vrijdag 9 oktober 2009

Een beetje vroeg voor een vredesprijs

Stel je voor, je bent president van de Verenigde Staten. Het is nacht. Je slaapt. En dan gaat de telefoon. Je denkt aan een calamiteit - onze ambassade in Afghanistan, of ons hoofdkwartier in Irak - het zal toch niet??
Maar de stem aan de andere kant is geruststellend: Oslo aan de lijn, over de Nobelprijs, kan ik doorverbinden?
Tja, wat denk je dan? Droom ik? Carter kreeg de prijs voor zijn inzet voor de vrede pas in 2002, na zijn presidentschap (waarin hij er een vrede door had gedreven tussen Egypte en Israël). Al Gore kreeg een gedeelde prijs voor zijn inspanningen voor het klimaat, en dat was ook nadat hij vice-president af was. Maar ik? Ik bén nog president. En we staan voor de afgrijselijke keuze tussen het bedenken van een exit strategie voor Afghanistan, of het sturen van nog minstens 40.00 man extra zoals generaal McCrystal wil. In Irak is de ellende ook nog lang niet voorbij. En dan het Midden-Oosten ..... Of droom ik, ben ik president af, zijn de Iraakse en Afghaanse nachtmerries over, en is het toch nog wat geworden met die twee-statenoplossing tussen die arrogante Netanyahu en die zak patat van een Abbas?
Maar dan dringt langzaam die stem met dat Noorse accent tot je door, die zegt dat je de prijs krijgt voor je inspanningen voor een kernwapenvrije wereld. Langzaam wordt je wakker. En bijna zou je gaan tegenwerpen dat het toch ook maar sinds ongeveer gisteren is dat je daaraan werkt.. maar slaperig en wel hou je je natuurlijk in. Het is tenslotte een geweldige eer.

Geen opmerkingen: