspellen. Want Goldstone was natuurlijk niet het enige lid van de 'Fact Finding Mission' en bovendien heeft de VN Raad voor de Mensenrechten  (met onder meer de stem van Nederland tegen) het Goldstone rapport officieel aanvaard.  Maar er is ongeveer geen onderwerp te bedenken waar de rede het zo vaak aflegt tegen het onderbuik-gevoelen als juist dit Israelisch-Palestijnse conflict. Dus je weet maar nooit.

1) De Dahiyeh-doctrine verwijst naar de wijk Dahiyeh in Beirut, waar Hezbollah sterk in de meerderheid was, die in 2006 vanuit de lucht door Israel vrijwel geheel werd platgegooid. Generaal Gadi Eizenkort, toen commandant van Israels noordelijke sector, zei er later van dat elk dorp van waaruit op Israel gevuurd werd op dezelfde manier zou worden aangepakt:  met disproportioneel geweld, zodat er geweldige schade en vernielingen zouden worden aangericht. 'We zullen het niet beschouwen als een dorp, maar als een militaire basis. Dit is geen aanbeveling maar een plan. En het is goedgekeurd.'

zaterdag 2 april 2011

Israel doodt drie leden van Ezzedin al-Qassem Brigades

De witte Toyota waarin de drie leden van Ezzeddin al-Qassem reden.

Israel heeft zijn politiek van targeted killing van leden van militante organisaties in Gaza vrijdag voortgezet met het doden van drie leden van Ezzedin al-Qassem, de militaire arm van Hamas. Rond 2 uur 's nachts vuurde een onbemand vliegtuigje een raket af op een witte Toyota die reed van Khan Younis naar het kamp Deir al Balagh in het zuiden van de Gaza-strook. Drie mannen werden gedood, Isma'il Labad, 31, en zijn broer Abdullah, 24, uit het Shati kamp in Gaza-stad, en Muhammad Ad-Dayah, 31, uit de wijk Zeitoun van Gaza Stad.
Een Israelische militaire woordvoerster zei dat het ging om een preventieve aanval. Volgens haar vormden de drie een 'terreur eenheid' die van plan was geweest om Isareli's te kidnappen in de Sinai tijdens Pesach, het joodse paasfeest dat begint op 18 april. De Sinai is een populaire vakantiebestemming van Israeli's tijdens Pesach, een feest dat een week duurt.

De Ezzedin al-Qassem Brigades maakten later bekend dat de drie tot deze militaire vleugel van Hamas behoorden. Hamas zei dat de groep zou voortgaan met de strijd tegen de bezetter. Eerder in de nacht werd in Gaza gedacht dat de drie leden waren van de Islamitische Jihad, omdat Israel de laatste dagen steeds bezig was leden van deze groep af te schieten.
Ismail Labad op een archieffoto van Ma'an.
De moord kan gevolgen hebben voor het eenzijdige bestand met Israel dat de verschillende fracties op 26 maart op verzoek van Hamas waren overeengekomen. De Nationale Verzetsbrigades, de gewapende arm van het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina,  zei dat zij het bestand opzeggent. De An Nasser Salah Eddin brigades van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina waarschuwden dat Israel de consequenties moet dragen.

Israelische president Herzog poetst strafblad van veroordeelde moordenaar schoon

  Elor Azaria met zijn moeder De Israelische president Herzog maakte zaterdagavond bekend dat hij het strafblad van Elor Azaria had schoonge...