vrijdag 12 september 2014

Protest van 42 organisaties tegen Israelisch plan om Bedoeïenen van de Westoever bijeen te drijven


Bedoeïenen in Jabal al-Baba in de buurt van Jeruzalem met op de achtergrond de nederzetting Maaleh Adumim. (Foto BiMkom)

Tweeënveertig 42 Palestijnse, Israelische en internationale NGO's en mensenrechtenorganisaties hebben een dringende oproep gedaan om een halt toe te roepen aan Israelische plannen om enkele duizenden Bedoeïenen van hun huidige woonplaatsen op de Westoever te verdrijven en samen te brengen in twee nieuwe stedelijke agglomeraties. Het protest van de 42 organisaties is een reactie op de publicatie, deze week, van zes Israelische plannen om Bedoeïenen te verdrijven en samen te brengen in twee nog te bouwen nieuwe stadjes , één bij Al-Nuweima, ten noorden van Jericho, en een andere bij Al-Rashayda, ten zuiden van Bethlehem. 
De 42 organisaties wijzen erop dat de gedwongen verhuizing een grove schending zou zijn van de Vierde Geneefse Conventie. Zij zeggen dat Israel de Bedoeïenen de kans moet geven hun bestaande gemeenschappen te ontwikkelen in plaats van het land af te pakken, zodat er ruimte komt voor Joodse nederzettingen.
De 42 wijzen er op dat een aantal van de gemeenschappen die Israel wil verdrijven, gevestigd zijn op land dat valt binnen de zogenoemde ''E1 sector'', een stuk land tussen Jeruzalem en de grote nederzetting Maaleh Adumim, die Israel wil vol bouwen om de stad en de nederzetting volledig op elkaar te laten aansluiten. Bebouwing van de E1 sector is tot nu toe achterwege gebleven onder druk van de VS en de de EU die erop wijzen dat de Westoever vrijwel volledig in tweeën wordt geknipt als Maaleh Adumim en Jeruzalem één geheel gaan vormen.
Bij de gedwongen verplaatsing gaat het om 23 gemeenschappen. In totaal zijn er, volgens Chris Gunness, de woordvoerder van de UNRWA, de VN-organisatie die hulp verleent aan Palestijnse vluchtelingen, om ongeveer 2.800 mensen. De Palestijnse minister van landbouw Shawqi al-Ayasa zei in een verklaring dat de zes Israelische plannen die deze week het licht zagen, ernstige negatieve gevolgen zouden hebben voor de Palestijnse maatschappij en een belemmering zou betekenen voor de Bedoeïenen om traditionele manier van leven voort te zetten. De Bedoeïenen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van landbouw en vooral veeteelt.In de nieuwe stedelijke gebieden zouden zij niet in staat zijn hun kuddes te handhaven.
De Noorse Vluchtelingen Raad, een van de 42 organisaties die protesteert, wijst erop dat Israel in de afgelopen maanden de druk op de Bedoeïenen heeft opgevoerd om te vertrekken, onder meer door sloop- en verdrijvingsorders uit te vaardigen en daadwerkelijk, meer dan voorheen, onderkomens voor mens en dier te verwoesten. Bovendien werden hulporganisaties gehinderd bij het bieden van tijdelijk onderdak in de vorm van tenten, dekens, voedsel, of andere hulp. Israel vernielde onder meer tenten voor mensen wier huizen verwoest waren of nam ze in beslag. Ook werden onlangs schommels en een wip weggenomen die waren geplaatst bij een school. De vernielingen in het gebied bij Jeruzalem, in de E1 sector, hebben volgens de Noorse organisatie in 2014 een piek bereikt die de afgelopen vijf jaar niet werd gehaald: dit jaar werden daar zo'n 170 Bedoeïenen dakloos gemaakt, van wie 91 kinderen.

Al Munthar met op de achtergrond de Israelische nederzetting Qedar (Foto BiMkom)

Het verhaal van de Bedoeïenen is overigens extra tragisch, omdat dit voor de meesten de tweede keer is dat ze verdreven worden, en voor een groot deel van hen zelfs al de derde keer. De Bedoeïenen van de Jahalin-stam, die nu grotendeels in het gebied bij Jeruzalem en in de richting van Jericho wonen, woonden oorspronkelijk in de Negev-woestijn, in het gebied van Tel Arad. Na de stichting van de staat Israel werden zij vandaar verdreven en zij vertrokken naar Hebron en Bethlehem. Later trokken ze naar de heuvels van Judea, in de buurt van Jeruzalem, op gebied van onder meer de dorpen Al-E’izariya, At-Tur, I’sawiya, Abu Dis, Al-Khan Al-Ahmar and Nabi Musa, waar ze zich vestigden op grond van overeenkomsten met de eigenaars van de grond. De verovering van de Westoever in 1967 door Israel bracht de Jahalin echter onder militair bestuur en hun actieradius werd geleidelijk ingeperkt. Een 150-tal families werd in 1975 opnieuw verdreven, nadat Israel zo'n 3.000 hectare van de bovengenoemde dorpen in beslag nam om er de nederzetting Maaleh Adumim op te bouwen. Vervolgens kwamen er nog meer nederzettingen die hun terrein verkleinden, te weten de nederzettingen Mitzpe Yericho (1977),Kfar Adumim(1979), Almon(1982), Qedar (1984), Alon (1990) en Nofey Prat (1992), terwijl Wadi Qilt in 1988 tot een natuurgebied werd verklaard. Nog een maatregel die de Bedoeïenen zwaar trof was de bouw van de Muur in recentere jaren, waaronder veel weidegronden voor hen onbereikbaar werden.
Ma'an News geeft een lijst van de 42 organisaties) 

Geen opmerkingen: