zondag 17 mei 2015

Bij de dood van een pionier van de nederzettingen

 Em foto de 1985, o rabino  Moshe Levinger, fundador do movimento que iniciou os assentamentos de colonos judeus na Cisjordânia na década de 70, que morreu neste sábado aos 80 anos
Levinger in 1985 (AFP)
Eén van de mensen die een enorm belangrijke rol heeft gespeeld bij het van de grond komen van de nederzettingenbeweging in de door Israel bezette gebieden, rabbijn Moshe Levinger, is zondag op 80-jarige leeftijd overleden in Hebron. Met zijn dood wordt als het ware een stuk geschiedenis afgesloten. Levingers leven was zodanig met de nederzettingen verweven, dat zijn c.v. ongeveer leest als de geschiedenis van de kolonisten-beweging.
Direct na de Zesdaagse Oorlog van 1967 waar de Westoever werd veroverd, stichtte Levinger de beweging Gush Emunim (Blok der Gelovigen) die als doel had de Westoever met Joodse nederzettingen te bevolken. De beweging werd pas echt belangrijk na de Yom Kippur-oorlog van 1973, maar Levinger gaf alvast het goede voorbeeld. Nog in 1967 kreeg hij van de socialistische regering gedaan dat de  nederzetting Kfar Etzion mocht worden opgericht, op een plek waar tot 1948 Joden hadden gewoond. Kfar Etzion werd de kern van Gush Etzion (het Etzion Blok) dat nu één van de grootste clusters nederzettingen op de Westoever is.
In 1968 ging Levinger met een groep getrouwen de seder (Avondmaatltijd van het joodse paasfeest, Pesach) vieren in een hotel in Hebron. De groep ging er nooit meer weg. Na een tijdje werd de groep door de regering overgeplaatst naar een legerbasis vlakbij Hebron en drie jaar later kregen Levinger en zijn vrienden van de socialistische regering toestemming op die plek de nederzetting Kiryat Arab te vestigen, nog steeds de nederzetting waar de hardste, meest racistische en gewelddadige kern van de kolonisten te vinden is.Na 1973 was Levinger betrokken bij de stichting van nederzettingen in het noorden van de Westoever (Sebastia). In 1979 kraakte zijn vrouw Mirjam met een groepje anderen een gebouw in het centrum van Hebron dat in de 19e eeuw was gebouwd als Joods ziekenhuis en later politiebureau was geweest. Nadat Palestijnen een keer zes Joden hadden doodgeschoten die op een vrijdagavond op weg waren naar dit gebouw, kreeg Levinger van de regering-Rabin toestemming het zogenoemde ''Hadassah-gebouw'' ot nederzetting te verheffen. Het werd de eerste van meerdere Joodse nederzettingen in het centrum van deze Palestijnse stad.
In 1984 werd Levinger opgepakt wegens verdenking van betrokkenheid bij de ''Joodse ondergrondse'', een groep radicale ex-militairen uit Hebron en omgeving, die aanslagen hadden gepleegd op de burgemeester van de steden Nablus, Jericho en El Bireh, een drietal leerlingen hadden doodgeschoten van de Religieuze universiteit van Hebron en plannen hadden beraamd voor aanslagen op Palestijnse bussen en voor het oplazen van de Rotskoepelmoskee op de Tempelberg. Levinger werd echter niet veroordeeld. Dat gebeurde wel in 1990, toen hij na een ruzie met Palestijnen lukraak het vuur opende op Palestijnse winkels en daarbij een groenteboer doodschoot en een klant verwondde. Een Palestijn die een Jood doodt krijgt levenslang, maar Levinger kreeg vijf maanden, waarvan hij er drie uitzat voor hij werd vrijgelaten wegens goed gedrag. Levinger werd overigens in totaal  een tiental keren opgepakt wegens geweldpleging, waaronder een keer tegen een Palestijns kind en een keer tegen een Palestijnse vrouw. Hij kreeg echter nooit zwaardere straffen dan boetes en een paar maanden gevangenisstraf. 
Levinger was afgezien van dit alles de initiatiefnemer van de organisatie Yesha die ook nu nog de kolonisten in ''Judea en Samaria'' vertegenwoordigt. Een aantal van zijn elf kinderen zetten zijn werk voort. Een zoon, Malachi, is nu burgemeester van Kiryat Arba, een andere is belangrijk in Yesha, en een dochter is journaliste bij de tv-zender van de kolonisten, Kanaal 7. Levinger kan terugkijken op een welbesteed leven. Weinig mensen zullen zo in de zekerheid sterven dat hun levenswerk niet meer ongedaan gemaakt kan worden zoals hij.

5 opmerkingen:

Gennadi zei

'Nog in 1967 kreeg hij van de socialistische regering gedaan dat de nederzetting Kfar Etzion mocht worden opgericht, op een plek waar tot 1948 Joden hadden gewoond.'

Het is precies waarom is zo grote hekel aan jouw berichtgeving heb.
Kfar Etzion is DE plek waar de Joden in 1948 massaal waren afgeslacht door de arabieren. Zou jij Deir Yassin een plek noemen waar de arabieren tot 1948 hadden gewoond?

Abu Pessoptimist zei

Gennadi,
Deir Yassin is zeker een plek waar tot 1948 Palestijnen hebben gewoond, zoals dat ook in Kfar Etzion het geval was. In Deir Yassin werden trouwens iets masaler ensen gedodo dan in KE. Ik probeer soms plaatsnamen te noemen zonder een hele trits wvan politieke wetenswaardigheden. Blijkbaar bevalt je dat niet.

Elisabeth de Boer zei


Er gebeurde nogal wat in die tijd, he Gennadi. Zullen we lijstjes maken?

• The Al Abbasiyah Massacre – 13/12/1947 A group of Irgun members disguised as British soldiers attacked the village of Al Abbasiyah and opened fire on its residents sitting outside a village café. They also bombed a number of their homes and planted several time bombs. Moreover, British soldiers surrounded the village and allowed the killers to escape from the northern side of the village. They killed 7 and severely wounded 7 others 2 of whom died later including a 5 year old child.

• The Al-Khasas Massacre – 18/12/1947 3 Zionists from the “Maayan Baruch” kibbutz attacked and shot 5 Arab workers on their way to work. During the attack, one of the Zionists was stabbed and killed prompting the commander of the Palmach third battalion, Moshe Kelman, to ordere a retaliatory operation to burn the homes and kill the men in Al-Khasas. The commander’s report notes that 12 were killed, all of whom were women and children.

• The Jerusalem Massacre – 29/12/1947 Irgun members threw a barrel full of explosives near Bab al-Amud in Jerusalem which resulted in the death of 14 Arabs and the wounding 27 others.

• The Jerusalem Massacre – 30/12/1947 The Irgun gang threw a bomb from a speeding car killing 11 Arabs.

• The Balad Al-Shaykh Massacre – 31/12/1947 A joint force of the first Palmach battalion and a brigade led by Haim Avinoam attacked the Balad Al-Shaykh village killing 60 civilians, according to Zionist sources. Those killed included children, women and the elderly, and dozens of homes were destroyed.

• Al-Sheikh Break Massacre – 31/12/1947 Zionist terrorist groups raided the village of Al-Sheikh Break, killing 40.

At the beginning of the civil war, the Jewish militias organized several bombing attacks against civilians and military Arab targets. On 12 December, Irgun placed a car bomb opposite the Damascus Gate, killing 20 people.

On 4 January 1948, the Lehi detonated a lorry bomb against the headquarters of the paramilitary Najjada located in Jaffa’s Town Hall, killing 15 Arabs and injuring 80.

During the night between 5 and 6 January, the Haganah bombed the Semiramis Hotel in Jerusalem that had been reported to hide Arab militiamen, killing 24 people.

The next day, Irgun members in a stolen police van rolled a barrel bomb into a large group of civilians who were waiting for a bus by the Jaffa Gate, killing around 16.

Another Irgun bomb went off in the Ramla market on February 18, killing 7 residents and injuring 45.

On 28 February, the Palmah organised a bombing attack against a garage at Haifa, killing 30 people.

http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_Irgun_attacks

Gennadi zei

Elisabeth,

Ik zei alleen dat Kfar Etzion voor de Joden net zo symbolisch is als Deir Yassin voor de Arabieren. Niet meer en niet minder.
De Onafhankelijkheidsoorlogen zijn altijd bloedig en deze oorlog was helaas geen uitzondering.

Abu Pessoptimist zei

Gennadi,
Deze oorlog was bloedig, maar toch vooral voor één van beide kanten. Ik had en heb geen zin daar iedere keer opnieuw melding van te maken. Ik vind ook niet dat gebeurtenissen uit het verleden altijd maar weer gebruikt mogen worden om misdaden in het heden en de toekomst te rechtvaardigen.