maandag 22 november 2010

Diefstal van waterbronnen, Bedoeïenendorp voor 7e keer verwoest, en andere verhalen


Al Araqib.

Het Bedoeïenendorpje Al-Araqib in de Negev is opnieuw verwoest door bulldozers van de Israelische politie, meldt Ynet maandag.Het is intussen de zevende keer dat dit dit gebeurt dit jaar. De bewoners bouwen het dorp steeds - a of niet met hulp van Joodse vrijwilligers - weer op, waarna dan weer de politie met haar bulldozers komt. Al-Araqib is is een zogenoemd 'niet erkend' dorp. Hoewel de inwoners zeggen eigendomspapieren te hebben die teruggaan tot 30 jaar voor de stichting van de staat Israel, bestaat het officieel niet, heeft het geen voorzieningen als elektriciteit en dergelijke en is het zelfs illegaal. Israel wil dat het gebied deel gaat uitmaken van een nationaal park en wil de inwoners onderbrengen in het het speciaal voor dit doel gestichte Bedoeïenenstadje Rahab. Al-Araqib is overigens zeker niet het enige niet erkende Arabische dorp in Israel. Er zijn er tientallen, zowel in de Negev als in Galilea.

Haaretz brengt een artikel over diverse Palestijnse waterbronnen op de Westoever, die niet langer toegankelijk zijn voor de oorspronkelijke bewoners. Ze worden omgetoverd tot toeristische attracties voor Joden, compleet met Hebreeuwse richting- en naambordjes en kunnen dus niet meer gebruikt kunnen worden voor landbouw, veeteelt, of gewone huis, tuin en keuken watervoorziening.   
Volgens Dror Etkes, jarenlang de expert van Peace Now die de bouwactiviteiten in de nederzettingen in de gaten hield en tegenwoordig werkzaam voor Yesh Din, zijn er tenminste 25 van zulke bronnen die een metamorfose ondergaan tot toeristenattractie, waartoe Arabieren geen toegang hebben.
Volgens hem zijn er nog tientallen meer die de kolonisten op hun verlanglijstje hebben staan om eenzelfde behandeling te late ondergaan. Volgens Etkes gebeurt dat met volle medewerking van de staat. En volgens hem gaat het niet alleen om waterbronnen maar ook om plaatsen van  archeologische-of van landschappelijke waarde, zoals uitzichtspunten.

Gehebraïseerde bron bij de nederzetting Eli (foto Dror Etkes, via Haaretz)

Haaretz vroeg het ministerie van Toerisme om commentaar. daar werd het antwoord gegeven dat Israelische ministeris in zulke gevallen altijd geven:  Het ministerie moedigt de ontwikkeling van toeristisch gebied aan, mits dat gebeurt binnen het kader van de wet (alsof de nederzettingen zelf binnen dat kader vallen). De Regionale raad van Benyamin (het zuiden van wat Israel Samaria noemt) was iets duidelijker: de bronnen worden ontwikkeld tot toeristische sites waar iedereen welkom is, alleen als ze in de buurt van nederzettingen liggen worden Arabieren om veiligheidsredenen geweerd. Het leger gaf een totaal vaag antwoord: het leger verhindert Israeli's niet om naar gebieden in Area A (gebied onder Palestijns beheer) te komen of omgekeerd Palestijnen in Isarelisch gebied, al moet dat soms om  veiligheidsredenen wel worden tegengegaan.
De conclusie lijkt me duidelijk: De Palestijnen die toch al veel en veel minder water kunnen krijgen uit wat nota bene voor een groot deel via Israel uit hun eigen watervoorraden wordt opgepompt, kunnen stap voor stap ook fluiten naar de open bronnen waaruit generaties Palestijnse landbouwers en dorpsbewoners hebben geput. Opnieuw een misdaad die op klaarlichte dag wordt gepleegd en waar niemand wat aan doet.


En dan nog berichten met een meer routine-achtig karakter. Kolonisten van de nederzetting Shilo ten zuideen van Nablus verhinderden maandag onder bedreiging van wapens boeren uit het dorp Qaryut om hun land, 50 dunum groot, te bewerken. De boeren beriepen zich tevergeefs op een papier van het Israelische openbaar ministerie dat stelde dat zij het recht hebben om te werken op hun land.
Elders, bij Salfit, werden kolonisten gesignaleerd die met bulldozers olijfboomgaarden platreden om de grond bouwrijp te maken voor nieuwe huizen van hun nederzetting, Alei Zahav. De olijfboomgaarden behoorden aan de dorpen  Kafr Ad-Dik en Deir Ballut. De grond waarop de al bestaande nederzetting is gebouwd, is overigens ook van die dorpen.

Nog weer een ander bericht:  massa arrestaties in Beit Ula, een dorp ten noordwesten van Hebron. Er werden vanaf maandagmorgen 6 uur  enkele tientallen arrestaties verricht. Onder meer leden van het Volkscomité in het dorp werden opgepakt. Meestal maak ik op dit blog geen melding van dit soort arrestaties. Het zijn er namelijk te veel, het is niet bij te houden. Ditmaal maak ik een uitzondering omdat het om een grootschalige operatie ging, met grote aantallen arrestanten, die uren duurde, en waarbij meer dan 20 jeeps en een pantserwagen waren betrokken. 

Wat ik nog vergeten was: Silwan.
Hierboven een gat in een huis in de Jeruzalems wijk Silwan waar de kolonistenorganisatie Elad opgravingen doet.  Er zijn door die opgravingen wel meer van dit soort gaten in Silwan. Maandag viel er iemand op straat in zo'n gat  Hij moest met hoofdwonden naar het Hadassa ziekenhuis. Op 16 november brak een jongen op dezelfde manier een arm.

Intussen zitten ook nog steeds vrienden en familieleden van Samer Sarhan, die op 22 september in Silwan werd doodgeschoten door een gewapende wachter van de kolonisten, in de gevangenis. Het gaat om Samers broer Jihad Sarhan, 44,  Ahmed Abbasi, 26, en Ibrahim Abdel-Haq, 28. Zij werden opgepakt tijdens rellen die plaatsvonden na de moord. Samers andere broer Ali werd vrijdag opgepakt met zijn vrouw en een neef. Zijn vrouw werd later vrijgelaten. Ali en de neef, Sultan Halisi, kregen op een besloten  zitting te horen dat ze nog tien dagen vast blijven zitten. Ze kregen niet te horen waarom. Intussen loopt de moordenaar van Sarhan vrij rond. Dit is een gebruikelijke Israelische manier van doen: de Palestijnse slachtoffers worden gestraft, de Israelische daders gaan vrijuit.

Geen opmerkingen: