zondag 24 november 2019

Israel pikt op slinkse wijze Palestijnse grond in tussen de 'Muur' en de 'Groene Lijn'

 
 Kaart van de VN van de gebieden tussen de Muur en de grens.  (Klik voor iets groter exemplaar op de illustratie)

Israel heeft zijn beperkingen sterk aangescherpt voor Palestijnen die hun land willen bereiken dat sinds de bouw van de ''Muur''  en de Groene Lijn (de eigenlijke grens van Israel) zijn komen te liggen. De Muur (ook wel Afscheidingshek of 'Apartheidsmuur' genoemd) is niet gebouwd op de grens, maar in Palestijns gebied. Zo'n 140.000 dunam (14.000 hectare) oftewel iets meer dan 9% van het totale oppervlak van de Westoever is daardoor als het ware in ''no mans land'' terecht gekomen.
Palestijnen die land hebben aan de andere kant van de Muur (die overigens volgens een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof uit 2004 illegaal is wegens het feit dat hij niet de grens volgt), kunnen hun land bereiken via 84 poortjes in deze Muur (die op veel plaatsen ook een hek is). Daarvan zijn slechts negen poortjes iedere dag open, en tien niet meer dan één keer in de week. De overige 65 poortjes gaan alleen open in bepaalde seizoenen. Boeren hebben vergunningen nodig om door die poortjes te mogen. Aanvankelijk werden die vergunningen meestal zonder al teveel moeite gegeven (hoewel de poortjes dus wel heel vaak dicht waren). 
 Maar nu heeft het militaire bestuur van de Westoever (dat de verhullende naam ''Burgerbestuur" draagt) bepaald dat er strenge regels gaan gelden. Mensen met landjes die in de ogen van het Burgerbestuur ''te klein'' zijn om om van te bestaan, krijgen helemaal geen vergunning meer om door de poortjes te mogen, of alleen voor een sterk verminderd aantal keren. En voor de rest is het aantal dagen dat de boer het land op mag gebonden aan het soort gewas dat hij verbouwt. Bij voorbeeld: voor olijven en uien is dat 40 keer per jaar, voor vijgen 50 keer en voor tomaten en aardbeien 220 keer.
 Daarnaast kan een Palestijn ook toegang tot zijn land vragen voor ''persoonlijke behoeften'', maar het is natuurlijk erg de vraag hoeveel waarde het Burgerbestuur aan die behoefte zal toekennen.
De krant Haaretz meldde eerder dat het aantal aanvragen voor pasjes dat door het Burgerbestuur wordt afgewezen was gestegen van 24% in het verleden naar 72% in het jaar 2018. Het merendeel van die afwijzingen was gebaseerd op het criterium dat het landje ''te klein'' zou zijn. Dat was gebleken uit cijfers die het Burgerbestuur had verstrekt aan de Israelische mensenrechtenorganisatie HaMoked.
Lan dat drie jaar braak ligt, valt volgens de door de bezettingsautoriteiten opgeteslde regels toe aan de staat. Haaretz citeert in dit verband Jessica Montell, de directeur van HaMoked. Zij geeft als commentaar dat Israel niet langer de schijn ophoudt dat het de eigendomsrechten van de mensen met land achter de Muur respecteert. ''Uit naam van de veiligheid pleegt het militaire bestuur nu effectief diefstal van land in die gebieden."' aldus Montell.(Mijn commentaar: Tja, wie had nu gedacht dat Israel die gebieden achter de Muur ooit zou willen inpikken?)
Naar aanleiding van de nieuwe regels haalt Haaretz ook een boer aan, de 54-jarige Ahmed al-Abadi uit Tura al-Gharbiya. Abadi zegt dat hij de nieuwe vergunning niet gaat aanvragen. ''Ze behandelen ons land alsof het gaat om een bedrijf waar je per uur werkt. Ik zat vroeger vaak op dit land met mijn vader en mijn grootvader onder een boom. Al mijn herinneringen als kind zijn eraan verbonden. Het is geen bedrijf, het gaat niet om winsten, het gaat om onze band met het land.'' Vroeger,'' zegt hij, ''ging hij er vaak heen en bracht er zijn vrije tijd door. Maar nu vertellen ze me dat ik er alleen op bepaalde tijden heen kan. Laten ze het maar in beslag nemen, ze bekijken het maar. Ik accepteer deze gang van zaken niet.''

Geen opmerkingen: