zondag 30 januari 2011

Voorvechter voor rechten Arabieren in Israel krijgt negen jaar wegens 'spionage'


'Spion' Ameer Makhoul voor zijn rechters.

Ameer Makhoul, directeur van de organisatie Ittijah, een koepelorganisatie van Arabische gemeenschapsorganisaties, is zondag veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf wegens 'spionage voor Hezbollah'. Een nieuwe schandvlek op het Israelische juridische systeem.
Makhoul werd vorig jaar op 6 mei van zijn bed gelicht, lange tijd in totale afzondering gevangen gehouden waarbij hij zegt gemarteld te zijn (onder meer door langdurig in ongemakkelijke houdingen vastgebonden te zijn en door langdurige onthouding van slaap) en daarna in staat van beschuldiging gesteld wegens spionage. Hij zou tijdens bezoeken aan het buitenland in contact zijn geweest met de in Jordanië wonende Libanees Hassan Geagea, die, hoewel hij sunniet is, volgens de Israeli's zou werken voor de shi'iitische organisatie Hezbollah. (Geagea's vrienden en familie hebben dat ontkend, Geagea  zou totaal a-politiek zijn).
Makhoul werd ervan beschuldigd dat hij inlichtingen had verstrekt over Shin Bet bases in Noord-Israël, over de beveiliging van Shin Bet-baas Yuval Diskin, over een Mossad basis in het midden van het land, over een fabriek van defensie-leverancier Rafael en een plaats in Haifa die in de Libanonoorlog van 2006 werd getroffen door raketten van Hezbollah. Ook zou hij verkenningen hebben uitgevoerd op een legerbasis. Verder zou hij een lijst met de namen hebben doorgegeven van zes Israëli's die mogelijk als agenten zouden kunnen worden aangeworven, en analyses hebben geleverd van de politieke trends in Israel.
 Ameer Makhoul besloot begin oktober, na overleg met zijn advocaten, tot een zogenaamde 'plea bargain', een overeenkomst waarbij hij bekende en Justitie in ruil daarvoor een aanklacht zou laten vervallen (in dit geval de klacht dat Makhoul 'de vijand had geholpen in oorlogstijd') zodat de straf binnen de perken zou kunnen blijven. De reden voor de plea bargain was dat de ervaring van advocaten in Israel leert dat tegen dit soort zaken niets te beginnen is, omdat het bewijs afkomstig is van de Shin Bet (de binnenlandse veiligheidsdienst) en niet openbaar wordt gemaakt zodat er geen verweer tegen mogelijk is. In gevallen waar dat in het verleden toch werd geprobeerd, gingen de rechters altijd mee met de eisende partij (de staat) en werd het geheime bewijsmateriaal nooit in twijfel getrokken.
Orna Kohn, een van Makhoul's advocaten,  zei in oktober dat de zogenaamde informatie die Makhoul zou hebben overgebracht allemaal zaken betreffen die algemeen bekend zijn en dat in een normaal ander land geen sprake geweest zou kunnen zijn van een vervolging. Eerder had ook de krant Haaretz al een voormalige Shin Bet agent geciteerd die zei dat de zaken waarvan hij werd beschuldigd, wetenschap betrof die zo uit de krant kon worden gehaald of met behulp van Google Earth kon worden opgespoord.
Niettemin werd Makhoul enkele weken geleden schuldig bevonden. En zondag volgde dus het vonnis dat net iets onder het maximum bleef van de tien jaar die Makhoul voor de ten laste gelegde feiten had kunnen krijgen.
De rechters Yosef Elron, Moshe Gilad en Avraham Elyakim van de rechtbank in Haifa oordeelde dat het hem zeer zwaar moest worden aangerekend dat hij met Israels 'ergste vijand' (Hezbollah) had samengespannen 'of hij dat nu had gedaan wegens geldelijk  gewin of uit andere motieven'. Hezbollah zo stelden zij,  was, zoals bekend mocht worden geacht, uit op de vernietiging van de staat Israel en om de staat en haar burgers schade toe te brengen. De rechters vonden daarom - kennelijk de tekst in de bekentenis van de plea bargain volgend - dat het ongekend was dat een man van Makhoul's status, die toch erg actief was en midden in de maatschappij stond, ervan kon spreken dat hij 'naïef was geweest' en 'in een val was getrapt'.    
Makhoul zelf heeft steeds ontkend dat hij iets heeft misdaan. Volgens hem, en volgens zijn familie, zijn medewerkers en zijn vrienden, is er sprake van dat de Shin Bet hem het zwijgen wilde opleggen als iemand die probeerde op te komen voor de Arabische gemeenschap en haar wilde helpen mondiger te zijn. Hij was, zo meldde hij, in het verleden al een paar keer door de Shin Bet bedreigd, die hem te kennen had gegeven dat ze methodes kende om hem uit te schakelen als hij daarmee door zou gaan.
Voor het uitspreken van het vonnis zei Makhoul nog dat het hof zou moeten bewijzen 'dat het een rechtbank was, een plaats waar recht werd gesproken en niet de achtertuin van de Shin Bet. Ik heb de aanklachten toegegeven als onderdeel van een opgedrongen werkelijkheid, en ik ben van plan mijn legitieme werk voor de Palestijnse bevolking in Israel voort te zetten'.
De zaak-Makhoul toont opnieuw aan dat het rechtssysteem in Israel helaas niet deugt. Aanklachten met geheim bewijsmateriaal dat zelfs de advocaten van de aangeklaagde partij niet kunnen inzien en op basis van getuigenissen achter gesloten deuren, zijn zelfs in een land dat zegt zich in oorlog te bevinden een ongehoord zwaar middel als het wordt toegepast tegen de eigen bevolking. En de zaak-Makhoul is zeker niet de eerste waarin dat gebeurt. Deze rechtsgang geeft aan dat het in wezen de Shin Bet is die het laatste woord heeft over wie de gevangenis ingaat en wie niet. En dat - omdat rechters nimmer iets wat de Shin Bet zegt in twijfel (kunnen) trekken - zonder enig tegenwicht of externe controle. Dat is niets minder dan een verkrachting van een normale rechtsgang. Voor een staat die zich een rechtsstaat wil noemen een schandelijke gang van zaken.

Geen opmerkingen: