dinsdag 26 november 2019

Gevangene Sami Abu Diyak overlijdt in de gevangenis na Israelische medische wanprestaties

In een Israelische gevangenis is vandaag, dinsdag, de Palestijnse gevangene Sami Ahed Abu Diyak, uit het dorpje Silat Dhahr (bij Jenin) overleden. Sami was 37. De doodsoorzaak was darmkanker die te laat werd ontdekt, en door de Israelische artsen aanvankelijk totaal verkeerd werd behandeld. 
Sami was in 2002 gearresteerd. Hij was toen 20. Hij maakte deel uit van een groep van ruim 76 man. allen uit de omgeving van Jenin, die tegen de Israeli's gevochten hebben tijdens de Tweede Intifada. Allen werden tot levenslang of een veelvoud daarvan veroordeeld. Sami kreeg drie keer levenslang plus 35 jaar.  Daarvan heeft hij 17 jaar uitgezeten. Zij kameraden, die net als hij politieke gevangenen zijn (maar buiten beeld van organisaties als Amnesty, HRW of B'tselem omdat zij ooit geweld hebben gebruikt) zitten nog hun straf uit.
De laatste paar maanden was duidelijk dat Abu Diyak stervende was. Israel liet hem echter niet gaan evenmin liet het zijn familie toe. Het enige dat hem werd aangeboden was een overplaatsing naar het Soroka-ziekenhuis in Beer Sheva. Dat weigerde Abu Diyak. In een boodschap aan de buitenwereld schreef hij:
''Aan iedereen met een geweten. Ik leef mijn laatste dagen en uren. Ik wil die laatste dagen en uren doorbrengen bij mijn moedre en geliefden, en ik wil in haar armen zijn. Ik wil niet doodgaan met vastgeketende handen en voeten en in het zicht van een bewaarder die van de dood houdt en die met plezier vervuld raakt door ons lijden en onze pijn.''
Ter vergelijking: Isarel laat nooit stervende Palestijnse gevangen gaan. Daarentegen liet Nederland  drie van de vier van Breda (die alle vier betrokken waren bij de jodenvervolgingen van WOII en volgens de Israelische norm dus waarschijnlijk wel zo'n tienduizend levenslange gevangenisstraffen hadden verdiend) kort voor hun dood vrij. 
Sami was de derde Palestijnse gevangene die dit jaar dit in een Israelische gevangenis overleed, mede als gevolg van nalatigheid van de Israelische medische zorg.

De mensenrechtenorganisatie Addameer, die vooral optreedt in het belang van gevangenen, gaf de volgende schets van Sami Abu Diyaks onvoorstelbare ellende van de laatste vier jaar. Ik moet zeggen dat ik niet goed tegen dit soort verhalen kan. Ik laat het onvertaald:
''In 2015, Sami Abu Deyak was in Raymoun Prison when he began suffering from abdominal pain. The prison clinic gave him painkillers without diagnosing him, and two weeks later Sami lost consciousness and was transferred to Soroka Hospital. In the hospital they performed an operation and told his brother Samer, who was then in Hadarim prison, that he needed an operation to remove his appendix. Two days after the operation, Sami was transferred to the Ramlah prison clinic, where the doctor reported that his condition was abnormal and his pains were continuing. He was transferred back to Soroka Hospital. At Soroka hospital, he was examined by the doctor who conducted the operation and this doctor said he was normal. Within 48 hours, Sami was transferred five times between Ramlah prison clinic and Soroka hospital without being diagnosed while suffering from constant pain. He was transferred to Assaf Harofeh Hospital for the sixth time. When he entered the hospital they performed an operation and removed 30 cm of his intestines and diagnosed him with cancer. While in Assaf Harofeh Hospital, he underwent four operations and stayed for four months. His critical medical condition was exacerbated by the wrong diagnosis and appendectomy he was given at Soroka Hospital, and he entered a coma for 34 days. 
When he had his intestinal operation at Asaf Harofeh Hospital, the Hadarim prison administration told his brother, Samer, that Sami was in critical condition and allowed Samer to see his brother for one last time. Samer was taken to Assaf Harofeh hospital to find Sami unconscious and in a critical medical condition, but still cuffed by his hands and feet. Samer met his brother’s doctor at Soroka Hospital and she informed him of his brother's medical condition and the medical interventions he had undergone. She told him Sami’s condition was hopeless and they were going to remove the medical equipment from him. The next day, the occupation authorities brought Sami’s family to see him for the last time. However, at the very last minute, Sami moved his fingers and opened one of his eyes. The doctors then decided not to remove the devices. Sami was transferred to Ramlah Prison Clinic where he began chemotherapy and continued treatment for 8 months. 
After these 8 months, he was transferred back to Raymoun Prison. In 2017, Sami began to feel pain again and was taken back to Ramlah Prison Clinic. After some tests, it was found that there was a cancerous mass in his stomach. He began chemotherapy again at Assaf Harofeh Hospital and continued treatment for 12 months. At the beginning of his second treatment, the doctor spoke with Samer and told him that the disease had spread in the intestines and the medicine was not working. At the end of 2017, Samer was transferred to Ramlah Prison Clinic in order to take care his sick brother. To this day, Sami still takes drugs and painkillers to ease his pain, and he is unable to sleep or eat normally. He can only move on a wheelchair, and he needs special and continuous care for his daily life.''

1 opmerking:

Els du Rieu zei

Wat een in-triest verhaal. Dank dat je hierover schrijft. Moge dit levens en lijdensbericht van Sami Abu Diyak ons sterken het niet op te geven te strijden voor het welzijn van de vele Palestijnse kinderen, pubers en volwassenen in administratieve detentie, zonder enig proces in Israëlische gevangenissen, onttrokken aan het oog van de wereld, wachtend op een ommekeer van het hart van de westerse machten ten krachten.