zaterdag 17 september 2016

Israeli's doden man in Hebron, de vijfde dode in minder dan tweemaal 24 uur

Said Amr, de Jordaniër die vrijdag in Jeruzalem werd doodgeschoten. (Foto via Haaretz)

Israelische militairen hebben zaterdagochtend opnieuw een Palestijn doodgeschoten bij de Tel Rumeida buurt in Hebron op de Westoever. Het was de 25-jarige Hatim Abd al-Hafeeth Shaludi, die vlakbij die plek woonde en op weg was naar zijn werk. Hij was de tweede Palestijn in een etmaal die vlakbij Tel Rumeida werd doodgeschoten, nadat daar vrijdagmiddag de 15-jarige Mohammed Thalji Kaid al Rajabi was gedood. Hij was bovendien de vijfde man die door Israelische kogels werd gedood in minder dan tweemaal 24 uur. 
De familie Shaludi beschuldigde de militairen ervan hun familielid Hatim te hebben geëxecuteerd. Zijn broer Ayman vertelde het persbureau Ma'an News dat Hatim, vanuit hun huis naast de al-Rahma moskee, enkele meters van het checkpoint waar hij werd gedood, te voet op weg was naar de fabriek waar hij werkte en dat hij in koelen bloede door de soldaten was doodgeschoten.
Shaludi's moeder vertelde dat zij de schoten gehoord had die een einde maakte aan het leven van haar zoon, zonder te beseffen dat dit het geval was. Hun huis was na de gebeurtenis door het leger doorzocht. Hatims moeder was ondervraagd.
Israelische media meldden echter dat Hatim volgens het leger een aanval meteen mes had uitgevoerd en een soldaat licht zou hebben verwond. Sommige media, zoals Haartez, plaatsten daarbij een foto van een overtuigend groot mes dat Hatim bij zich zou hebben gehad. Over de verwondingen van de militair werden geen verdere mededelingen  gedaan, netzomin als over de verwondingen van drie mensen die vrijdag gewond zouden zijn geraakt bij een ''ram aanval'' met een auto, waarbij de 18-jarige Moussa Khaddour werd doodgeschoten en diesn verloofde levensgevaarlijk werd gewond. Diezelfde dag en de dag daarvoor waren respectievelijk de  28-jarige Jordaniër Said Amr en de 30- jarige Muhammad Ahmad Abed al-Fattah al-Sarrahin doogeschoten, de eerste bij de Daamscus Porrt in Jeruzalem de laatste bij een Israelische raid in zijn dorp Beit Ula, waarbij een soort vuistgevecht ontstond met soldaten toen ze hem wilden arresteren of zijn huis wilden binnengaan om het te doorzoeken.

Geen opmerkingen: