zaterdag 5 september 2009

Vergeten oorlog in Jemen

Er spelen zich in de hele wereld vergeten oorlogen af, oorlogen in gebieden waar geen verslaggevers toegang toe hebben, of waar niemand in is geïnteresseerd. Congo is een voorbeeld waar van alles gebeurt waar we weinig of niets van weten, Darfur, Kano in Nigeria, er zijn voorbeelden genoeg. Noord-Jemen is ook zo'n gebied. Al sinds 2004 wordt er gevochten in de noordelijke provincie Sa'ada tussen de regering en wat de Houthi's worden genoemd, noordelijke stammen onder leiding van de familie Al-Houthi.
In het conflict zijn intussen duizenden doden gevallen (niemand weet precies hoeveel) er er zijn - naar schatting - zo'n 150.000 mensen verjaagd, die deels in kampen wonen, deels op onbekende plaatsen in de open lucht kamperen, verstoken van voldoende voedsel of drinkwater en onbereikbaar voor hulpverleners.
De stad Sa'ada met zijn stadsmuur.
De Houthi's en de stammen die hen steunen zijn Zaydi's, zogenoemde 'vijfer' sjiïeten (volgelingen van de vijfde imam, in tegenstelling tot de 'twaalver' sjiïeten die in Iran aan de macht zijn en die volgelingen zijn van de 12e imam). De Zaydi's waren tot 1962, het jaar van de Jemenitische revolutie, aan de macht in Jemen. Zij vormen een niet onbelangrijke minderheid in het overwegend soennitische Jemen.
De rebellie in het noorden begon in 2004 onder leiding van Hussein al-Houthi, die een organisatie Shabab el-muminin (Gelovige jongeren) had opgericht (vergeljk: de laatste Zaydi-koningen werden 'Imam al-muminin' (leider van de gelovigen) genoemd. De regering van Ali Abdallah Saleh beschuldigde de Houthi's er vervolgens van een 'imamaat' te willen (her)oprichten. De Houthi's daarentegen zeggen alleen maar meer autonomie te willen en meer aandacht voor het verwaarloosde, aan Saoedi-Arabië grenzende noorden.
Hussein al-Houthi werd in 2004 gedood door de regeringstroepen. Zijn broer Abdel-Malik (geholpen door twee andere broers: Yahya en Abdel Karim) zetten de strijd voort.
In juli werden zeven doodvonnissen uitgesproken tegen bondgenoten van de Houthi's. Op de foto enkele van de veroordeelden. Human Rights Watch meldde in 2008 dat in de loop van de jaren daarvoor honderden arrestaties waren verricht onder medestanders van de Houthi's en dat tientallen mensen waren verdwenen.

Op 11 augustus van dit jaar is de sluimerende strijd opnieuw uitgebroken. Het regeringsleger heeft alles ingezet, tot en met tanks, artillerie en raketbeschietingen, terwijl ook de luchtmacht bombardementsmissies uitvoert tegen de Houthi-guerrilla. De strijd is overgeslagen naar de aangrenzende provincie Amran. Bij het leger heeft zich ook de federatie van stammen in midden en zuid-Jemen onder leiding van Hussein al-Ahmar aangesloten. De rebellen hebben een zespunts ultimatum van de regering van de hand gewezen. De regering van haar kant heeft oproepen tot een bestand van de rebellen naast zich neergelegd. President Saleh reisde onlangs naar Saoedi-Arabië, kennelijk om zich te verzekeren van steun van die kant. De Saoedi's hebben in het verleden nog al eens de hand gehad in onrust in het noorden, bovendien houden zij een deel van Jemen al tientallen jaren bezet.
Abdel Malik Badreddin al Houthi.

Niemand weet hoeveel slachtoffers er intussen zijn gevallen. Ook is onbekend hoeveel nieuwe displaced persons er zijn. De VN schat hun aantal op zo'n 35.000. Hulpverlening is onmogelijk: de wegen naar het bergachtige noorden zijn afgesloten en het vliegveld van Sa'ada is dicht. Het leger deed vrijdag een poging om een kort staakt-het-vuren af te kondigen om hulpverlening mogelijk te maken, maar dit bestand hield het niet.
Als persoonlijke noot wil ik hier aan toevoegen dat we er helaas vanuit moeten gaan dat de oorlog buitengewoon bloedig wordt gevoerd. Ik was in 1995 een aantal weken in Jemen getuige van de gang van zaken tijdens de burgeroorlog die toen woedde tussen de regering in Sanaa en Zuid-Jemen (Aden) dat zich opnieuw had afgescheiden. Om slechts één voorbeeld te noemen: de oorlog begon feitelijk met een slachtpartij door regeringsgetrouwe stammen op een zuidelijk garnizoen, dat werd bestormd en van alle kanten vanuit de bergen werd beschoten toen de manschappen in de rij stonden om hun lunch af te halen. Van de enkele duizenden manschappen overleefde slechts een 400-tal. Deze gang van zaken was kenmerkend voor hoe de oorlog daarna verder werd gevoerd.

Geen opmerkingen: