maandag 31 januari 2022

Bijna 2.000 kindsoldaten van de Houthi's in Jemen stierven op het slagveld in 2020-21

(Foto van Facebook)

Bijna 2.000 kinderen die waren gerekruteerd door de Jemenitische Houthi's zijn de afgelopen twee jaar op het slagveld gesneuveld, zo heeft de Verenigde Naties in haar jaarlijkse rapport over Jemen aan de Veiligheidsraad gemeld. Volgens het rapport dat afgelopen zaterdag verscheen zegt de organisatie dat zij over 2020 een lijst van 1.406 kinderen kreeg die gesneuveld waren en over 2021 een lijst van 562. De kinderen waren tussen de 10 en 17 jaar oud.
De plaatsen waar de meesten omkwamen waren Amran, Dhamar, Hajjah, Hodeidah, Ibb, Sa'ada en Sanaa.Ze waren gerekruteerd via zomerkampen of via een moskee, die gebruikt werden om de Houthi-ideologie te verspreiden. Die luidt kort samengevat in de Houthi-leuze: ''Dood aan Amerika, dood aan Israel, vervloek de Joden, de Islam zal zegevieren''. In één kamp werden kinderen vanaf zeven jaar opgeleid om wapens schoon. De opstellers van het rapport suggereren sancties uit te vaardigen tegen partijen die zomerkampen, moskeeën of scholen gebruiken om kinderen voor de strijd te werven in de zeven jaar oude oorlog van de Houthi's tegen het door de VN erkende, en door de Saudi's gesteunde Jemenitische bewind dat alleen een deel van Zuid-Jemen in handen heeft. .
Het rapport stelt verder dat de meeste types drones, of geïmproviseerde wapens voor aanvallen over water en korte-afstands raketten worden gefabriceerd in gebied dat onder controle van de Houthi's staat. Belangrijke componenten voor die wapensystemen - waaronder motoren of elektronica - worden verkregen van bedrijven in Europa, Azië en het Midden-Oosten via een complex netwerk van tussenpersonen om de VN-embargo's te omzeilen. Alle militaire en paramilitaire strijdkrachten die loyaal zijn aan de Houthi's vallen daar namelijk onder.
Er zijn verder aanwijzingen, stelt het raport, dat onderdelen van wapens en ander militair materieel over land wordt geleverd via ''personen en instellingen'' in Oman, dat aan Jemen grenst. Oman is - naast Iran - het enige land dat betrekkingen onderhoudt met de Houthi's die de hoofdstad Sanaa zetelen. 
Het rapport vond geen bewijzen voor beschuldigingen van de Verenigde Staten en Saudi-Arabië dat Iran het VN-embargo overtreedt. Iran zegt de Houthi's wel politiek te steunen, maar het ontkent wapens aan de Houthi's te leveren.

zondag 23 januari 2022

''Onthulling'' in Haaretz toont de peilloze hypocrisie over Israels slachtpartijen

 
Het vroegere Tantura. (foto uit Walid Khalidi ''All that remains'') 

Ik vind het moeilijk om om te gaan met de jongste ''onthulling'' in de Israelische krant Haaretz. Haaretz schreef afgelopen vrijdag dat onder de parkeerplaats bij het Israelische luxe strand ten zuiden van Haifa waar vroeger de schilderachtige Palestijnse vissersplaats Tantura lag, een massagraf is. In dat graf liggen de lijken van Palestijnse inwoners van Tantura, die door leden van de Alexandroni Brigade van de Hagana gevangen waren genomen nadat de plaats - vrijwel zonder verzet te leveren - tijdens Israels ''Onafhankelijkheidsoorlog'' op 22 mei 1948 was ingenomen. Zij werden vervolgens geliquideerd. Het graf meet vier bij 35 meter, weet de krant . En hoeveel lijken erin liggen? Tja, dat is niet meer na te gaan, volgens onderzoeker Adam Raz. De aantallen die worden genoemd variëren van een ''handjevol'' tot ''misschien wel 90''. En o ja, er is een inwoner van de nabij gelegen plaats Zichron Yaakov die een aantal van meer dan 200 noemde, maar ''daar is geen bewijs'' voor.
Die inwoner heette Mordechai Sokoler. Hoe ik dit weet? Dat staat in The Ethnic Cleansing of Palestine, een boek uit 2006 van Ilan Pappé. (In de Nederlandse vertaling uit 2008 is het te vinden op bladzijde 158). Sokoler werd destijds gevraagd zijn tractoren te leveren om de graven te delven. In Pappés boek zegt hij dat hij 230 slachtoffers telde. Dat aantal stond in zijn geheugen gegrift. ''Ik legde ze één voor één in het graf,'' verklaarde hij in 1999. Iemand ander zegt dat het ''er minimaal 125'' waren. Een promovendus van Pappé aan de universiteit van Haifa bracht de moordpartij in 2000 boven water. Pappé en hij hebben heel wat te stellen gehad met deze gebeurtenis. Ik kom daar zo op terug.
Wat ik vooral moeilijk en onverteerbaar vind aan dit verhaal is de hypocrisie van Israeli's omtrent dit en andere vergelijkbare feiten. Het verhaal is namelijk al lang bekend. Palestijnse bronnen hebben dit soort zaken al vrijwel direct na 1948-49 naar voren gebracht. Israelische wetenschappers kwamen er veel later, rond de eeuwwisseling pas mee. Maar intussen blijft de Israelische goegemeente en hun supporters (kijk maar naar de lobbyisten van het CIDI) nog steeds met het verhaal aankomen dat de Palestijnen in 1948 ''door hun leiders was gevraagd even weg te gaan totdat de Arabische legers het karwei hadden geklaard en de Joden hadden verjaagd''. Het enige wat in en buiten Israel algemene bekendheid heeft verkregen was de moordpartij in het dorp Deir Yassin. En ja, dat heeft de Palestijnen vast en zeker aangemoedigd te vluchten. Maar dat was eenmalig. En die moordpartij werd gepleegd door de Irgun, de troepen van Menachem Begin, de latere leider van de rechtse Likud-partij. Daarom werd dit aan de kaak gesteld. De Hagana (van de socialisten) deed zulke dingen vanzelfsprekend niet.

woensdag 19 januari 2022

Politie valt 's nachts binnen, arresteert familie en sloopt alsnog huis in Sheikh Jarrah

Het huis van de familie Salhiye na de ''behandeling'' van de Jeruzalems politie. De man die op de puinhopen zit is een buurman. (Foto Ma'an)

De politie van Jeruzalem heeft dinsdagnacht wraak genomen voor het feit dat zij maandag een huis niet kon slopen omdat de familie zich met gasflessen en benzine op het dak had verschanst en dreigde zich in brand te steken. De straten rond het huis in de wijk Sheikh Jarrah van Jeruzalem werden 's nachts afgezet, talloze politieauto's en een forse politiemacht werden samengetrokken, en geen mens mocht de wijk meer in of uit. De elektriciteit van de familie van Mahmoud Salhiye werd vervolgens afgesloten en om 4.30 in de ochtend werd de familie,vader Mahmoud, Moeder Lital (die Joods is) en de kinderen zes kinderen plus een tante gearresteerd, waarbij ook harde klappen vielen. Ook meerdere anderen werden opgepakt.
Na de arrestatie verscheen ook een grote bulldozer en het huis is inmiddels gesloopt. Mahmoud Salhiye, wiens familie voor de stichting van de staat Israel in de wijk Ein Karem van West-Jeruzalem woonde  , is met vrouw en kinderen opnieuw vluchteling geworden. En ook weer dakloos. Mahmouds vader kocht het nu gesloopte huis vóór Israel in 1967 ook Oost-Jeruzalem bezette. Israel constateerde later dat het huis stond op grond die toe had behoord aan de vroegere, pro-Duitse mufti Haj Amin al-Husseini, en naastte de grond vervolgens op basis van een uiterst omstreden en racistische wet. Dat was de Wet aangaande Het Bezit van Afwezigen, die werd gebruikt om al het bezit van de verjaagde en gevluchte Palestijnen onder beheer te brengen van de nieuwe Israelische staat. Intussen is Israel de wet ook gaan toepassen in Oost-Jeruzalem dat na 1967 illegaal werd geannexeerd. Daar is het gebruik van deze wet dus, door de niet erkende inlijving van het oostelijke stadsdeel, strikt genomen dubbel onrechtmatig.
"Het was een brute actie, '' zei de advocaat van de familie Salhiye, Walid Abu Thaya, volgens de krant Haaretz. ''Er liep nog een beroep bij het hooggerechtshof''. Maar de politie was blijkbaar vastbesloten haar taak, de ontruiming, desondanks uit te voeren.'' Inderdaad. Het recht moest zijn loop hebben. Ook al was dat in dit geval Israelisch recht en dus onrecht. En dat niet voor de eerste keer.

 
De situatie eergisteren.

dinsdag 18 januari 2022

Politie en Openbaar Ministerie moeten bedanken voor 'Israëlreizen' van het Cidi

De in 2021 benoemde Yad Vashem-directeur Dani Dayan ontvangt de sleutel voor een nieuwe ''educational academy'' van het instituut uit handen van de weduwe van de ultra-rechtse filantroop en financier van nederzettingenprogramma's, Sheldon Adelson. (Foto Facebook Yad Vashem)

Gastauteur: Jaap Hamburger, voorzitter Een Ander Joods Geluid
Justitie en OM moeten niet ingaan op de uitnodiging van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (Cidi) om zich een week te laten bijscholen over de Holocaust, zegt Jaap Hamburger, voorzitter van de stichting Een Ander Joods Geluid. In plaats daarvan moeten de instanties hun onafhankelijkheid 
proactief bewaken.
Je zou denken: het Openbaar Ministerie noch politie noch het Justitiële apparaat van Amsterdam hoeven in de leer bij een officiële staatsinstelling in Israël. Het land dat de rechten van het Palestijnse volk onder militaire bezetting al decennia vertrapt, toegang tot politie en justitie voor die bevolking blokkeert en minderheden aantoonbaar discrimineert.

Daar denkt de lobbyorganisatie Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (Cidi) anders over. Dat nodigt, grotendeels gefinancierd uit de door Amsterdam uitgekeerde zogeheten ‘erfpachtgelden’, dit en volgend jaar telkens 25 wetsdienaren uit om zich een week onder te dompelen in Holocausteducatie. De leerinstelling is de Internationale School voor Holocausteducatie van Yad Vashem, het instituut waar de judeocide uit de Tweede Wereldoorlog wordt gedocumenteerd, onderzocht en herdacht. Daar kunnen de 25 zich laten bijscholen om daarna thuis in Amsterdam met meer begrip de joodse gemeenschap te helpen en beschermen, mocht die een klacht willen indienen over antisemitisme.

maandag 17 januari 2022

Protesten en onstabiele coalitie remmen Israelische 'verjoodsingsplannen' af

 
Mohammed Salhiye en zijn kinderen op het dak (Activestills.org)

Binnen de tijdsspanne van een kleine week heeft Israel twee pogingen om het land meer te ''verjoodsen'' moeten opgeven. Dat is verrassend, omdat dat op deze wijze niet of nauwelijks eerder is voorgekomen. Eén van de redenen is ongetwijfeld dat de bontgekleurde regeringscoalitie, die bestaat uit partijen van ultra-rechts tot links plus een Arabische partij, door de plannen onder druk was komen te staan. Bij de jongste  poging ging het erom de Arabische familie Salhiye uit hun huis in de Jeruzalemse wijk Sheikh Jarrah te verdrijven. Een eerder plan was het planten van een bos in de Naqab (Negev) woestijn, wat de verdrijving van een groep Bedoeïenen van hun land zou hebben betekend.
Wat waren de bezwaren tegen deze plannen? Om met het jongste geval te beginnen: het verdrijven van Palestijnen uit de wijk Sheikh Jarrah is allang een Israelisch tijdverdrijf. Ik heb op dit blog de eerste gevallen gedocumenteerd in 2009. Er volgden er meer. En op dit moment hangt het opnieuw een achttal families boven het hoofd, waardoor het al een tijd onrustig is in de wijk met voortdurende demonstraties van voor- en tegenstanders. De achtergrond is steeds dezelfde en daarom uiterst omstreden: Na 1948 was Oost-Jeruzalem Jordaans. Jordanië en de UNRWA hebben toen in de jaren '50 in de wijk huizen neergezet voor Palestijnse vluchtelingen uit plaatsen in wat intussen Israel was geworden. Die huizen mochten ze later kopen in ruil voor het opgeven van hun vluchtelingenstatus. Sommigen deden dat, anderen kwamen daar niet aan toe, omdat Israel in 1967 het oostelijke stadsdeel veroverde en kort daarop annexeerde.
In 1970 nam Israel vervolgens een wet aan, de ''Wet betreffende Juridische en Administratieve Zaken'' op grond waarvan Joden, die vóór 1948 huizen of grond bezaten in Oost-Jeruzalem, die grond of die huizen zouden kunnen terugclaimen. In de praktijk zijn er helemaal geen Joden die dat doen, maar wel zijn er diverse organisaties van kolonisten die -  in samenwerking met de Israelische autoriteiten en vaak met Amerikaans geld  - de rechten van de oorspronkelijke eigenaars hebben opgekocht. Op grond van die rechten hebben ze rechtszaken aangespannen om de Palestijnen hun eigendom te ontnemen en eventueel eruit te procederen. (Onnodig te zeggen dat Palestijnen zoiets niet kunnen - dat terugclaimen). Die uitzettingsprocedures kosten tijd, maar uiteindelijk lukken ze in vrijwel alle gevallen. In rechtse Israelische kringen (en ook in kringen van de de Nederlandse ChristenUnie, Gert Jan Segers bijvoorbeeld) worden de conflicten die uit deze gang van zaken voortkomen wel aangeduid als ''huurconflicten''. De Palestijnse bewoners hebben immers door de Israelische wetgeving in dit illegaal geannexeerde gebied  hun eigendomsrechten verloren em zijn daardoor huurders geworden ook al druist dat in tegen het internationale recht. De Israelische kolonisten gaan nog een stapje verder en spreken over de Palestijnen vaak als ''krakers''. (Overigens noemde de Israelische minister van Veiligheid Omer Bar-Lev (Arbeidspartij) de familie Salhiye maandag ook ''krakers'', gezien het feit dat  het gerechtshof hen een jaar geleden in het ongelijk had gesteld).

Curieus genoeg behoorde de familie Salhiye die maandag aan de beurt was niet tot dezelfde categorie als de acht families die nu al een tijdje wachten op de komst van de kolonisten. In het geval van deze familie, die voor 1948 in West-Jeruzalem woonde, staat hun huis op grond die heeft toebehoord aan de beruchte Palestijnse mufti, Haj Amin al-Husseini. En hun huis was daarom geclaimed op grond van weer een andere wet, de ''Wet op het Bezit van Afwezigen'' die al in de jaren '50 was aangenomen  (en waarbij met Afwezigen natuurlijk gevluchte of verjaagde Palestijnen worden bedoeld die niet mochten terugkeren). In het geval van de Salhiye's wilde de gemeente Jeruzalem hun huis, en een vlak daarbij gelegen kwekerij, slopen om op die plaats een school en een crèche op te bouwen die de Palestijnse gemeenschap en dus het algemeen belang zouden dienen. Op het eerste gezicht dus een nobel doel. Maar de Israelische organisatie Ir Amim (Stad van de Volken), een organisatie die bijhoudt hoe de stad zich ontwikkelt, wees erop dat Jeruzalem oorspronkelijk voor dat plan een ander stukje grond had aangewezen. Maar op die plek besloot het later een orthodox joodse yeshiva (religieuze leerschool) neer te zetten.
De gemeente was maandag met een grote politiemacht uitgerukt,wat tot rellen leidde. Maar de grootste hinderpaal voor de uitzetting en het sloopplan was dat de huiseigenaar, Mahmoud Salhiye die, om het verhaal nog wat pikanter te maken met een Joodse vrouw is getrouwd, met zijn kinderen had postgevat op het dak van het huis, naast twee grote gasflessen en een emmer met benzine. Hij weigerde zich nogmaals te laten verdrijven en  dreigde als de uitzetting zou worden doorgezet, zichzelf en het huis in brand te steken. Er volgden moeizame onderhandelingen. Aan het einde van de dag zegde een advocaat van de gemeente uiteindelijk toe dat er niet zou worden gesloopt. De politiemacht werd daarop teruggetrokken. Helaas weigerde de advocaat zijn belofte op schrift te zetten. Intussen hadden bulldozers trouwens wel al de plantenkwekerij van de familie met de grond gelijk gemaakt.

Israeli's doden weer jonge Palestijn

 
Israelische militairen of politie hebben maandagmiddag weer een jonge Palestijn doodgeschoten. Dat gebeurde bij het Hush Etzion kruispunt ten zuiden van Bethlehem. Volgens Palestijnse bronnen gaat het om Fateh Jaradat uit de plaats Sa'ir uit het zuiden van het district Hebron.
Volgens de lezing van het Israelische leger stapte de man uit een auto en probeerde hij een soldaat te steken met een mes. De soldaat schoot hem echter dood voordat Jaradat hem had bereikt. Er zijn geen andere ooggetuigen,zodat we het moeten doen met deze versie. Wel is opvallend dat op de foto van de dode Jaradat geen mes is te zien.
Voor de zaak zelf maakt het overigens niets uit. Ook als er overduidelijk geen sprake is geweest van een bedoeling aan te vallen gaan Israelische militairen die een Palestijn met meerdere schoten afmaken toch vrijwel altijd vrijuit. Uitzonderingen zijn een enkel geval waarbij op video is vastgelegd dat een Palestijn die op de grond lag welbewust werd doodgeschoten. De schutter in dit geval - Elor Azaria -kwam er met minder dan een jaar gevangenisstraf vanaf. In een ander geval diende de kogel die een jongen doodde en die in diens schooltas werd gevonden, als bewijsmateriaal om aan te tonen dat een soldaat, ondanks zijn ontkenningen, wel degelijk met scherp had geschoten (Hij kreeg eveneens 9 maanden,maar dit vonnis werd later door het hooggerechtshof verdubbeld. No steeds idioot laag overigens). Onlangs werd opnieuw een aanvaller met een mes die gewond op de grond lag, met meerdere schoten geliquideerd. Hoewel ook dit op video was vastgelegd, leidde dit niet tot een vervolging. In tegendeel.

Twee bejaarde Palestijnen overleden door toedoen Israel

 
Suleiman Hadhalin (Foto al-Quds)

De75-jarige sheikh Suleiman Hadhalin (de naam wordt ook foutievelijk getranscribeerd als Hathalin) is maandag overleden in een ziekenhuis in Hebron aan de vele verwondingen die hij eerder deze maand opliep toen hij werd overreden door een Israelische kraanwagen, zo heeft het Palestijnse ministerie van Gezondheid meegedeeld. Dit gebeurde in het dorp Umm al-Kheir in de gemeenschap Masafer Yatta ten zuiden van Hebron. Hadhalin liep daarbij diverse levensgevaarlijke verwondingen op, waaronder een schedelbasis fractuur, diverse gebroken ribben en een gebroken heup. Volgens ooggetuigen (onder meer mensen van de Israelische organisatie Breaking the Silence) werd hij moedwillig overreden door de truck, die betrokken was bij het in beslag nemen en wegslepen van diverse Palestijnse auto's, en werd hij zeker tien meter onder de truck meegesleurd. De truck liet hem daarna op de weg liggen zonder hulpverleners te alarmeren. ''Hit en run door de Israelische politie. Dit gebeurt als Palestijnse levens vrijwel geen waarde hebben in de ogen van de bezetters,'' was de reactie van Breaking the Silence. Sheikh Hadhalin was een bekende actievoerder tegen optreden van Isarelische troepen in het gebied van Masafer Yatta, waar met ijzeren regelmaat huizen van Palestijnen worden gesloopt of bezittingen in beslag worden genomen. Hij was overigens niet het eerste slachtoffer van Israelisch optreden bij inbeslagnames. Vorig jaar werd Haroun Abu Aram (24) in de nek geschoten toen de Israeli's een generator in beslag kwamen nemen. Hij is sindsdien volledig verlamd vanaf de nek .

Omar As'ad
Hadhalin was overigens ook niet de enig bejaarde Palestijn die door toedoen van de Israeli's overleed. Op 13 januari 's avonds even na twaalven hielden Israelische soldaten de auto aan waarin de 80-jarige Omar Abdel-Majid As'ad na een bezoek aan vrienden naar huis terugkeerde. Hij werd gearresteerd, zijn handen werden gebonden en hij werd vermoedelijk geslagen. Enkele uren later werd zijn dode lichaam gevonden in een huis dat nog niet was afgebouwd aan de rand van het dorp. Zijn handen waren toen nog gebonden. De vermoedelijke doodsoorzaak was een hartaanval (As'ad was hartpatiënt), maar het is meer dan waarschijnlijk dat die hartaanval is uitgelokt door de arrestatie en het feit dat hij daarbij is mishandeld. Het leger heeft alleen verklaard dat hij nog leefde toen ze hem achterlieten.
Voor Israel was daarmee - anders dan gewoonlijk in dit soort gevallen - de kous echter nog niet af. As'ad was niet alleen Palestijn, maar had ook de Amerikaanse nationaliteit. En de VS hebben daarom om een onderzoek gevraagd. Israel heeft beloofd dat te zullen houden. We wachten de uitkomst vol spanning af. Nou ja, spanning......

Israelische president Herzog poetst strafblad van veroordeelde moordenaar schoon

  Elor Azaria met zijn moeder De Israelische president Herzog maakte zaterdagavond bekend dat hij het strafblad van Elor Azaria had schoonge...