vrijdag 23 november 2018

Israelisch hooggerechtshof zet deur open voor uitwijzing 700 mensen uit Silwan (Jeruzalem)

Batn al-Hawa in Silwan. De oranje gemarkeerde huizen zijn al in handen van Joodse kolonisten. (Foto Peace Now).

Het Israelische hooggerechtshof  heeft deze week opnieuw bevestigd dat het geen boodschap heeft aan het internationale recht en met twee maten meet als het aankomt op de rechten van Joden en niet-Joden. Dat het, kortom, een trouwe handlanger is als het aankomt op de Israelische politiek van bezetting en ontrechting van de Palestijnen. 
 Dit keer ging het om een verzoekschrift van 104 inwoners van de wijk Silwan (het gedeelte Batn al-Hawa) van het door Israel geannexeerde Oost-Jeruzalem betreffende een stuk land in de wijk waar tegenwoordig 700 mensen op wonen. In 2002 overhandigde het Israelische ministerie van Justitie de eigendomsrechten zonder hun medeweten aan drie leden van de rechtse organisatie van kolonisten ''Ateret Cohanim'', die op het punt staan die 700 mensen uit hun huizen te laten gooien.  Het argument bij het overdragen van de eigendomsrechten was dat het land vóór 1948, het jaar waarin Israel werd gesticht, eigendom was geweest van Jemenitische Joden die er onder meer een synagoge hadden.
De 104 hadden aangevoerd dat het land in kwestie onder het Ottomaanse recht zogenoemd Mirri-land was geweest, land dat alleen met goedkeuring van de Sultan overgedragen kon worden, maar dat wel in eeuwige pacht was. Derhalve waren alleen de huizen op het land eigendom van de Jemenitische Joden geweest. En daar was intussen, volgens de 104 indieners van het verzoekschrift , niets meer van over.
 De Staat Israel en de kolonisten hadden het hof verzocht dit verzoekschrift zonder meer af te wijzen. Dat deed rechter Daphne Barak-Erez echter niet. Zij wees erop dat het ministerie van Justitie (dat de taken had overgenomen van wat vroeger de ''Bewaarder van Bezit van Afwezigen'' was geweest) niet juist had gehandeld door het land (met daarop huizen die in sommige gevallen zelfs privé eigendom waren) over te dragen zonder de bewoners van Silwan daar zelfs maar over te informeren. Ook over het feit of het land wel of niet ''Mirri'' land was geweest deed zij geen uitspraak, maar wel gaf zij aan dat als de uitzettingsprocedures worden hervat, het gerechtshof van Jeruzalem daar alsnog een uitspraak over zal moeten doen. En ook dat het vreemd was dat de staat daar pas in een heel laat stadium aandacht voor had gekregen. Maar het verzoekschrift dat inhield dat de Jemenitische Joden alleen eigenaar waren geweest van de huizen op het land waar niets van over was, verwierp ze desondanks. Eén van de argumenten was dat er hier en daar nog een overblijfsels van de gebouwen waren te vinden.  
De uitzettingsprocedures van 700 Palestijnen uit Silwan zal dus binnenkort worden voortgezet. En deze uitspraak van het Hooggechtshof komt, zo schrijft de krant Haaretz, nadat hetzelfde hooggerechtshof deze zelfde week de deur open zette voor nog een 20-tal uitzettingen uit de Palestijnse wijk Sheikh Jarrah (ook in Jeruzalem). Bovendien ging het hof ook mee met een uitspraak van nota bene een rabbijnse rechtbank, die een vrouw van haar onroerend bezit vervallen verklaarde omdat ze ontrouw had gepleegd. Dit is dus het hoogste rechtscollege van de zionistische staat, het laatste middel voor de inwoners ervan om recht te verkrijgen. Dara kunnen ze blij mee zijn.....

Geen opmerkingen: