maandag 15 juni 2015

Israels hooggerechtshof bevestigt: Palestijnen hebben geen recht op planning

قوات الاحتلال الاسرائيلي تهدم مساكن للبدو بالقرب من قرية جبع (عدسة:بهاء نصر/وفا)
Bedoeïenen uit het dorp Jaba'a ten oosten van Jeruzalem tussen de rommel na de verwoesting van hun huis. (Foto WAFA, 2 september 2014).

Het Israelische hooggerechtshof heeft weer een nieuwe uitspraak gedaan die vragen doet rijzen en wenkbrauwen doet fronsen. Afgelopen dinsdag verwierp het hof  een verzoekschrift dat was ingediend door het Palestijnse dorp Ad-Dirat- Al-Rfai’ya op de Westoever in samenwerking met de NGO ''Rabbis for Human Rights'' en enkele andere organisaties. In het verzoekschrift werd gevraagd de Palestijnen in de zogenoemde ''Area C'' van de Westoever weer een stem te geven bij de planning in hun gebied. Area C is het gedeelte van de Westoever waarin bijna alle nederzettingen liggen en waarin Israel het volgens de Oslo-akkoorden geheel alleen voor het zeggen heeft. Het gebied beslaat 60% van de hele Westoever.
Vroeger bestonden er Palestijnse districtsraden voor planning die waren gecreëerd op basis van Jordaanse wetgeving. Israel heeft die raden echter in 1971 per militair decreet afgeschaft.
Vanaf dat moment is de planning in handen van het zogenoemde ''Burgerbestuur'', de misleidende naam voor het Israelische militaire bestuur dat de scepter zwaait in de bezette Palestijnse gebieden.  De Palestijnen hebben in dat bestuur uiteraard niets in te brengen. Intussen bestaan er echter voor de  nederzettingen wel lokale planningscommissies, waarin de kolonisten vertegenwoordigers hebben. 
De realiteit die hiervan het gevolg is, is dat minder dan 1 procent van het hele gebied bestemd is voor Palestijnse gebruik en dat 94% van de Palestijnse aanvragen voor bouwvergunningen en dergelijke geweigerd worden. Dat leidt ertoe dat er - omdat de Palestijnen toch ergens moeten wonen - veel ''zogenaamd illegaal'' gebouwd wordt, en dat er door de Israelische autoriteiten ook jaarlijks in tientallen, zoniet honderden gevallen wordt gesloopt. In de nederzettingen wordt, zoals alle recente cijfers laten zien, echter gebouwd als nooit tevoren.
 Los van dit alles wonen 70% van de Palestijnen in Area C ook nog eens in dorpen die door Israel ''niet worden erkend'', wat inhoudt dat ze geen water geleverd krijgen of zijn aangesloten op de riolering en bovendien ook nog eens het risico lopen in hun geheel te worden gesloopt.
Het hooggerechtshof werd geconfronteerd met cijfers en feiten die deze ongelijkheid in behandeling duidelijk onderbouwden, maar in de uitspraak verwierpen de rechters Elyakim Rubinstein, Noam Sohlberg (zelf een kolonist) en Neil Hendel het verzoekschrift met het argument dat niet was aangetoond er geen sprake zou zijn van discriminatie. Een tweede argument van het hof was dat het niet tussenbeide kon komen , gezien ''het politieke karakter'' van de zaak en de mogelijke gevolgen die dat zou kunnen hebben voor de ''gevoelige relatie tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit''.
De krant Haaretz wijdt een editorial aan de zaak en stelt dat deze uitspraak voorbijgaat aan ''de rol die het hooggerechtshof heeft bij het hoden over ieders mensenrechten, inclusief die van de Palestijnen in de bezette gebieden''. De krant schrijft dat dezelfde rechter Rubinstein een maand geleden ook al een problematische uitspraak deed toen bij het groene licht gaf voor de ontruiming van een heel dorp in de Negev, Umm al-Hiran, om plaats te maken voor een nederzetting van religieuze joden. Waarbij hij aantekende dat nergens vermeld was dat het nieuwe dorp alleen voor Joden was bedoeld, zodat de Bedoeïenen ook in dit nieuwe Joodse dorp zouden kunnen gaan wonen. Haaretz noemt dat een ''extreem formalistisch standpunt'' waarmee het hof zijn verantwoordelijkheid uit de weg ging om te waken over de gelijkheid van iedereen - Joden zowel als Palestijnen.
Tot zover Haaretz. Helaas past de uitspraak van het hof in een lange traditie die begon in de jaren zeventig toen het hof nederzettingen in de bezette gebieden wettigde en die via uitspraken waarbij ''matig geweld'' (=marteling) werd toegestaan om van vermoede aanslagplegers bekentenissen los te krijgen, leidde tot een hele reeks recent uitspraken waarbij de rechten van Palestijnen nog verder geweld werd aangedaan. Daaronder was een uitspraak uit 2011 waarbij de winning uit de bezette gebieden door Israelische firma's werd toegestaan, en de recente uitspraak waarbij de staat toestemming kreeg de Palestijnse inwoners van het dorp Susiya bij Hebron te verjagen van hun grond en hun dorp te slopen. De jongste uitspraak omtrent de planning, draagt, om de site +972 aan te halen, ertoe bij dat de de Palestijnen - en ook nogal wat Israeli's - hun laatste hoop verliezen dat het Israelische rechtssysteem ondanks de militaire bezetting ondanks alles toch nog een vorm van rechtvaardigheid overeind hield. De  uitspraak ''legitimeert'' namelijk de politiek waarbij de Palestijnen middels planning steeds verder in de verdrukking raken en draagt er zodoende aan bij dat zij ook in de komende tijd voortdurend met verjaging en sloop geconfronteerd zullen blijven worden.

Geen opmerkingen: