woensdag 12 februari 2014

''Beleggers hebben het moeilijk met de mensenrechten in de bezette gebieden''

Een belangrijk deel van de Nederlandse beleggers doet zaken met bedrijven die ook actief zijn in de door Israel bezette bezette gebieden, meldt Trouw. De krant citeert een bericht van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) die een onderzoek deed en deze werk een rapport publiceerde over de manier waarop beleggers omgaan met deze zaak.
De VBDO stuurde een vragenlijst aan 50 pensioenfondsen, 30 verzekeraars en 10 banken. Er kwamen er 29 ingevuld terug. Slechts 14 procent van deze bedrijven hebben een onderneming uitgesloten op grond van activiteiten die te maken hebben met de bezetting van de Palestijnse gebieden. De nederzettingen in die gebieden zijn volgens het Internationaal Gerechtshof illegaal en daarom staan bedrijfsactiviteiten daar dan ook ''op gespannen voet met internationale afspraken over mensenrechten,'' aldus de VBDO. Maar volgens de VBDO heeft bijna de helft van de beleggers belangen in bedrijven die zaken doen voor en met de nederzettingen. Het rapport noemt 12 van zulke bedrijven, waaronder G4S, Hewlett Packard, Africa-Israel, Caterpillar, Heidelberg Cement, Israelische banken en Veolia.
Weliswaar heeft 70 procent van de organisaties die de VBDO onder de loep heeft genomen beleid ten aanzien van mensenrechten, maar zij geven aan te worstelen met de uitvoering ervan. Het rapport van de VBDO geeft daarom een aantal aanbevelingen die moeten helpen bij het implementeren van mensenrechtenbeleid in de bezette gebieden. VBDO-directeur Guiseppe van der Helm geeft de beleggers de raad om één lijn te trekken voor alle mensenrechtenthema's. "Toepassing van het internationaal recht is het minimum om tot maatschappelijk verantwoord ondernemen te komen,' zegt hij. De VBDO begrijpt de gevoeligheid van het onderwerp, maar investeerders kunnen zich baseren op internationale regelgeving, zoals de richtlijnen van de OESO op dit gebied.
Daarnaast beveelt de VBDO aan om samen te werken met andere institutionele beleggers en met non-gouvernementele organisaties (NGO's). "Lokale NGO's kunnen helpen om regiospecifieke kennis aan te dragen",aldus Van der Helm. "Zo kan bijvoorbeeld vastgesteld worden of en hoe een bedrijf meewerkt aan de uitbreiding van illegale nederzettingen of aan de bouw van de scheidingsmuur tussen Palestijnse en Israëlische gemeenschappen. Samenwerking met andere beleggers is bovendien een goede manier om sterk te staan in onderhandelingen over dergelijke kwesties."
Een van de dingen waarop de institutionele beleggers bij het nemen van beslissingen in acht zouden moeten nemen, is volgens de VBDO, dat bedrijven volgens internationale wetgeving aansprakelijk gesteld kunnen worden voor mensenrechtenschendingen die voortkomen uit bedrijfsactiviteiten. "Dat is duidelijk geen politieke afweging, maar een bedrijfsrisico. Door daar op te wijzen haal je de politieke angel uit de dialoog. Het schept onderling begrip en zo wordt ook draagvlak gecreëerd voor oplossingen", aldus Van der Helm.
Pensioenfonds ABP, Nederlands grootste pensioenfonds, zag onlangs geen reden zijn investeringen in Israelische banken terug te trekken. Het fonds had geconcludeerd dat die banken niets doen wat ingaat tegen  internationale wetten of voorschriften. 
Het gaf overigens geen ruchtbaarheid aan de beslissing. Het nieuws werd bekend via Israelische kranten. ABP heeft belangen in Israels twee grootste banken, Bank Hapoalim en Bank Leumi, evenals in een derde bank, Bank Mizrahi-Tefahot. De beslissing van ABP wekte verbazing. Een paar weken eerder
had collega pensioenfonds PGGM wèl zijn beleggingen teruggehaald uit vijf Israelische banken, waaronder ook Bank Leumi en Bank Hapoalim. PGGM had juist wèl geconcludeerd dat de die banken handelen in strijd met het internationaal recht, onder meer door de bouw en andere faciliteiten in de nederzettingen te financieren en door het hebben van kantoren in de nederzettingen.

1 opmerking:

Engelbert Luitsz zei

En in Israel wordt een leger advocaten in stelling gebracht. Zelfs de Mossad en Shin Bet gaan zich ermee bemoeien. Tientallen miljoenen euro's worden vrijgemaakt om nog een extra propagandaoffensief te beginnen.
De logische vraag "Doen wij misschien iets verkeerd?" wordt niet gesteld, althans niet door Netanyahu en zijn bende. Het blijft balanceren tussen hoop en vrees.