dinsdag 6 november 2012

Israel: nog eens 1285 woningen in bezet gebied, en meer nieuws van het huisvestingsfront


Ramot Allon, genoemd naar de vroeger Israëlische minister Yigal Allon maar meestal kortweg Ramot genoemd, is een wijk (nederzetting) in het noorden van Groot-Jeruzalem en in Palestijns gebied. De nederzetting is na Gilo de grootste van Jeruzalem en is deels gebouwd op grond die is afgenomen van de Palestijnse dorpen Beit Iksa, Beit Hanina en Nabi Samuel.
 
Het Israelische ministerie van Huisvesting heeft dinsdag tenders (inschrijvingen voor aannemers) gepubliceerd voor de bouw van 1.285 nieuwe wooneenheden in Oost-Jeruzalem en de nederzetting Ariel. De verdeling van de huizen is als volgt: 607 wooneenheden in de wijk (nederzetting) Pisgat Zeëv, 606 wooneenheden wooneenheden in de wijk (nederzetting) Ramot en 72 woningen in de nederzetting Ariël. De beweging Vrede Nu die dit publiceerde geeft de nummers van de tenders (Ivriet) erbij. Ze zijn na te lezen via de site van Vrede Nu.     
Volgens Vrede Nu vindt de publicatie van de tenders juist nu plaats - samenvallend met de Amerikaanse verkiezingen - om te vermijden dat er kritiek uit Washington komt. De VS hebben zich in het verleden altijd verzet tegen dit soort uitbreidingsplannen in bezet gebied. Vrede Nu noemt de tenders tevens 'Netanyahu's echte antwoord aan Abbas', waarmee de beweging doelt op het interview dat Abbas enkele dagen geleden aan de Israelische televisie gaf waarin hij standpunten innam die door de meeste Palestijnen als kruiperig en werden afgedaan, maar die bijval vonden in 'gematigde' Israelische kringen.    
 
'Beit HaChoshen'

Na zes jaar van juridische strijd zijn kolonisten van de nederzetting A-Tur op de top van de Olijfberg in Palestijns Oost-Jeruzalem erin geslaagd de laatste Palestijnse familie uit hun gebouw  te zetten. In  het gebouw, dat de kolonisten Beit Hachoshen hebben genoemd,  woonde nog één Palestijnse familie op de begane grond. Een rechter in Jeruzalem bepaalde maandag dat het huis wettig door de kolonisten van de beweging Elad van de familie Abu al-Hawa is gekocht. De kolonisten wachtten daarop niet tot de politie hen kwam helpen bij de ontruiming, maar verschaften zich onmiddellijk toegang tot het huis door een ruit in te slaan. Zij stonden ineens in de kamer van Fatima Abu al-Hawa met wapens in de hand en riepen haar toe dat zij moest vertrekken. De vrouw viel flauw.
De Palestijnse Ma'an tv filmde een deel van de ontruiming. Mahmoud Abu al-Hawa, de eigenaar van het huis zei dat hij de afgelopen zes jaar 72.000 dollar aan juridische kosten heeft betaald om aan te tonen dat de 'tussenpersoon' via wie het huis aan Elad zou zijn verkocht niet de waarheid sprak. Zijn hele oudedagsvoorziening ging op aan de zaak, maar tevergeefs.



Beit Arabiya voor en na de behandeling. 

 De Israelische autoriteiten hebben in de vroege ochtend van 1 november het bovenstaande huis, Beit Arabiyya (het 'huis van Arabiyya') in de plaats Anata te oordoosten van Jeruzalem in Area C verwoest. Het was de zesde keer sinds 1998 dat het huis tegen de vlakte ging. Beit Arabiyya, eigendom van Arabiyya en Salim Shawamreh, die het huis hebben bestemd voor Internationale vredesprojecten. Het is ook een soort project van het Israelische Comité tegen de Afbraak van Huizen (ICADH) dat enkele malen zomerkampen hield voor de herbouw 186 door het Israelische leger gesloopte Palestijnse huizen,
waaronder ook Beit Arabiyya zelf.  De sloop van die huizen vindt plaats omdat Israel vrijwel nooit vergunningen afgeeft voor bestaande of nieuw te bouwen Palestijnse huizen.


De familie van Mohammed Mousa Arram kijkt toe hoe hun huis wordt gesloopt. (Operation Dove).

Dinsdag werd er overigens ook weer gesloopt. Het leger haalde in het dorp Al-Deerat in het gebied van Hebron een huis van 500 vierkante meter omver dat toebehoorde aan Mohammad Mousa Abu Arram en zijn zoon Mousa. Een tweede huis, dat toebehoorde aan Mahmoud Mohammad Nasr, in het belendende dorp Al-Jawaya, moest er ook aan geloven, evenals een waterbron van een andere inwoner en een schuur die toebehoorde aan Hasan Rab’ey. Nog vier andere inwoners kregen sloopbevelen uitgereikt die op een latere datum zullen worden uitgevoerd. 

Geen opmerkingen: