donderdag 26 november 2009

De ontbrekende straat in het lobby-circuit

Voor De Brug, uitgave SIVMO, december 2009



Het kan haast niemand ontgaan zijn, de VS hebben er sinds enige tijd een lobby-organisatie bij: J Street. Met als motto 'pro Israel, pro peace'. De organisatie wil een tegenwicht bieden tegen de bestaande Joodse lobby-organisaties en hun steun door dik en dun voor de Israëlische politiek. In oktober hield J Street zijn eerste conventie in Washington. Als we afgaan op de verbeten commentaren in de rechtse Amerikaans Joodse en Israëlische pers, dan is J Street een belangrijke nieuwkomer.

Maarten Jan Hijmans

De naam is natuurlijk een vondst. J staat natuurlijk voor Jew, maar ook nog voor iets anders. Er is namelijk iets raars aan de hand met het stratenplan van Washington. Er is een H-straat en een I-straat, maar dan springt het over naar K, toevallig ook nog de straat waarop veel Amerikaanse lobbyorganisaties hun zetel hebben. J Street is dus niet alleen een Joodse lobby, maar ook de tot dusver ontbrekende straat in het lobby-circuit, de alternatieve Joodse lobby.

En dat is precies wat J Street wil zijn. Lobby'en is in de VS, anders dan bij ons, geen vies woord. Er is een machtige National Rifle Association die zorgt dat er nooit een ban komt op het bezit van vuurwapens ook al blijft dat veel mensenlevens kosten. Er is een oppermachtige lobby van pensionado's; er zijn talloze lobby's van industrieën en belangengroepen, en er zijn lobby's op het gebied van buitenlandse politiek. Van die laatste is AIPAC (American Israel Public Action Committee), de Joodse lobby, veruit de machtigste. Met verwante organisaties als de Anti Defamation League (ADL) en de Zionist Organization of America (ZOA) – zorgt AIPAC er al decennia voor dat er nooit een te groot gat gaat gapen tussen wat politiek Washington denkt en wat de Israëlische regering besluit. Dat gebeurt door middel van het verdelen van gelden, en door het bewerken van de publieke opinie. Een van de laatste wapenfeiten op dit gebied was, dat zodra Barack Obama de eis had geformuleerd dat Israel een 'freeze' op het bouwen in bezet gebied zou afkondigen, AIPAC in no time 70 leden van het Congres had gemobiliseerd om zich tegen die eis te keren.

J Street is van de andere kant. De organisatie werd begin 2008 opgericht door onder meer Jeremy Ben Ami (foto), een voormalige adviseur van president Clinton op het gebied van binnenlandse politiek, en Daniël Levy, een voormalige adviseur van Israëlische kabinetten en één van de opstellers van het zogenoemde 'Genève-initiatief' samen met leden van de PLO. Eigenlijk is de organisatie half en half mee komen aandrijven op de golven van Obama's 'Yes, we can' enthousiasme. JStreet wil de greep van de traditionele lobby op Amerika's politiek doorbreken en zorgen dat de VS meer initiatieven neemt op weg naar een oplossing. De organisatie denkt te kunnen profiteren van het feit dat traditioneel een grote meerderheid van de Amerikaanse Joden altijd Democratisch heeft gestemd. Zij putte moed uit opiniepeilingen in de zomer van 2008, waaruit bleek dat een meerderheid van de Joodse Amerikanen (60-40%) tegen de Israëlische nederzettingenpolitiek is gekant en dat tevens een meerderheid ervoor is dat de VS een leidende rol op zich neemt bij het vredesproces in het Midden-Oosten.
Zoals Levy zei tegen de Britse Guardian, één van de redenen voor het feit dat JStreet in het eerste jaar van zijn bestaan al zo'n 100.000 tot 110.000 aanhangers heeft weten te vergaren, is gelegen in het feit dat veel Amerikaanse Joden er genoeg van hebben om te worden geassocieerd met de rechtse politiek zoals uitgedragen door AIPAC en aanverwante organisaties, die in het recente verleden een bondgenootschap zijn aangegaan met de meest rechtse evangelistische pro-Israel kringen en in het algemeen de rechtervleugel van de Amerikaanse politiek.

'Het is een erg liberale gemeenschap ,' aldus Levy, 'waarvan 78% op Obama heeft gestemd, en die in het algemeen trots is op de historische rol die zij heeft gespeeld bij het tot stand brengen van burgerrechten. En die groep wordt nu geassocieerd met de meest on-liberale, reactionaire en repressieve politiek, die wordt uitgedragen door groepen die zeggen dat te doen in de naam van de Amerikaanse Joden en Israël, en die bondgenootschappen sluiten met de griezeligste mensen op de uiterste rechtervleugel van het Amerikaanse politieke spectrum. Wat wij vermoedden, en wat bevestigd werd toen we J Street lanceerden, is dat er een grote Amerikaanse groep mensen is die om Israël geeft en het cool vindt zich als pro-Israël te definiëren. Maar hun pro-Israel zijn gaat om de noodzaak voor Israël om vrede te sluiten met zijn buren teneinde veiligheid te garanderen, en niet om voortdurend expansionistisch bezig te zijn, iets wat in feite Israëls veiligheid in gevaar brengt.'

JStreet heeft verleden jaar voorafgaande aan de verkiezingen voor het Congres zo'n 600.000 dollar weten op te halen, die het via zijn PAC (Political Action Committee) geheel volgens Amerikaans model aan 41 kandidaten heeft uitgedeeld. Van hen hebben 33 het gehaald, overigens zonder dat J Street bij hun verkiezing een beslissende rol heeft gespeeld. De organisatie heeft nu een budget van drie miljoen dollar en een staf van zes man, en een aantal afdelingen op campussen (ter vergelijking AIPAC heeft tientallen mensen in dienst en een budget van zo'n 60 miljoen).
Maar J Street groeit nog steeds. Enkele maanden geleden werd een strategisch akkoord gesloten tussen de organisatie Brit Tzedek we Shalom en J Street, waarbij werd bepaald dat beide in elkaar zullen opgaan in januari 2010. J Street haalt daarmee 50.000 'grassroots supporters' binnen en over de 1000 rabbijnen behorend tot wat Brit Tzedek zijn 'rabbinical cabinet' placht te noemen. Overigens is het veilig om aan te nemen dat een deel van de aanhang van Brit Tzedek al supporter van J Street wàs voordat de deal zijn beslag kreeg.


Vorige maand hield J Street voor het eerst een nationale conventie. En dat was een goed moment om te peilen waar de organisatie staat, en wat voor waarde voor- en tegenstanders hechten aan haar bestaan. Voor de gelegenheid was een groot aantal Congresleden uitgenodigd. Maar nauwelijks was dat gebeurd of een waar bombardement van emails en faxen begon, waarin JStreet zwart werd gemaakt. Een aantal Congresleden trok zich daarop terug, onder wie de voormalige presidentskandidaat John Kerry, die een keynote speech had zullen houden. Ook de Israëlische ambassadeur Oren liet verstek gaan. In de Israelische kranten als Jerusalem Post en Jediot Ahronoth werd opgerakeld dat JStreet zich kritisch had uitgelaten over de oorlog in Gaza en stonden beschuldigingen dat de organisatie anti-Israëlisch was, bijvoorbeeld omdat zij ook geld aannam van Arabische Amerikanen, Niettemin waren er tientallen Congresleden gekomen. Obama had zijn nationale veiligheidsadviseur Jim Jones gestuurd om een speech te houden (foto). Verder waren er toespraken van onder meer de voormalige Israëlische minister Chaim Ramon, en de leider van de Amerikaanse Reform-joden, rabbijn Eric Joffie. Ook de Jordaanse koning Abdallah II sprak de ruim 1500 aanwezigen via een videoscherm toe.

J Streets directeur Jeremy Ben Ami noemde de conventie een groot succes. Sommige bezoekers, onder wie de linkse Australische journalist Antony Loewenstein, waren sceptischer. Loewenstein bescheef in de Huffington Post hoe een groot deel van de aanwezigen op de conventie heel wat linkser en radicaler leek dan de organisatie zelf, die voortdurend op eieren lijkt te lopen om maar zo min mogelijk 'mainstream' Joden van zich te vervreemden. Inderdaad is het heel interessant om bijvoorbeeld het interview te lezen dat Jeremy Ben Ami had met Jeffrey Goldberg van the Atlantic (hier). Ben Ami is daarin gruwelijk voorzichtig en geeft de politiek meest correcte antwoorden. Zelfs ontkent hij dat hij afstand neemt van AIPAC of er kritiek op heeft. We kunnen vaststellen dat er nog heel wat water door de Jordaan zal moeten stromen voordat JStreet een soort vanzelfsprekendheid zal uitstralen. Maar vaststaat dat er iets belangrijks is gebeurd, daar in Joods Amerika.

Geen opmerkingen: