vrijdag 16 november 2018

"Inwoners van Gaza zijn onder nieuwe wet uitgesloten van welke compensatie dan ook''

Vluchtelingenkamp al-Bureij in Gaza. 

Een rechtszaak tegen de Staat Israel, die was aangespannen door de mensenrechtenorganisaties Adalah en al-Mezan, heeft duidelijk gemaakt dat inwoners van de Gazastrook onder een nieuwe wet geen enkele aanspraak meer kunnen maken op de vergoeding van door toedoen van Israel geleden schade of verwondingen, ongeacht de manier waarop die zijn toegebracht.
 Het is de gevolgtrekking die moet worden getrokken uit een uitspraak van de rechtbank van Beer Sheba, van 4 november, in de zaak van de 15-jarige Palestijnse jongen uit Gaza, Attiya Fathi al-Nabareen. Attiya werd op 11 november 2014 neergeschoten op het terrein van zijn familie in het al-Bureij-vluchtelingenkamp. Hij was 500 meter verwijderd van het grenshek en er waren geen gevechten gaan of confrontaties aan de gang. Attiya werd in de nek getroffen. Hij is sindsdien volledig verlamd en aangewezen op een rolstoel.  
 De rechtbank sprak uit dat Israel niet verantwoordelijk is en geen schadevergoeding hoeft te betalen, omdat Attiya in ''vijandelijk gebied'' woont. De rechtbank hanteerde daarbij een  nieuwe wet, die in 2012 werd aangenomen als toevoeging bij de wet uit 1952 die de vergoeding door de staat van eventueel geleden schade door burgers behandelt. In het nieuwe artikel (artikel 5/B-1) staat dat Israel in geen enkel geval verantwoordelijk kan worden gesteld als de schade is opgelopen in ''vijandelijk gebied''. Gaza is in 2007 door Israel tot vijandelijk gebied bestempeld.

De zaak was door al-Mezan en Adalah aangespannen omdat het nieuwe artikel ''onconstitutioneel'' zou zijn en in strijd met het internationale recht. Dat werd echter door de rechtbank van de hand gewezen.Volgens Adalah betekent dit dat inwoners van Gaza nu alleen nog via internationale rechtsorganen (als het Strafhof in Den Haag)  aanspraak op vergoedingen van geleden schade kunnen maken. 
Afgezien van het feit dat inwoners van Gaza nu dus zijn uitgesloten van alle vergoedingen voor geleden schade wegens militaire activiteiten en bombardementen, was het (volgens artikel 8 van dezelfde wet) sowieso al bijzonder moeilijk,  of vrijwel onmogelijk, voor mensen in Gaza om een beroep op compensatie te kunnen doen. Zij moeten in dergelijke gevallen binnen 60 dagen een bericht sturen naar het (Israelische) ministerie van Defensie. Ze moeten een garantiesom van duizenden Amerikaanse dollars neertellen bij een Israelische rechtbank. En ze moeten advocaten in Israel inhuren en een vergunning van het militaire gezag zien te krijgen om überhaupt in Israel voor de rechter te mogen verschijnen en getuigenis af te leggen. Adalah en al-Mezan hebben in dit geval de familie van Attiya  geholpen om aan alle voorwaarden te voldoen.
De uitspraak betekent dat vermoedelijk honderden zaken uit de afgelopen jaren zonder meer niet ontvankelijk zullen zijn. De gang van zaken is buitengewoon alarmerend volgens Adalah en al-Mezan. De uitspraak betekent namelijk dat de Staat Israel zichzelf en en al zijn militairen in feite volledige immuniteit heeft verleend voor het bedrijven van welke militaire actie dan ook, of ze nu in styr9dj met het oorlogsrecht zijn of niet, en zich zelf ook geheel vrijpleit van de noodzaak om zelfs maar onderzoek naar het eigen optreden in te stellen. 



Geen opmerkingen: