vrijdag 15 augustus 2014

Frans Brüggen 1934-2014


Brüggen als dirigent.

Woensdag is Frans Brüggen overleden. Brüggen was de laatste jaren, alhoewel hij zich nog nauwelijks kon bewegen, vooral bekend als de dirigent van het magnifieke Orkest van de 18e eeuw, waarmee hij de meest prachtige opnamen maakte van klassieke componisten van Haydn tot en met Schubert en Chopin, en van alles daartussen en omheen. Het orkest was door hem opgericht en bestond voor een deel uit oude getrouwen. Het was een tijdje de vraag of het orkest ermee op zou houden als Brüggen, die er zozeer zijn stempel op had gedrukt, er niet meer zou zijn. Later werd besloten toch door te gaan. We zullen in de komende weken merken wat het is geworden.
Brüggen werd al heel jong bekend als blokfluitspeler. Hij studeerde dwarsfluit en blokfluit (dat laatste bij Kees Otten), en maakte al jong furore als de man die een saai instrument dat generaties kinderen tegen hun zin moesten bespelen, tot een volwaardig instrument maakte waarop werkelijk van alles mogelijk was. Al op zijn 21ste werd hij benoemd tot hoofdleraar aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, een flamboyante, jongensachtige figuur, nonchalant gekleed in truien, rijdend in een Porsche en met zijn reebruine ogen geliefd bij vrouwen (zo werd althans gezegd). Met de klavecinist Gustav Leonhardt en de cellist Anner Bijlsma maakte hij opnamen van barok-muziek die buitengewoon populair waren en als uitvoerder van eigentijdse muziek inspireerde hij later componisten als Luciano Berio en Louis Andriessen om voor het instrument te schrijven.
Maar de betekenis van Brüggen reikte verder dan het instrument. Hij maakte deel uit van een groep musici, een generatie zou je bijna kunnen zeggen, die het Nederlandse muziekleven opschudde als nooit tevoren. Een deel van hen ijverde voor een terugkeer naar een authentiekere manier van spelen van barokmuziek en muziek van de Weense school. Kort gezegd kwam hun aanpak neer op het breken met romantische tradities die alles op dezelfde manier uitvoerden, of het nu Bach, Beethoven of Bruckner was, en die terugkeerden naar authentiekere uitvoeringspraktijken en authentiekere instrumenten. Behalve Brüggen behoorden de al genoemde Leonhardt en Bijlsma tot deze groep, en verder de fluitist Frans Vester en de violist Jaap Schröder. Ik heb bij de dood van Leonhardt in 2012 al over hen geschreven.
Deze barok-renaissance viel samen met het streven van een andere groep, een groep modernisten, die eveneens de gezapigheid van het Nederlandse muziekleven op de korrel nam. Zij protesteerden tegen de eenzijdige, platgetreden programmering van orkesten en het gebrek aan uitvoeringen van nieuwe muziek of stukken van minder bekende componisten. Tot deze groep behoorden onder meer de componisten Louis Andriessen, Peter Schat, Jan van Vlijmen, Mischa Mengelberg en Reinbert de Leeuw, (met op de achtergrond de al wat oudere Kees van Baaren en de vooral als muziekcriticus optredende Konrad Boehmer). Op het Conservatorium in Den Haag liepen beide groepen door elkaar, en in feite ook in elkaar over, doordat ze elkaar kenden en in sommige gevallen  bevriend waren. Het waren woelige jaren. Niet alleen in de muziek trouwens. Het waren de jaren zestig waarbij overal regenteske praktijken en platgetreden paden werden aangevallen. In Frankrijk brak bijna de revolutie uit, in Nederland werd het Maagdenhuis bezet, had en revolte plaats in de Partij van de Arbeid (Tien over Rood). Op het Conservatorium in Den Haag, waar ik toen studeerde, werden discussies gehouden waarbij de eenzijdigheid van veel musici op de hak werd genomen. Het gesprek kwam een keer op mensen die alleen Chopin kunnen spelen, of wereldberoemde musici die hun hele leven op tournee gaan met een repertoire van slechts één stuk. Ik herinner me een opmerking van Brüggen, tijdens die discussie, over Amerikaanse musici die optraden in witte pakken. ''Daarom klinkt het ook zo mooi,'' voegde hij er smalend aan toe.
Elders in het land woedde de ''Actie Tomaat'' en werden toneelvoorstellingen en concerten verstoord. Brüggen deed eraan mee. Zijn uitspraak dat ''elke noot van Mozart of Beethoven die het Concertgebouworkest speelde van a tot z gelogen was'', haalde later Wikipedia. Maar het was ook een tijd van experimenteren en vernieuwen. In 1969 werd de opera ''Reconstructie'' uitgevoerd in het Holland Festival. Het was een gezamenlijke compositie van Louis Andriessen, Peter Schat, Reinbert de Leeuw en Misha Mengelberg. Het libretto was van Harry Mulisch en Hugo Claus en het was een eerbetoon aan Che Guevara, gebaseerd op het thema van Mozarts Don Giovanni. In het stuk waren klassieke en elektronische technieken verwerkt. Het stuk was in feite in veel opzichten overladen en over de top, maar het baarde enorm veel opzien en maakte veel discussies los. Eén van de gedurfde elementen was een optreden van Frans Brüggen, die een basblokfluit bespeelde, een ding van een meter of twee hoog, waarbij het geluid, in duetten met zangers, elektronisch werd vervormd en versterkt.
De woelige periode in het muziekleven wierp overigens achteraf veel vruchten af. Orkesten stoften hun uitvoeringspraktijk af, onder meer door toedoen van Gustav Leonhardt en diens Weense collega Nikolaus Harnoncourt die met het Concertgebouworkest Bach gingen uitvoeren. Op meerdere plaatsen kwamen barokensembles en orkesten van de grond, zoals Leonhardts ''Leonhardt Consort', Ton Koopmans 'Amsterdam Baroque Ensemble' en 'La petite bande' van de gebroeders Kuyken (in België en Den Haag).Het Haagse Conservatorium was vooral een broedplaats. Daar ontstonden twee ensembles die nu nog steeds bestaan en triomfen vieren: het Schönberg Ensemble dat geleid wordt door Reinbert de Leeuw en het Orkest van de 18e Eeuw, dat in 1981 door Brüggen werd opgericht en dat in veel opzichten een voortzetting was van eerder bestaande groepen waar overwegend musici in zaten die in Den Haag hadden gestudeerd. Met dit laatste orkest heeft Brüggen een unieke bijdrage geleverd aan het Nederlandse en internationale muziekleven. Maar intussen mogen we ook niet vergeten dat hij ook een hele serie blokfluitspelers heeft opgeleid die als uitvoerend muzikant niet of nauwelijks voor hem onder deden (ik noem met name Walter van Hauwe en Kees Boeke). En tenslotte was natuurlijk de hele omwenteling in de Nederlandse muziekpraktijk (die een geweldige invloed heeft gehad tot ver over onze grenzen) niet mogelijk geweest zonder hem. Mijn collega-blogster Clara Legêne schreef , naar aanleiding van wat ik in 2012 over Leonhardt schreef, dat wat de terugkeer naar authentieke uitvoeringspraktijken betreft, Brüggen, Leonhardt c.s. ook voorlopers hebben gehad in mensen als Kees Vellekoop en anderen in de "Vereniging voor Huismuziek''. Waarschijnlijk heeft ze daar gelijk in, er waren andere wegbereiders die ook een deel van de lof verdienen, waarschijnlijk was de tijd gewoon rijp voor een andere aanpak. Maar het maakt de prestaties en verdiensten van Brüggen en zijn collega's er niet minder om.

Frans Brüggen met Gustav Leonhardt spelen de Sonate in a van Georg Friedrich Händel, een opname uit 1966.

1 opmerking:

Anoniem zei

Dierbare herinneringen komen naar boven. Van zo lang geleden.
Wat een mooie video.

Herman