vrijdag 20 maart 2009

Het leger dat zoveel deed om levens te sparen

Een van de verhalen die Israël tijdens de inval in Gaza de wereld in bracht was dat de IDF zijn best heeft gedaan burgerslachtoffers zoveel mogelijk te vermijden.Tienduizenden sms-jes zouden zijn verstuurd om mensen te waarschuwen  dat hun huizen of buurten zouden worden aangevallen. Huizen zouden eerst zijn bestookt met een waarschuwingsraket of -granaat voordat de echte raketten of bommen vielen, buurten zouden zijn geëvacueerd. Kortom Israël was voorzichtig te werk gegaan, had het gemunt op militaire doelen en de 'infrastructuur' van Hamas en had zoveel mogelijk levens gespaard.
De werkelijkheid ziet er anders uit. Om te beginnen is het natuurlijk zonneklaar dat dit soort waarschuwingstactieken nooit effectief kunnen zijn bij aanvallen op een enclave ter grootte van de Haarlemmermeer, waarin een bevolking is samengeperst van 1,5 miljoen mensen die de Strip niet verlaten mogen en dus ook geen kant op kunnen. Vervolgens was er de vraag: welke militaire doelen en welke 'infrastructuur van Hamas' wilde Israël vernietigen? Welnu,dat waren alle ministeries, het parlementsgebouw, de universiteit,60 politiebureaus, de elektriciteitsvoorzieningen, de gouvernementsgebouwen, tientallen scholen en moskeeën, tientallen particuliere bedrijven en bedrijfjes met name in de bouw. Dan waren er natuurlijk de verhalen van de aanvallen op VN-scholen, het gebruik van 'witte fosfor' en een nieuwe technologie, de zogenoemde DIME-raketten met een enorme explosieve kracht maar binnen een erg kleine actieradius, die leidden tot verwondingen die heel vaak - vaker dan gebruikelijk - amputaties van armen en benen nodig maakte. Maar daarnaast zijn er dus ook nog tientallen verhalen waaruit blijkt dat Israël helemaal niet zorgvuldig te werk ging of zijn best deed om levens te sparen.
Een kleine bloemlezing, afkomstig van sites als Electronic Intifada, Al-Haq en the Palestinian Center for Human Rights:
Dr Ehab Jasir al-Shaer, een jonge dermatoloog in Rafah, ging op 27 december 2008, de dag waarop de aanval begon, om 10 uur 's morgens met zijn broer Raja, zijn oom Yasir, en zijn neven Haitham en Tamer naar de burgerlijke stand in het gouvernementsgebouw in Rafah City. Om omstreeks 11.30 waren er luide explosies te horen: de Israeli's waren hun aanval op Gaza begonnen met luchtaanvallen. Het gouvernemenstgebouw behoorde tot de doelen. De lichamen van dr El-Shaer en zijn familieleden werden later die ochtend gevonden tussen de puinhopen. Niemand had de moeite genomen om de bezoekers van het gebouw te waarschuwen. Hetzelfde gebeurde met bezoekers van de ministeries en andere regerinsgebouwen en natuurlijk met de politiekadetten die tijdens hun afstudeerparade werden bestookt, waarbij tientallen van hen werden gedood en gewond.

Amer el Helo
Op 4 januari 's morgens om 5.30 uur bestormden soldaten de poort van het huis van de 29-jarige Amer al-Helo in de wijk Zeitoun van Gaza-City. De 14 man tellende familie sliep nog, onder de trap omdat dat de veiligste plaats leek, gezien de voortdurende beschietingen door tanks en F-16s. Een dag eerder was Amers oudere broer Mohammed nog gedood door raketten afgevuurd door een onbemand vliegtuigje. Amers 55-jarige vader Fouad opende de achterdeur en stapte naar buiten om te kijken wat het lawaai van de soldaten betekende. Hij werd meteen doodgeschoten. De soldaten gaven de familie daarna opdracht weg te gaan. Als ze bleven zouden ze ook worden gedood. De familie liep naar buiten en klopte, niet wetende waar naartoe te gaan, radeloos en tevergeefs op deuren van buren. Na een honderdtal meters werden ze door Israëli's onder vuur genomen. Amers één jaar oude dochtertje Farah werd geraakt in de buik, haar ingewanden hingen eruit. Zijn andere dochter, Sejah (6), werd geraakt in de schouder, zijn broer Abdullah (23)in de rug, waarbij een long werd doorboord. De familie zocht en vond een schuilplaats achter een aarden wal die Israëlische bulldozers hadden opgeworpen. De dodelijk gewonde Farah stierf daar pas enkele uren later na hevige pijn te hebben geleden, die haar moeder probeerde te verlichten door haar de borst te geven.
Tegen acht uur 's avonds werd de familie gevangen genomen door een Israëlische legereenheid met honden, die hen nog eens acht uur vasthield achter een tank, voordat ze de volgende morgen, zo'n 23 uur nadat ze hun huis uit waren gegaan, een ambulance doorliet om de twee gewonden op te halen. De rest van de familie werd weggestuurd, maar Amer werd geboeid en geblinddoekt afgevoerd naar een plaats in Israël. Hij mocht daar de eerste dag niets drinken en geen gebruik maken van een wc en werd er vijf dagen lang ondervraagd met vragen als 'waar is Gilad' en 'vanwaar wordt er op Israël geschoten?' Na die vijf dagen werd hij teruggebracht naar de grens. Pas twee weken later, na het staakt-het-vuren, was hij in staat terug te keren naar zijn deels verwoeste huis om het lichaam van zijn vader te bergen.

De familie Samouni
Eveneens in de wijk Zeitoun speelde zich het drama af van de (extended) familie Al Samouni. Op 5 januari, toen de bombardementen in hevigheid toenamen, zochten Ibrahim el-Samouni en zijn familie (12 mensen), Rashad (11 mensen) en Nafiz (10) hun toevlucht in het huis van Hilmi (16 mensen). Later die dag klopten Israëlische soldaten op de deur en vroegen alle Samouni's naar het huis van Wael (11 mensen) te gaan. De in totaal 60 leden van de familie Al-Samouni zaten daar 24 uur zonder water (en zonder elektriciteit,die was al uitgevallen bij het begin van de aanval op de Strip). Maar een dag later werd het kalm. De Samouni's dachten dat de Israëli's verder waren getrokken en éen van de leden van de familie liep naar buiten om voor de kinderen water te gaan halen uit een tank voor de voordeur. Tot zijn verbazing zag hij dat de solaten er nog waren. Hij ging gauw weer naar binnen. Vijf minuten later vuurde een tank een raket af die zeven mensen verwondde. Kort daarna werd een tweede raket afgeschoten die 26 leden van de familie doodde, van wie 10 kinderen en zeven vrouwen. Tweeëntwintig overlevende familieleden, van wie er velen gewond waren, gingen vervolgens met witte vlaggen gewapend en met de lichamen van vier dode familieleden op pad om te proberen ambulances te bereiken. Die werden door de Israëli's geweerd uit de wijk, zodat een wandeling van anderhalve kilometer nodig was voordat bij een kruispunt de gewonden konden worden opgepikt. In het huis bleven temidden van de 26 doden nog 13 overlevenden achter. Acht van hen waren kinderen, sommigen van hen waren gewond. Het duurde drie dagen voordat het Rode Kruis tot hen werd toegelaten. Enkele van de overlevenden waren er toen zo slecht aan toe dat zij voor behandeling naar België, Egypte en Saoedi-Arabië werden gestuurd.

De familie al-Daya
Op 6 januari om 6 uur 's ochtend bombardeerde een Apache helikopter een huis van vier verdiepingen in (alweer) de wijk Zeitoun in Gaza-City. Het huis werd volledig vernield. Daarbij kwamen alle 30 leden van de (extended) familie Al-Daya om. Fayez al-Daya en zijn vrouw Khitam, de grootouders, hadden al hun kinderen en kleinkinderen juist naar hun huis gehaald om hen te behoeden voor de talloze bombardementen vanuit de lucht en vanuit zee. Ongelukkigerwijs werd echter op deze manier de gehele familie Al-Daya - inclusief 18 kinderen - van de aardbodem weggevaagd.

Drie zusters
Op 7 januari beschoten Israëlische tanks het vluchtelingenkamp Jabaliya. Verschillende granaten troffen het huis van Mohammed Munib Faraj Abed-Rabbo. De familie zocht in paniek een schuilplaats onder de trap. De grootmoeder ging daarop met in haar hand een witte vlag naar buiten om de Israëli's te laten zien dat er mensen in het huis zaten. Haar drie kleindochters volgden haar. Vervolgens openden Israëlische soldaten het vuur. De zevenjarige Suad werd getroffen door 12 kogels en stierf onmiddellijk. Haar zusje Amal van drie kreeg een kogel in haar nek en stierf eveneens ter plekke. De derde zus, Samar van vijf, kreeg een kogel in haar rug. Haar vader droeg haar daarna - te voet - twee kilometer naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Samar heeft het overleefd, wel is ze nu gedeeltelijk verlamd.

Zwanger
De 40-jarige, hoogzwangere Wafa al-Masri liep met haar 26-jarige zuster Raghada naar het Kamal Odwan Ziekenhuis om te bevallen, toen zij op een kruising in Beth Lahiya werden getroffen door een raket uit een onbemand vliegtuigje. Wafa werd meters weggeslingerd en ook Raghada werd omvergeworpen. Wafa's benen waren verbrijzeld, ze had een zware verwonding aan haar borst. Ze werd naar het Shifa ziekenhuis gebracht voor een amputatie van haar benen vanaf de heup. Ze bracht er ook, wonderlijk genoeg, een gezonde zoon ter wereld. Later bleek een van haar benen toch nog te kunnen worden gered. Ook Raghada's voet, die eerst leek te moeten worden geamputeerd, zal waarschijnlijk genezen.

Dr Ezzedin Abul-Aish
Dr Ezzedin Abul-Aish is geen onbekende in Israël. Hij is gyneacoloog, deskundig op het gbied van IVF  (reageerbuisbevruchting) en werkt in een ziekenhuis in Beer Sheba. Hij woont echter in de Gaza-strook, in het noorden niet ver van de Erez-grensovergang. Tijden de inval in Gaza was Abul-Aish regelmatig te horen in het programma van de Israëlische tv-zender kanaal 10. Ook de BBC-radio interviewde hem, onder meer over zijn angst voor de tanks die op korte afstand van zijn huis stonden. Een van die tanks vuurde op de laatste dag van het Israëlische offensief twee granaten af in de huiskamer van Abul-Aish, toen de dokter net even weg was. Ik heb de scène gezien toen hij - even tragisch als absurd - daarna uitzinnig van ellende in de uitzending aan de telefoon kwam, net nadat hij had ontdekt dat de granaten drie van zijn dochters en een nichtje in stukken hadden geschoten.

Het zijn maar een paar voorbeelden. Maar er rijst niet het beeld uit op van een leger dat tot het uiterste gaat om levens van onschuldige burgers te sparen. Hier lijkt veeleer een oorlogsmachine aan het werk met de kennelijke taak zoveel mogelijk schade toe te brengen aan de infrastructuur, een leger dat erop losschiet zonder aanzien des persoons.

Geen opmerkingen: