vrijdag 9 mei 2014

Nakba-ontkenning bepaalt nog steeds de toon in Joods Nederland


De wijk Manshia in Jaffa in 1948, nadat de Joodse Irgun strijdkrachten er in mei 1948 hadden huisgehouden (Foto AP) 

Holocaust-ontkenning geldt als een zware beschuldiging, vooral in Joodse kring. Wie zich eraan schuldig maakt wordt van antisemitisme verdacht en is in sommige landen strafbaar. Nakba-ontkenning daarentegen is wel salonfähig, vooral in Joodse kring. Het één - de holocaust - was een genocide van de in Europa levende Joden en ligt goddank achter ons. Het andere - de nakba - was, hoewel bloedig,  geen genocide, maar wel het vernietigen van de identiteit van een heel volk -  en ook dat was zeker niet niks. Anders dan de holocaust is de nakba ook nog steeds gaande. Nog steeds worden Palestijnen verdreven, nog steeds is er geen Palestijnse staat, nog steeds wordt door grote aantallen Joden geclaimd dat Israel historische rechten kan laten gelden op heel Palestina en dat Palestijnen er eigenlijk niets te zoeken hebben. Nakba-ontkenners zullen ook nooit kunnen instemmen met een echte historische verzoening tussen Israel en de Palestijnen, want erkenning van het toen begane onrecht door Israel is daar een essentieel en onmisbaar onderdeel van.
Het bovenstaande is een inleiding naar aanleiding van een ingezonden brief die op 6 mei in NRC-Handelsblad stond en die als een schoolvoorbeeld van nakba-ontkenning mag dienen. De auteurs zijn de echtelieden Ron en Rosa van der Wieken, beiden redelijk prominent in Joodse kring (hij voorzitter van het Verbond voor Progressief Jodendom, zij voorzitster van de Federatie van Nederlandse Zionisten).
Omdat hun verhaaltje zo representatief is voor een ''narratief'' (hun woord) dat helaas 66 jaar na dato nog steeds door zionisten wordt gehanteerd en waarin na al die tijd nog steeds geen plaats is voor de juiste cijfers en feiten, ga ik er nog maar eens tegenin.  In de - vrees ik - valse hoop dat ooit in de komende paar jaar ook binnen de Joodse gemeenschap wèl een discussie over dit onderwerp zal kunnen beginnen.

Dit schreven de Van der Wiekens: (mijn commentaar staat er tussen, tussen haakjes en cursief):
Jom an-Naqba is de belangrijkste jaarlijkse manifestatie in de islamitische wereld . Deze ‘Dag van de Catastrofe’ herdenkt de verdrijving van zevenhonderdduizend Palestijnen van hun door Joden gestolen voorvaderlijke grond. Op 15 mei - de datum in 1948 dat Israël werd opgericht - verbranden grote aantallen betogers vlaggen van Israël en de VS en scanderen ‘dood de Joden’. 
(Yom an-Nakba (niet Yom an-Naqba, dat zou zoiets betekenen als ''Dag van het boren'') is helemaal niet iets dat wordt herdacht in de hele islamitische wereld. In Indonesië, toch het volkrijkste islamitische land, gebeurt op die dag voor zover ik weet niks. In sommige Arabische landen gebeurt het wel, dat herdenken, maar het is al met al toch vooral een Palestijnse aangelegenheid. Ik heb die dag op veel plaatsen meegemaakt, maar nog nooit gezien dat er vlaggen werden verbrand. Er worden gewoonlijk voordrachten gehouden, gedichten gereciteerd, en er is muziek).
De vredelievende Palestijn zou door de wrede Jood verdreven zijn en sindsdien, smeekt hij in een ellendig vluchtelingenkamp om rechtvaardigheid. Dit narratief wordt gretig en kritiekloos geaccepteerd door delen van de westerse media. Zonder af te willen doen aan het werkelijke Palestijnse lijden: van het narratief klopt bitter weinig. Consequent wordt verdoezeld dat de bevrijdingsbeweging van het Joodse volk, het zionisme, in de 19de eeuw al tienduizenden vierkante kilometers grond aankocht van Arabische eigenaars in het land dat destijds een dunbevolkte provincie van het Ottomaanse Rijk was, waar 30.000 Joden en 350.000 Arabieren woonden.
(Een overzicht, gebaseerd op Britse cijfers, geeft aan dat in 1943 slechts 5,8% van de grond in Palestina in Joodse handen was).
Op die grond vestigden zich van 1880 tot 1938 650.000 Joodse immigranten. De komst van de Joden bracht economische verbeteringen die vanaf circa 1920 honderdduizenden gelukszoekers uit de omringende Arabische landen aantrokken. Een groot deel van het Palestijnse volk is dus later geïmmigreerd dan de Joden.
(Britse cijfers geven aan dat het verhaal van de immigrerende Arabische gelukszoekers een zionistische verzinsel is: de Arabische immigratie was in die jaren tot 1947 altijd een fractie van de Joodse immigratie.  
In het naqba-narratief (sic) ontbreekt ook het delingsplan van de VN in 1947 waarbij een groot stuk van het huidige Israël aan de Palestijnse Arabieren was toebedeeld. De Joden stemden in, de Arabieren wezen het af.
(Hier valt nog heel veel meer over te zeggen. Ik volsta op deze plek met de opmerking dat in het delingsplan niet minder dan 56% van Palestina naar de Joodse bevolkingsgroep zou gaan, die op dat moment 31% van de bevolking bedroeg. Het was in het licht van de latere geschiedenis wellicht beter geweest als de Palestijnen wel hadden ingestemd met het plan (al was het alleen maar om aan te tonen dat de zionisten het plan onvoldoende vonden en alleen akkoord gingen om tactische redenen), maar dat ze dat niet deden is toch niet helemaal onbegrijpelijk.

Ook ontbreekt in ieder verhaal het aanbod dat Israël eind 1948 deed om 100.000 vluchtelingen weer op te nemen hetgeen de Arabieren onmiddellijk van tafel veegden.
(Zij deden dat vooral omdat Israel met het aanbod om 100.000 mensen terug te nemen het lot van de overige 550.000-650.000 vluchtelingen wilde bezegelen en discussies over in de oorlog verworven gebied uit de weg wilde gaan. Zie wat Wikipedia hierover vermeldt, onder verwijzing naar de Israelische historicus Benny Morris: "Israel formally informed the PCC of its readiness to take back '100,000' refugees on 3 August (tussen haakjes 1949, niet 1948), making it conditional on 'retaining all present territory' and on the freedom to resettle the returnees where it saw fit."[10]:577 The proposal was conditional on a peace treaty that would allow Israel to retain the territory it had taken, and on the Arab states absorbing the remaining 550,000–650,000 refugees. "The Arab states rejected the proposal on both moral and political grounds."[24])

De Arabische staten gaven er de voorkeur aan om de refugiés - tot de dag van vandaag - in kampen te houden, zonder integratiekansen.
(Het zal wel onbegonnen werk zijn om aan mensen als de Van der Wiekens duidelijk te maken dat Arabieren niet één pot nat zijn en dat Palestijnen geen Egyptenaren, Iraki's of Libanezen zijn en ook nooit hebben willen worden. Maar misschien helpt het als ik erop wijs dat een groot deel van de Nederlanders in 1940-45 ook niet blij was met het vooruitzicht deel te mogen gaan uitmaken van het Groot-Duitse Rijk, terwijl de verwantschappen qua taal en dergelijke toch alleszins duidelijk zijn).

Nergens treffen we aan dat na de nederlaag in 1948 in de hele Arabische wereld pogroms losbarstten waarbij 650.000 Joden verdreven werden. Ze vluchtten merendeels naar Israël, waar ze prompt werden opgenomen. In tegenstelling tot de Arabische vluchtelingen was er voor de Joodse refugiés geen hulp van de VN.
(De meeste Joden uit Arabische landen gingen niet naar Israel maar naar Frankrijk of de VS (denk daarbij aan Marokko, Algerije en ook Egypte). Het zionistische ''narratief'' gooit alle Joden die uit Arabische landen verdwenen op één hoop, terwijl de verschillen per land gigantisch zijn, en er in veel gevallen niet van een vlucht maar beter van ''vertrek'' kan worden gesproken.  Denk bijv, aan Algerije dat in 1962 onafhankelijk werd, en waar de Joden (die in de 19e eeuw collectief de Franse nationaliteit hadden gekregen, voor de keus gesteld tussen voor de Algerijnse nationaliteit kiezen of vertrekken, massaal voor een vertrek kozen. Denk aan andere dekoloniserende landen als Marokko, Egypte en ook Libië waar het vertrek of de vlucht vaker met dekolonisatie en andere factoren te maken had dan dat het werd veroorzaakt door pogroms. In het geval van Marokko moedigde Israel het vertrek aan en hielp het de vertrekkenden massaal. In het geval van Egypte  had het te maken met de revolutie van 1952, die alle buitenlanders (ook grote groepen Grieken bijvoorbeeld) van hun bevoorrechte posities beroofde en die gepaard ging met veel nationalisaties, of  aan de spionage en sabotage  zaak uit 1954 (in Israel bekend geworden onder de naam ''Lavon affaire'') die de Joodse Egyptenaren in één klap tot verdachte personen maakte, dan wel aan de Sinai-campagne van '56 waarin Israel samen met Frankrijk en Engeland deelnam aan de laatste koloniale oorlog tegen Egypte. Ook het vertrek uit Irak, Syrië of Yemen was niet zonder meer een vlucht. Het onderwerp verdient een uitgebreide academische studie). 

Meer dan met het klakkeloos overnemen van de larmoyante fantasieën over de n a q b a zouden de westerse media de Palestijnen helpen door te wijzen op het uitzichtloze van hun gebrek aan zelfinzicht en werkelijkheidszin.
Ron van der Wieken, arts en Rosa van der Wieken - de Leeuw, voorzitter Federatie Nederlandse Zionisten.

Tja, wat zou ik aan dit verhaal van de vdW's nog moeten toevoegen? Treurig toch, dat zo'n verhaal dat van a tot z kraakt en rammelt als een oude, roestige fiets blijkbaar nog representatief is voor het 'hedendaagse zionistische narratief'?

6 opmerkingen:

Engelbert Luitsz zei

Volgens de zionistische doctrine kan er geen sprake zijn van joodse vluchtelingen in Israël, het is namelijk altijd een "terugkeer" na tweeduizend jaar onophoudelijk smachten naar het Beloofde Land.

"gebrek aan zelfinzicht en werkelijkheidszin"

Als het aan de Palestijnse vluchtelingen zelf ligt dat het nog zo slecht gaat, dan verklaart dat niet de behandeling van Palestijnse Israeliers. Tientallen discriminerende wetten, hun huizen zijn niet veilig, water, elektriciteit en onderwijs worden hen onthouden.

En zelfs joden met de verkeerde kleur zijn niet veilig voor het zionisme van deze schrijvertjes:
vorig jaar gaf Israel eindelijk toe dat joodse vrouwen van Ethiopische komaf een spuitje kregen met een langdurig werkend anticonceptiemiddel (ja, ja, Leon de Winter).

Maar goed dat we een kwaliteitskrant als de NRC hebben om ons op de hoogte te houden van hoe het werkelijk zit.

Anoniem zei

Dank opnieuw voor je beschrijvingen. De cursieven zijn leesbaar op zichzelf.

Een details, vdW's quote 1: "door Joden [van Palestijnen] gestolen voorvaderlijke grond." Een gaffe, per ongeluk de waarheid geschreven? Ze zouden het vast 'genuandeerder' willen zeggen.

Egbert

Elisabeth zei

Ach wat een opgefokte toon:
"De 'vredelievende' (spot, spot) Palestijn zou door de 'wrede' (nog meer spot) Jood verdreven zijn en sindsdien, 'smeekt' hij (we spotten nog even door) in een 'ellendig' (hahaha) vluchtelingenkamp om 'rechtvaardigheid' (pffft, kan het nog idioter).

Als je niet anders dan op deze manier over een groot onrecht kan schrijven dan zit je diep in de ontkenning.
Dat ontgaat de gemiddelde lezer echt niet hoor.

Leo Schmit zei


Het is goed dat Abu de Nakba ontkenning in Nederlands Joodse kringen aan de orde stelt, maar ik zou het toch nog wat scherper willen stellen:
‘Joodse Irgun strijdkrachten’ moet zijn ‘Joodse Irgun terroristen’. De term ‘strijdkrachten’ verschaft legitimiteit aan deze terroristen.
‘erkenning van het toen begane onrecht door Israel’ moet zijn ‘erkenning van het toen begane onrecht door Irgun terroristen’.

Als hij het beestje nou gewoon bij zijn naam zou noemen, heeft hij de ë ook niet nodig om de naam van dat gestolen land te spellen.

Abu Pessoptimist zei

Leo Schmit,
Israel of Israël, Cairo of Caïro, het lijken me wat overbodige leestekens. Zo vind ik ook het verschil tussen Irgun-strijdkrachten en Irgun-terroristen nogal overbodig. Het is tegenwoordig (weer) gewoonte van nieuwsmedia in dit land om van alles van het epitheton 'terroristisch''te voorzien (terroristische Talibanstrijders bijv.)wat stigmatiserend werkt en niets toevoegt.
In Israel is het nog erger daar heten alle Palestijnen te pas en te onpas terroristen. Niet doen, lijkt me.

Leo Schmit zei

Abu, de opmerking over ë was een verwijzing naar de manier waarop bij Krapuul naar Abu wordt gelinkt. Grapje dus.
Mijn opmerking over Irgun terroristen was meer fundamenteel: het waren geen strijdkrachten. Strijdkrachten hebben een erkende status namens een staat. Die staat was er niet. Door deze terroristen posthuum als strijdkrachten te beschrijven verschaf je hen legitimiteit en erken je daarme de staat Irgun. Wanneer de nazaten van deze Irgun terroristen nu zelf hun slachtoffers als terroristen duiden wordt het begrip inderdaad zeer vaag. Maar daar ging het niet over. Het ging over de terreur daden gepleegd door Irgun terroristen tijdens de Nakba (en de ontkenning ervan door Joods-nederlandse lieden). Je toont zelf een foto van deze terreurdaden, maar je wilt ze niet zo noemen, het was gewoon 'collateral damage van Irgun strijdkrachten', die door een paar Zionistische kopstukken in Nederland wordt ontkend.
Niettemin, voorlopig een goed initiatief om de Nakba-ontkenning aan de orde te stellen, maar wat mij betreft moet dan ook het bestaanrecht van de Irgun-staat aan de orde gesteld worden. Met of zonder ë.