zondag 6 mei 2012

Urgent appeal for funds – help overturn the unjust court ruling against the Negev Bedouins

The Bedouin village Al-Araqib was destroyed for the 37th time on 23 April 2012 (Ma'an)

Adam Keller of  the organisation Gush Shalom writes the following:
After a legal struggle lasting three years, the Be'er Sheba District Court rejected the appeal of Nuri al-Okbi, veteran activist for the rights of the Negev Bedouins. El-Okbi's plea for recognition of ownership over the Al-Araqib lands, from which he and his family were evicted in 1951, was rejected out of hand by Judge Sarah Dovrat. The ruling has wide implications for Negev Bedouins in general, implying an overall denial of their rights over ancestral lands. After some deliberations, Nuri el-Okbi decided to appeal to the Supreme Court in Jerusalem, asking it to overturn this unfair ruling. In order to be eligible to lodge such an appeal, however, el-Okbi must pay no later than May 10 the punitive "court expenses" which had been imposed on him by the Be'er Sheba Court, as well as rendering various other legal fees – altogether amounting to the sum of 70,000 Shekels (about 20,000 US Dollars). This amount Nuri and his family – who have already spent considerable funds on ongoing legal procedures ever since 1973 – are unable to pay from their own resources. We therefore call upon you to provide an urgent donation and give Nuri el-Okbi a chance to try redressing a blatant miscarriage of justice.
Checks should be sent to POB 1335, Kfar-Sava, Israel 44113 – payable to Yoav Haas or Ya'akov Manor (both of them being veteran activists for human and civil rights in general and for the Negev Bedouins in particular).When sending a check by post, please send an immediate email message, to let us know the money could be relied on,
to Yoav Haas - +972-52-2673467,yh@walla.com
Ya'akov Manor - +972-50-5733276 manor12@zahav.net.il


Many thanks
The Friends of Nuri el-Okbi

Background - by Professor Oren Yiftachel, Department of Geography, Ben – Gurion University, Be'er Sheba
The importance of making an appeal in the El–Okbi Family land ownership case
Since its foundation, the State of Israel refuses to recognize Bedouin ownership over ancestral lands in the Negev. Most of the Bedouins did not register their lands in 1921, as was required by one of the British laws; but neither did most other residents of Mandatory Palestine, including Jewish ones, carry out such registration. Sixty years later, the State of Israel made cynical use of this lack of registration to order to register most Bedouin lands as "State Lands", thus making the Bedouins into "invaders" or "squatters" on their own ancestral land. 

Some of the Bedouins have tried to challenge the system of dispossession. Notable among them is Nuri el-Okbi, long-time dedicated human rights activist. In recent years, Nuri and his brothers are conducting a series of law suits against the state, demanding restoration of the lands taken from them in the fifties.
A few weeks ago, a ruling rejecting the claims of the el-Okbis was made in an important case – one in which for the first time a professional support team was involved, including Att. Michael Sfard, geographer Oren Yiftachel and other experts. The proceeding lasted three years, during which dozens of witnesses testified and hundreds of documents and expert reports submitted, attesting to the el-Okbis' ownership of the land. The judge, however, chose to render a harsh, confrontational ruling, sticking to earlier precedents and concluding that any land which had not been registered in 1921 is ipso facto the property of the state. The court relied mainly on legal precedents, hardly referring to the evidence presented. Therefore, it is very important to lodge an appeal to the Supreme Court - the only body which is empowered to overturn precedents and strike out in a new direction. At such a hearing, the judges would not be able to ignore the rich materials submitted by the el-Okbi Tribe, and the new legal arguments presented. In addition, such an appeal would strengthen the struggle of tens of thousands of Bedouins, who at this very moment are struggling against government plans to evict them to existing townships. The government's plan is based on the wrong assumption that Bedouins have no land ownership rights, and a Supreme Court appeal is now the only way to stop these draconian plans. Therefore, it is highly important to lodge an appeal on the el-Okbi Land Case, and make it clear that the Bedouin community is determined to struggle for their basic human rights - specifically to change a legal ruling which causes severe and completely undeserved damage to a large section of Israel's citizen body.

Abbas reverses ban on websites after criticism

President Mahmoud Abbas issued formal instructions Saturday to reverse an order censoring news websites linked to one of his fiercest critics. "From this point forward, the attorney general and the judiciary are prohibited from shutting down or blocking websites, and they are instructed to lift any existing bans," Abbas said. "Freedom of expression and opinion is a natural right enshrined in the (Palestinian) Basic Law.' Abbas urged journalists to nevertheless maintain their objectivity.
The order was Abbas' first public acknowledgment of the controversy that erupted after Ma'an revealed his attorney general, Ahmad al-Mughni, was forcing private Internet companies to block access to websites loyal to Muhammad Dahlan. Abbas and the former Fatah leader have feuded for years.
The fact that Al-Mughni was blocking the wensites was revealed by minister Mashour Abu Daka of Communications, who resigned shortly after having criticised the measure. Other Palestinian figures who criticised the censorship were PA prime minister Salam Fayyad, PLO leader Hanan Ashrawi and the president's own advisor on internet issues, Sabri Saidam. US officials and press freedom groups also spoke out against the initiative. It is plausible, though, to assume that the order to censure the sites originated from the offices of president Mahmoud Abbas himself.

vrijdag 4 mei 2012

Palestijnse mensenrechtenorganisaties vragen om interventie ten gunste van hongerstakers

Demonstratie in solidariteit met de hongerstakers bij de Ofer gevangenis op 2 mei 2012.

De Palestijnse  Raad van Mensenrechtenorganisaties, waarin 11 mensenrechtenorganisaties in de bezette gebieden samenwerken, heeft donderdag zijn grote bezorgdheid geuit over de serie collectieve strafmaatregelen die de Israelische gevangenisautoriteit heeft genomen tegen het grote aantal hongerstakers in de Israelische gevangenissen. Ook is de Raad uitermate bezorgd voor de levens van Bilal Dhiab en Thaer Halahleh, die hun staking op 29 februari begonnen en dus vandaag (vrijdag) bezig zijn aan de 67ste dag. De gezondheidssituatie van beide mannen is kritiek en aan beiden is het recht ontzegd om zich onder behandeling van onafhankelijke artsen te stellen. Beiden staan bloot aan grote druk van de gevangenisartsen en de  leiding van de gevangenis om hun staking op te geven, zo heeft Thaer laten weten, maar allebei zijn ze vastbesloten om door te gaan tot ze worden vrijgelaten.
De PCHRO deed een beroep op het Europese parlement, de Verenigde Naties en het Rode Kruis om bij Israel tussenbeide te komen om de levens van Bilal en Thaer te redden. Ook  vraagt de Raad om druk uit te oefenen op Israel teneinde onafhankelijke artsen bij de gevangenen toe te laten, een einde te maken aan de praktijk van administratieve hechtenis en  de behandeling van gevangenen te laten plaatsvinden volgens internationaal erkende normen. De Raad doet een beroep op het Europarlement om een fact finding mission te sturen.      
Poster voor Bilal Dhiab

Bilal en Thaer werden donderdag allebei voorgeleid bij een hoorzitting van het hooggerechtshof die zij hadden aangespannen tegen hun administratieve detentie. (Halahleh, 34, werd opgepakt op 28 juni 2010 en zit sindsdien in administratieve detentie. Dhiab zit in administratieve hechtenis sinds 17 augustus 2011). Allebei de  mannen zaten tijdens de zitting in een rolstoel. Bilal viel tijdens de zitting flauw. Parlementslid Ahmed Tibi, die de zitting bijwoonde en arts is, ontfermde zich over hem.  Rechter Amnon Rubinstein kondigde aan dat een aantal rechters een beslissing zou nemen na  kennis genomen  te hebben van de 'geheime' dossiers tegen beide mannen. Maar na lezing van de dossiers kwam er toch geen beslissing en liet hij weten dat er later een uitspraak zou komen, zonder aan te geven wanneer.
Behalve Thaer en Bilal zijn nog zes andere hongerstakers al lang aan een staking bezig. Onder hen zijn Hassan Safadi, die vandaag voor de 61ste dag eten weigert, Omar Abu Shalal, die dat voor de 59ste dag doet,  en Jaafar Azzedine, die nu 44 dagen staakt en die aan constante duizeligheid lijdt, die maakte dat hij een hoofdwond heeft opgelopen bij een val. Ook deze mannen mogen geen onafhankelijke dokters zien, terwijl hun gezondheidstoestand in snel tempo verslechtert. Ook bezoek van advocaten is hen ontzegd. 
Het grootste deel van de stakers (zo'n 1200) begon hun staking op 17 april, met als eis een eind aan administratieve detentie, eenzame opsluiting, en aan maatregelen als het  ontzeggen van het recht op familiebezoek (gevangenen uit de Gaza-strook hebben zelfs sinds 2007 geen bezoek van familie gehad), bezoek van advocaten, en het recht om studies te volgen aan een universiteit of andere instelling van voortgezet onderwijs. Deze massastaking heeft zich gaandeweg uitgebreid. Deze week sloot zich nog een honderdtal gevangen aan. Intussen wordt het aantal deelnemers aan de staking geschat op 2500 (de Israelische gevangenisautoriteit sprak tegenover het persbureau AFP van 1550 hongerstakers).

 
Op 3 mei werd met geweld een demonstratie voor de hongerstakers bij de gevangenis in Ramleh opgebroken. Acht mensen werden gearresteerd.

Volgens de  PCHRO heeft de Israelische gevangenisautoriteit een uitgebreide serie strafmaatregelen tegen de hongerstakers ingesteld. De meest recente daarvan zou zijn dat zij boetes krijgen opgelegd van tussen de 250 en 500 shekel (=tussen de 50 en 100 euro) per dag dat zij voedsel weigeren. Veder wordt hen elektriciteit ontzegd, en is zout voor hun drinkwater (een noodzakelijke levensbehoefte bij hongerstakingen) geconfisqueerd. In de Naqab gevangenis worden dagelijkse, langdurige inspecties uitgevoerd, waaronder ook body checks. Verder worden de gevangenen niet meer gelucht. Ook zijn heel veel gevangene overgeplaatst naar andere gevangenissen en zijn verschillende van hen nu in isoleercellen geplaatst. Advocaten worden niet meer tot de gevangenen toegelaten.  
Sivan Weizman, de woordvoerster van de gevangenisautoriteit, ontkende dat er boetes worden opgelegd, maar gaf toe dat straffen worden uitgevoerd als het ontzeggen van familiebezoek of televisiekijken. Ook het afpakken van zout bevestigde zij. 'Als gevangenen niet meer eten waar hebben zij dan zout voor nodig?'  
(NB In de PCHRO zijn onder meer de volgende mensenrechtenorganisaties vertegenwoordigd: Addameer, Al Haq, Al-Mezan, Badil, Defence for Children Palestinian Section, Jerusalem Center for Legal Aid and Human Rights).  

donderdag 3 mei 2012

Gemengd nieuws over slopen en bouwen in bezet Jeruzalem en op de Westoever

 
Het Cremisan klooster in Beit Jala. Het klooster zal net als de wijk Al-Makhrour door de bouw van 'De Muur'  van Beit Jala worden afgesloten en aan de Israelische kant komen te liggen, gescheiden van een groot deel van zijn land. Het klooster, van de orde van Salesianen, produceert onder meer een bekende wijn. In 2007 werd 2000 dunum land (= 20 hectare) van het klooster geconfisqueerd voor de bouw van de Muur. In 2011 verloor het klooster nog eens 3,7 hectare.  

---Israelische eenheden hebben woensdag in alle vroegte een restaurant gesloopt in het gebied Al-Makhour bij het overwegend christelijke stadje Beit Jala. Het restaurant met een oppervlakte van 300 vierkante meter, dat eigendom was van Ramzi Qaisyeh, zou geen vergunning hebben gehad. Afgezien van de sloop van het restaurant kregen diverse bewoners van het gebied sloop-orders aangereikt.
Burgemeester Raji Zeidan van Beit Jala bracht in  herinnering dat in april in hetzelfde gebied Al Makhrour vier huizen werden gesloopt en ruim 50 elektriciteitspalen omver werden gehaald waardoor 12 huizen zonder stroom kwamen te zitten. Eerder, in de december 2011 werden ook al vier huizen in Al-Makhrour gesloopt.
Al-Makhrour is een gebied dat bekend staat om zijn schoonheid. Het Center for Cultural Heritage Preservation beschouwt het als  cultureel erfgoed. De wijk staat op de nominatie  nominatie om van Beit Jala afgesneden te worden. Door de aanleg van 'De Muur' komt het aan de Israelische kant te liggen.    

---Israel heeft slooporders uitgevaardigd voor zeven huizen in de wijk Silwan van Oost-Jeruzalem. De orders waren aangeplakt aan de betreffende huizen, zo meldde de voorzitter van het Comité voor de Verdediging van Silwan, Fakhri Abu Diab, De afbraak volgt binnen een termijn van 30 dagen.
De beslissing om te slopen valt binnen het kader van Israelische plannen om in Silwan een bijbels park aan te leggen. De uitvoering daarvan is in handen van de organisatie van kolonisten, Elad, die ook opgravingen in de wijk uitvoert. Silwan wordt beschouwd als 'de Stad van koning David.' Onder het plan voor het park zullen in totaal 22 Palestijnse huizen moeten wijken.
 
---Israel is van plan negen hotels te gaan bouwen in de wijk Givat Hamatos in Oost-Jeruzalem. Samen krijgen de hotels een capaciteit van 1.100 kamers. Givat Hamatos is een nieuwe nederzetting die nog in de planningfase verkeert. De nederzetting komt te liggen naast Gilo en zal de toegang tot Bethlehem gaan afsluiten. De 'omsingeling' van Arabisch Oost-Jeruzalem wordt door de nieuwe wijk voltooid.
In een eerste fase is de bouw van 2610 nieuwe wooneenheden in Givat Hamatos goedgekeurd. Plannen voor nog eens 1400 huizen wachten nog op goedkeuring. Daar zijn de plannen voor de hotels nu bij gekomen.   
Khalil Tufakji, een Palestijnse expert die de ontwikkelingen in de nederzettingen volgt, vertelde het persbureau Ma'an  dat de Israelische plannen erop gericht zijn om toeristen in Jeruzalem vast te houden en van daaruit dagtrips naar onder meer Bethlehem te laten maken, in plaats van dat ze onderdak zoeken in Betlehem zelf. Ook zou Israel erop gebrand zijn om Joodse werkgelegenheid in Oost-Jeruzalem te scheppen. De plannen voor de hotels, die dinsdag bekend werden, werden woensdag veroordeeld door Vrede Nu en onder meer door Jordanië en Frankrijk.

woensdag 2 mei 2012

Israelische leger stopt onderzoek naar slachtpartij op familie tijdens Gaza-oorlog in de doofpot

Afscheid van drie van de jongste leden van de (extended) familie Samouni.

 De  mensenrechtenorganisatie B'tselem meldt dat zij van de Israelisch militaire advocaat-generaal bericht heeft gekregen dat het politie-onderzoek naar de dood van 21 leden van de familie Samouni in de Gaza-strook is gestopt. Een majoor, Dorit Tuval, van het bureau van de Advocaat generaal schreef dat in een brief aan B'tselem en het Palestijnse Centrum voor de Mensenrechten. Beide organisaties hadden een klacht ingediend. Volgens de majoor had het onderzoek uitgesloten dat sprake was geweest van het opzettelijk letsel toebrengen aan burgers, of van haast en onzorgvuldigheid waardoor burgers letsel hadden opgelopen, of van strafbare nalatigheid. B'tselem zegt dat de brief geen enkele bijzonderheid over het onderzoek meldt, noch een reden geeft waarom het onderzoek is gesloten of ook maar de minste nieuwe bijzonderheden geeft over de omstandigheden waaronder de affaire zich heeft afgespeeld.

B'tselemen is uitermate ontevreden over dit antwoord. Yael Stein, advocaat en hoofd research van B'Tselem,  zei in een reactie dat het 'onaanvaardbaar is dat  niemand verantwoordelijk is bevonden voor een actie van het leger waarbij 21 niet bij strijd betrokken burgers werden gedood, in een gebouw waar zij op last van militairen naar toe waren gegaan - zelfs als er geen opzet in het spel was geweest. De manier waarop het leger zichzelf van alle verantwoordelijkheid voor deze gebeurtenis heeft vrijgepleit, zonder zelfs maar de ernst ervan aan te geven of de omstandigheden waaronder dit kon gebeuren duidelijk te maken, is ongehoord. Het afschuiven van de verantwoordelijkheid voor de dood van honderden andere burgers en de immense schade die de operatie 'Cast Lead' heeft veroorzaakt, geeft opnieuw de noodzaak aan voor een Israelische manier van onderzoek die onafhankelijk is van het leger'.

 De affaire van de familie Samouni was één van de meest gruwelijke uit de operatie Gegoten Lood van 2009, alhoewel ik moet bekennen dat ik het verhaal van de familie Al-Daya nog tragischer vind. Dertig leden van de familie - onder wie 18 kinderen - werden gedood toen de Israelische luchtmacht een huis van vier verdiepingen plat bombardeerde waar opa en oma al hun  kinderen en kleinkinderen hadden verzameld omdat zij dachten dat hun huis robuuster en dus veiliger was. Niemand van de familie overleefde. Het verhaal van de familie Al-Daya speelde zich af in dezelfde wijk Al-Zeitoun van Gaza-stad waar ook de familie Samouni woonde. Beide verhalen heb ik hier beschreven en nog een keer hier, waar ik de journaliste Amira Hass van Haaretz citeerde.
 Het verhaal van de Samouni's werd ook in het Goldstone rapport beschreven als één van de gruwelijkste verhalen uit de operatie Cast Lead en een van de gebeurtenissen die dringend nader onderzocht moeten worden. Het komt erop neer dat verschillende families Samouni, allemaal wonend aan de Samouni-straat in Zeitoun die zo is genoemd omdat er diverse takken van de uitgebreide familie Samouni naast elkaar woonden, door het Israelische leger in één huis bijeen werden gedreven. Dat bijeen drijven ging gepaard met het nodige geweld, (en dat is een reden waarom in het Goldstone-rapport wordt gesproken van 29 gedode leden van de familie, terwijl B'tselem het over 21 doden heeft). De Samouni's. zo'n 100 mensen onder wie veel kinderen, zaten meer dan een dag opgesloten in dat door troepen omringde huis, zonder elektriciteit, eten of drinken. Toen een van de familieleden na ruim een dag naar buiten ging om wat brandhout te zoeken teneinde wat te eten en drinken te maken, werd hij door een raket gedood. Daarna volgde een bombardement  van het huis, waarbij 21 mensen omkwamen en een groot aantal gewond raakten. Waarna nog een nachtmerrie van dagen volgde, want Israel liet geen ambulances of hulpverleners toe. 

Het hele verhaal wordt hieronder vertelt door enkele overlevende kinderen van de Samouni's, aan de hand van een animatie van door hen getekende scenes:


Het feit dat het onderzoek naar de reden waarom een dergelijke aanval kon plaatsvinden op een familie die nota bene door de Israeli's zelf op die plek was samengedreven domweg zonder opgaaf van redenen wordt afgeblazen, is zonder meer schandalig. Des te schandaliger, omdat een deel van de waarheid achter wat daar gebeurd is, allang bekend is. Haaretz meldt dat uit gesprekken van de krant met soldaten die destijds ter plaatse waren - en ook uit getuigenissen die soldaten hebben afgelegd bij de organisatie Breaking the Silence - duidelijk is geworden dat de verantwoordelijke voor het bombardement op het huis kolonel Ilan Malka is geweest, destijds de commandant van de Givati-Brigade. Kolonel Malka had beelden van een onbemand vliegtuigje van de man die naar buiten ging om hout te halen, verkeerd geïnterpreteerd. Hij dacht wapens te zien en had toen zowel opdracht gegeven deze man met een raket te doden, als om het huis te bombarderen.  
Het bureau van de Militaire Advocaat Generaal gaat daar zonder meer aan voorbij en dat geeft duidelijker dan wat dan ook aan dat Israel nooit en te nimmer van plan is geweest op een enigszins fatsoenlijke manier het eigen optreden in Gaza tegen het licht te houden. Waarschijnlijk had niemand dat ook meer verwacht, na de krampachtige en hysterische manier waarop Israel had gereageerd op het rapport van de commissie Goldstone. Toen werd al volstrekt duidelijk dat het beeld van het 'meest morele leger ter wereld' zoals minister Ehud Barak het noemde, koste wat het kost overeind moest blijven.

De Samouni-straat na de operatie Cast Lead. (Uit een fotoserie van de BBC)

Dat blijkt ook duidelijk uit wat B'tselem schrijft en vandaar dat ik het laatste woord aan deze organisatie geef:
Three years after the end of the operation, the dozens of MPIU investigations opened into cases of harm to civilians have yet to yield results. The Military Advocate General Corps has created a haze around them, preventing any possibility of examining their effectiveness. The Corps' responses to B'Tselem, combined with media reports, indicate that three indictments have been filed against soldiers who took part in the operation: for theft of a credit card from a Palestinian civilian, for use of a nine-year-old Palestinian child as a human shield, and for “manslaughter of an anonymous person.” In three other cases, disciplinary action alone was taken. Two officers were disciplined for firing explosive shells that struck an UNRWA facility; three officers were disciplined for shelling the al-Maqadmeh Mosque, in which 15 Palestinians were killed, nine of them civilians; and one officer was disciplined for the use of Palestinian civilian as a human shield.
 (....)
There has never been a serious investigation into the suspicions raised by B'Tselem and additional Israeli, Palestinian and international organizations regarding breaches of international humanitarian law by the military during the operation. Most of B'Tselem’s demands for investigation were not met. The investigations that were opened did not, to B'Tselem's knowledge, address the responsibility of high-ranking commanders, but rather focused on the conduct of individual soldiers.


Een korte vertaling: Drie jaar na de oorlog moeten er nog steeds resultaten komen van tientallen onderzoeken van de militaire politie. De advocaat generaal heeft een soort mist om zich heen opgeworpen die het onmogelijk maakt een oordeel te vellen over de effectiviteit van de onderzoeken. Uit wat aan B'tselem is gemeld, en wat kranten berichtten, blijkt dat er drie vonnissen zijn geveld: tegen een soldaat die een creditcard heeft  gestolen, tegen een soldaat die een negenjarig kind als menselijk schild gebruikte en één wegens 'doodslag op een ongenoemd persoon. In drie andere zaken werden disciplinaire straffen uitgedeeld. Tegen twee officieren die een UNRWA-gebouw bombardeerden, drie officieren die de Maqadmeh-moskee beschoten waarbij 15 mensen werden gedood (van wie negen burgers) en één officier die een Palestijn als menselijk schild gebruikte.
Er is nooit serieus onderzoek gedaan naar de verdenkingen van B'tselem en anderen naar inbreuken op het internationale recht. De meeste verzoeken van B'tselem werden afgewezen. De keren dat wel onderzoek werd gedaan, werd voor zover B'tselem weet, niet gekeken naar de verantwoordelijkheden van commandanten, maar alleen naar het gedrag van individuele soldaten.

Israel vernielt waterbron in Baq'a bij Hebron

 Israëlische eenheden vernielen tuinbouwgebied en irrigatiewerken bij Baq'a ( de foto is van 2011).

Israëlische officials begeleid door militairen hebben woensdag een bron vernield die toebehoorde aan Saeed Jaber in het dorp Baq'a bij Hebron, zo hebben inwoners van het dorp gemeld. Het hoofd van de Palestijnse Water Autoriteit, Shaddad Attili, waarschuwde eerder dit jaar dat Israel systematisch bezig is waterbronnen en reservoirs voor de opslag van regenwater te slopen.  met de bedoeling bewoners die er van afhankelijk zijn van hun land te verdrijven. Volgens Atilli zijn in 2011 tenminste 25 bronnen en 32 regenwater-reservoirs vernield.
Het hoofd van het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Activiteiten van de UN, (Ocha),  Ramesh Rajasingham, zei vorige week dat sinds het begin  van 2011 meer dan 1.500 Palestijnen van huis en haard zijn verdreven wegens sloop of uitzettingen.(Ma'an)

dinsdag 1 mei 2012

Israel geeft dorp opdracht 1400 olijfbomen te rooien die geplant zijn op eigen, privé grond


 Olijvenpluk in Deir al-Istiya, foto van een paar jaar geleden. 

Opnieuw is er een zaak waarbij de oneerlijkheid van Israelische maatregelen in de bezette gebieden belicht wordt. Het dorp Deir al-Istiya in de regio Nablus heeft een order van het militaire bestuur (de Civil Administration)  gekregen om een aanplant van niet minder dan 1400 tussen de twee en vijf jaar oude olijfbomen te verwijderen. De bomen zijn geplant in een natuurpark, Nahal Kana, geheten. Vandaar dus. Je kan niet zomaar bomen planten in een park. Klinkt logisch. Al kan je je zeker afvragen of Israel wel het recht heeft natuurparken aan te leggen in gebied dat niet van Israel is en dat het heeft bezet. Maar het wordt tamelijk bizar als we lezen dat de grond in dat park waar die aanplant is geplant, privé grond is van inwoners van Dar al-Istiya. Dit is wat de burgemeester van het dorp, Nazmi Salman, aan Haaretz als commentaar geeft op de beslissing van de Israelische militairen:     
'De 'Civil Administration' zegt dat we de status quo in stand moeten houden, maar dat accepteren we niet,' aldus Salman. ''Wij denken dat de eigenaren  van privé-land het recht hebben die grond te bewerken en ermee in hun onderhoud te voorzien. Zoals wij het zien gaat het hier om een Israelische poging om Israels controle over het gebied te versterken. Er wordt hier met twee maten gemeten, want aan de ene kant zijn er nederzettingen gevestigd in het gebied, die zich uitbreiden. Zelfs werd er een weg dwars door het gebied aangelegd naar één van die nederzettingen. En intussen mogen wij aan de andere kant niet ons land bewerken.'

Het is  niet de eerste keer dat de zaak van de olijfbomen van Deir Istiya aan de orde komt. In 2008 documenteerde The International Solidarity Movement een poging van Deir Istiya om 50 olijfbomen te planten op een stuk land van het dorp die ten prooi dreigde te vallen aan uitbreidingsplannen van de nederzetting Nevana. Die actie van het dorp werd door het leger verhinderd. 
   Militairen verhinderen het planten van olijfbomen. (Foto uit 2008 van ISM)

Deir Istiya is een dorp dat grotendeels leeft van de opbrengst van de olijventeelt. Het doet dat al meer dan 1000 jaar en heeft er lang een redelijke welstand aan te danken, zoals onder meer te zien is aan het sjieke, antieke hart van het dorp. Maar de laatste jaren is het een dele van zijn land kwijtgeraakt en in het verleden zijn ook op last van de bezetters honderden, honderden jaren oude bomen gerooid.  
 Snapshot van de antieke kern van Deir al-Istiya. (Palestine remembered)

Israelische president Herzog poetst strafblad van veroordeelde moordenaar schoon

  Elor Azaria met zijn moeder De Israelische president Herzog maakte zaterdagavond bekend dat hij het strafblad van Elor Azaria had schoonge...