woensdag 4 februari 2015

Israel schort defnitief programma op om nachtelijke arrestaties van kinderen te verminderen

Night raid in Nabi Saleh 2011 (Tamimi Press)
Nachtelijk bezoek in Nabi Saleh (Foto: Tamimi Press)

Israels hoogste militaire aanklager heeft bekendgemaakt dat een proefproject van het Israelische leger om het aantal nachtelijke arrestaties van kinderen drastisch te verminderen, is opgeschort. Het programma was aangekondigd in februari 2014 in de districten Nablus en Hebron en bestond eruit dat voortaan geschreven orders zouden worden overhandigd  voor de kinderen, waarin zij werden opgeroepen zich te melden. Het proefproject was gestart nadat er in Groot-Brittannië, Nederland en Australië ongerustheid was geuit over de schadelijke psychische en andere gevolgen van de nachtelijke arrestaties, meldt de advocaat Gerard Horton van de mede door hem in Israel opgerichte groep ''Military Court Watch''.  UNICEF schreef er in een in 2013 verschenen rapport over dat:
Many of the children arrested at home wake up to the frightening sound of soldiers banging loudly on their front door and shouting instructions for the family to leave the house. For some of the children, what follows is a chaotic and frightening scene, in which furniture and windows are sometimes broken, accusations and verbal threats are shouted, and family members are forced to stand outside in their night clothes as the accused child is forcibly removed from the home and taken away with vague explanations such as ‘he is coming with us and we will return him later,’ or simply that the child is ‘wanted.’ Few children or parents are informed as to where the child is being taken, why or for how long.
De zaak werd in Nederland destijds, in februari 2014, aangekaart door de parlementsleden Joel Voordewind (ChristenUnie), Pieter Omtzigt (CDA), Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Michiel Servaes (PvdA)  Zij toonden zich bovendien ook bezorgd over wat er in de uren na de nachtelijke arrestaties met de kinderen gebeurt, want ze worden meestal verhoord zonder het bijzijn van een advocaat of volwassen personen, wat eigenlijk zou moeten, en worden vaak lang in detentie gehouden zonder dat ze familieleden kunnen zien.
Advocaat Horton wijst erop dat de Nederlandse minister Bert Koenders nog op 15 januari van dit jaar de Tweede Kamer een brief stuurde over de uitvoering van het proefprogramma, waarin hij zei dat de hoogste militaire aanklager op de Westoever, luitenant kolonel Hirsch, in  een gesprek op 12 november had meegedeeld dat het programma weliswaar was opgeschort ''als gevolg van de geweldsescalatie van de afgelopen zomer'' (dat wil zeggen: de Israelische inval in Gaza), maar dat het de bedoeling was het weer op te pakken.  Die mededeling is dus nu achterhaald.
Koenders meldde in zijn brief ook dat er geen gegevens waren bijgehouden door het militaire gezag, zodat het moeilijk was een precieze evaluatie te geven van het programma. Die evaluatie is wel  zo goed mogelijk gemaakt door Military Court Watch, meldt advocaat Horton. Er was in de tijd dat het programma in werking was, sprake van een vermindering van 5% van het aantal gevallen waarbij kinderen in het holst van de nacht van hun bed werden gelicht. Maar daar stond tegenover dat in 67% van de gevallen waarin oproepen werden afgeleverd aan de kinderen om zich te melden, dit net zo goed na middernacht gebeurde op een manier die er nog steeds op was gericht om de bevolking schrik aan te jagen.Horton schrijft ook dat alle beschikbare gegevens erop wijzen dat de militaire autoriteiten geen echte serieuze poging hebben gedaan om de nachtelijke arrestaties te vervangen door een systeem van het uitgeven van oproepen en dat het ''pilot program '' niet te goeder trouw is uitgevoerd. Norton noemt de volgende punten:
1. Er zijn heel weinig details van het programma bekendgemaakt, zodat het bijan onmogelijk is er een oordeel over te geven,
2. Hoewel het om een proefprogramma ging, geven de militaire autoriteiten nu toe dat ze geen cijfers bijhielden om intern dan extern een evaluatie te kunnen maken,
3. Twee derde van de oproepen werden afgeleverd tijdens nachtelijke invallen van het leger,
4. De militair die verantwoordelijk is voor de uitvoering en implementatie van het project woont in een  nederzetting op de Westoever. (dit betreft de militaire aanklager zelf, luitenant kolonel Maurice Hirsch. Hij is een inwoner is van de nederzetting Efrat, een bolwerk van de harde kern van kolonisten). En volgens Horton wijst alles erop dat nachtelijke invallen in Palestijnse dorpen die  naast nederzettingen liggen een onmisbaar onderdeel uitmaken van de strategie van het Israelische leger om, zoals dat heet, ''zijn aanwezigheid voelbaar te laten zijn'' .
Horton wijst er nog op dat Military Court Watch in september 2014 een rapport uitbracht, gebaseerd op 105 getuigenissen van kinderen die in militaire detentie waren gehouden. Uit dat rapport blijkt dat de constatering van de organisatie UNICEF in haar rapport van 2013 nog altijd volop geldt. Die constatering luidde: “Mishandeling van kinderen die in aanraking komen met het systeem van militaire detentie blijkt systematisch en wijdverbreid voor te komen en in het systeem verankerd te zijn.''

Geen opmerkingen: