woensdag 15 mei 2013

Justitie laat het erbij zitten: Nederlandse bouwer aan de Muur in bezet gebied wordt niet vervolgd


Kraanverhuurder Riwal wordt niet vervolgd voor betrokkenheid bij de bouw van de Israëlische 'Afscheidingsmuur' op de Westelijke Jordaanoever,  zo heeft het Nederlandse openbaar ministerie bekend gemaakt. Volgens het OM staat vast dat het bedrijf uit Dordrecht dat in Israel en diverse andere landen optreedt onder de naam Lima, hoogwerkers en kranen heeft verhuurd voor werk in de door Israel bezette gebieden. Maar volgens justitie zou 'gecompliceerd verder onderzoek' nodig zijn om vast te stellen of dat betekent dat Riwal zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden. Het openbaar ministerie besloot daarvan af te zien, mede omdat Riwal/Lima 'verreikende stappen heeft genomen om te stoppen met haar activiteiten in Israel en de bezette gebieden'.
De mensenrechtenadvocate Liesbeth Zegveld van Böhler advocaten had in 2010 een dubbele aangifte jegens het Dordse bedrijf gedaan namens de Palestijnse mensenrechtenoganisatie Al Haq. De Nationale Recherche deed in hetzelfde jaar een inval in het bedrijf, waar het onder meer delen van de  boekhouding meenam. Volgens de aangifte van advocaat Zegveld had het bedrijf zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.  Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag legde in 2004 in een uitspraak vast dat de bouw van de 'Muur' die Israël in Palestijns gebied bouwt in strijd is met het internationaal recht. Ook sprak het Hof toen uit dat de nederzettingen in bezet gebied illegaal zijn. De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof was bekend en daarmee heeft het bedrijf zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten, aldus Zegveld.

Shawan Zabarin, de algemeen directeur van al-Haq, liet weten teleurgesteld te zijn over de beslissing van het Nederlandse OM.“Het illegale bouwen aan de Muur en in de nederzetting Ariël West door Riwal heeft bijgedragen aan de versplintering van Palestijnse gemeenschappen en het verlies van land en olijfboomgaarden in privé bezit waar Palestijnen ter plekke voor hun inkomen afhankelijk van waren,” zei hij. “De beslissing (van het Nederlandse OM) draagt niet bij aan (de mogelijkheid van) compensatie voor deze slachtoffers.” Advocate Zegveld was eveneens teleurgesteld. Volgens Nu.nl kon zij nog niet zeggen of ze zich bij het besluit van het OM zal neerleggen.

De Muur bij Bethlehem en al-Khadr.

Ikzelf vind het besluit van het OM onbegrijpelijk. Al Haq meldt op haar site dat de organisatie veel tijd in onderzoek heeft gestoken en dat er nog al wat bewijs is verzameld waaruit blijkt dat het ging om het herhaald deelnemen vaan bouwactiviteiten aan de Muur. Het begon ermee dat een Nederlandse televisieploeg in 2006 (de NCRV?), een mobiele kraan van Riwal spotte die aan aan de Muur werkte bij het dorp Hizma.  Een jaar later, in de zomer van 2007, waren apparaten van Riwal aan het werk aan de Muur bij bij het dorp Al-Khadr, bij Bethlehem. In 2009, werden mobiele kranen van Riwal waargenomen die fabrieken aan het bouwen waren in de industriële zone van de nederzetting Ariel (Ariël West) bij het Palestijnse dorpje Bruqin (dat zeer veel last heeft van vervuiling door rioolwater uit deze industrie-zone, AbuP).
Ook al zal het best zo zijn dat het juridisch gezien lastig is om het bewijs tegen Lima/Riwal rond te krijgen, toch het lijkt het erop dat justitie weer een kans laat lopen om een principiële zaak tot een goed einde te brengen. Nederland is er niet zo goed in om mensenrechtenschendingen waarbij Nederlanders betrokken zijn aan te pakken.Weliswaar staat in de grondwet (artikel 90) dat Nederland helpt de internationale rechtsorde te bevorderen, maar als we daarin falen of ons zelfs schuldig maken aan grove schendingen van die rechtsorde (de politionele acties in Indonesië, of Srebrenica om slechts twee voorbeelden te noemen) dan ligt juridische actie waarbij de hand in eigen boezem gaat niet erg voor de hand. Ik vind ook het argument van het OM dat actie niet meer nodig is, omdat Riwal intussen stappen heeft genomen om haar activiteiten in Israel en de bezette gebieden te stoppen, te zwak voor woorden. Alsof het OM ook een dief laat lopen als hij belooft het nooit meer te zullen doen. 1) Eén pikante bijzonderheid nog: Mede-eigenaar van Riwal is de Israeliër Doron Livnat. Hij is voor 50% eigenaar van Lima Holding bv. Ten tijde van het bouwen aan de muur en in Ariël zat hij in het bestuur van onze vaderlandse Israel-lobby, het CIDI.
1) Uitzonderingen waarin het OM wel vervolgde zijn de zaak tegen de Nederlander Frans van Anraat, die componenten voor gifgas leverde aan Saddam Hussein van Irak. Na aanvankelijke pogingen van de VS hem te berechten, werd vA. in 2005 in Nederland vervolgd en kreeg hij 17 jaar. Een ander voorbeeld was de Nederlander Guus Kouwenhoven die volgens diverse buitenlandse bronnen wapens leverde aan Charles Taylor van Liberia. Ook die  zaak leidde tot een veroordeling, maar er volgde een vrijspraak in hoger beroep, omdat volgens het gerechtshof het bewijsmateriaal flinterdun was.   

1 opmerking:

Feng zei

ik voel me plots niet meer veilig in ons rechtssysteem