donderdag 27 december 2012

Hof in Jeruzalem: Palestijnse familie moet voor 31 december huis in Sheikh Jarrah ontruimen

Um_Haroun
 De Um Haroun buurt in Sheikh Jarrah (Oost-Jeruzalem).

Update: zie onderaan. De uitzettingen van Palestijnse families in de wijk Sheikh Jarrah ten behoeve van kolonisten heeft een tijdje stil gelegen. Maar Hagit Ofran van  Vrede Nu, die ontwikkelingen in de nederzettingen bijhoudt, meldde op haar blog 'Eyes on the Ground in East-Jerusalem' dat er weer één op komst is. Op 6 december verwierp de districtsrechtbank in Jeruzalem namelijk het beroep van de familie Shamasne (11 personen) tegen hun dreigende uitzetting uit een huis in de buurt Um Haroun in deze wijk. Als het hooggerechtshof hun verzoek om de zaak in nog hogere instantie te behandelen afwijst, staat de familie nog voor de laatste dag van dit jaar 2012 op straat.
De zaak is, als eerdere vergelijkbare zaken, gebaseerd op een wet uit 1970 die bezit dat vóór 1948 in joodse handen was, weer teruggeeft aan hun vroegere eigenaren. Vanzelfsprekend is de wet alleen van toepassing op joods bezit. Arabische eigenaren die voor 1948 het grootste deel van de huizen in West-Jeruzalem bezaten , om niet te spreken van de rest van Israel/Palestina, kunnen nergens aanspraak op maken.
De familie Shamasne woont in een huis dat na 1948 door de Jordaanse Beheerder van Vijandelijk bezit werd  toegewezen aan Palestijnse gezinnen. Dit beheerderschap ging na de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967 over op een Beheerder  namen de Israelische staat. De familie bleef huur betalen en dacht een status als beschermde huurder te hebben. Maar de Beheerder voerde tijdens de rechtszitting aan dat hun huurcontract eindigde in 2008. De familie probeerde aan te tonen dat zij ook na 2008 huur had betaald en wist te bewijzen dat zij over 1977 huur had betaald. Maar omdat zij er niet in slaagde aan te tonen dat zij ook al voor 1967 het huis bewoonde, stelde het het hof haar in het ongelijk.
Wat bijzonder was de zaak, was dat de familie niet procedeerde tegen de Beheerder, maar tegen een organisatie van kolonisten die door de beheerder (een instelling van de Israelische staat) was gemachtigd namens hem op te treden. De advocaat van de familie Shamasne vertelde Hagit Ofran dat deze organisatie van kolonisten de voormalige joodse eigenaar van het huis heeft opgespoord en met de erfgenamen een deal heeft gemaakt dat het huis aan de kolonisten zal worden overgedragen zodra het is ontruimd. Daarmee wordt dan weer een  nieuwe stap gezet op weg naar de verjoodsing van Shimon haTzaddik, zoals de kolonisten de wijk Sheikh Jarrah noemen.
Update 1/1/13: Het districtshof heeft de deadline voor de ontruiming, die voor 1 januari had moeten plaatsvinden, uitgesteld tot 1 maart 2013. Dat gebeurde om de behandeling mogelijk te maken van een beroep bij het hooggerechtshof. Het gaat uitdrukkelijk om uitstel, niet afstel. 

2 opmerkingen:

Jan zei

Uw artikel legt de situatie keurig en redelijk neutraal uit, maar een klein beetje revisionisme meen ik toch te hebben ontdekt.

U heeft het over de Jordaanse beheerder van Vijandelijk bezit.
Maar u weet toch ook wel, dat de Jordaanse regime na de oorlog in 1948 Samaria en Judea en Oost Jeruzalem als zijnde Jordaans grondgebied heeft geannexeerd,en die claim pas na 1967 heeft laten vallen ten gunste van de Palestijnen.

En omdat de Palestijnen resolutie 181 van de VN (GA) hebben afgewezen, hetgeen hun recht was, want resoluties van de (GA) zijn immers niet bindend, is ook het Palestina Mandaat 1922 van de Volkenbond nog steeds van kracht.

Jordanie was dus geen beheerder, zoals je Israel wel als beheerder van de toekomstige staat Palestina zou kunnen noemen.

Misschien voor u een nuance verschil, maar het doet de waarheid geweld aan.


Abu Pessoptimist zei

Jan, Jordanië gaf de claim op de Westoever pas in 1987 op.
De redenering dat resolutie 181 niet bindend was, is een interessante: immers Israel werd niet gesticht op basis van het mandaat van 1922, maar op basis van resolutie 181. Als 181 inderdaad niet bindend zou zijn, is de staat Israel dus op onwettige wijze gesticht. Gelukkig is dat niet het geval. Het mandaat van 1922 is namelijk in 1947 geëindigd toen Groot-Brittannië er een eind aan maakte door de beslissing over de toekomst van Palestina over te laten aan de VN (wat resulteerde in resolutie 181).
Overigens hebben de Palestijnen die resolutie alsnog ook erkend. Dat gebeurde in 1988, tijdens de bijeenkomst van de Palestijnse Nationale Raad van dat jaar in Algiers.