zaterdag 22 februari 2014

Leo Vroman 1915 – 2014


 Leo Vroman wist, als Jood, in 1940 nog net op tijd Nederland te ontvluchten, ging naar Indië, waar hij zijn studie biologie afrondde en in een Jappenkamp terecht kwam. Later belandde hij in de VS. Daar is hij zaterdag 22 februari 2014, 98 jaar oud, overleden. Vroman was, hoewel hij sinds 1947 in de VS woonde,  was een van de belangrijkste Nederlandse dichters, en mede dankzij zijn lange leven, ook een van de productiefste, getuige de lange lijst van gepubliceerde werken. 
Hij kreeg een groot aantal literaire prijzen en sprak daarnaast ook altijd tot de verbeelding door zijn levenslange liefde voor zijn vrouw Tineke (Sanders) die steeds in zijn werken terugkwam. Ike Bertels maakte daarover een film die in 2009 werd vertoond op het IDFA.
Vroman zou misschien alleen al herinnerd moeten worden om de volgende klassieke regels (uit het gedicht Vrede) die ongeveer iedereen kent:

kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Hier een ander gedicht, dat representatief is voor het soort poëzie dat hij schreef:
Publiek  
Er hurkt een onfatsoen in mensenmin, 
in het zielen zoenen, in de biddersbout; 
er hurkt een olijk oogje, zacht en stout
er zit een wolligheidje binnenin. 

Tussen de schrijver en zijn zoet publiek
scharrelt een griezeldaadje heen en weer, 
er is iets kauwbaars in de atmosfeer, 
een al te aaiende taaitaaimuziek. 

Want wat beweegt het lyrisch, doch omvleesd
bezige binnen de dichtersbast?
Het roze lezersvingertje, dat ongepast
kietelende tussen zijn woorden leest, 

de adem spellend uit een vreemde mond
over het naaktste van zijn uitgespannen tekst
maken hem het lekkerst en gerektst
en bieden aan zijn kweeksheid weke grond. 

Geen schrijver die zich niet genotvol geeft
als een gevulde eend (waar is de kop?);
de ene waggelt, en de ander zweeft, 
maar ieder dringt zich aan zijn bange jager op. 

Als ongeveerde prooi wil de poëet
zoet in elkander van verteringslust
voor wie zijn welgeluste woorden eet
en hem de snavel wee en wijs omkust. 

Staat ginds bij voorbeeld in het oerwoud der cultuur
gazellerig en met gekruiste poten
niet iets te wachten in het schemeruur?
Het is jouw dichterbeest, met op den duur

verlodderd haar, doch 't meesterwerk ontbloot en
smekend om villersmes en etensvuur:
Schraap en droog mij op Uw moederschoot en
spreidtzo jammert hij, ‘mij voor
 Uw warme, spreidt mijjammert hij,
spreidt mij voor Uw warme
haardjammert hij haarloos in je rode oor. 

Vang hem dus, en leg hem uitgewalst
geel als papier tussen de lig-stoelen;
je zolen kunnen zich door zijn ontzieling voelen
kriebelen en de wanhoop onvervalst
uit zijn verhoutend hoofd voelen krioelen.

Doch zelfs zijn aan de hals gestikte lint
en één plok vacht houden geen voeten warm. 
Zijn dorre mond herroept een dor alarm, 
en 's nachts gebaart hij nog wat, ritselend in de wind.

1 opmerking:

Engelbert Luitsz zei

Vroman was ook die andere God, die wij niet willen aanbidden, die van "vrede, godverdomme, vrede"
Een van de weinigen die niet dood wilden en mij maar bleven achtervolgen sinds ik lezen kon. Gelukkig is het Higgs-deeltje onlangs aangetoond. Vroman kan zijn plaats met opgeheven hoofd afstaan.