vrijdag 25 mei 2018

Israelisch hooggerechtshof keurt sloop van een volledig Bedoeïenendorp goed

 De school van Khan al Ahmar, met hulp van de EU gemaakt van autobanden en leem, die ook tegen de vlakte gaat.

 Het Israelische hooggerechtshof heeft donderdag de voorgenomen vernietiging van een heel Bedoeïenendorp, het dorp Khan al Ahmar in de regio Jeruzalem, goedgekeurd. Het hele dorp wordt afgebroken, inclusief de beroemde school die gemaakt is van autobanden en leem. De ruim 200 Bedoeïenen van de Jahalin stam, die in het dorp wonen, worden gedwongen verhuisd naar een gebied aan de rand van Abu Dis, dat tot staatsland is verklaard. Er zullen daar nieuwe gebouwen verrijzen, inclusief een nieuwe school. Maar de Bedoeiënen zullen hun nomadische bestaan grotendeel moeten opgeven. Zij treffen daar overigens ook een aantal andere Bedoeïenen van dezelfde Jahalin stam, die al eerder van hun plek werden verdreven, en enkelen die zich hebben late paaien met beloftes van  geld en weidegrond.
Een panel van drie rechters, onder leiding van rechter Noam Sohlberg, zelf een kolonist, veegde de bezwaren van de bewoners van Kahn al Ahmar en de ouders van leerlingen uit de buurt die gebruik maken van de school, van tafel met het argument dat het hele dorp illegaal gebouwd is, zodat het hooggerechtshof niet op de bezwaren in hoefde te gaan.
Uiteraard is dat een absolute drogreden. De Jahalin Bedoeïenen zijn afkomstig uit de Naqab (Negev) woestijn, die in 1948 bij de geboorte van de Staat Israel Israelisch werden en vanwaar zij vervolgens door de Israeli's werden verjaagd. Zij zochten toen hun toevlucht tot de Westoever in de buurt van Jeruzalem, op een gebied dat onder Jordaans bestuur was. In 1967 kwamen zij, nadat Israel de Westbank had veroverd, opnieuw onder militair Israelisch bestuur En dat heeft uiteraard nooit de legitimiteit van hun nieuwe woonplaats willen erkennen.
De uitspraak van de drie rechters, Noam Sohlberg, plus Anat Baron en Yael Willner, is uiteraard illegaal, omdat inwoners van bezette gebieden niet tegen hun zin verplaats mogen worden, tenzij er bijvoorbeeld sprake is van strikt militair strategische noodzaak. In dit geval gaat het gewoon om uitbreidingsplannen van de nederzetting Maaleh Adumim, die op zich ook weer totaal illegaal zijn, waar het dorp voor moet wijken. 
De uitspraak van het hof heeft overigens ook nog een gevaarlijke orecendentswerking. Er is bijvoorbeeld ook het dorp Sussia, in het zuiden van het distrcit Hebron, dat al een keer plaats heeft moeten maken voor de joodse nederzetting Sussia, en dat het militaire bestuur eveneens volledig wil afbreken omdat het ''niet legaal'' zou zijn gebouwd, hoewel de bewoners er al woonden in de 19e eeuw, en waarschijnlijk nog veel eerder.  

Geen opmerkingen: