dinsdag 20 maart 2018

Hof van beroep verwijst verzoek Ahed Tamimi op een openbaar proces naar de prullenmand

(Via Twitter)
Een Israelisch militair hof van beroep heeft maandagmiddag laat het beroep verworpen dat Ahed Tamimi had ingesteld  tegen de beslissing van een lagere militaire rechtbank dat haar proces achter gesloten deuren moet plaatsvinden.
Tamimi is 17. Haar proces, dat nu al meerdere malen is verdaagd, zal volgens de laatste berichten beginnen op 21 maart. Zij heeft dan al sinds half december in voorarrest gezeten. Zij is aangeklaagd nadat een video waarin te zien is dat zij een Israelische militair een klap geeft, was vertoond op de Israelische televisie (zij sloeg de militair  nadat deze eerst had geslagen, maar dat was op de vertoonde video weggelaten).
 De militaire aanklager had vorige week gezegd dat er geen bezwaar bestond tegen een openbaar proces. Maar het hof van beroep volgde toch de beslissing van een lagere militaire rechtbank. Eén van de rechters, een kolonel, legde uit dat Ahed Tamimi's naam weliswaar al meermalen was genoemd en dat er ook veel belangstelling was voor het proces, maar dat de  ervaring toch leerde dat beslotenheid in het voordeel was van minderjarige verdachten, omdat ze dan beter vrijuit konden spreken.
Met deze goedgespeelde hypocrisie wordt een flinterdunne fictie van een rechtvaardig proces in stand gehouden, terwijl alleen al het voorarrest van zo'n vier maanden van de (toen nog) 16-jarige Ahed, en het feit dat op 19 december zij rond twee uur 's nacht van haar bed werd gelicht, al volop in strijd zijn met de ook door Israel ondertekende Conventie van de Rechten van het kind.
Uiteraard is die beslotenheid namelijk helemaal niet in het voordeel van Ahed Tamimi. Op deze manier is volstrekt niet te controleren hoe de in militaire uniformen gestoken ''rechters'' omgaan met de vijf aanklachten van slaan, stenen gooien, obstructie en dergelijke, die zelf ook weer in meerdere vergrijpen uiteenvallen. Buitenstaanders zullen zich geen enkel beeld kunnen vormen van de verdediging en de waarde die de rechtbank daaraan toekent,zo dat überhaupt al gebeurt. Ook is er geen controle op het gebruik van een buitengewoon vertekende en oneerlijke vertaling van Aheds  uitspraken op de hierboven al genoemde video. Op grond van die vertaling, die de Israelische oers haalde, wordt haar ''incitement'' het oproepen tot haat en terreur ten laste gelegd. In die uitspraken wordt bijvoorbeeld de Arabische term '' 'amaliat shehadiyya'' vertaald met ''zelfmoordoperaties'', terwijl de juiste vertaling iets zou moeten zijn als ''operaties/acties waarbij martelaren vallen''. Ik schreef daar al eerder over,
De beslissing van dit ''hof van beroep'' is, zoveel zal duidelijk zijn, uitsluitend in het belang van de Staat Israel die hiermee, net als met het steeds verschuiven van de procesdatum, ongewenste publiciteit vermijdt en tegelijkertijd elke controle van de procesgang weet te voorkomen. Openheid is juist volop in het voordele van Ahed. Mensenrechtenorganisaties en Westerse regeringen zouden hiertegen moeten protesteren. Want dat de procesgang buitengewoon oneerlijk zal uitpakken staat zonder meer vast.

Geen opmerkingen: