woensdag 18 januari 2017

Twee doden bij ontruiming Bedoeïenendorp Um al Hiran dat plaats moet maken voor Joods dorp

De leider van de Gezamenlijke Lijst in de Knesset, Ayman Odeh, werd gewond door ''rubberkogels". (Foto Haaretz).

Bij de ontruiming van het Bedoeïenendorp Umm al Hiran in de Negev, dat plaats moet maken voor een nieuw dorp, Hiran, voor Joodse Israeli's, zijn woensdag twee doden gevallen. Volgens de Israelische politie werd een politieman, Erez Levy (34), gedood door een ''ramaanval'' met een auto. De inwoners van Um al Hiran zeiden echter dat de bestuurder van die auto werd beschoten en vervolgens de macht over het stuur kwijtraakte. De auto bleef daarna doorrijden, overreed politiemannen en kwam tegen een andere auto tot stilstand. De bestuurder, Yakoub Musa Abu Qi'an (47), een wiskundeleraar op de middelbare school in het nabije Hura, bleek te zijn doodgeschoten. Op een filmpje is tezien dat hij langzaam het dorp uitrijdt, wordt beschoten, snleheid vermeerdert en tesnlotte tegen een politieauto tot stilstand komt. 
Knessetlid Taleb Abu Arar zei dat de politie Abu Qi'an in ''koelen bloede'' doodschoot. ''Ze schoten hem dood zonder reden. De beschuldiging dat hij probeerden iemand te overrijden is niet waar." Haaretz en 972 Magazine schreven dat de politie denkt dat hij lid was van een islamitische organisatie en dat zij onderzoekt of hij niet beïnvloed zou kunnen zijn door IS. Familieleden van Abu al Qi'an noemden dat volstrekte onzin.
De politie schoot afgezien hiervan met traangas en rubberkogels. Diverse mensen raakten gewond. Onder hen was de fractieleider van de Gezamenlijke Lijst in de Knesset, Ayman Odeh. Hij werd van vlakbij geraakt door rubberkogels geraakt aan het hoofd en de rug en belandde in het Soroka ziekenhuis in Be'er Sheba. Op zijn Facebookpagina schreef hij dat in Umm al Hiran “een misdaad was bedreven door honderden politiemannen die het dorp gewelddadig binnenvielen en traangas, stungranaten en rubberkogels afvuurden. Honderden dorpelingen, vrouwen, mannen en kinderen met hun blote handen tegenover de bruutheid en het geweld van de politie.''
Umm al Hiran  bezet door de politie 18.1.17 (Foto Haaretz)

De honderden politiemensen vielen het dorp om vijf uur 's ochtends binnen om de sloop te kunnen beginnen. Op de site Plus972 werd de Israelische activist Koby Snitz aangehaald, die zei dat de agenten mensen uit hun auto's begonnen te trekken en anderen aanvielen en bedreigden. Rond 11 uur 's ochtends plaatselijke tijd werd het dorp gesloten voor journalisten, en werd aanstalten gemaakt met de sloop van het 600 inwoners tellende dorp te beginnen.
Aan het geweld was overleg vooraf gegaan dat dinsdagnacht mislukte. Daarop werden mensen opgeroepen om te demonstreren. Dat was de reden dat er Knessetleden en activisten naar Umm al Hiran waren gestroomd. De kwestie van de sloop is een fel omstreden zaak, die aangeeft hoe Israel in feite een land is dat vooral rekening houdt met zijn Joodse burgers. Umm al Hiran moet namelijk plaats maken voor een dorp, Hiran, waar alleen Joden kunnen wonen. Een aantal bewoners ervan woont al in de buurt van het dorp.  Een petitie tegen deze plannen werd in 2015 door het Israelische hooggerechtshof niet ontvankelijk verklaard, een duidelijk onrechtvaardig oordeel, want de inwoners van Umm al Hiran waren al een keer verjaagd, hun land was afgepakt. 

Na de uitspraak van het hof, schreef ik: De inwoners van Umm al-Hiran woonden voor de stichting van Israel ten noordwesten van waar ze nu wonen, maar zoals veel andere Bedoeïenen werden ze in 1948 verdreven. In 1956, toen zij nog te maken hadden met het militaire bestuur waar alle Arabische inwoners van Israel tot 1966 aan waren onderworpen, gebood de militaire gouverneur de Abu al-Qi'an-clan (dat zijn de inwoners van Umm al-Hiran) zich te vestigen waar ze nu wonen. Het land dat de clan bezat werd in beslag genomen en daarop verrees de kibbutz Shoval.
In 1970 probeerde de clan zijn eigendom terug te krijgen, maar die claim is nooit erkend en hun verzoekschriften zijn nog steeds in behandeling, volgens hun advocaat, Suhad Bishara van de burgerrechtenbeweging Adalah. Tegelijkertijd werd, ondanks het feit dat de plaats Umm al-Hiran hen was toegewezen, hun dorp nooit erkend en hadden ze dus - iets wat nog voor tienduizenden andere Bedoeïenen geldt - geen waterleiding, elektriciteit, openbaar vervoer, onderwijs of medische zorg.
Van de bewoners wordt verwacht dat ze zich in de stedelijke Bedoeïenenagglomeraties zoals Rahat zullen vestigen, waar gigantische werkloosheid heerst. Zij weigeren dat en hebben gezegd dat ze hun huizen niet zullen verlaten.

Geen opmerkingen: