dinsdag 31 december 2013

Israel laat met de nodige tegenzin 26 langgestrafte Palestijnse gevangenen vrij


In de aanwezigheid van 18 vrijgelaten gevangenen steekt Mahmoud Abbas in het gouvernementsgebouw van de Palestijnse Autoriteit een fakkel aan ter ere van de 49ste verjaardag van Al-Fatahs eerste acties tegen Israel in januari 1965. (Foto WAFA)

Israel heeft dinsdagmorgen 26 Palestijnse gevangenen vrijgelaten die al vastzaten vóór de ondertekening van het Oslo-Akkoord in 1993. Het was de derde ''lichting'' van een aantal van in totaal 104 gevangenen die vrijgelaten worden in het kader van het vredesproces dat in juli werd hervat. Een laatste groep zal worden vrijgelaten in maart. 
Achttien gevangenen  van de Westoever werden vrijgelaten in de Ofer-gevangenis bij Ramallah, vijf gevangenen uit Oost-Jeruzalem werden losgelaten bij het Zeitouna-checkpoint en drie gevangenen uit Gaza werden afgezet bij de grensovergang Erez.  De gevangenen zouden eigenlijk zondag al zijn vrijgelaten, maar dat werd door Israel vertraagd. Ook had Israel er alles aan gedaan om een feestelijke thuiskomst van de gevangenen te verhinderen. Zo werden ze om te beginnen pas losgelaten om kwart over twee in de nacht.
De menigte die desondanks bij de Ofer-gevangenis had staan wachten werd door de Israelische politie met behulp van traangas uiteengejaagd. In Oost-Jeruzalem gebeurde hetzelfde met een menigte die zich had verzameld bij Al-Ezzariyya. Zij werden onthaald op ''stungranaten''. De vijf gevangenen die bij het Zeitouna-checkpoint waren vrijgelaten werden vervolgens vandaar naar een militaire basis bij Issawiya vervoerd en daarna werd daar per gevangene de familie met één auto toegelaten om hen op te halen. .      
De ex-gevangenen van de Westoever werden echter naar het presidentiële complex in Ramallah vervoerd waar ze werden opgewacht door een menigte van enkele duizenden mesnen en Mahmoud Abbas en andere Palestijnse leiders. De gevangenen legden een krans bij het graf van Yasser Arafat en Mahmoud Abbas stak een fakkel aan ter herinnering van de 49ste verjaardag van de eerste actie van Fatah in januari 1965 (een sabotage actie tegen Israels watercarrier).
Saher Francis, de algemeen directeur van van de mensenrechtengroep Addameer leverde voorafgaand aan de vrijlating van de gevangenen scherpe kritiek op de voorwaarden waaronder de vrijlating plaatsvindt. Die geven volgens haar  weinig aanleiding tot vertrouwen en hoop dat het vredesproces iets voorstelt. Om te beginnen wees zij erop dat de gevangenen onder de Oslo-akkoorden al 20 jaar geleden hadden moeten zijn vrijgelaten. Maar verder heeft Israel van alle gevangenen de bewegingsvrijheid beperkt. Zo mogen ex-gevangenen uit Oost-Jeruzalem niet de Westoever of Gaza bezoeken en mogen gevangenen van de Westoever maandenlang - en soms een jaar lang - hun eigen district niet verlaten. Bovendien mogen zij ook het land niet verlaten gedurende periodes die samenhangen met de hoogte van de straf die zij ooit kregen opgelegd - sommigen mogen zelfs permanent het land niet meer uit. Afgezien daarvan is elke politieke activiteit verboden en een grond voor een nieuwe arrestatie en gevangenisstraf. Deze bepalingen tonen dat de Isareli's niet echt uit zijn op rechtvaardigheid en een permanente vrede met de Palestijnen, aldus Francis. 
De directeur van Adalah wees ook op militaire order 1651, die in 2009 is uitgevaardigd om het opnieuw  arresteren mogelijk te maken van gevangenen die Israel achter de tralies wil hebben. De order stelt militaire rechters in staat de vrijfgelaten gevangenen alsnog voor het restant van hun straf gevangen te zetten als zij worden opgepakt voor een nieuw vergrijp. Dat vergrijp kan gebaseerd zijn op geheime informatie die de gevangene en diens advocaten zelf niet te zien krijgen. 
De ex-hongerstakers Samer Issawi en Ayman Sharawna werden beiden op grond van deze order 1651 tot het uitzitten van de rest van hun straf veroordeeld voor zij in hongerstaking gingen. Samer Issawi werd onlangs vrijgelaten op grond van een compromis-afspraak, en Sharawna gaf zijn hongerstaking op na een aanbod dat hij voor 10 jaar naar de Gaza-strook kon worden gedeporteerd. Ook ex-hongerstaakster Hana Shalabi liet haar actie varen in ruil voor deportatie baar Gaza, in haar geval voor een periode van drie jaar. Francis gaf als commentaar dat order 1651 een schending is van de mensenrechten en dat deportaties in strijd zijn met het internationaal recht.
Francis zei blij te zijn met de vrijlating van de 26, maar ze wees er op dat er nog 5000 anderen in Israelische gevangenissen achterblijven. De dagelijkse arrestaties van Palestijnen gaat door, zei zij, en het aantal arrestanten is de laatste tijd nog opgevoerd. "Israel ziet Palestijnen als terroristen en not als een volk dat naar zijn onafhankelijkheid en zelfbeschikking streeft, en dat bepaalt de het verschil in behandeling van de gevangenen op het politieke vlak,'' aldus Francis.







Geen opmerkingen: