dinsdag 10 september 2019

Israelisch hof: Israel mag in strijd met internationaal recht dode lichamen achterhouden

 Begraafplaats van ''onbekende'' Palestijnen.

Het Israelische hooggerechtshof heeft maandag de uitspraak gedaan dat de Israelische staat lichamen van gedode Palestijnen mag vasthouden als ''onderhandelingsobject''. De uitspraak is uiterst opmerkelijk, Vooral omdat hij volgens de Israelische organisatie Adalah ingaat tegen de ''Internationale Conventie tegen Onderwerping aan Foltering en andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling of Bestraffingen. En afgezien daarvan ookt ook tegen de Israelische wet, volgens Adalah, het Juridische Centrum voor de Rechten van de Palestijnse Minderheid.
''Dit is de eerste keer in de geschiedenis, stelt Aadalah, ''dat een gerechtshof - waar ook ter wereld - autoriteiten van een staat het recht geeft lichamen van mensen, die onder hun controle staan en op wie de internationale wetten betreffende de regels van een bezetting van toepassing zijn, achter te houden als onderhandelingsobjecten. Het is een van meest extreme uitspraken van het hooggerechtshof sinds 1948, aangezien het de meest elementaire principes ondermijnt van universele menselijkheid.''
Het was overigens ook een herziening van een eerdere uitspraak van het hooggerechtshof die het achterhouden van lichamen van dode Palestijnen verbood. Het achterhouden van de lichamen was gebaseerd op een beslissing van het Israelische veiligheidskabinet van januari 2017. Het hooggerechtshof deed echter datzelfde jaar in december de uitspraak (2-1 stemmen) dat dit niet geoorloofd was. De staat vroeg daarop om een nieuwe hearing en in een uitgebreide setting accepteerde het hof dus deze maandag met 4-3 stemmen het standpunt van de staat. Vóór waren de rechters Esther Hayut, Neal Hendel, Yitzhak Amit en Noam Sohlberg, terwijl Uzi Vogelman, Daphne Barak-Erez en George Kara tegen stemden.
Het ging in deze zaak om 13 gevallen en één van de indieners van het verzoekschrift tegen de staat, Muhammad Alyan, noemde de uitspraak namens de families ''extreem racistisch''. Hij stelde dat de families nu mogelijk in beroep zullen gaan bij internationale gerechtshoven.
Het vasthouden van lichamen is overigens een ingeroeste praktijk in Israel. Het Israelische parlement nam in maart 2018, als antwoord op de eerste uitspraak van het hooggerechtshof die het vasthouden verbood, een wet aan die dat juist wèl mogelijk maakte. De wet gaf de politie het recht lichamen vast te houden van door de politie of veiligheidstroepen gedode Palestijnen, totdat de familie akkoord zou gaan met voorwaarden waaronder de begrafenis mag plaatsvinden. De wet geldt alleen voor Palestijnen, en dan alleen nog die in Israel zelf en in Oost–Jeruzalem.
Op de Westoever gelden andere regels, daar is is het militaire gezag de baas en dit houdt al sinds 1967 enkele honderden lichamen van gedode Palestijnen vast die onder nummers ''tijdelijk''zijn  begraven.  In april 2017 bleek bij een verzoek betreffende zeven van hen, die waren gedood tijdens de Tweede Intifada, dat Israel intussen niet meer weet waar ze liggen. De staat gaf dit tijdens de zaak toe. Het begraven, zo onthulden anonieme ambtenaren aan de krant Haaretz,  was aan een privé-onderneming toevertrouwd en die had de administratie niet goed bijgehouden. De onderneming was trouwens intussen failliet gegaan en de administratie was door de papiervernietiger gegaan. Tijdens één van de rechtszittingen over dit soort zaken bleek in 2015 dat er 123 verzoeken om teruggave van lichamen waren gedaan en dat slechts twee lichamen waren teruggevonden.

Geen opmerkingen: