vrijdag 4 mei 2012

Palestijnse mensenrechtenorganisaties vragen om interventie ten gunste van hongerstakers

Demonstratie in solidariteit met de hongerstakers bij de Ofer gevangenis op 2 mei 2012.

De Palestijnse  Raad van Mensenrechtenorganisaties, waarin 11 mensenrechtenorganisaties in de bezette gebieden samenwerken, heeft donderdag zijn grote bezorgdheid geuit over de serie collectieve strafmaatregelen die de Israelische gevangenisautoriteit heeft genomen tegen het grote aantal hongerstakers in de Israelische gevangenissen. Ook is de Raad uitermate bezorgd voor de levens van Bilal Dhiab en Thaer Halahleh, die hun staking op 29 februari begonnen en dus vandaag (vrijdag) bezig zijn aan de 67ste dag. De gezondheidssituatie van beide mannen is kritiek en aan beiden is het recht ontzegd om zich onder behandeling van onafhankelijke artsen te stellen. Beiden staan bloot aan grote druk van de gevangenisartsen en de  leiding van de gevangenis om hun staking op te geven, zo heeft Thaer laten weten, maar allebei zijn ze vastbesloten om door te gaan tot ze worden vrijgelaten.
De PCHRO deed een beroep op het Europese parlement, de Verenigde Naties en het Rode Kruis om bij Israel tussenbeide te komen om de levens van Bilal en Thaer te redden. Ook  vraagt de Raad om druk uit te oefenen op Israel teneinde onafhankelijke artsen bij de gevangenen toe te laten, een einde te maken aan de praktijk van administratieve hechtenis en  de behandeling van gevangenen te laten plaatsvinden volgens internationaal erkende normen. De Raad doet een beroep op het Europarlement om een fact finding mission te sturen.      
Poster voor Bilal Dhiab

Bilal en Thaer werden donderdag allebei voorgeleid bij een hoorzitting van het hooggerechtshof die zij hadden aangespannen tegen hun administratieve detentie. (Halahleh, 34, werd opgepakt op 28 juni 2010 en zit sindsdien in administratieve detentie. Dhiab zit in administratieve hechtenis sinds 17 augustus 2011). Allebei de  mannen zaten tijdens de zitting in een rolstoel. Bilal viel tijdens de zitting flauw. Parlementslid Ahmed Tibi, die de zitting bijwoonde en arts is, ontfermde zich over hem.  Rechter Amnon Rubinstein kondigde aan dat een aantal rechters een beslissing zou nemen na  kennis genomen  te hebben van de 'geheime' dossiers tegen beide mannen. Maar na lezing van de dossiers kwam er toch geen beslissing en liet hij weten dat er later een uitspraak zou komen, zonder aan te geven wanneer.
Behalve Thaer en Bilal zijn nog zes andere hongerstakers al lang aan een staking bezig. Onder hen zijn Hassan Safadi, die vandaag voor de 61ste dag eten weigert, Omar Abu Shalal, die dat voor de 59ste dag doet,  en Jaafar Azzedine, die nu 44 dagen staakt en die aan constante duizeligheid lijdt, die maakte dat hij een hoofdwond heeft opgelopen bij een val. Ook deze mannen mogen geen onafhankelijke dokters zien, terwijl hun gezondheidstoestand in snel tempo verslechtert. Ook bezoek van advocaten is hen ontzegd. 
Het grootste deel van de stakers (zo'n 1200) begon hun staking op 17 april, met als eis een eind aan administratieve detentie, eenzame opsluiting, en aan maatregelen als het  ontzeggen van het recht op familiebezoek (gevangenen uit de Gaza-strook hebben zelfs sinds 2007 geen bezoek van familie gehad), bezoek van advocaten, en het recht om studies te volgen aan een universiteit of andere instelling van voortgezet onderwijs. Deze massastaking heeft zich gaandeweg uitgebreid. Deze week sloot zich nog een honderdtal gevangen aan. Intussen wordt het aantal deelnemers aan de staking geschat op 2500 (de Israelische gevangenisautoriteit sprak tegenover het persbureau AFP van 1550 hongerstakers).

 
Op 3 mei werd met geweld een demonstratie voor de hongerstakers bij de gevangenis in Ramleh opgebroken. Acht mensen werden gearresteerd.

Volgens de  PCHRO heeft de Israelische gevangenisautoriteit een uitgebreide serie strafmaatregelen tegen de hongerstakers ingesteld. De meest recente daarvan zou zijn dat zij boetes krijgen opgelegd van tussen de 250 en 500 shekel (=tussen de 50 en 100 euro) per dag dat zij voedsel weigeren. Veder wordt hen elektriciteit ontzegd, en is zout voor hun drinkwater (een noodzakelijke levensbehoefte bij hongerstakingen) geconfisqueerd. In de Naqab gevangenis worden dagelijkse, langdurige inspecties uitgevoerd, waaronder ook body checks. Verder worden de gevangenen niet meer gelucht. Ook zijn heel veel gevangene overgeplaatst naar andere gevangenissen en zijn verschillende van hen nu in isoleercellen geplaatst. Advocaten worden niet meer tot de gevangenen toegelaten.  
Sivan Weizman, de woordvoerster van de gevangenisautoriteit, ontkende dat er boetes worden opgelegd, maar gaf toe dat straffen worden uitgevoerd als het ontzeggen van familiebezoek of televisiekijken. Ook het afpakken van zout bevestigde zij. 'Als gevangenen niet meer eten waar hebben zij dan zout voor nodig?'  
(NB In de PCHRO zijn onder meer de volgende mensenrechtenorganisaties vertegenwoordigd: Addameer, Al Haq, Al-Mezan, Badil, Defence for Children Palestinian Section, Jerusalem Center for Legal Aid and Human Rights).  

Geen opmerkingen: