maandag 6 februari 2012

HRW: Israel moet einde maken aan restrictief hanteren bevolkingsregisters

Manal Al-Saafin toont een foto va haarzelf en haar echtgenoot Abdullah, van wie zij al sinds 2009 gescheiden leeft. Abdullah mag van de Israeli's niet naar de Westoever komen, omdat hij staat geregistreerd als inwoner van Gaza. (foto HRW/Bill van Esveld)




De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) heeft een rapport gepubliceerd over het treurige lot van honderdduizenden Palestijnen die door de arbitraire manier waarop Israel omgaat met bevolkingsregisters en identiteitsbewijzen, hetzij zijn buitengesloten uit de bezette gebieden (en dan vaak gescheiden leven van hun familie), ofwel er ''illegaal'' verblijven. En dat heeft dan weer gevolgen voor het dagelijks leven, want wie zonder papieren leeft riskeert detentie en uitwijzing als hij/zij checkpoints passeert, terwijl die papieren ook nodig zijn om een beroep te kunnen doen op onderwijs-en gezondheidsvoorzieningen, en het krijgen van werk.Het rapport (90 pagina's) heet “Forget about Him, He’s Not Here,” en documenteert onder meer ook de gevolgen voor individuen en families. HRW doet een beroep op Israel om de restrictieve manier te beëindigen, waarop het omgaat met de bevolkingsregisters, een politiek waarbij het Palestijnen tot illegale inwoners van hun eigen land bestempelt en families van elkaar scheidt.
 
Enkele punten uit de aankondiging van het rapport:
In September 1967, Israel conducted a census in the West Bank and Gaza three months after it occupied these territories, counting 954,898 Palestinians who were physically present. The census excluded at least 270,000 Palestinians who had been living there before the 1967 war but were absent during the census, either because they had fled during the 1967 war or were abroad for study, work, or other reasons. Israel did not include these Palestinians in the population registry and shortly afterwards prevented many of them, including all men aged 16 to 60, from returning, stating that they were ineligible to apply for residency.

Israel also struck from the registry thousands of Palestinians who traveled and stayed abroad for long periods; from 1967 to 1994, it did this to 130,000 West Bank Palestinians, thereby preventing them from living in the territory as legal permanent residents. A survey conducted in 2005, on behalf of the Israeli rights group B’Tselem, estimated that more than 640,000 Palestinians in the West Bank and Gaza had a parent, sibling, child, or spouse who was unregistered.

Israel further tightened its restrictions on Palestinian residency in September 2000, at the beginning of the second Palestinian “intifada,” or uprising. It barred Palestinians whom it had not registered as West Bank residents from entry there, and similarly barred unregistered Palestinians from entering Gaza, where it completely controlled all border crossings, to both Israel and Egypt, until 2005.


Het rapport van HRW meldt dat Israel van 2000-2005 geen enkele van de aanvragen (die via de Palestijns Autoriteit moesten gaan) meer behandelde met het argument dat de samenwerking met de PA door de intifada tot staan was gebracht. In die tijd ontving het 120.000 aanvragen. Tussen 2007 en 2009 werden - als een ''maatregel om goodwill te kweken'' - weer wel aanvragen in behandeling genomen, te weten 33.000. Ook kregen 2800 mensen die geregistreerd stonden in Gaza permissie zich op de Westoever te vestigen. Human Rights Watch schat echter dat er ongeveer 35,000 “Gazanen” die op tijdelijke vergunningen de Westoever zijn binnengekomen daar nu ''illegaal'' verblijven. Anderzijds verblijven, waar Israel nog steeds het bevolkingsregister van Gaz beheert, zo'n 12.000 Palestijnen die daar vaak via de tunnels aan de Egyptische grens zijn binnengekomen,  zonder papieren in de Gaza-strook.
HRW voegt eraan toe dat petities van mensenrechtenorganisaties tegen de situatie bij Israelische rechters hebben geleid tot uitspraken dat de politiek met betrekking tot het verlenen van papieren een kwestie is die samenhangt met de relatie tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit. Zij zou daarom vallen buiten de competentie van de Israelische rechtspraak. (Waarbij ik nog aanteken dat dit een interessante waarneming is waarvan ik hoop dat ook minister Rosenthal van buitenlandse zaken er kennis van neemt. De minister merkte namelijk onlangs op dat in Israel altijd nog een gang naar de rechter mogelijk is, als men het oneens is met het beleid).

Geen opmerkingen: