dinsdag 20 augustus 2019

Israel verstoort voetbaltoernooi van families in Jeruzalem

Het Burj al-Laqlaq stadion (Foto Burj al-Laqlaq Community Facilities) 

Israelische politie en de Shin Bet hebben zondag een voetbalstadion en gemeenschapscentrum in de Oude Stad van Jeruzalem overvallen en een voetbaltoernooi tussen plaatselijke families verhinderd. De agenten rukten posters van muren, rosten een aantal bezoekers af en verjoegen vervolgens alle aanwezigen uit het Burj al-Laqlaq stadion.  Het voetbaltoernooi dat op het punt stond te beginnen werd verboden op last van minister Gilad Erdan van Openbare Veiligheid en Strategische Zaken. Volgens hem was het  toernooi georganiseerd en gefinancierd door de Palestijnse Autoriteit. De Israelische krant Haaretz meldt echter dat het ging om een toernooi tussen families die elk een elftal op de been brengen en uitrusten en dat lage tijd (en soms voor veel geld) voorbereiden. Een advocaat van het Burj al-Laqlaq stadion gaat waarschijnlijk beroep aantekenen tegen de beslissing van minister Erdan.
De lezing van Haaretz lijkt meer in overeenstemming te zijn met de achtergrond van het gemeenschapscentrum dan de lezing van Erdan. Het naar de nabijgelegen ''Ooievaarstoren'' genoemde stadion en centrum, is namelijk een door een vereniging van particuliere Palestijnen op de been gehouden faciliteit voor de bewoners van de Oude Stad van Jeruzalem. Het vereniging houdt een aantal voorzieningen voor de Palestijnse inwoners op de been daar waar het gemeentebestuur van Jeruzalem niets doet voor de Palestijnen.
Het verstoren van het voetbaltoernooi past intussen in een langdurig streven van Israel om Palestijnse activiteiten - van politieke maar ook zeker culturele aard - zoveel mogelijk te verhinderen en de kop in te drukken. Volgens de Oslo-akkoorden van 1993 mag de Palestijnse Autoriteit in Oost-Jeruzalem geen activiteiten ontplooien. Deze afspraak is weliswaar in tegenspraak met Resolutie 476 van de VN-Veiligheidsraad die de annexatie van Oost-Jeruzalem van nul en gener waarde heeft verklaard, maar dat is niet het enige aspect waarmee de PLO zich destijds met het sluiten van de Oslo overeenkomsten in de eigen voet heeft geschoten. Israel heeft in de loop der jaren een hele waslijst van instituten gesloten en activiteiten verhinderd. In 2011 werd het Oriënt House, eigendom van de familie al-Husseini en basis voor een aantal studie- en andere activiteiten, gesloten om nooit meer open te gaan. In totaal een 20-tal instituties waaronder onder meer de Palestijnse Kamer van Koophandel, gingen eveneens voorgoed dicht. Het laatste werd in 2017 het Instituut voor Kartografie en Geografische Informatie van de Palestijnse Studievereniging gesloten, waarbij de directeur werd opgepakt.
Maar ook culturele activiteiten zijn veelvuldig opgerold. In 2013 sloot Israel op het laatste moment het Nationale Palestijnse Hakawati Theater voor een tijdje, omdat daar een al 18 jaar bestaand Palestijns Kinderfestival zou worden gehouden. Er zou poppentheater te zien zijn geweest en groepen uit Noorwegen, Frankrijk, en Turkije zouden er hebben opgetreden. Subsidies waren, volgens Haaretz, vooral opgebracht door het Palestijnse Culturele Fonds dat onder meer wordt gesteund door de Noorse overheid, Palestijnse ondernemingen, en een Palestijnse NGO. Maar volgens Israel was het festival georganiseerd en betaald door de Palestijnse Autoriteit.
Het Hakawati Theater ging ook in 2009 al een keer dicht, omdat Israel er toen een literair festival opbrak. In hetzelfde jaar verhinderde Israel trouwens ook dat activiteiten in het kader van de uitverkiezing van Jeruzalem tot ''Arabische Culturele Hoofdstad'' zouden plaatsvinden. De status van Jeruzalem was één van de zaken die volgens de Oslo-Akkoorden uiterlijk vijf jaar later bij de besprekingen over de ''Eindstatus'' van de bezette gebieden zou zijn afgehandeld. Dat zou dus in 1998 zijn geweest. De Palestijnse Autoriteit heeft zich de afgelopen 21 kunnen afvragen hoe wijs die afspraak van Oslo van destijds is geweest.

Geen opmerkingen: