dinsdag 7 mei 2013

Rashid Khalidi en de gespleten tong van de Amerikaanse diplomatie

Brokers of Deceit, How the US has Undermined Peace in the Middle East, (Bemiddelaars in bedrog, Hoe de VS vrede in het Midden-Oosten tegenwerkte) heet het jongste boek van Rashid Khalidi, hoogleraar contemporaine Arabische studies aan de New Yorkse Columbia University.  Het gaat, dat zal duidelijk zijn, over hoe de Amerikanen de afgelopen decennia hun rol van 'honest broker' opvatten bij het zoeken naar vrede tussen Israel en de Palestijnen. De titel is keihard, maar de inhoud maakt hem volledig waar. Khalidi schreef een boek dat op het nachtkastje hoort van iedereen - politicus of  geïnteresseerde -- die nog hoop koesterde op een positieve Amerikaanse rol en een heropleving van het zogenoemde 'vredesproces'. khalidi 1
Rashid Khalidi (Foto Ellen Rachel Davidson/Mondoweiss)

Na de de internationale vredesconferentie van Madrid van 1991 volgden er onderhandelingen in werkgroepen in Washington onder leiding van onder meer de Amerikaanse diplomaten Denis Ross, Daniel Kurtzer en Aharon David Miller. In die onderhandelingen deed zich een moment voor waarin de Palestijnen van de top van de PLO in Tunis - die niet mee mocht vergaderen in Washington maar op de achtergrond wel aan de touwtjes trok - te horen kregen dat Israel akkoord was gegaan met het stationeren van Palestijnse troepen op de Westoever en in Gaza om de orde te handhaven. Het was opvallend nieuws, want het spoorde niet met het feit dat de onderhandelingen in Washington volstrekt niet van de grond wilden komen. De Palestijnse delegatie was verbaasd, maar bracht het bericht zoals van hen werd verwacht, in bij de onderhandelingen. (Pas later zou duidelijk worden dat Israel dit had besloten in het kader van - geheime - parallelle besprekingen in Oslo met de PLO, die later tot de Oslo-Akkoorden zouden leiden). De verbazing van de Palestijnse delegatie was echter nog niets  vergeleken met de reactie van de Amerikaanse 'bemiddelaars' bij de onderhandelingen in Washington. Zij verwezen het nieuws direct naar de prullenmand. ''Ik zet nu een Israelische pet op, zei Daniel Kurtzer. Ik ben nu Joe Israeli en ik bedenk wat dit zal betekenen voor voor mijn veiligheid en dan zeg ik: vergeet het maar.' En hoe de Palestijnse delegatieleden ook betoogden dat er echt een afspraak was met de Israeli's, de Amerikanen weigerden het te accepteren en reageerden geïrriteerd.
Het is één van de voorbeelden waar Rashid Khalidi mee komt in zijn recente boek Brokers of Deceit om aan te geven hoezeer de Amerikaanse onderhandelaars in het 'vredesproces' tussen Israel en de Palestijnen zich volledig identificeerden met de Israelische standpunten. Een ander ander voorbeeld betreft Dennis Ross, de man die onder tal van presidenten, van Reagan tot Obama een leidinggevende rol speelde in het 'vredesproces. Toen eenmaal, tijdens die onderhandelingen in Washington in 1993, duidelijk was geworden dat Israels premier Yitzhak Rabin via Oslo rechtstreeks met de PLO in gesprek was gegaan, hoorden leden van de Palestijnse delegatie (waar Khalidi in die tijd zelf deel van uitmaakte) Ross de niet voor hun oren bestemde opmerking maken dat hij 'eigenlijk nooit had gevonden dat de PLO bij deze onderhandelingen betrokken diende te worden'.
Khalidi's boek is geen vrolijke kost. Hij geeft aan hoe de Amerikanen al 70 jaar lang poseren als 'honest brokers' in het Israelisch-Palestijnse conflict, terwijl intussen de Amerikaanse politiek ten opzichte van de Palestijnen vanaf president Truman tot Obama volgens Khalidi helemaal nooit evenwichtig is geweest. Drie factoren waren bepalend, volgens Khalidi: gebrek aan druk van de kant van de Arabische olie-monarchieën, binnenlands-Amerikaanse overwegingen die worden aangejaagd door de Israel lobby,  en een totale desinteresse voor de rechten van de Palestijnen.
En dat is in de loop der jaren niet in de richting van meer evenwichtigheid bijgesteld. Integendeel. In 1975, onder president Gerald Ford, gaf minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger, Israel de op schrift gestelde belofte dat nooit met de PLO, de door de Palestijnen als hun vertegenwoordiger aangewezen organisatie, zou worden gepraat voordat die organisatie Israel zou hebben erkend en het geweld afgezworen zou hebben. Van die afspraak werd niet afgeweken, ook niet nadat de PLO  in 1988 aan beide voorwaarden tegemoet was gekomen. Pas nadat Israel zelf in 1993 met de PLO was gaan praten veranderde dat.1)
Van nog grotere betekenis was dat Kissinger in diezelfde maand september van 1975 ook de belofte deed dat de VS in de toekomst geen vredesvoorstellen zouden doen die niet met Israel waren gecoördineerd en die in Israelische ogen niet acceptabel zouden zijn. Deze laatste belofte werd in het geheim gedaan, zij stond in een brief aan Yitzhak Rabin, die pas openbaar werd in 2005 (via een boek van de Amerikaanse wetenschapper William Quandt). De belofte hield, aldus Khalidi, een soort Israelisch recht van veto in over de Amerikaanse diplomatie. En alle Israelische premiers na Rabin hebben er tot de dag van vandaag gretig gebruik van gemaakt om de VS desgewenst tot de orde te roepen.
Beide zaken getuigen niet direct van een evenwichtige Amerikaanse aanpak. Maar de titel van Khalidi's boek - Brokers of Deceit - komt toch pas echt in beeld na de Camp David-afspraken van 1978. Die afspraken, tussen de presidenten Carter en Sadat met de Israelische premier Menachem Begin leveren de opmaat voor de vrede tussen Egypte en Israel. Maar wat de Palestijnen betreft was de uitkomst een aanpak die nu al 35 jaar lang verhindert dat de zaken waar het om gaat - Palestijnse zelfbeschikking/een eigen staat, afbakening van grenzen, Oost-Jeruzalem, het probleem van de Palestijnse vluchtelingen - ter sprake worden gebracht. Begin stelde in Camp David voor dat eerst gepraat zou worden over een overgangsperiode, waarin de Palestijnen van de Westoever en Gaza zelfbestuur zouden kunnen krijgen, terwijl alle belangrijke zaken pas later aan bod zouden komen bij gesprekken over een definitieve regeling.
Wat daarbij vanaf het begin zonneklaar was, was dat Begin wel bereid was de Palestijnen (de ´Palestijnse Arabieren´, noemde hij ze, want een Palestijns volk bestond volgens hem niet) autonomie te verlenen, maar nooit en te nimmer de controle uit handen zou geven over de grond die volgens hem behoorde tot 'Eretz Israel' en volgebouwd diende te worden met nederzettingen. Afgezien daarvan was duidelijk dat in de Camp David-aanpak een eventuele regeling alleen zou gelden voor de Palestijnen in Gaza en op de Westoever, en dat de vijf miljoen vluchtelingen in het buitenland en de Palestijnen in Oost-Jeruzalem nergens op hoefden te rekenen. Khalidi schrijft dat deze aanpak vervolgens door enkel volgende Israelische regering werd overgenomen, inclusief die van Yitzhak Rabin, die ze gebruikte als model voor de Akkoorden van Oslo.
Maar ook de Amerikanen namen deze aanpak - autonomie voor de mensen maar niet voor het gebied -, waarbij dus volledig de Palestijnse rechten buiten beschouwing bleven, naadloos over. En dat inclusief het bijbehorende verhullende en bedriegelijke taalgebruik, waarbij bijvoorbeeld werd gesteld (Oslo) dat de 'Palestijnen de zeggenschap krijgen over alle zaken, behalve die zaken die behoren tot de onderwerpen die aan bod zullen komen bij een uiteindelijke regeling' (en dat zijn dan dus alle zaken waar het echt om gaat). Het is deze constructie, en dit verhullende taalgebruik dat daarna ook deel is gaan uitmaken van het Amerikaanse vocabulaire, die Khalidi het idee voor de titel van zijn boek gaf, en dat hem doet verwijzen naar wat George Orwell destijds ''doublespeak'' noemde in zijn boek '1984'.

