zaterdag 7 januari 2012

Israelisch hooggerechtshof wijst op dubieuze gronden verzoekschrift tegen Nakba-wet af

 Nakba.

Het Israelische hooggerechtshof heeft donderdag een verzoekschrift afgewezen tegen de zogenoemde 'Nakba-wet' (Nakba =catastrofe, het woord dat Palestijnen gebruiken voor hun verdrijving in 1948). De eerste versie van de wet, die in maart 2011 werd ingediend, beoogde de herdenking van de nakba strafbaar te maken. In de uiteindelijk aangenomen versie kreeg de minister van Financiën de bevoegdheid subsidies en fondsen in te trekken van organisaties die geacht worden de herdenking van de stichting van de Staat Israel in verband te brengen met gevoelens van rouw. De eindversie kreeg de naam Amendement 39 op de Wet betreffende de regels voor de Begroting. 
Het verzoekschrift was ingediend door de Vereniging voor Burgerrechten in Israel (Association for Civil Rights in Israel, ACRI) en het centrum voor de Rechten van de Arabische minderheid. In de petitie werd aangegeven dat het ministerie van Financiën om de volgende redenen gelden aan instituties kan onthouden:       
1) Als ze het bestaan van de staat Israel als Joodse en democratische staat verwerpen,
2) Als ze aanzetten tot racisme, geweld of terrorisme,
3) Als ze gewapende strijd, een terreurdaad van een vijandelijke staat, of een terroristische organisatie tegen de staat Israel ondersteunen,
4) Als de Onafhankelijkheidsdag of de dag waarop de staat werd gesticht herdenken als een dag van rouw,
5) Wegens een daad van vandalisme tegen, of ontheiliging van de vlag of de symbolen van de staat.

Adalah en ACRI hadden aangevoerd dat de wet een gevaarlijke bedreiging van de vrijheid van meningsuiting inhoudt. De drie rechters die het verzoekschrift beoordeelden hielden de boot echter af. Zij wilden geen oordeel geven en zeiden dat het moment voor een juridische beslissing 'nog niet daar is', aangezien er nog geen gebruik is gemaakt van de wet en nog geen instelling het effect ervan heeft gevoeld. De voorzitter van het hof, rechter Dorit Beinisch (die overigens aan het einde van de maand aftreedt), schreef dat de geest van de wet weliswaar complexe vragen oproept, maar dat de vraag of de wet in lijn is met de grondrechten pas kan worden beoordeeld op het moment dat hij wordt gebruikt.   

ACRI en de andere indieners van de petitie, gaven als reactie dat het hof daarmee voorbij gaat aan het feit dat de wet natuurlijk al zijn schaduwen vooruit werpt. Immers scholen, verenigingen of wat dan ook zullen het risico niet nemen dat zij door de Nakba te herdenken hun bestaan in de waagschaal stellen. Het is, en dat is mijn persoonlijke commentaar als schrijver van dit blog, een uiterst typisch labbekakkige uitspraak van het Israelische hooggerechtshof. Een uitspraak die helaas past in een hele reeks dubieuze uitspraken van dit hof als het gaat om de mensenrechten rechten, de rechten van minderheden in Israel of de bezetting van de Westoever en de belegering van Gaza.

1 opmerking:

Anoniem zei

Wat heet democratie?
gr. Jose