zaterdag 7 december 2013

Is de CIDI-collegereeks over Israels buitenlandse beleid echt academische studiepunten waard?

Om de kennis van Nederlandse studenten over het Palestijns-Israelische conflict te vergroten en om het debat te verdiepen, biedt CIDI sinds 1988 een collegereeks aan over Israels politieke situatie. De colleges zijn bedoeld voor studenten met een bijzondere interesse voor Israel en het Midden Oosten.

Universiteiten kennen al 26 jaar studiepunten toe aan studenten die deze collegereeks volgen en afsluiten met een paper. Mocht de universiteit of  hogeschool van de student wensen dat CIDI het paper van de student zal beoordelen is dit altijd mogelijk. De onderwerpen van de reeks zijn ook dit jaar weer divers en zullen toegelicht worden door academici en deskundigen op gebied van het Midden-Oosten.

Dit zijn twee citaten uit het stukje op de website van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israel) waarmeer onze vaderlandse Israel-lobby reclame maakt voor zijn ''Collegereeks Israelische buitenlandse politiek'' die in het tweede academische semester, dus binnenkort, weer van start gaat. Uit de citaten blijkt dat de collegereeks al wat langer bestaat en dat de Nederlandse universiteiten er studiepunten voor toekennen. Maar ik denk dat het na 26 jaar toch een keer tijd wordt dat de Nederlandse universiteiten zich met de vraag gaan bezighouden of dat vanuit een academisch standpunt nog wel  gerechtvaardigd is (als het dat al ooit is geweest). Het is namelijk helemaal niet zo duidelijk dat deze collegereeks ''de kennis over het Palestijns-Israelische conflict vergroot en het debat verdiept'', zoals het CIDI stelt. Ik geloof dat het er eerder op neerkomt dat deze reeks wel bewust de kennis beperkt tot een ééndimensionale kijk en het conflict en zo het debat juist dreigt te verschralen tot een enge, eenzijdig pro-Israelische stellingname. En, eerlijk gezegd, is dat natuurlijk ook niet zo gek. Het gaat tenslotte om een curriculum dat is bijeengeraapt door een instituut dat de taak heeft het Israelische beleid door dik en dun te verdedigen.

Huub Bellemakers, niet iemand die ik vaak citeer overigens, schreef in 2010 al eens: ''....waarom mag een openlijk niet neutraal, door Israël gefinancierd instituut 1), studiepunten weggeven aan studenten over het meest heikele onderwerp ter wereld?De insteek van universitair onderwijs is nog steeds dat je leert aan de hand van wetenschappelijk onderzoek. Dat is natuurlijk altijd biased, maar is wel neutraal te noemen, in ieder geval in naam. Stelt u zich eens voor: Hamas dat een via via college geeft over de politieke situatie in het Midden-Oosten. Enkele bekende sjeiks komen gastcolleges geven en de Minister van Religieuze Zaken van Saoedi-Arabië keurt de lesstof. Het land zou te klein zijn.''
Ikzelf schreef verleden jaar een stukje waarin ik erop wees dat het allemaal heel veel Israel was en heel erg weinig de andere kant. Daar is niets aan veranderd. Het zijn nog steeds colleges over de verhouding Amerika-Israel, Europa-Israel, Nederland-Israel, Internationale organisaties (VN) en Israel, historische achtergronden van Israel, en het Israelische beleid ten aanzien van 'vredesopties'. En dus helemaal niets over bijvoorbeeld de Israelische ontstaansgeschiedenis bezien door de ogen van de zogenoemde 'new historians', of iets over de Palestijnse kant van het conflict 2). Beide zijn onontbeerlijk om iets van de achtergronden van de huidige situatie van Israel te begrijpen. Hetzelfde geldt trouwens voor onderwerpen als de situatie van Jeruzalem of het nederzettingenprogramma.
Dat is dus wat ik bedoel met eendimensionale kijk. Maar behalve de keuze van de onderwerpen is ook de keuze van de docenten nogal bepalend. Afgezien van een paar op wie weinig valt aan te merken (Leurdijk, Willem Post, Bart Wallet, Fred Grünfeld), maakt een aantal anderen onder hen meer dan duidelijk dat het in wezen niet gaat om academische colleges, maar om een serie academisch aangeklede propaganda-praatjes. In de eerste plaats heb ik het dan over dr M(atthijs) de Blois, en dr A(lfred) Pijpers. De Blois, die docent rechtswetenschappen aan de universiteit van Utrecht, gaat praten over "Israel en het internationaal recht'', een terrein van het recht dat niet zijn vakgebied is. Wie hem googelt ziet dat hij dat zijn standpunt het standpunt is van Christenen voor Israel (waar hij wel als dé autoriteit op dit gebied wordt gezien). Hij betoogt dat de Westoever niet is bezet maar ''betwist'' en dat Israel het recht heeft er nederzettingen te bouwen. Niet alleen zitten er in zijn betoog net zo veel gaten als in een gruyère kaas, hij gaat er ook mee in tegen een uitspraak van het Internationale Gerechtshof uit 2004, tegen talloze VN-uitspraken en tegen ongeveer alle deskundigen die Nederland rijk is op het gebied van het internationaal recht (een flink aantal van hen is te vinden op de website van het Rights Forum van Dries van Agt).
Pijpers is senior research fellow van het Instituut Clingendael. Een blik op zijn (schaarse) publicaties maakt duidelijk dat hij Israel de hand boven het hoofd houdt wat het ook doet, en de critici van de Joodse staat moeiteloos op een hoop veegt van degenen die Israel willen 'delegitimeren'.  Verder schreef ik verleden jaar al dat hij bronnen hanteert die in academische kringen niet acceptabel behoren te zijn, zoals MEMRI of het boek dat ex-CIDI-medewerkler en ex-PVV Kamerlid Kortenoeven schreef over Hamas.
Aan het rijtje twijfelachtige docenten kunnen dit jaar ex-minister Uri Rosenthal en Esther Voet worden toegevoegd. Rosenthal gaat praten over terrorisme, maar natuurlijk was hij toevallig ook de meest uitgesproken pro-Israel minister van Buitenlandse Zaken die Nederland ooit heeft gehad. Voet, de nieuwe directeur van het CIDI, gaat het hebben over het Israelische beleid ten aanzien van vredesopties. Zij heeft de pedagogische academie gevolgd, een dansopleiding gedaan en onder meer gewerkt voor de Telegraaf, Story, Vivenda, en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Blijkbaar is ze daarmee voldoende academisch gekwalificeerd.

1)  Deze opmerking door Israel gefinancierd instituut is voor rekening van Bellemakers.
2)_Wel is een college dat nogal vaag ''De Arabische perceptie van het Israelische buitenlandse beleid'' heet. Alsof de perceptie van de 21 Arabische leden van de Arabische Liga eensluidend zou zijn. De docent, Ruud Hoff, staat bovendien niet echt te boek als een autoriteit.

1 opmerking:

Anoniem zei

Hoewel het in de inleiding heet "Palestijns-Israelische conflict" (waarom die volgorde? Anderzijds is het altijd een Israelisch-Palestijnse vredesding), gaan het niet over Palestijnen in de elf collegetitels.

Niks over Palestijnen, Palestijnse vluchtelingen, OPT Bezette Palestijns Gebieden.

Egbert