Khalidi geeft als voorbeelden van hoe vanzelfsprekend de Amerikaanse diplomatie de Israelische agenda tot de hare maakte, de gesprekken in Madrid van 1991 en vervolgens in Washington. De PLO was daar niet welkom. Alleen Palestijnse delegatieleden zonder banden met de PLO mochten deelnemen, en dan nog onder de paraplu van een Jordaanse delegatie. Er mocht ook alleen gepraat worden over interim-oplossingen. Alle zaken van belang: soevereiniteit over de grond, zeggenschap over hulpbronnen zoals water, de situatie van Jeruzalem, de toekomst van de nederzettingen, het probleem van de Palestijnse vluchtelingen, mochten volstrekt niet worden aangeroerd. Die waren namelijk bestemd voor latere onderhandelingen. En alsof dat nog niet genoeg was, was er aan het begin van de onderhandelingen de vraag van Dennis Ross aan de Palestijnse delegatie ´of ze zich een situatie konden voorstellen waarbij zij de soevereiniteit zouden krijgen en Israel de controle zou behouden´.
En terwijl er gepraat werd, ging Israel (zoals altijd) onverdroten voort met het bouwen in de nederzettingen. Dat was in strijd met een Amerikaanse verzekering dat vooraf met alle partijen was afgesproken dat er zolang de gesprekken duurden geen acties zouden worden ondernomen die iets zouden veranderen aan de status quo. Maar toen de Palestijnse delegatieleider, de bejaarde dr Haidar Abdel Shafei, de Amerikanen daarop wees, gebeurde er helemaal niets. (Khalidi laat niet na een parallel te trekken met een andere keer dat de Amerikanen een garantie afgaven. Dat was in 1982 na de aftocht van de PLO uit Beiroet. Dat betrof de verzekering  dat de vrouwen, kinderen en ouden van dagen in de Palestijnse kampen die onbeschermd achterbleven, geen haar zou worden gekrenkt. Waarna onder Israelisch toezicht een slachtpartij volgde in de kampen Sabra en Chatila. Ook in dat geval was de Amerikaanse garantie nog niet het papier waard waarop zij was geschreven).
Brokers of Deceit gaat dan ook over Amerikaanse verzekeringen die er niet toe doen, taalgebruik dat verhult dat ´interimperiodes´ en periodes waarin ´vertrouwenwekkende maatregelen´genomen worden, vooral dienen om Israel intussen zijn gang te kunnen laten gaan met het nog verder in bezit nemen van Palestijnse grond, en over de vanzelfsprekendheid waarmee achtereenvolgende Amerikaanse ´bemiddelaars´ vooral zijn verworden tot ´advocaten van het Israelische standpunt´. En dat laatste is niet een term die Khalidi zelf heeft bedacht. Die komt uit onverdachte hoek, namelijk uit de pen van één van de assistenten van Dennis Ross, Aharon David Miller.
Vanzelfsprekend schrijft Khalidi ook over Obama, diens aanvankelijk poging tot een bouwstop in de nederzettingen en de manier waarop hij daarna volte face maakte en zijn pogingen om iets in 'Palestina' voor elkaar te krijgen volledig liet varen. Khalidi wijt dat aan een aantal factoren, waaronder het feit dat Obama de pech had dat hij de meest rechtse Israelische regering ooit tegenover zich vond. Verder dat hij het moest opnemen tegen een Republikeinse meerderheid in het Congres en dat hij de opvolger was van George W. Bush, die zich uitzonderlijk pro-Israelisch had opgesteld. Zo had Bush in een brief aan Ariël Sharon in 2004 toegezegd dat Israel wat hem betrof in onderhandelingen de grote nederzettingenblokken (in de brief 'Israelische bevolkingscentra' genoemd) zou mogen annexeren. Daarop kon Obama moeilijk terugkomen. Nog meer pech was dat de politiek die George Mitchell uitstippelde, de ex-senator die Obama had aangezocht om de Israeli's en Palestijnen weer aan het onderhandelen te krijgen, ook voor een del werd gesaboteerd door - alweer - Dennis Ross, die ook onder Obama een hoge functie had (hij was lid van de Nationale Veiligheidsraad).
Maar Khalidi maakt ook duidelijk dat Obama nooit echt radicale opvattingen heeft gehad. In feite was hij vooral een opportunistische politicus, die zich terugtrok toen de tegenwind te groot werd. En wat hij volgens Khalidi in ieder geval fout deed, of waartoe hem de moed ontbrak, was om van het begin af aan te onderkennen dat de aanpak volgens het Camp David/Oslo-model, zoals intussen op alle mogelijke manieren was aangetoond, volstrekt niet werkbaar was en door een andere aanpak diende te worden vervangen. Het is niet onmogelijk dat nu - in Obama's tweede ambtstermijn en met Kerry als minister en Ross eindelijk uit zicht - een andere aanpak zal worden uitgeprobeerd. Maar veel krediet heeft Obama niet meer. En als Khalidi's boek één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat van initiatieven uit Washington eigenlijk niet echt veel goeds te verwachten valt, nu misschien nog wel minder dan ooit.
--
Rashid Khalidi, Brokers of Deceit, How the US has undermined peace in the Middle East. Boston, Beacon Press, 2013. (167 pag., € 22,95)

1)Intussen wordt hetzelfde spel als destijds met de PLO, gespeeld met Hamas. Khalidi merkt op dat George Mitchell, de speciale afgezant van Obama, Hamas bij de gesprekken wilde betrekken, omdat zonder dat een akkoord met de hele Palestijnse gemeenschap nagenoeg onmogelijk is, maar door het Congres werd teruggefloten.

7 opmerkingen:

Frank van der Vlugt zei

Je moet een onderscheid maken tussen de staat Israel en de joden die in Israel leven. De US zal altijd achter joden staan vanwege de holocaust. En dat is te rechtvaardigen. Maar dat betekent niet dat je altijd achter de staat Israel moet staan; zeker als deze staat zicht zeer slecht gedraagt tegenover anderen. Dit verklaart de gespleten opstelling van de US.
Frank Vlugt.

Abu Pessoptimist zei

Ik ben bang dat het anders ligt, Frank vd Vlugt. De opstelling van de VS is niet zo gespleten, het is het bijbehorende taalgebruik. Ze zeggen voortdurend naar vrede te streven, maar voeren in feite Israels beleid uit zonder rekening te houden met de rechten van de Palestijnen.

Mieke Zagt zei

Ik vrees dat de Amerikanen helemaal niet zo gebukt gaan onder een Holocaust-schuldgevoel, dat doen wij in Europa, en dat verlamt ons. Ik denk dat de VS handelen vanuit geo-politieke belangen, waarvan olie er een is. Omdat de VS de toevoer van olie willen domineren en de rust op het continent bewaken, zullen ze het Arabische continent moeten beheersen. Israel wil die rol voor de VS wel spelen in ruil voor bescherming. Israel functioneert als proxy, en de VS kijken de andere kant op.

Abu Pessoptimist zei

Mieke, ik denk dat dat voor een groot deel waar was in de tijd van de Koude Oorlog - (1973 bijv. Kissinger en de Oktoberoorlog, Khalidi schrijft daar ook uitvoerig over). Maar later kregen andere drijfveren - pro-zionistische die altijd al een rol speelden - de overhand. De Israel-lobby, de christen-zionisten die opkwamen. Bij Finkelstein (The Holocaust Industry) kan je lezen dat op een gegeven moment ook de holocaust musea in de VS als paddenstoelen uit de grond rezen.

Mieke Zagt zei

Beste Abu, Ik denk dat het pro-Zionisme in de VS een basis vond binnen het Red-Neck-achtig niet-weten van hoe het lijden van de andere helft van de wereld in elkaar zit. Dit Zionisme wordt welkom ontvangen en legitimeert de Amerikaanse machtswellust. Zowel binnen de VS als binnen Israel wordt het Zionisme gebruikt als de ideologie die kolonisatie en hegemonie goed praat. Binnen een goed werkende ideologie heb je ook sentiment nodig. Dat sentiment wordt geleverd, echter, mijns inziens heeft dit sentiment weinig met schuldbesef over de holocaust te maken. Finkelstein schetst het misbruik van het sentiment treffend. Maar de opkomst van de Holocaust industry en bijbehorende lobby verklaren weliswaar drijfveren of strategie, maar nog steeds niet het doel. Het doel is hetzelfde als dertig jaar geleden: Israel laten doorgaan met bezetten en aanvallen, opdat verdeel en heers de regio lam leggen en de VS daarvan de vruchten kan plukken. En wij hier in Europa ook natuurlijk.

Abu Pessoptimist zei

Ik gun je je overtuiging, Mieke, maar ben zo vrij het niet met je eens te zijn. Pro-Israelisme, of pro-zionisme, is zoals ik het zie een ingewikkeld soort amalgaam van bijbelse en geloofssentimenten, al heel bestaande anti-islam-sentimenten, door de holocaust gevoede overtuigingen en, ja, ook wel een imperialistische Amerikaanse en Westerse kijk op de wereld.
(In Israel is het verhaal anders, daar was zionisme oorspronkelijk een van de uitingen van een Joods-nationaal bewustzijn en een poging een reëel bestaand probleem van verdrukte joodse minderheden op te lossen - (hier spreekt een voormalige zionist) - maar het is wat doorgeschoten naar een bepaalde kant, om het zo te zeggen).
Ik kan het allemaal niet in een paar woorden samenvatten, maar wil hiermee vooral zeggen dat alles herleiden tot een streven naar hegemonie of de wil de oliebronnen in de wereld te beheersen, volgens mij geen recht doet aan de gecompliceerde achtergrond van de redenen waarom Israel zo haar gang mag blijven gaan - en dat al zo lang. Het is trouwens ook nog maar de vraag of Israel, sinds de Koude Oorlog tot het verleden behoort, nog wel een rol van betekenis speelt in een verdeel- en heerspolitiek van de VS in de regio. Het lijkt er soms meer op dat de VS zich laat leiden door Israel dan andersom (voorbeelden: destijds Irak, nu Iran en recent ook de ommekeer in de Amerikaanse aanpak jegens Syrië, die eveneens mede ingegeven lijkt door Israel en de angst daar voor de groeiende invloed van de islamisten in het Syrische verzet).

Mieke Zagt zei

Beste Abu, ik zie geen tegenstelling in wat jij onder zionisme verstaat en wat ik er in zie. Maar, ik denk dat de VS het Zionisme alleen zolang blijven omarmen zolang het hen goed uitkomt.