vrijdag 14 augustus 2009

Nogmaals: de schande van Sheikh Jarrah

Jewish Peace News stuurde een open brief rond van Maher al-Hanoun, een lid van een van de twee families die op 2 augustus uit hun huis in de Jeruzalemmer wijk Sheikh Jarrah werden gezet om plaats te maken voor orthodoxe kolonisten. Er blijkt uit dat Hanoun c.s. nu naast hun huis kamperen. Ik neem de brief hier over. Eronder een ander stukje over Sheikh Jarrah. Door vakantie was me ontgaan dat een paar dagen voor 2 augustus (op 26 juli) in dezelfde wijk een huis, waarvan de bewoner was overleden, door kolonisten was overgenomen. Het stukje vond ik op Sabr (palestininianprisoners.blogspot.com),een blog dat het opneemt voor Palestijnse gevangenen.

A Letter to the Israeli People
I am appealing to you as an Israeli citizen:
When your government denied my family our rights in the past, many ordinary Israelis did not look away. Instead, they stood with us. They showed us that Israelis are able to look past our differences and stand up for what is right.
I call on the Israeli people once again to help.
Early on Sunday August 2nd, more than 200 armed police smashed our windows, barged into our house and threw us out. They said we were living in the house illegally because Jews owned the land upon which our homes were built- over a hundred years ago. But, immediately after we were forced out, extremist settlers took over and occupied our home. They are still there now.
My wife, children and I have spent the past seven days and nights in the streets, and there is no end for us in sight. Overnight, we were made homeless. I hope you can help us seek the justice denied to us.
Israel calls itself a democracy. If so, the government is answerable to you, the Israeli people.
My family's situation is not an isolated case. Stories like ours are being played out all the time in Jerusalem and will continue. It is being perpetuated by the government of Israel in your name, in the name of the Israeli people, against UN resolutions and international law.
Please, stand with us again in our time of need, and help my family and I and those like us, to get our homes back.
We need your support. With each new day spent in the streets, our time is running out. Please stop the Israeli government from abusing us in Sheikh Jarrah in your name.
Maher Hannoun,
Sheikh Jarrah,
Jerusalem


2 augustus: de bezittingen van de families Hanoun en Al-Ghawi liggen op straat. De families kamperen nu in tenten naast de huizen waarin ze 51 jaar hebben gewoond.

Monday 27 July 2009:
A demonstration will be held outside the Darwish Hijazi home to protest the demolition of the home and the ethnic cleansing of occupied East Jerusalem.
Palestinian residents of Sheikh Jarrah, along with international and Israeli solidarity activists, will hold a demonstration outside the Darwish Hijazi home in Sheikh Jarrah. On Sunday, 26 July 2009, 7 international activists, 1 Israeli activist and 2 Palestinians were arrested outside the Palestinian home.
Settlers had broken into the home and began to destroy the house from the inside. According to local residents, the Palestinian home owner had died a month ago, leaving no one inside the home to protect it. Around 12:30 pm, Israeli forces arrested a German national, an Australian national, a Scottish national, an Israeli and 2 Palestinians including former Minister of Jerusalem Affairs Hatim Abdul Qader, when they tried to block settlers from entering the home.
Religieuze kolonisten hebben onder politiebescherming met een bulldozer een muur opengebroken om een huis in Sheikh Jarrah over te nemen. Op de foto maken ze het gat provisorisch weer dicht.

After they were taken to the police station on Salah al-Din street, settlers were able to enter the home. According to witnesses at the scene, settlers were destroying the house from the inside.
Around 3:30, Israeli forces arrested 2 American nationals and a British national, as they tried to enter the Palestinian home to stop the settlers from destroying it. They were also taken to the police station on Salah al-Din street.
The 7 internationals and 1 Israeli activist are still in detention and will likely have court on the morning of Monday, 27 July 2009.

The case of Sheikh Jarrah
The Sheikh Jarrah neighborhood in East Jerusalem was built by the UN and Jordanian government in 1956 to house Palestinian refugees from the 1948 war. However, with the the start of the Israeli occupation of East Jerusalem, following the 1967 war, settlers began claiming ownership of the land the Sheikh Jarrah neighborhood was build on.
Stating that they had purchased the land from a previous Ottoman owner in the 1800s, settlers claimed ownership of the land. In 1972 settlers successfully registered this claim with the Israeli Land Registrar.
The 28 families face eviction from their homes. In November 2008, the al-Kurd family was violently evicted from their home in Sheikh Jarrah. Two weeks thereafter, Mohammad al-Kurd died from a stress induced heart attack.
Currently, the Hannoun and the al-Ghawi families face eviction from their Sheikh Jarrah homes. However, all 28 families are battling eviction in Israeli court.

Discriminatie in het onderwijs. Racisme?

'Back in business' na de vakantie. Heb in die tussentijd heel wat Franse bibliotheken van binnen gezien in de Basse Normandie, in de omgeving van het huis van E., mijn vriendin, dat ligt ergens tussen Argentan en Alençon. Lastig om niet op je eigen laptopje te kunnen werken, een tantaluskwelling om te ontdekken dat je nog niet zomaar in de Franse 'WiFi' netwerken kan binnendringen via je Nederlandse abonnnement (kunnen jullie daar even wat aan doen KPN?). Lastig ook al die diverse sluitingstijden in verband met vakantie.
Enfin. Terug dus weer en om te beginnen maar een stukje uit Haaretz over de achterstelling van Arabische leerlingen in het Israëlische onderwijs, waarop ik werd geattendeerd door Asaad Abu Khalil, bloggend onder de naam Angry Arab News Service. 'Zionism IS racism,' schreef Assaad. Ik zou dat zo niet geschreven hebben, maar geef hem toch ook niet helemaal ongelijk. Wat het ook is, het is discriminatie van de ernstigste soort:

The Education Ministry's budget for special assistance to students from low socioeconomic backgrounds severely discriminates against Arabs, a new study shows. The average per-student allocation in Arab junior high schools amounts to only 20 percent of the average in Jewish junior highs.

The study, published recently in the journal Megamot by Prof. Sorel Cahan of Hebrew University's School of Education, supports the claims of institutionalized budgetary discrimination that Arab educators have long voiced. On Monday, when the ministry published town-by-town data on what percentage of high school students pass their matriculation exams, most Arab towns were once again at the bottom of the list. A rare exception was Fureidis, where 75.86 percent of students passed - the third highest rate in Israel.

Ordinary classroom hours are allotted to schools on a strictly per-student basis. But the special assistance budget, which totaled NIS 150 million last year, is by nature differential, as its purpose is to give extra assistance to schools with a large proportion of students from low socioeconomic backgrounds. The money goes toward tutoring, enrichment activities and more.

Het verschil in toekenning zit hem dus in de speciale budgetten. Het ministerie van onderwijs zei in een reactie dat ze de budgetten nu al anders verdelen: niet meer eerst een verdeling in zoveel geld voor de Joodse en zoveel voor de Arabische sector maar meer naar sectoren die het het meest nodig hebben. Noe, dat zal wel...
(Voor het hele artikel in Haaretz van 12 augustus klik hier)
.

woensdag 5 augustus 2009

Nieuwe schande in Jeruzalem: uitzetting van twee families van 'krakers' in Sheikh Jarrah

Verjoodsing van Jeruzalem: een Israëlische vlag boven een huis in Sheikh Jarrah.

Een nieuw schandaal en een nieuw stapje in de richting van de verjoodsing van Jeruzalem was de uitzetting op 2 augustus van de families Hanoun en Al-Ghawi (53 mensen onder wie 19 kinderen) in de wijk Sheikh Jarrah. Een uitzetting op basis van een uitspraak van een Jeruzalemse distritsrechtbank die bepaalde dat Joden eigendomspapieren hadden die teruggingen tot voor 1948. Kolonisten die de papieren van de vroegere sefardische eigenaars hebben overgenomen, betrokken de huizen zodra de Arabische families met hun hebben en houden op straat stonden. Laten nu de huizen van de families na 1948 gekocht zijn door de UNWRA om mensen te huisvesten (de betreffende families dus) die tijdens de oorlog van 1948 waren verdreven uit hun huizen in WEST-Jeruzalem. Israël heeft ze nu dus voor de tweede keer verdreven. En nog wel met de wet in de hand. Mooie wet die gebaseerd is op Israëls door - als ik me niet vergis op Vanuatu na - geen enkel land erkende annexatie van Oost-Jeruzalem in 1967.
Gelukkig is de veroordeling van de uitzetting vrij algemeen, maar daar worden de ongelukkige families niet door geholpen, en evenmin helppt dat iets aan het feit dat de plannen voor een nog verdere verjoodsing van Sheikh Jarrah en andere wijken gestaag doorgaan (lees mijn eerdere artikel over Jeruzalem - zie index).
Lees verder ook vooral wat de door mij bewonderde Magnes zionist Jerry Haber (blognaam en pseudoniem van een Amerikaans-Israëlische prof in de judaica) schrijft over deze diefstal. Als deze Arabische families 'krakers' waren, schrijft hij, dan zijn bijna alle Israëli's dat ook. (wwww.themagneszionist.blogspot.com/2009/08/israels-hamas.html)
Persconferentie op 13 juli in solidariteit met de families die dreigden te worden uitgezet na de uitspraak van het hooggerechtshof. Veel heeft het niet geholpen.

En Maan News Agency in Bethlehem meldt vandaag dat acht Palestijnen gezwond zijn bij het overhandigen door de Israëlische politie van orders om huizen af te breken in Al Bustan, een onderdeel van de wijk Silwan. De huizen zouden gebouwd zijn zonder vergunning (iets wat Palestijnen in Jeruzalem nagenoeg nooit krijgen, een bouwvergunning). Sommige van de huizen zijn volgens Maan overigens al gebouwd voor Israël in 1967 Jeruzalem veroverde. In totaal staan er 90 'demolition orders' uit in Al Bustan.

dinsdag 4 augustus 2009

Iran, the continuing story

Borzou Daragahi van de Los Angeles Times meldt vanuit Beiroet dat het maar niet rustig wil worden in Iran. Ook de officiële inauguratie van Ahmadinejad werd weer een aanleiding voor uitingen van protest:
-- A confirmation ceremony Monday meant to showcase the unity of the Islamic Republic's leadership highlighted its divisions, sparking clashes in the streets between demonstrators and security forces that stretched into the night. Iran's supreme leader endorsed President Mahmoud Ahmadinejad for a second term nearly eight weeks after a disputed reelection that continues to roil the nation. Daragahi meldt dat vele belangrijke dignitarissen wegbleven; onder wie Ransanjani. Enkele uren later braken op diverse plaatsen in Teheran onlusten uit tussen ...supporters of opposition leader Mir-Hossein Mousavi, who chanted "death to the dictator," and security forces. Drivers stopped their cars in the middle of highways and in central squares, leaning on their horns in gestures of protest.

Hamas, een bruikbare onderhandelingspartner, oftewel hoe fout het is om te denken dat er niet met ze te praten valt

Het is verbazend te zien hoezeer de geschiedenis van Hamas een kopie is van de geschiedenis van de PLO. Ali Abunimah van The Electronic Intifada citeerde onlangs een voordracht die de Palestijnse politicoloog Tamim Barghouti in april 2009 gaf op de universiteit van Georgetown. In die voordracht wees Barghouti erop dat de PLO destijds de keuze had tussen erkenning (van Israel) of legitimiteit (bij haar achterban) en dat de oude garde van de PLO uiteindelijk koos voor erkenning. Dat leidde ertoe dat de PLO op termijn haar legitimiteit kwijtraakte, wat op zijn beurt de weg vrijmaakte voor Hamas om op het toneel te verschijnen.
Intussen zijn we 20 jaar verder en wordt Hamas met hetzelfde dilemma geconfronteerd als destijds de PLO. Net als destijds van de PLO werd geëist dat zij eerst Israël erkende voordat zij mee mocht onderhandelen, eisen de Verenigde Staten, de Europese Unie en Rusland (het Kwartet) nu van Hamas dat zij haar principes opgeeft om als gesprekspartner bij vredesonderhandelingen te worden geaccepteerd. Als Hamas dat zou doen, zou zij echter net als de Palestijnse Autoriteit haar raison d'être als bevrijdingsbeweging kwijtraken.
Het is interessant om te zien hoe Hamas met dit dilemma omgaat en probeert legitimiteit en erkenning met elkaar te verzoenen. Ik geef twee voorbeelden aan de behandeling waarvan ik door de vakantie niet eerder toekwam. Eén is een belangrijk rapport van het United States Institute of Peace (www.usip.org) dat in juni 2009 verscheen, het andere een lange rede die Khaled Meshal, hoofd van het politburo van Hamas hield op 25 juni in Damascus, als antwoord op de rede die president Obama op 4 juni hield in Cairo.

I) Eerst de rede van Meshal:
Meshal was er duidelijk op uit nog eens duidelijk te maken dat Hamas bereid en voorbereid is om op pragmatische wijze aan het vredesproces deel te nemen, maar dat zonder haar principes op te geven. Hij juichte Obama's 'verandering van toon' toe, maar stelde dat meer nodig was, namelijk een verandering van politiek. Als voorbeelden noemde hij het opheffen van de blokkade van Gaza, en het beëindigen van de repressie op de Westoever. Ook zou de Palestijnse verzoening haar beloop moeten krijgen zonder druk of inmenging van buitenaf. Meshal verwees daarbij naar de 'onderdrukkende maatregelen' van de Palestijnse Autoriteit en de samenwerking met de Amerikaanse generaal Dayton (zie ook mijn eerdere stukje over deze generaal). De samenwerking van de troepen van de PA met de VS en Israël noemde Meshal het grootste struikelblok voor de gesprekken in Cairo die mikken op inter-Palestijnse verzoening.
Als echter Amerika en de internationale gemeenschap hun oprechte wil zouden laten blijken om de bezetting en de onderdrukking van de Palestijnen te beëindigen en hen de kans te geven op verwezenlijking van hun recht op zelfbeschikking, dan zouden Hamas en 'alle Palestijnse krachten' bereid zijn mee te werken. Meshal noemde Obama's nieuwe taal jegens Hamas een eerste stap in de richting van een dialoog. Maar die dialoog zou dan wel gebaseerd moeten zijn op het feit dat Hamas een democratisch bevestigd mandaat heeft en niet onderworpen moeten zijn aan eisen zoals het Kwartet die van tevoren heeft gesteld: namelijk dat Hamas Israël erkent, en afziet van geweld en het Recht op Terugkeer'.
Meshal herbevestigde eerdere uitspaken van Hamas dat het bereid is als minimum een soevereine Palestijnse staat te aanvaarden op basis van de grenzen van 4 juni 1967 met Jeruzalem als hoofdstad, na de volledige terugtrekking van de 'bezettingstroepen' en de ontmanteling van alle nederzettingen. Een gedemilitariseerde Palestijnse staat zoals verwoord door Netanyahu wees hij als van de hand als een 'deformed entity' die het Palestijnse volk onwaardig was. Ook waarschuwde hij ervoor dat het fout zou zijn Israel te erkennnen als 'Joodse staat', omdat dit het schrappen van het Recht op terugkeer van zes miljoen vluchtelingen zou inhouden en de 'verdrijving' van de Palestijnse inwoners uit 'de gebieden van 1948'. Hij stelde dat het Recht op terugkeer een individueel recht van alle vluchtelingen is, dat geen leider of onderhandelaar teniet kan doen of veranderen. Verder verdedigde hij het gebruik van geweld als een recht van de Palestijnen vergelijkbaar met het verzet van Europeanen tegen de nazi-bezetting, de Amerikanen tegen het Britse bestuur, of de Vietnamese en Afrikaanse anti-koloniale opstanden. Geweldloos verzet noemde hij een middel dat van pas kwam bij een strijd om burgerrechten. Verzet tegen een bezetting was echter van een andere orde. Meshal waarschuwde ook expliciet tegen meegaan met Westerse voorwaarden vooraf. Sinds de PLO in 1993 Israël erkende, geweld opgaf en de Oslo-akkoorden ondertekende was de bezetting en de onderdrukking erger geworden en het aantal nederzettingen en Palestijnse gevangenen gegroeid. En, zei Meshal, de voorwaarden zijn eindeloos. Zodra een Palestijnse onderhandelaar ergens mee akkoord gaat worden er nieuwe eisen gesteld. Eerst ging het erom Israël te erkennen, nu gaat het om het erkennen van Israëls Joodse karakter. Vervolgens gaat het om het erkennen van Jeruzalem als Israëls eeuwige hoofdstad, het opgeven van het Recht op Terugkeer of het aanvaarden dat nederzettigenblokken gehandhaafd blijven. En daarna moeten de Palestijnen niet alleen hun verzet opgeven, maar er zelf aan gaan werken dat het verzet wordt vervolgd en ontwapend, aldus Meshal, verwijzend naar het trainingsprogram van de veiligheidstroepen van de PA onder leiding van de Amerikaanse generaal Dayton.


II) Het USIP-rapport
Meshal's rede was een illustratie van het strategische denken van Hamas anno nu: enerzijds principes, anderzijds pragmatisme om aansluiting te kunnen vinden bij de praktische politieke realiteit. Het eerder genoemde rapport van het US Institute of Peace geeft een uitstekende uiteenzetting van de manier waarop dit denken van Hamas zich heeft ontwikkeld. De schrijvers zijn Paul Scham, een hoogleraar Joodse Studies aan de Universiteit van Maryland, en Osama Abu-Irshaid, schrijver van een proefschrift over Hamas aan de Britse Loughborough Universiteit en oprichter en hoofdredacteur van de Arabischtalige Amerikaanse krant Al-Meezan. In het rapport beschrijven zij hoe Hamas in zijn Handvest uitgaat van islamitische principes waarin Palestina geldt als een Waqf, een islamitisch erfgoed. Erkenning van Israël is niet compatibel met dit gegeven. Scham en Abu-Irshaid leggen echter uit hoe Hamas door de introductie van uit de islamitische jurisprudentie bekende begrippen als een tahadiyya (tijdelijk bestand, staakt-het-vuren) en hudna (langdurig bestand) toch een constructie heeft bedacht waarin coëxistentie met Israël mogelijk is zonder dat aan de islamitische grondslagen geweld wordt aangedaan.
Hamas, dat zichzelf niet alleen ziet als een islamitische beweging maar nadrukkelijk ook als een nationale Palestijnse beweging, besloot in 2006 deel te nemen aan de verkiezingen in de bezette gebieden. Om te kunnen functioneren in een wijder nationaal kader, dat van de PLO, breed-gedragen vredesonderhandelingen, of in dit geval een regering van nationale eenheid, kwam Hamas op 12 maart 2006 met een politiek program. De beweging sprak zich daarin uit voor een onafhankelijke staat met Jeruzalem als hoofdstad, het werken aan het beëindigen van de bezetting en de terugtrekking van de Israëlische troepen uit de gebieden die in 1967 waren bezet. Maar tevens introduceerde Hamas in dit program nog een derde, nieuw element om zichzelf meer politieke speelruimte te geven: namelijk dat van 'de Palestijnse legitimiteit' (waarbij die legitimiteit staat voor de democratisch uitgedrukte wil van de meerderheid). Zo stelde het program dat de erkenning van Israël 'niet een kwestie was die één enkele Palestijnse fractie aanging, maar een beslissing die genomen moest worden door ‘het hele Palestijnse volk waar het zich ook bevond'. Ook werd erin gesteld dat een regering met Hamas bereid was eerder aangegane akkoorden of internationale resoluties te beschouwen in samenhang met de vitale belangen van het Palestijnse volk.

In mei 2006 ging Hamas nog een stapje verder.door de aanvaarding van het zogenoemde 'Prisoners Document', een document opgesteld door gevangenen van diverse fracties in Israëlische gevangenissen (dat later door hun respectieve bewegingen, waaronder Hamas, werd aanvaard. In het Prisoners Document werd gesteld dat onderhandelingen over de nationale rechten van het Palestijnse volk gevoerd kunnen worden door de PLO of de PA en dat de resultaten later zullen worden voorgelegd aan hetzij een nieuw gekozen Palestijnse Nationale Raad (PLO-parlement), of onderworpen zullen worden aan een referendum onder de Palestijnen in Palestina en in ballingschap.
Kortom: sinds 2006 is Hamas klaar voor deelname aan een coalitie of een onderhandelingskader. En de uitgangspunten daarvan zijn sindsdien meerdere malen herhaald. Zo kreeg Jimmy Carter in april 2008 in Damascus de verzekering dat Hamas het zou accepteren als president Abbas erin zou slagen een akkoord met Israël te bereiken, mits dit akkoord onder internationaal toezicht aan een referendum zou worden onderworpen. En zo verklaarde Khaled Meshal ook op 4 mei tegenover de New York Times dat Hamas bereid was tot een staat binnen de 'grenzen van 1967 en een wapenstilstand voor een 'lange termijn' en gaf hij aan dat Hamas beoordeeld moest worden op zijn politieke program en niet op zijn Handvest.
En dan was er dus ook Meshal's rede van 25 juni .....

maandag 3 augustus 2009

Breaking the Silence: Human Shield

Vakantie maakt het moeilijk om up to date te zijn en de continuïteit te bewaren. Het rapport van Breaking the Silence is al een week of wat oud en ik begrijp dat intussen de Israëlische ambassadeur Kney-Tal in Den Haag heeft geprotesteerd tegen het feit dat Nederland een groep als Breaking the Silence (voorgesteld als ultra leftist) subsidieert. Soortgelijke protesten zijn ook ingediend bij Groot-Britannië en andere landen.Het CIDI wijdde op zijn website een zuur verhaaltje aan de getuigenissen van soldaten die de moed hadden - anoniem, wat had het CIDI anders gedacht, denkt het soms dat ze door hun superieuren zullen worden beloond? - tegenover Breaking the Silence hun verhalen te doen.
Het zijn overigens verhalen die niet veel meer doen dan (zwakjes) de zich opstapelende rapportages van Amnesty, Human Rights Watch, B'tselem en Palestijnse groepen onderschrijven. Het is echter weer een bron temeer die de noodzaak van juridische actie onderstreept, wat het CIDI of Israëlische officiële zegslieden ook mogen beweren. Vandaar dat ik een viertal uittreksels heb overgenomen. En nog even vermeldt dat niet alleen de Nederlandse regering, maar ook de organisaties ICCO en SIVMO die Breaking the Silence subsidiëren.


Testimony 1 - Human Shield
It was the first week of the war, fighting was intense, there were explosive charges to expose, tunnels in open spaces and armed men inside houses. Combat was slow and basically a very small area was occupied. Every unit, every force had a small designated area of responsibility several dozen houses only, which they had to take over, and that took a whole week. That is combat and it took a whole week. They really moved slowly. Close in on each house. The method used has a new name now _ no longer 'neighbor procedure.' Now people are called 'Johnnie.' They're Palestinian civilians, and they're called Johnnies and there were civilians there who stayed in spite of the flyers the army distributed before it went in. Most people did leave, but some civilians stayed to watch over the houses. Perhaps they had nowhere else to go. Later we saw people there who could not walk, some simply stayed to keep watch. To every house we close in on, we send the neighbor in, 'the Johnnie,' and if there are armed men inside, we start, like working the 'pressure cooker' in the West Bank.
Every unit is familiar with a different kind of 'pressure cooker' practice.
What do you mean by it?
I'm not sure either about the 'pressure cooker' procedures there, they could be different. Essentially the point was to get them out alive, go in, to catch the armed men. There weren't many encounters. Just a few. In one case, our men tried to get them to come out, then they opened fire, fired some anti-tank missiles at the house and at some point brought in a D-9, bulldozer, and combat helicopters. There were three armed men inside. The helicopters fired anti-tank missiles and again the neighbor was sent in. At first he told them that nothing had happened to them yet, they were still in there. Again helicopters were summoned and fired, I don't know at what stage of escalation (in the use of force). The neighbor was sent in once again. He said that two were dead and one was still alive, so a D-9 was brought in and started demolishing the house over him until the neighbor went in, the last armed man came out and was caught and passed on to the Shabak… The commanders tell what they saw and make sure we know how things work on the inside. They also talked about things that bothered them.
They said that civilians were used to a greater extent than just sending them into houses. For example, some of them were made to smash walls with 5 kilo sledgehammers. There was a wall around a yard where the force didn't want to use the gate, it needed an alternative opening for fear of booby-traps or any other device. So the "Johnnies" themselves were required to bang open another hole with a sledgehammer. Talking of such things, by the way, there was a story published by Amira Hass in Haaretz daily newspaper, about Jebalya where a guy tells exactly the same thing. It's the guy who was sent. I saw him afterwards, the guy who was made to go into that house three times. He also told us about being given sledgehammers to break walls.
So you say that, from your own experience, there's truth in these publications.
Yes. It was ludicrous to read it and then hear the response of the army spokesperson that the matter was investigated and there are no testimonies on the ground and that the Israeli army is a moral army. It raises doubts about the army spokesperson's responses in general when you know for a fact that these things actually did take place… Sometimes the force would enter while placing rifle barrels on a civilian's shoulder, advancing into a house and using him as a human shield. Commanders said these were the instructions and we had to do it… Anyway, at the concluding debriefing, he (the unit commander) said he didn't know about these things, and the guys, commanders who had been there the first week, said they saw civilians being assigned to break walls and enter with rifle barrels on their shoulders. He said he didn't know this and would look into it. I think nothing substantial had been done about it, I'm also in touch with one of the officers there at present and I don't know if an investigation was made and nothing was found or that nothing was cleared up. Several weeks later, the story came out in the paper about these exact incidents, where they were given sledgehammers to break walls, in our area, this I can say with certainty.

Breaking the Silence: Rules of Engagement

What was it like inside the houses?
Well, you know. Routine. For our first two days there, we were hungry, then we got food and everything fell into place, supplies would arrive every day or two. Once in a while we'd break the routine – fire in some direction, at one house or another. There was a company from the battalion stationed west of us that had some engagement. There was no fighting in the houses.
Was there any fighting to begin with? How was your interaction with the civilians?
They were inside the houses. I didn't see any with my own eyes but I do think there was one civilian killed in the first house, when the house was taken over. When it was entered with gunfire, then the procedure changed and there were more searches. There was a family inside the second house so we didn't go in with gunfire. We yelled at them to get out, banged on the door. As soon as that first one was killed, I think he was an elderly man, the policy was changed and it was more searching and less opening fire.
So, at first, there was immediate fire? Meaning you shot at those houses?
Yes.
They didn't realize they had to get out?
I guess they were afraid to.
What were your assignments inside the houses? Occupying or only taking up the line to protect a road?
We'd take over houses, keep changing, securing the road. Generally, our mission was to isolate the area. Not to let any vehicles drive on the road.
Were there vehicles moving there at all?
No. Occasionally there were people, usually we opened deterrent fire.
So what was different for you, or difficult, in this particular war?
Most of the time it was boring. There were not really too many events. There was one pretty difficult incident where we had to… A man suddenly appeared at a distance, something like 150-200 meters, at night. We detected him carrying a flickering torch. We detect from rather far away, we request confirmation to open deterrent fire. He approached on a zigzag, advancing towards the house. We ask for confirmation. At the time we couldn't tell whether he was suspect or carrying anything. We thought that with that torch he may be gathering information about our placement. We had all kinds of ideas. We did not get the OK for deterrent fire. Our commander went up to the roof with other soldiers, and all that while the guy was advancing north until the commander placed himself on the roof with the others. The man disappeared from sight behind some tree. The next time we detected him, he was 15-20 meters from the house, which by all our instructions, safety measures, is considered zero range as far as we are concerned – if someone is carrying explosives. There were lots of suicide bomber alerts at the time, all the time, incessantly. So we had to take down this guy. If he is carrying an explosive charge it takes exactly one second for him to run to the house. At that moment the soldiers on the roof shoot him, another soldier too opens fire. Later it turned out this was an old man with a flickering torch and a white shirt.
Did you yell out?
We did not.
Opened fire right away?
Eventually it turned out to be a mistake.
What were the rules of engagement?
In a state of war, the rules of engagement are that people on the ground must exercise their own judgment, the commander's judgment at the moment.
Did the man even know you were in that house?
Listen, I have no way of knowing. On the one hand, those houses – I don’t know how anyone could not be aware of our presence, there were heavy APCs constantly coming and going. You could know we were there. I have no idea from where that man came. He was close to the house and I don't know if he knew we were there. As far as we're concerned he just popped up.
Why do you tell me this particular story?
You asked about a difficult experience.

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...