zaterdag 25 december 2010

Het gelijk van Cohen, de kletskoek van Bolkestein

Wie verre reizen doet kan veel verhalen, luidt het spreekwoord. Maar soms is het omgekeerde het geval. Als de wereld met sneeuw zit dichtgeplakt, zoals in Basse-Normandie waar ik de afgelopen dagen was, dan valt er weinig te vertellen. De winterse witte natuur was zonder meer prachtig, maar erop uit om kranten te kopen - laat staan naar het internet - was niet echt steeds aan de orde. De wegen waren zoals op de foto - en dan moet je bedenken dat dit nog een vrij grote weg is. Zulke wegen zijn er niet in ons dorp, die beginnen pas zo'n vijf kilometer verderop.
Zodoende kon ik niet bloggen over de dingen die Cohen had gezegd en over de opwinding die daarover was ontstaan. Ook haalde ik het door tijdnood niet helemaal om over de opmerkingen van Bolkestein te beginnen. En eerlijk gezegd, eigenlijk was ik achteraf ook wel blij dat dat zo liep. Want, grote God, wat was het weer allemaal Hollands, truttig en voorspelbaar. Dat Bolkestein-gedoe, de reacties op zijn opmerkingen dat mensen die herkenbaar als Joden leven maar beter kunnen emigreren naar Israel of de VS, die  las ik dan nog hier. De familie van rabbijn Evers die zich uitputte in jammerklachten en verklaarde dat - ja inderdaad - de koffers om naar Israel te vertrekken al ongeveer waren gepakt. Omdat, jawel, zij als herkenbare Joden over straat gaan en dan geen rustig moment kennen. En ja, ook het CIDI draaide weer het oude liedje af: de cijfers zouden boekdelen spreken over de stijging van ht antisemitisme.

André Rouvout van de ChristenUnie belegde haastig een rondetafel gesprek op zijn bureau in de Tweede Kamer met alle klagende betrokkenen en ook een Marokkaan. Het resultaat van dit overleg moeten we nog vernemen. En de diverse media melden het allemaal trouw, zodat de indruk wordt gewekt dat de heer Bolkestein werkelijk iets belangwekkends heeft gezegd. Terwijl het gaat om een een uitspraak die hij deed in een  boek van Manfred Gerstenfeld, een man die werkt aan het ultra-rechtse Jerusalem Institute for Public Affairs en die behept is met een kijk op de wereld die hem achter elke boomstronk een antisemiet doet ontwaren. Iedereen die de moeite neemt om te lezen wat Gerstenfeld zoal de afgelopen tientallen jaren  heeft geschreven - en ik heb dat gedaan - weet dat hij al jarenlang beweert dat Nederland zijn oorlogsverleden niet behoorlijk heeft verwerkt en eigenlijk nog net zo antisemitisch als als in 1945. Bolkestein zelf lijkt er de man niet naar om zijn uitspraken enigszins te kunnen nuanceren. Dat is nooit zijn grootste kracht geweest. En ook de cijfers van het CIDI worden dus niet tegen het licht gehouden, want wie dat wel doet komt al gauw tot de ontdekking dat het grootste deel ervan lelijke woorden via email en dergelijke betreft, (iets wat zeker hinderlijk is en moet worden tegengegaan, maar naar het mij voorkomt toch niet echt een reden om maar gauw te gaan verhuizen). En tenslotte: niemand van de pers neemt de moeite zijn licht op te steken bij andere orthodoxe - en herkenbaar Joodse - Joden dan de familie Evers of rabbijn Benyomin Jacobs. Want hadden zij dat wel gedaan, dan waren ook minder alarmerende geluiden te horen geweest.
(En voor alle duidelijkheid dan misschien toch nog even deze opmerking: er zijn zeker gevallen van lastige rotjochies - meestal Marokkaanse - die Joden lastigvallen. Dat valt niet goed te keuren en daar moet zeker tegen worden opgetreden. Maar het heeft niet een zodanige omvang dat het zoveel aandacht rechtvaardigt).

Maar toen waren er ook ineens die uitspraken van Job Cohen. Hij zou - hoe onsmakelijk - een parallel hebben getrokken tussen de Joden in het begin van de oorlog en de Marokkanen nu. Lees wat in de Volkskrant Nausicaa Marbe hem verwijt:

Joden, Marokkanen en de Tweede Wereldoorlog. Uitspraken hierover leidden tot veel deining in de media en de samenleving. De bron van alle consternatie was een mening van Frits Bolkestein, geuit in een privégesprek, over herkenbare joden die in Nederland niet meer veilig zijn en beter kunnen emigreren. Welnu, er is hem verweten dat hij oproept tot capitulatie. En dat hij niet inziet dat Israël niet veiliger is dan Nederland.

Maar de kern van de boodschap is velen ontgaan: het doet er niet toe of Israël daadwerkelijk veiliger is. Wat telt, is de wens om ergens te wonen waar de autoriteiten je veiligheid serieus nemen en daadkrachtig beschermen. In een Nederland waar een orthodoxe jood op straat geen anomalie is die vandalisme triggert en waar leraren zich niet laten intimideren door een generatie holocaustontkenners die voor hun neus emancipeert.
Kijk naar het joodse leven in Amsterdam. Er is een schuilsynagoge, er is een joods winkelcentrumpje dat nauwelijks als joods herkenbaar is. Er zijn, ook buiten Amsterdam, sjoels en culturele centra waar je tien keer omheen moet lopen eer je het woordje ‘joods’ ontdekt. Er zijn restaurants die ervoor passen hun ‘joodsheid’ breed te etaleren. In een ervan werken obers die moslim zijn en, het gebeurde aan mijn tafel, mooie dingen zeggen als: ‘We zijn kosjer, maar we koken voor de smaak van iedereen.’ Een oase van normaliteit die niet meer als zodanig herkend wordt. Omdat het antisemitisme van andere moslims zich ongestoord kan uiten. Omdat aangifte doen zelfs op het politiebureau soms tot onbegrip leidt.
Hoe vals klinken in deze context de recente uitspraken van Job Cohen in Vrij Nederland. Daarin zegt hij dat moslims nu behandeld worden als joden in het begin van de Tweede Wereldoorlog. Wat een blamage voor de PvdA. De man die waarschuwt voor het angst zaaien van de PVV, zaait zelf blinde paniek. Want als we op Cohens uitspraak voortbouwen, wacht de digitale Ariërverklaring al in de mailbox en zijn de ‘moslimvrije’ zones in alle maatschappelijke sectoren al ingesteld.
 Schaamteloos hoe Cohen bewust het verschil negeert tussen een oorlogsdictatuur met rassenwetten en onze multiculturele rechtstaat. Beschamend ook, dat hij idiote verbanden bij elkaar harkt, in plaats van met de woorden en middelen van nu te kijken naar het anti-islamitische sentiment. Want dat is er. En dat gaat niet weg als we onszelf op commando NSB’ers verklaren.  
Maar had Cohen dat ook werkelijk gedaan? Schaamteloos het verschil genegeerd tussen een oorlogsdictatuur en (wat een formulering!) onze multiculturele rechtsstaat? Welnee, in een interview met Vrij Nederland had hij, op een vraag van de interviewer waarom hij zijn post als burgemeester had ingeruild voor de politiek, verwezen naar wat zijn moeder hem had verteld over haar situatie als Jodin in de jaren dertig. Hij had gezegd dat hij het gevoel had dat moslims soms met een soortgelijk gevoel van uitsluiting te maken hebben. Hij wilde daar wat tegenover stellen.
Marbe had slecht gelezen, slordig denkwerk geleverd en het als gewoonlijk slonzig opgeschreven. Wie vaker columns van haar leest weet dat dit haar gebruikelijke niveau is, ze kan niet beter. Maar in dit geval werd ze door velen gevolgd. Cohen werkt kennelijk met zijn als soft ervaren aanpak van de boel bij elkaar houden en met moslims theedrinken op velen als een rode lap op een stier. Gelukkig was er ook weerwerk. Wie wil lezen wat Cohen echt zei en waarom bijna alle columnisten van Nederland in de fout gingen, kan bijvoorbeeld terecht op de blog van Anja Meulenbelt, hier. (En wie een aantal reacties van lezers van Elsevier wil waarin het antisemitisme jegens deze Joodse politicus soms onverholen doorklinkt, kan ook bij haar blog terecht. Hier. Overigens heb ik het CIDI daarover nog niet gehoord).

De man die het het duidelijkst en het best voor Cohen opnam was echter Thomas von der Dunk in - opnieuw - de digitale Volkskrant. Von der Dunk is intussen een van de meer briljante columnisten die we hebben, wat mij betreft. Hij schrijft:
Sommige columnisten kunnen niet lezen. Ik geef toe: dat is ook heel moeilijk, dat blijkt al bij inburgeringscursussen voor oude analfabete Marok­kaan­se vrouwtjes, maar die schrijven nadat zij hun certificaat van Goed Nederlanderschap hebben gehaald niet meteen stukjes in de krant.

De opwinding was immers weer groot, en bewijst één ding: er rust inmiddels een geweldig taboe op De Oorlog. Elke vierde mei wordt plechtig verkondigd dat dat nooit meer mag gebeuren, dat we waakzaam moeten zijn, maar als iemand dat dan is, dan is het ook weer niet goed. Jarenlang werd te pas en te onpas naar Anne Frank verwezen. Maar op het moment dat er werkelijk enige reden tot verontrusting begint te bestaan, mag dat plots niet meer.

Dat is ook logisch: zolang er geen reden voor is, raakt de angst van een enkeling voor herhaling niemand. Juist als er reden voor bestaat, raakt zij velen - en dan bedoel ik niet de potentiële slachtoffers, maar de potentiële daders, die niet onder ogen willen zien dat zij potentiële daders zouden kunnen zijn. Die worden dus heel erg boos. Wat zij normaal vinden, zijn immers inmiddels al velen normaal gaan vinden, en daarom vinden zij zo'n verge­lijking ongehoord. En daarmee is dus juist dát de kern van het probleem, die een waarschuwing actueler maakt dan ooit: de nieuwe normaliteit. Want morele verloedering gaat sluipend, zodat de verloederen­den niet beseffen dat zij aan het verloederen zijn.

Job Cohen werd door Vrij Nederland gevraagd, wat zijn beweegredenen waren om het 'veilige' burgemeesterschap van Amsterdam voor een ongewisse toekomst in Den Haag in te ruilen. Zijn antwoord: zijn alarme­rende er­varing dat veel moslims het gevoel hebben gekregen dat zij volgens veel niet-moslims maar beter kunnen vertrekken omdat ze er nooit bij zullen horen. En daarbij trok hij een parallel met zijn familie-ervaring over gevoelens van uitsluiting bij de aanvang van de Bezetting. Meer niet.
 Waarmee Von der Dunk de spijker op de kop slaat. Wat is de zin van vrome oproepen in de trant van 'Dit nooit meer' als dat geen universele betekenis mag hebben maar kennelijk alleen op de Jodenvervolging mag slaan? En wie zijn op dit moment écht de mensen die het gevoel krijgen dat ze maar beter kunnen vertrekken omdat ze er nooit bij zullen horen?
Wie Von der Dunks hele column wil lezen - een aanrader, zoals bijna altijd - klikke hier.

Geen opmerkingen: