maandag 31 december 2012

IK WENS IEDEREEN EEN GELUKKIG EN VREEDZAAM 2013


 Dit is een uitvoering van  'Ahmad al-Arabi' door de zangers Marcel Khalifa, Oumaima Khalil, Reem Telhamy en Bassel Zayed, met het Palestijns Jeugd Orkest van het Edward Said Conservatorium in Bir Zeit. De uitvoering vond plaats in 2009 in Beit Eddine, Libanon.
 Ahmed al-Arabi is een compositie van de Libanese zanger Marcel Khalifa op een gedicht van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish. Darwish schreef het gedicht, naar het schijnt, naar aanleiding van Israels invasie van Libanon in 1982. Ik vond een Engelse vertaling. Die staat hieronder.   
  
'To those hands of zatar (thyme)
and darkened stone,
I voice this cry:
To Ahmad
Forgotten and alone.
The passing clouds have left me
Homeless and unknown,
And only mountains
Dare to hide me
In a barren home.

I emerge once more
From the ancient wounds.
I approach until I see
The details of the land.
I emerge once more
In the year the sea was breached
From the cities of ash,
When I found myself alone.

Ahmad was the sea,
Foaming among the bullets,
A camp that fiercely grew,
Raining thyme and fighters
On us.

'I am Ahmad al Arabi,'
he said:
I am bullets
And oranges
And dreams.'

'I am Ahmad al Arabi
LET THE SIEGE COME!
My body is the fortress,
LET THE SIEGE COME!'

'I am the line of fire
And I will besiege you in turn,
For my breast
Is the shelter for my people.
LET THE SIEGE COME!'

.... Oh Ahmad, born of stone and of thyme,
You say : 'NO!'


...Dying close to my blood
And rising in the wheat...

The birds have willed
Their songs to me,
And I have been gathered
To the heartbeat of the fields...

Go deep into my blood,
Go deep into the bread,
So that we will have
A simple homeland
And a dream of jasmine yet to come...

Ahmad al Arabi,
RESIST!
We will journey
In this struggle
Until we reach the shore
Of bread and waves.
We will die
For the dream of a homeland
And of jasmine yet to come.

Oh Ahmad,
Secret like forests and flame,
Make your face known to us:
Read us your last will.

We will disperse in silence
To step back
That the dead may hear your words,
That the living may know
The features of your face.

Ahmad,
My brother, Ahmad,
We await your hero's death,
When will it be?
When will it be?
When will it be?'

zondag 30 december 2012

Afgscheidingsmuur zal dorpje Beit Iksa bij Jeruzalem volledig isoleren en beroven van grond

Click to enlarge
 Beit Iksa.

Israel heeft vrijdag de inwoners van het dorpje Beit Iksa bij Jeruzalem orders overhandigd betreffende de annexatie van 456 dunam (45,6 ha) voor bouw van de Afscheidingsmuur. Kamal Hababa, de mukhtar (burgemeester) van het dorp zei dat de inwoners er een uitnodiging bij kregen om met Israelische militairen het voorgestelde tracé te gaan bekijken. Zij zullen dat weigeren, aldus Hababa, en verzet bieden als de soldaten komen.    
De boosheid van de dorpelingen is niet moeilijk te begrijpen. Beit Iksa is een dorpje dat aan alle kanten is omsloten. In het zuiden grenst het aan de 'groene lijn' (de wapenstilstandslijn van 1949) in het zuiden en het daar gelegen  Israelische dorp Mevasseret Zion. In het oosten ligt de nederzetting Ramot Allon, die deel uitmaakt van Groot-Jeruzalem en grotendeels is aangelegd op 134,7 hectare grond die van Beit Iksa is afgenomen. In het noorden ligt het Arabische dorpje Nabi Samwil en de nederzetting Neve Shemuel. Een blik op de kaart hieronder maakt duidelijk dat de insluiting nu volledig wordt. De Muur, waarvan het gtracé overigens al in 2006 was gepland - zal Beit Iksa nagenoeg geheel omringen. Beit Iksa wordt geïsoleerd van Jeruzalem en kan alleen via een smal corridor in het noordwesten nog in verbinding blijven met andere op de Westoever gelegen dorpen als Beit Furik. Het belangrijkst is echter dat de Muur het dorp ook scheidt van ongeveer al zijn nog overgebleven grond, die deels werd gebruikt voor landbouw, maar ook ruimte bood voor mogelijke uitbreiding van het dorp. De ongeveer 1500 inwoners houden nog zo'n 300 dunum (30 hectare) over van de oorspronkelijke 7734 dunam (773,4 ha) ......
Klik op kaart voor groter beeld - Bron: POICA, daar ook meer details)

Israelisch hooggerechtshof: Zoabi kan wèl deelnemen aan verkiezingen

Zoabi
 Zoals al werd verwacht heeft het Israelische hooggerechtshof bepaald dat Hanin Zoabi, lid van de Knesset (het parlement) voor de Arabische Balad-partij, mag deelnemen aan de volgende verkiezingen. Het hof,  dat deze uitspraak zondag met algemene stemmen deed, schoof daarmee een eerdere beslissing terzijde van de verkiezingscommissie van de Knesset. Die commissie had op voorstel van Knessetlid Ofir Akunis (Likud) bepaald dat Zoabi niet aan de verkiezingen mocht deelnemen wegens haar aanwezigheid in 2010 aan boord van het Turkse schip Mavi Marmara dat op weg naar Gaza ten koste van negen doden door de Israelische marine werd opgebracht.
Haaretz meldt dat vertegenwoordigers van de gezamenlijke Likud-Yisrael Beiteinu lijst verklaarden dat ze "geschokt zijn door de beslissing'' en dat het in het licht daarvan noodzakelijk is dat de bestaande wetten worden veranderd, en wel zodanig dat ''het op enigerlei wijze verlenen van steun aan terrorisme een reden voor diskwalificatie wordt voor deelname aan verkiezingen''. De leden van de Likud-Yisrael Beiteinu lijst kondigden aan dat zij in de komende Knesset in actie zullen komen om de wet aan te passen.
Yariv Levine, één van de ultra-rechtse leden van de Likud die bij de onlangs gehouden interne verkiezingen in de Likud opklom naar een hoge plaats op de verkiezingslijst, ging een stapje verder door de beslissing van het hof zonder meer aan te vallen. "Pas als Knessetlid Zoabi zichzelf in de Knesset opblaast zal het hooggerechtshof begrijpen dat ze daar niet thuishoort," aldus Levine. 

zaterdag 29 december 2012

Al Haq: 'Israeli forces continuously turn a blind eye to settler violence'

Een bericht van de mensenrechtenorganisatie Al-Haq (sorry in het Engels):  

One of the Israeli soldiers told Khaled that the settlers responsible for the attack were from Esh Qodesh outpost, which is situated approximately two kilometres to the west of Khaled’s house. The Israeli soldiers and police officers took photos of the burnt cars and of the graffiti. Before leaving the area at around 3:00 pm, the Israeli soldiers informed Khaled that he could submit a complaint on the case at the Howarra checkpoint coordination office, near Nablus. At the time of writing, Khaled is still seeking the necessary legal assistance to submit the complaint.Khaled does not feel safe inside his house anymore and his four children constantly ask him whether or not they are going to be attacked again. (Al-Haq Affidavit No. 7970/2012)
Settlers-from-Itzhar-settlement-throwing-stones-on-Palestinians-with-the-protection-of-Israeli-soldiersSettlers from Itzhar settlement throwing stones on Palestinians with the protection of Israeli soldiers, December 2012 – Al-Haq© 

Ten minutes after leaving her house, Huda (65, AbuP.) reached the area and found that Ma’moun was being held by a settler and two Israeli soldiers. Ma’moun was lying on the ground handcuffed behind his back and his face was bleeding, while the settler kept hitting his face and head with an M16 rifle. The two soldiers prevented Huda and Ma’moun’s brothers from helping him. They pointed their rifles at them and threatened to shoot them if they took any further steps. Huda tried to stop the settler from kicking and beating her son’s head but one of the soldiers hit her on the head with the butt of his rifle. Linda, who was next to her mother tried to defend her; as a result, the other soldier hit her on her back with his rifle. Huda recalls also seeing her son Muhammad being hit in the head by the two Israeli soldiers when he tried to help Ma’moun. (Al-Haq Affidavit No. 7971/2012)
(De complete tekst is hier te vinden) 

donderdag 27 december 2012

Hof in Jeruzalem: Palestijnse familie moet voor 31 december huis in Sheikh Jarrah ontruimen

Um_Haroun
 De Um Haroun buurt in Sheikh Jarrah (Oost-Jeruzalem).

Update: zie onderaan. De uitzettingen van Palestijnse families in de wijk Sheikh Jarrah ten behoeve van kolonisten heeft een tijdje stil gelegen. Maar Hagit Ofran van  Vrede Nu, die ontwikkelingen in de nederzettingen bijhoudt, meldde op haar blog 'Eyes on the Ground in East-Jerusalem' dat er weer één op komst is. Op 6 december verwierp de districtsrechtbank in Jeruzalem namelijk het beroep van de familie Shamasne (11 personen) tegen hun dreigende uitzetting uit een huis in de buurt Um Haroun in deze wijk. Als het hooggerechtshof hun verzoek om de zaak in nog hogere instantie te behandelen afwijst, staat de familie nog voor de laatste dag van dit jaar 2012 op straat.
De zaak is, als eerdere vergelijkbare zaken, gebaseerd op een wet uit 1970 die bezit dat vóór 1948 in joodse handen was, weer teruggeeft aan hun vroegere eigenaren. Vanzelfsprekend is de wet alleen van toepassing op joods bezit. Arabische eigenaren die voor 1948 het grootste deel van de huizen in West-Jeruzalem bezaten , om niet te spreken van de rest van Israel/Palestina, kunnen nergens aanspraak op maken.
De familie Shamasne woont in een huis dat na 1948 door de Jordaanse Beheerder van Vijandelijk bezit werd  toegewezen aan Palestijnse gezinnen. Dit beheerderschap ging na de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967 over op een Beheerder  namen de Israelische staat. De familie bleef huur betalen en dacht een status als beschermde huurder te hebben. Maar de Beheerder voerde tijdens de rechtszitting aan dat hun huurcontract eindigde in 2008. De familie probeerde aan te tonen dat zij ook na 2008 huur had betaald en wist te bewijzen dat zij over 1977 huur had betaald. Maar omdat zij er niet in slaagde aan te tonen dat zij ook al voor 1967 het huis bewoonde, stelde het het hof haar in het ongelijk.
Wat bijzonder was de zaak, was dat de familie niet procedeerde tegen de Beheerder, maar tegen een organisatie van kolonisten die door de beheerder (een instelling van de Israelische staat) was gemachtigd namens hem op te treden. De advocaat van de familie Shamasne vertelde Hagit Ofran dat deze organisatie van kolonisten de voormalige joodse eigenaar van het huis heeft opgespoord en met de erfgenamen een deal heeft gemaakt dat het huis aan de kolonisten zal worden overgedragen zodra het is ontruimd. Daarmee wordt dan weer een  nieuwe stap gezet op weg naar de verjoodsing van Shimon haTzaddik, zoals de kolonisten de wijk Sheikh Jarrah noemen.
Update 1/1/13: Het districtshof heeft de deadline voor de ontruiming, die voor 1 januari had moeten plaatsvinden, uitgesteld tot 1 maart 2013. Dat gebeurde om de behandeling mogelijk te maken van een beroep bij het hooggerechtshof. Het gaat uitdrukkelijk om uitstel, niet afstel. 

Israel 'verijdelt plan om soldaat te ontvoeren'

 Israel heeft dinsdag de censuur opgeheven over het nieuws dat het een aantal Palestijnen heeft gearresteerd die een plan zouden hebben gehad een Israelische militair te ontvoeren. Die te ontvoeren militair zou dan worden geruild tegen de  secretaris-generaal van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), Ahmed Sa'adat die al sinds 2006 in eenzame opsluiting  in een Israelische gevangenis zit.
Israel houdt Sa'adat verantwoordelijk voor de dood van de ultra-rechtse Israelische minister van Justitie Rahavam Ze'evi, die in 2001 door vier leden van de PFLP in Jeruzalem werd vermoord. Dat gebeurde als represaille voor het vermoorden, door Israel, van Sa'adats voorganger, Abu Ali Mustafa.
Sa'adat werd in 2004 op verzoek van Israel opgepakt door de Palestijnse Autoriteit en vastgehouden, hoewel Palestijnse rechters zijn invrijheidstelling bevalen. Vervolgens werd hij in 2006 door Israel vanuit de PA-gevangenis in Jericho ontvoerd. In 2008 werd hij door Israelische militaire rechters tot 30 jaar veroordeeld. Niet wegens de moord op Ze'evi overigens, maar omdat hij de leider was van een 'terroristische organisatie' en verantwoordelijk gehouden kon worden voor de daden van die organisatie.
De arrestatie van de would-be ontvoerders, een 'terroristische cel' in Israelische termen, vond al vorige maand plaats. De Arabische newssite Arabs48 meldde dat twee inwoners van Ramallah, de 26-jarige Ashraf Abu Aram en de even oude Mohammed Abu Zeitoun, in staat van beschuldiging zijn gesteld. Abu Aram zou via een wapenhandelaar geprobeerd hebben twee pistolen en een geweer te bemachtigen. De twee zouden, volgens de Shabak, het plan gehad hebben het vuur te openen op soldaten om in de chaos die dat zou creëren een soldaat te kidnappen. 
Israel meldde ook dat nog acht andere Palestijnen waren opgepakt en in staat van beschuldiging waren gesteld nadat zij hadden bekend voor de PFLP 'activiteiten te hebben bedreven', waaronder het 'verstoren van de openbare orde' en deelnemen aan relletjes tegen het leger'.

Hamas verbiedt journalisten in Gaza samen te werken met Israelische media

 De Hamas-regering in de Gaza-strook heeft plaatselijke journalisten verboden te werken voor Israelische media, zo meldt AFP vanuit Gaza. Het besluit werd dinsdag genomen. In een verklaring zegt de regering in Gaza dat alle soorten werk voor en met 'zionistische media en journalisten' verboden is, aangezien de Israelische media 'vijandig' zijn. In de verklaring werden Israelische media en tv-stations genoemd die werken met plaatselijke Palestijnse productie maatschappijtjes of journalisten.
De Israelische krant Haaretz die het bericht ook bracht, meldde dat onder meer de Israelische Channel 10-tv en de krant Ma'ariv met plaatselijke mensen in Gaza werken. Ook Haaretz maakte incidenteel gebruik van een jonge journaliste in Gaza die onder meer berichtte tijden de laatste Israelische aanval op Gaza.

woensdag 26 december 2012

Israelische Meretz-partij wil akkoorden van Oslo afschaffen en Palestina erkennen

 Baruch, left, and Gal-On at Meretz’s press conference on Tuesday.
 Ilan Baruch en Zahava Gal-On bij de presentatie van het Meretz-platform (foto Haaretz).  (Baruch verloor zijn rechteroog destijds, tijdens de 'uitputtingsoorlog' die vooraf ging aan de Yom Kippur-oorlog van 1973).

Het kleine linkse Israelische partijtje Meretz heeft dinsdag een nieuwe partijprogramma gepresenteerd waarbij het een alternatieve benadering van het vredesproces heeft voorgesteld die in vier jaar tot een definitief akkoord zou moeten leiden.
Meretz wil de Oslo-akkoorden afschaffen en een nieuwe interim-overeenkomst met de Palestijnse Autoriteit afsluiten, gebaseerd op het vredesplan van de Arabische Liga van 2002. De overeenkomst met de Palestijnse Autoriteit zou een onmiddellijke erkenning van een Palestijnse staat moeten inhouden, het bevriezen van het bouwprogramma in de nederzettingen, het vrijlaten van Palestijnse gevangenen, en het opheffen van de checkpoints op de Westoever. De leiders van Meretz willen het plan deze week bespreken met Mahmoud Abbas.
De nieuwe benadering is opgesteld door Ilan Baruch, ex-ambassadeur van Israel in Zuid-Afrika, die verleden jaar opstapte uit de diplomatieke dienst omdat hij zich niet met Israels buitenlandse politiek kon verenigen. Baruch zei bij de presentatie dat de Oslo-akkoorden na 20 jaar onderhandelen hun geloofwaardigheid bij het publiek hebben verloren, zodat het alleen maar voor de hand ligt om ze te vervangen door wat anders. Hij zei dat het program bedoeld is om  het vredesproces dat op dit moment, zoals hij zei, ' in de diepvries zit door toedoen van de vorige regering - en waarschijnlijk ook de volgende',  een nieuwe start te geven.
Zahava Gal-On leverde kritiek op de Arbeidspartij die in haar program niet één keer het woord vrede heeft opgenomen en op de Likud waar de rechtervleugel (ze zei: 'de Feiglins, Danons en Yariv Levins') het onmogelijk zullen maken tot een akkoord te komen. Meretz was, zei ze, 'aan de vooravond van de nieuwe verkiezingen het laatste anker van de vredesbeweging in Israel'. Baruch voegde eraan toe dat het aan Israels leiders was om te kiezen tussen Fatah of Hamas. 'De huidige leiders versterken het kamp van de Palestijnen die zeggen dat heel Palestina van ons is'.
Meretz kwam destijds voort uit een fusie tussen Mapam, Ratz en Shinui. Het partijtje had ooit 11 zetels, maar heeft er nu nog maar drie. Meretz  was de enige zionistische Israelische partij die stelling nam tegen de jongste aanval op Gaza, maar is desondanks in de peilingen  op drie zetels blijven staan. En nu maar opletten wat de peilingen zullen uitwijzen na de bekendmaking van deze nieuwe plannen.    

maandag 24 december 2012

Israel heeft nu een universiteit in bezet gebied

 

 De Israelische minister van Defensie Ehud Barak heeft maandag het opwaarderen goedgekeurd van het 'Ariel University Center' (AUC) tot de status van universiteit. Barak was in 2010 akkoord gegaan met het opwaarderen van het 'Ariel College' tot 'universitair centrum', maar had tot maandag getalmd met het goedkeuren van de volgende stap om het ook de status van universiteit te verlenen. Het 'College voor Hoger Onderwijs in Judea en Samaria' had deze zomer besloten dat Ariël een volwaardige universiteit moest worden en de Israelische regering had zich daar in  september bij aangesloten. Maar Baraks handtekening was noodzakelijk omdat Ariël in bezet gebied ligt. De uitvoering van beslissingen als deze zijn daar uiteindelijk afhankelijk van goedkeuring door de militaire autoriteiten die het bestuur over het bezette gebied uitoefenen.
Barak nam zijn besluit nadat de Israelische procureur-generaal Yehuda Weinstein eerder op dag in een brief aan generaal majoor  Nitzan Alon, de commandant van de Centrale Sector waaronder de Westoever valt, geschreven had dat er geen beletselen waren om de erkenning door te zetten. Dit ondanks het feit dat de presidenten van alle zeven Israelische universiteiten er in een verzoekschrift aan het hooggerechtshof bezwaar tegen hadden gemaakt om Ariël tot achtste Israelische universiteit op te waarderen. De zeven vrezen onder meer de gevolgen voor hun betrekkingen  met de academische wereld elders, als zij een universiteit in hun midden hebben die illegaal is volgens het internationale recht. Ook hadden zij twijfels over de academische statuur van universiatire centrum in Ariël.
Het Ariël College werd in 1982 gesticht als een filiaal van de religieuze Bar Ilan universiteit in Tel Aviv. Het college werd onafhankelijk in 2004 en deed toen ook zijn eerste pogingen een eigen status te krijgen.
Verschillende politici, onder wie minister Gideon Sa'ar van Onderwijs (Likud) en de inmiddels wegens een corruptieschandaal afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman (Likud/Israel Beiteinu) lieten blijken blij te zijn met de beslissing. Maar intussen brengt de erkenning van Ariël de mogelijkheid van academische boycots van Israelische universiteiten naderbij. Onder meer de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague waarschuwde in de zomer, nadat het kabinet beslist had dat Ariël voor universitaire status in aanmerking kwam, dat het besluit gevolgen kan hebben voor de betrekkingen tussen Britse en Israelische academische instituties. 

Europees hof laat geen spaan heel van klacht NGO-Monitor tegen de EU

Hahaha, eindelijk ook eens leuk nieuws. NGO-Monitor, de zionistische waakhond die ten strijde trekt tegen ongeveer alles dat de mensenrechten en de democratie verdedigt in Israel en de bezette gebieden, en onder meer van ex-minister Rosenthal gedaan kreeg dat hij de  NGO ICCO onder druk zette om geen subsidie meer te verlenen aan de 'Electronic Intifada',  is plat op haar gezicht gegaan bij een zaak voor het Europese hof in Luxemburg.
Prof. Gerald Steinberg
Gerald Steinberg, de baas van NGO-Monitor, had de Europese Unie zo'n drie jaar geleden met veel lawaai en tromgeroffel gedaagd wegens 'gebrek aan transparantie' (een geliefde strijdkreet van de organisatie). Volgens NGO-Monitor had de EU in drie jaar tijd ongeveer 46 miljoen euro aan zo'n 90 organisaties en projecten in Israel en de bezette gebieden overgemaakt. NGO-Monitor had aan de EU om een lijst gevraagd waarin dat werd gepreciseerd. En wat gebeurde? NGO-Monitor kreeg die lijsten ook, alleen waren op een paar plekken namen en adressen zwart gemaakt. Omdat het prijs geven van die namen mensen in probleem zou kunnen brengen. Met name in de bezette gebieden was er soms een risico. Als het om gezamenlijk Israelische-Palestijnse projecten ging, zou het onthullen van identiteiten tot beschuldigingen kunnen leiden van collaboratie met Israel, zo meldde de EU.
NGO-Monitor klaagde daarop de EU aan. En Steinberg had het er een jaar later  in een op-ed in de Jerusalem Post over dat NGO Monitor de “massale geheime betalingen had blootgelegd van Europese regeringen en vooral ook de EU zelf aan sterk gepolitiseerde NGO's.”  Hij sprak over de noodzaak van een parlementaire enquête door het Europese parlement en over de ”ondoordringbare sluier van geheimzinnigheid” en de “schandalige manier waarop de EU de basisregels van openheid schond.”   
Maar op 27 november velde het Europese hof zijn oordeel. En toen bleef er werkelijk geen spaan heel van Steinbergs tromgeroffel en grote woorden. Het hof verklaarde, zo vermeldt het uitvoerig op zijn officiële website een hele trits argumenten die Steinberg had aangevoerd niet ontvankelijk en stelde in de rest van de gevallen de EU voor 100% in het gelijk. Onder meer omdat  het argument van de EU dat bepaalde mensen in een lastig parket zouden kunnen komen als hun namen aan de openbaarheid werden prijsgegeven in het geheel niet door Steinberg was weerlegd. NGO-Monitor moet nu opdraaien voor de kosten van het geding (ook die van de EU) en dat is dus lachen. Onder meer door de site +972, die dit bericht onthulde en ook nog een appeltje met Steinberg  te schillen had omdat hij verleden jaar een hoop lawaai had gemaakt over het feit dat +972 een gift van 6000 euro van de Duitse Heinrich Böll Stiftung had gekregen. Ach, NGO-Monitor en transparantie. Laten ze zelf eens gaan onthullen waar precies het geld vandaan komt om om 27 mensen aan het werk te houden met het belasteren van alles wat niet slaafs de Israelische regeringspolitiek volgt en het waagt ander en kritisch nieuws te brengen.

PS Haaretz brengt het nieuws vandaag (dinsdag 25/12) ook. De krant doet echter helaas weinig moeite zelf het nieuws te analyseren en brengt het op een toon alsof Steinberg eigenlijk gelijk had. Zo stelt zij dat de EU na een lange correspondentie met Steinberg ''besloot de meeste informatie niet te geven" onder meer  met het argument dat er een gevaar is dat de Palestijnse Autoriteit op de Westoever en in Gaza een stokje zou kunnen steken voor gezamenlijke activiteiten met Israelische organisaties.'' De krant laat vervolgens Steinberg zelf aan het woord die zegt dat de EU 'al meer dan 10 jaar' informatie betreffende de betalingen aan NGO geheim houdt. ''Mijn conclusie is dat ze iets te verbergen hebben. Ervan afgezien van dat het een schending is van de basisprincipes van de openbaarheid van bestuur, proberen ze met de geheime betalingen het democratische proces in Israel te ondermijnen,'' aldus Steinberg.
Haartez doet het daarmee voorkomen alsof het Europese hof niets anders is dan een clubje dat verdachte praktijken van de EU met de mantel der liefde bedekt, terwijl de krant - als zij de moeite had genomen de uitspraak te lezen - had gezien dat details van de zaken die Steinberg had gevraagd, zwart waren gemaakt in overeenstemming met EU-artikelen die betrekking hebben op de bescherming van de privacy.
Ook de opmerking van Steinberg over 'geheime betalingen' waarmee het democratische proces in Israel wordt ondermijnd' zijn er totaal naast, Ze grenzen zelfs aan hysterie. De betalingen in kwestie zijn om te beginnen volstrekt openbaar. En ten tweede gaat het bij de projecten om 'Partnership  for Peace', een project dat  plaatselijke en  internationale 'civil society' initiatieven steunt gericht op het bevorderen van vrede, tolerantie en geweldloosheid',  en the European Initiative for Democracy and Human Rights (EIDHR) een project dat - met volledige instemming van de Israelische regering - onder meer gericht is op het bevorderen van de mensenrechten en het respect voor minderheden.
Haaretz had dat allemaal zelf kunnen en moeten uitzoeken. Slordige journalistiek van deze 'kwaliteitskrant' - en dat helaas niet voor het eerst.

Prettige Kerstdagen

tree-church-bethlehem.jpg
Kerstboom in Bethlehem (Imeu). 

Ik wens de christenen onder mijn lezers van harte fijne Kerstdagen toe.
 
Tegelijkertijd maak ik van de gelegenheid gebruik om te wijzen op en stuk van Mairead Corrigan-Maguire, winnares van de Nobelprijs voor de vrede 1976, op de site van Ma'an News, waarin ze aandacht vraagt voor het feit dat de chistenen in de Palestijnse gebieden, de bakermate van het christendom, niet bepaald floreren en wel wat solidariteit van christenen in het Westen kunnen gebruiken. Corrigan-Maguire wijst erop dat bijvoorbeeld Har Homa, een nederzetting grenzend aan Jeruzalem op de plaats die vroeger Jabal Abu Ghneim heette, is verrezen op land dat toebehoort aan christenen uit het vanouds christelijke Bethlehem en omgeving. Ze vervolgt:
Indeed, these illegal Jewish-only settlements pose a grave threat to Palestinians, Christian and Muslim alike, in Bethlehem. Since the Israeli occupation of the West Bank began in 1967, some of the largest settlements blocs have been built between Bethlehem and occupied East Jerusalem. Today there are 22 of these settlements established on Bethlehem's land, while the illegal separation wall that surrounds most of Bethlehem steals a further 980 acres and restricts freedom of movement and trade. This western network of settlements isolates Bethlehem from Jerusalem, and if expanded to the east will stop any possible growth of Bethlehem towards the Jordan Valley and Dead Sea.

Israel has also announced that it intends to build tourist hotels in these settlements to attract Christian pilgrims, which will have a serious effect on tourism within Bethlehem. Many of Bethlehem's hoteliers, retailers and craftspeople are Christians who rely on tourism for survival, and for whom travel restrictions and an Israeli tourism industry which buses pilgrims only to the Church of the Nativity, and warns people not to interact with local Palestinians who are presented as dishonest and dangerous, have already had a massively negative impact.
To add insult to injury, most of land these Israeli hotels will be built on is owned by Christians from Bethlehem, Beit Jala and Beit Sahour, and churches of various denominations.

Het hele artikel staat hier 

zaterdag 22 december 2012

De officiële versie van hoe Mohammad Salaymeh werd gedood klopt van geen kant

Muhammad Salaymeh
Ik kom nogmaals terug op het doodschieten van Muhammad Salaymeh, die ruim een week geleden op de dag van zijn 17e verjaardag  werd doodgeschoten bij een checkpoint in het centrum van Hebron, toen hij op weg was zijn verjaardagstaart op te halen bij een plaatselijke bakker.
Het verhaal van de dood van Muhammad laat me om verschillende redenen niet los. Eén van die redenen is ongetwijfeld dat ik een zoon heb die op een paar maanden na even oud is als Muhammad. Maar belangrijker nog is dat de manier waarop Muhammad door een agente van de grenspolitie werd neergeknald - onder omstandigheden die allerlei vragen oproepen - past in een reeks van vergelijkbare 'incidenten'. Incidenten die allemaal gemeen hebben dat de soldaten of grenspolitiemannen die de dodelijke schoten lossen altijd vrijuit gaan (of hoogsten een berispinkje krijgen), terwijl in geen enkel geval de omstandigheden - hoe dubieus ook - ooit behoorlijk worden onderzocht.  

Vanaf de tijd dat ik dit blog begon in februari 2009, heb ik meerdere van dergelijke gevallen beschreven: het doodschieten van twee maal twee neven in de buurt van Nablus in maart 2010; het doodschieten van Ziad Jilani in juni 2010 nadat diens auto door een steen was geraakt en daarop per ongeluk drie leden van de grenspolitie aanreed'; het doodschieten in januari 2011 van een man die een soldaat 'bedreigde' met een glasscherf (het bleek een blikje cola te zijn); het doodschieten van een man die na een aanrijding met vier leden van de binnenlandse veiligheidsdienst die mannen zou hebben bedreigd met een bijl (iets wat op uitermate onwaarschijnlijk klinkt, behalve misschien als je in Israel op school hebt gezeten en uit Israelische schoolboeken hebt geleerd dat Palestijnen achterlijke primitievelingen zijn die graag Joden aanvallen met messen en bijlen). Ik ben vast nog wel een paar gevallen vergeten.1) En nu is er dus het doodschieten van Muhammad Salaymeh.



De belangrijkste reden om op Muhammad Salaymahs dood terug te komen is dat ik denk dat het hoogst nodig is dat  in bredere kring doordringt dat dit soort zaken vaker voorkomt - eigenlijk een patroon verraadt -  en dat vooroordelen en onjuiste beeldvorming (Palestijnen als achterlijke, tot terrorisme neigende types) verhinderen dat de Israel's (en wij, de rest van de wereld) op een juiste wijze naar dit soort incidenten kijken. 
Een van mijn lezeressen wees me op de analyse die Abir Kopty uit Nazareth op haar blog plaatste over de dood van Muahammad Salaymeh. Ik citeer het hier - dan hoort u het ook eens van een ander:

Muhammad Awad Salaymeh werd op de avond van zijn 17e verjaardag (12 december 2012) doodgeschoten met scherpe munitie bij het militaire checkpoint bij de Ibrahimi Moskee in Hebron. Salaymeh studeerde ongeveer twee jaar bij de Palestijnse Circus School en  vertegenwoordigde Palestina ook bij internationale worstelkampioenschappen, waar hij goud en zilver won.
Op 17 december, vijf dagen na het gebeurde, gaf de Israelische overheid een video vrij van de schietpartij. Deze video weerspreekt de diverse versies die de Israeli media brachten over het incident op basis van verklaringen van het leger en de grenspolitie en riep vragen op aangaande datgene wat het Israelische leger met deze video wilde bewijzen: namelijk dat Salaymeh een reëel gevaar vormde voor de soldaten en daarom met meerdere kogels werd neergeschoten.    


In de video zien we Salaymeh het checkpoint naderen en iets (waarschijnlijk een identiteitsbewijs) aan de soldaat geven. We zien hem dichter bij de soldaat komen, die nu op een andere plaats staat, en een vuistgevecht beginnen. Een paar seconden later komt een vrouwelijke soldaat uit de cabine en loopt naar Salaymeh, terwijl een andere soldaat van rechts komt en Salayamed vasthoudt. De eerste soldaat rent naar de rechterkant van het beeld en de tweede soldaat verwijderd zich van Salaymeh, terwijl de vrouwelijke soldaat hem neerschiet. 
Laten we alvorens de video te analyseren, een paar van de versies bekijken die de Israelische media over het incident brachten. Channel 2 vertelde op 12/12/12 om 19:55 uur: de soldaat vroeg Salaymeh’s ID, Salaymeh gaf die, (te zien op 0:21 min. in the video) en terwijl de soldier de ID controleerde viel Salaymeh hem aan. De soldaat viel en Salaymeh trok een pistool. Daarop schoot de vrouwelijke soldat twee keer op hem. Een paar uur later om 23:51 uur bracht Channel 2 een andere versie: de vrouwelijke soldaat vertelde dat Salaymeh een van de soldaten aanviel en hem sloeg. Ze schoot op hem toen hij een pistool trok dat er echt uitzag zodat ze er zeker van was dat het een reëel gevaar vormde voor de levens van de soldaten.

De Walla nieuwssite bracht op 12.12.2012 om 23:19 deze versie: de vrouwelijke soldaat was bezig een Palestijn te checken toen ze buiten geluid van een gevecht hoorde. Ze zag dat een Palestijn een lid van de grenspolitie aanviel en een pistool uit zijn zak haalde. “Hij vocht met de grenspolitieman en ik spande vlug mijn geweer. Ik zocht de goede hoek en bedacht me dat ik een paar seconden had om mijn vriend voor letsel te behoeden. Ik schoot drie kogels af en de Palestijn viel op de grond.” (Let wel: er wordt in het geheel niet gesproken van een derde soldaat). .
De website van Haaretz publiceerde 12.12.2012  om 20:25 uur: Salaymeh viel de politieman aan, sloeg hem tegen de grond en trok een pistool. Een vrouwelijke soldaat die ook aanwezig was schoot Salaymeh neer en doodde hem. Naderhand bleek dat het pistool van de Palestijn een namaakpistool was.
De website van Ma'ariv schreef op 12/12/2012 om 19:56 uur: Een grenspolitieman vroeg Salaymeh om zijn ID en terwijl hij het controleerde trok Salaymeh een pistool en hield het tegen de slaap van de politieman. Het vrouwelijke lid van de grenspolitie zag dat het leven van haar collega in gevaar was en schoot de Palestijn neer. De politie stelde in dit artikel dat de vrouwelijke agent juist had gehandeld. “Ze reageerde accuraat door het gevaar waarin zij en haar collega zich bevonden te neutraliseren.”

Nu naar de video, hier zijn mijn (Abir Kopty's) commentaar en analyse 

1. De video was aanvankelijk alleen vrijgegeven voor Arabische kijkers (op het Arabische kanaal van het leger met Arabische ondertitels). Wat wilde het legber daarmee? Verwarring stichten? De Palestijnen ervan overtuigen dat de jongen zelf schuldig was aan zijn dood? Anderen ervan weerhouden enig contact met soldaten aan te gaan? Of  was het gewoon omdat ze wisten dat alleen Palestijnen het belangrijk vonden te weten wat er gebeurd was en dat het incident de rest van de wereld niets kon schelen? Er verscheen tenslotte niets over in de international media. En wat de Israeli media betreft, zelfs toen deze video verscheen, zorgde dat niet voor enige twijfel, zoals bijvoorbeeld de krant Haaretz, die schreef dat de video overeenstemde met de versie die het leger had gegeven na het incident. Ze namen niet de moeite het verhaal dat ze hun lezers hadden verteld tegen het licht te houden - het  verhaal dat de Palestijn de politieman tegen de grond sloeg en een pistool trok dat later een neppistool bleek te zijn. Andere media schreven dat het pistool niet kan worden gezien in de video, maar wezen niet op de dingen die elkaar tegenspraken en gingen nergens verder op in. ( Ynet en Channel 2).
2. Het is duidelijk dat er bij 00:22 seconden in de video is geknipt. Salaymeh en de soldaat zijn het ene moment op één plaats en het volgende een aantal stappen verder. We weten niet wat er gebeurde in het gedeelte dat ontbreekt, hoe lang dat is en - het belangrijkste - waarom  het eruit is gehaald.

3. Salaymeh werd op een bepaald moment vastgehouden door twee soldaten, de een met wie hij vocht en een ander die vanachter kwam. Maar de soldaten lieten hem los en gingen opzij om de vrouwelijke grenswacht de gelegenheid te geven drie schoten op hem af te vuren, het ene na het andere. Zelfs als we aannemen dat ze “geen keus had'' dan om hem neer te schieten, was één schot dan niet genoeg geweest om hem te bedwingen? Vooral omdat hij na het eerste schot al erge pijn had en nauwelijks kon blijven staan?
4. Het is moeilijk te bepalen hoeveel keer Salaymeh werd geraakt. Vanaf 0:48-0:51 min. kan je tenminste vier schoten tellen. Eén schot kwam van rechts van Salaymeh. Wie het afvuurt is onduidelijk, aangezien er plotseling aan de rechter bovenkant van de video een titel verschijnt die over het beeld heengaat. Maar het verhaal dat is verteld, is dat de vrouwelijke agent de enige was die schoot.
Screenshot 1 (min 0:49): Soldier 3 came into the scene a few seconds later from the south, soldier 1 who was in the fist fight is running away (yellow circle number 1), the female soldier 2 is shooting at Salaymeh Screenshot 2 (0:50 min.): er wordt vanaf rechts op Salaymeh geschoten (rode cirkel) terwijl hij - duidelijk met pijn - nog overeind staat na de eerste twee schoten. Wie er schiet is onduidelijk. De titel beneemt ons het zicht. Screenshot 2 (min 0:50): shooting at Salaymeh from his right side (red circle) as he was standing in pain after the first two shots. It is not clear who is the source of the shots as the caption hides the scene.

 Screenshot 3 (min 0:51): another shooting by the female soldier (number 2 in yellow circle)
 Screenshot 3 (0:51 min.): de vrouwelijke agent schiet nogmaals (nummer 2 in de gele cirkel)

 5. Het leger beweert het en moment dat Salaymeh een soldaat neersloeg, een ander dat hij een pistool trok, en in een drde versie dat hij een pistool tegen de slaap van de soldaat hield. De video toont geen van deze dingen. Wat we zien is dat Salaymeh vocht met zijn vuisten, zonder een pistool. Waar is überhaupt dat pistool dat 'hij uit zijn achterzak trok”?
6. Het is onduidelijk waarom Salaymeh de soldaat aanviel en het wordt niet duidelijk uit de video. Een getuige beweert (maar daarvan is verder geen bevestiging) dat de soldaat een plastic pistool afpakte. Dat zou Salaymeh kwaad hebben gemaakt en ertoe hebben geleid dat hij de soldaat aanviel. Het is een mogelijkheid maar niet erg belangrijk. Wat wèl belangrijk is, is dat de video toont dat er geen enkele reden was om Salaymeh neer te schieten met tenminste vier schoten.
Dit is alleen maar één voorbeeld van hoe versies van gebeurtenissen door het Israelische leger in de Israelische media worden gebracht zonder dat er ook maar één poging wordt gedaan door één van die media om die versies te verifiëren of aan te vechten. Het is ook een nieuw bewijs van hoe het doden van Palestijnen altijd wordt gelegitimeerd.

De journalist Jonathan Cook meldde via Facebook dat Abir Kopty's weergave van de feiten nog weer eens het volgende duidelijk maakt:

a) Hoe weinig aandacht het doodschieten van een een Palestijnse jongere (laat staan een volwassene) krijgt van de meeste internationale media. Stel dat een Palestijnse politieman een Israelisch kind had doodgeschoten - het zou voorpaginanieuws zijn geweest.

b) Hoe Israel bij een betwistbare gang van zaken zoals dit in de bezette gebieden, volledig weet weg te komen met de Israelische weergave van de feiten. Niemand stelt de ongeloofwaardige Israelische versie aan de kaak, of de weigering om onbewerkte video-opname van wat er gebeurde vrij te geven, of het gebrek aan overeenkomsten tussen het officiële verhaal en wat er te zien is in wat er van de video is overgelaten.

c) Hoe Israelische soldaten, die meestal zelf ook nog tieners zijn, totaal geen  verantwoording hoeven af te leggen tegenover hun commandanten. Uit de videofragmenten die Israel wèl toont is duidelijk te zien dat het niet nodig was op Muhammad te schieten om hem te stoppen, en al helemaal niet meerdere malen. De manier waarop soldaten die zoiets doen ongestraft blijven, staat er simpel gezegd borg voor dat de Palestijnen in de toekomst nog meer van dit soort trigger happy momenten te verduren zullen krijgen.

Ik vrees dat er op Cooks woorden niets valt af te dingen. Maar ik kan er nog wel wat aan toevoegen: Het leven van Palestijnen is goedkoop. En wij - de rest van de Westerse wereld - zijn daar mede schuldig aan. Simpelweg omdat we door Palestijnen gedode Joden op de voorpagina vermelden, en treurige uitwassen als het doodschieten van Muhammad Salaymah op zijn 17e verjaardag niet eens in de krant zetten.

1) En dan heb ik nog  niet de keren meegenomen dat 'arrestanten' ter plekke werden geëxecuteerd. Zoals het in in zijn sklaapkemer doodschieten van een leider van Hamas in Tulkarem in september 2010; het in hun bed executeren in december 2010 van drie mannen die werden verdacht van een aanslag in hun slaapkamers in Nablus, of het 'per ongeluk' in zijn bed doodschieten van een Palestijn in Hebron in januari 2011, die een buurman was van iemand die werd gezocht.

vrijdag 21 december 2012

Zuidafrikaanse regeringspartij ANC stelt zich achter boycot van Israel

Een nieuw succes voor de Boycot, Divestment and Sanctions (BDS) campagne van de Palestijnse civil society tegen de Israelische bezettingspolitiek. Het Afrikaanse Nationale Congres (ANC), de regeringspartij van Zuid-Afrika heeft BDS tot officiële politiek gemaakt. Dat gebeurde donderdagavond tijdens het 53ste congres van het ANC toen een resolutie werd aangenomen waarin dit werd besloten.In oktober van dit jaar stelde de 'International Solidarity Conference' (ISC) van het ASC zich al achter de BDS-campagne. Donderdag maakte Lindiwe Zulu (lid van de sub-commissie voor Internationale Betrekkingen van het ANC en een speciale adviseur van president Jacob Zuma) bekend  dat de plenaire zitting van het 53ste ANC-congres resoluties van de Internationale Solidariteitsconferentie had overgenomen, waaronder over BDS. Tevens was een stuurcommissie opgezet om de resoluties te implementeren. Verder was ook een resolutie aangenomen die 'alle Zuidafrikanen' opriep om de campagnes te steunen van de Palestijnse civil society die druk wil uitoefenen op Israel om met de Palestijnen in gesprek te gaan over een rechtvaardige oplossing.Het Congres  nam daarnaast een resolutie aan waarin 'afschuw' werd uitgesproken over de 'recente door de staat Israel geëntameerde xenofobe aanvallen op en deportaties van Afrikanen' en werd geëist dat de zaak wordt voorgelegd aan de Afrikaanse Unie.  Aan de moties van het ANC was een botsing met de officiële Joodse gemeenschap en christelijke supporters van Israel in Zuid-Afrika voorafgegaan, zo meldde de Jewish Telegraph Agency (JTA) op 18 December. De bestuurders (Board of Deputies) van de joodse gemeenschap stuurde het ANC voorafgaand aan de stemming een brief waarin om een 'evenwichtige benadering van het Israelisch-Palestijnse conflict werd gevraagd. Verzocht werd de brief voor te lezen tijdens het congres. Ook plaatste een aantal religieuze leiders een 'open brief' onder de naam 'Kiezen voor vrede' op de voorpagina ven de Zuidafrikaanse Sunday Times.
Zuid-Afrika was ooit tijdens de apartheid een nauwe bondgenoot van Israel. Sinds het ANC aan de macht is, is de verhouding echter bekoeld. De laatste tijd neemt Zuid-Afrika in hoog tempo een steeds kritischer houding aan. Onlangs liet een aantal christelijke Zuidafrikaanse leiders weten geschokt te zijn door wat ze tijdens een bezoek aan Israel en de bezette gebieden hadden gezien. Ook zij stelden zich achter de boycot. In augustus gaf onderminister van buitenlandse zaken Ebrahim Ebrahim zijn landgenoten het advies niet naar Israel te reizen wegens de behandeling die de Palestijnen krijgen. In dezelfde maand besloot Zuid-Afrika dat producten uit de nederzettingen voortaan gelabeld zullen worden als afkomstig uit bezet gebied.

woensdag 19 december 2012

Knesset committee bans Hanin Zoabi from taking part in elections

Excuses: door tijdgebrek moet ik vandaag en morgen  afzien van vertalingen of teveel bewerkingen. Vrijdag hoop ik weer meer tijd te hebben. Dan kom ik ook terug op het doodschieten van Mohammad Salaymeh, op zijn 17e verjaardag, in Hebron). 

The Central Elections Committee of ten Israeli Knesset voted on Wednesday to ban Arab Knesset Member Hanin Zoabi from the upcoming elections. Nineteen committee members voted in favor of disqualifying Zoabi, nine opposed and one member abstained, YNet reported. The disqualification will automatically be referred to the Supreme Court. The court is scheduled to discuss it next week. It is expected that the court will reject Zoabi's exclusion, but this is not sure as the the court lately has become more rightist than ever before.
Hanin Zoabi (Ynet)

Zoabi called the decision illegitimate and a 'trampling of basic democratic rights". And she pointed out that  that the committee members "blatantly dismissed the attorney general's professional opinion, which stated there were no legal grounds for disqualification".
The reason for the exclusion is that Zoabi took part in the trip of the Mavi Marmara, the Turkish ship that Israel intercepted last year when it was on its way to Gaza. The attorney general at the time did not find grounds to indict Zoabi. But MK Ofir Akunis (Likud) who submitted the request to disqualify Zoabi, said that "MK Zoabi clearly violated the Basic Law of the Knesset when she took part in the Marmara terror attack, and she therefore has no place in the Knesset. Israeli democracy needs to know when to defend itself from those who are trying to destroy it from within. I hope and believe the disqualification will be affirmed in the Supreme Court." 

Proposals to also disqualify the Arab parties Balad and United Arab List-Ta'al were not accepted by the committee. Committee members from Shas voted against the proposal to disqualify United Arab List-Ta'al from the upcoming elections, while the Likud members abstained. In the case of the United Arab List 17 committee members opposed and seven voted in favor, in the case of Balad the ratio was 16 members against and 13 in favor of the proposal.

Palestinians are fleeing en masse from the Yarmouk-camp in Damascus


Video still, alledgedly taken after bombardment iof mosque in the Yarmouk camp on 16 December (AFP/Al-Akhbar)

More than 1,000 Palestinian refugees living in Syria have crossed into Lebanon in the past 24 hours, a source at the Lebanese border said on Tuesday, after Syrian rebels took control of a Palestinian refugee camp in Damascus.
The battle has pitted rebels, backed by some Palestinians, against Palestinian fighters of the pro-Assad Popular Front for the Liberation of Palestine-General Command. Many PFLP-GC fighters defected to the rebel side and their leader Ahmed Jibril left the camp three days ago, rebel sources said.
Aid workers said on condition of anonymity that street clashes had reduced in intensity on Tuesday and there was no sign of the PLFL-GC in Yarmouk but government bombardment continued and some fleeing residents were sitting in parks in the neighboring districts of Midan and Zahra. They said rebels were spread out across the camp, including in the abandoned PFLP-GC headquarters. UNRWA, the UN organisation that takes care of the Palestinians sid in a statement on 17 December:
Over the past several days, Syrians and the over 150,000 Palestine refugee resident in Yarmouk, a suburb of Damascus, have experienced particularly intense armed engagements involving the use of heavy weapons and aircraft. Credible reports point to civilian deaths, injuries and destruction of property in Yarmouk. There are also waves of significant displacement as Yarmouk residents, including UNRWA staff and their families, scramble to seek safety as the armed conflict persists. UNRWA is how housing over 2,600 displaced persons in its facilities and Damascus-area schools, and the number is growing rapidly.
 The plight of the Palestinians is part of the crisis that the whole of Syruia's population is facing. More than half a million Syrian refugees have fled into neighboring countries during the revolt, and the UN refugee agency say 3,000 are now seeking refuge abroad daily.

dinsdag 18 december 2012

Israel-lobby voert gehaast munitie aan om Timmermans te gaan bestoken

De Tweede Kamer debatteert dinsdagavond over de begroting van buitenlandse Zaken. Het is de eerste begroting  die de nieuwe minister Timmerman verdedigt. Van hem kan een minder 'Israel-vriendelijk'  beleid worden verwacht dan van zijn voorganger Rosenthal, die soms de indruk wekte dat hij namens de Israelische regering in het kabinet-Rutte I zat. Timmermans stuurde vorige week een brief naar de Kamer waaruit viel te concluderen dat het beleid ten opzichte van Israel wat wordt teruggebogen en dat de band met de Palestijnse Aurtoriteit zal worden aangehaald. Ook uitte hij zich uitermate kritisch over de steeds verder gaande uitbreiding van de Israelische nederzettingen.
---------------------------------------
[Zie ook ander nieuws van vandaag 18/12/12:  Israel presses on with plans for 6.000 new houses in E-Jerusalem]
---------------------------------------

Welnu, de reacties op de brioef van Timmermans bleven niet uit. De Israel-lobby kwam meteen in actie. Vandaag, nog net voor het debat begon,  kwamen de rapporten binnen. Palestinian Media Watch, de extremistische watchdog organisatie van de kolonist Itamar Marcus (hij woont in de nederzetting Efrat) stuurde drie rapporten over 'verheerlijking van terrorisme',  'gebruik van (o.m. Nederlands) geld door de Palestijnse Autoriteit' en het betalen van 'salarissen aan terroristen' door de PA. Het bijzondere aan de rapportage van Marcus'organisatie is dat zij verklaart de rapporten te hebben geleverd op verzoek van het Nederlandse parlement. Alvorens in te gaan op de vraag wat die rapporten van Marcus waard zijn, wil ik wel kwijt dat ik dit een verbazende opmerking vind. Het is bekend dat de heer Marcus op handen wordt gedragen door mensen als Van der Staaij en Voordewind, van de kleine 'gristelijke' partijtjes die door dik en dun achter Israel staan en net als Marcus de Palestijnen haten, maar heeft het hele parlement deze rapporten besteld en dan, naar men mag aannemen, er ook voor betaald?
     

Three PMW reports for Dutch parliament

On Dec. 18, the Foreign Affairs Committee of Dutch Parliament
will be debating whether to support
the Palestinian Authority's general budget in 2013.
PMW was asked to supply documentation.


Het tweede document dat nopg net voor het debat van vanavond uitkwam, was een rapport van het CIDI
over de nederzetingen. Daarin wordt geconcludeerd dat de nederzettingen minder grond in beslag nemen dan minister Timmermans in zijn recente brief  vermeldde. Daaruit mogen we vermoedelijk concluderen dat de situatie minder erg is dan Timmermans denkt. Ook daarover dadelijk meer. Maar ook in dit geval is er een interessante vraag. Het rapport is namelijk - hoewel duidelijk  bedoeld voor het Nederlandse parlement - in het Engels geschreven en bovendien anoniem. Moeten we daaruit concluderen dat het wegens de haast elders is opgesteld, misschien gekopieerd, bijvoorbeeld in Jeruzalem? Of ben ik nu te achterdochtig?
    
CIDI-rapport Israelische nederzettingen ma 17-12-2012
Kopafbeelding
Dinsdag spreekt de Tweede Kamer over de begroting van Buitenlandse zaken. Minister Timmermans zegt in zijn begeleidende brief dat Israelische nederzettingen “ongeveer 43% van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem beslaan. Dit land is daarmee niet beschikbaar voor de opbouw van een Palestijnse staat.” CIDI zegt al jaren dat de nederzettingenbouw buiten Jeruzalem moet stoppen. Maar hoeveel land nemen zij nu echt in beslag?

Wel, toch maar een paar opmerkingen over de verdiensten van beide rapporten. Itamar Marcus c.s geven zoals te verwachten een gruwelijke opsomming waaruit blijkt dat Palestijnen monsters zijn die zich verlustigen in elke dode Jood. Als je niet beter wist, zou je denken dat het een persiflage is. Marcus en zijn clubje beschrijven dat families van gevangenen in Israelische gevangenen geld krijgen en dat martelaren worden geëerd. Natuurlijk is discussie mogelijk over wie en hoe moeten worden herdacht - ik heb dat al eerder beschreven. Maar geen enkele bevrijdingsbeweging kan zich permitteren zijn strijders in de kou te laten staan. Marcus en zijn medewerkers zijn echter te geborneerd om zelfs maar in te zien dat de Palestijnen uit zijn op bevrijding - voor hen is het niets anders dan een stelletje antisemitische moordenaars. 
Zij beroepen zich er in hun stuk bijvoorbeeld voortdurend op dat veel mensen die door de PA worden onthaald", zware Israelische veroordelingen hebben ondergaan, zonder zich een moment te realiseren dat er Palestijnen militaire rechtspraak geldt, de typische rechtspraak van een bezettingsautoriteit. Los daarvan komen ze ook met verdachtmakingen die gewoon te schandelijk zijn voor woorden. Zo vermelden ze dat op 19 augustus 2012 een voetbaltournooi werd gehouden ter nagedachtenis aan Ghassan Abu Sharakh, Nader al-Sarkaji, en ‘Anan Subh, die een koloniste (een rabbijn)  zouden hebben vermoord en zouden zijn gedood in een 'shoot out' met het leger. Dee drie werden inderdaad verdacht van de moord (wat niet wil zeggen dat ze ook schuldig waren) maar werden niet in een 'shoot out' gedood, maar in hun slaapkamers door het Israelische leger vermoord. Het is hier na te lezen. De mensenrechtenorganisatie B'tselem heeft - voor zover ik weet tevergeefs - gevraagd om een nader onderzoek. Er zijn meer van dit soort voorbeelden in hun rapport - zoals bijvoorbeeld hun vermelding dat scholen zijn genoemd naar Abu Ali Mustafa, de voormalige leider van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina. Abu Ali Mustafa wordt door hem een 'terrorist' genoemd. In feite was hij de politieke en relatief gematigde leider van het Volksfront, die n.b. door het Israelische leger in zijn werkkamer in Ramallah met twee raketten werd vermoord. 

Ook over het CIDI rapport kan ik vrij kort zijn. Volgens het CIDI is het niet juist dat de nederzettingen zo'n 43% van het grondgebied van de Westoever bezet houden zoals minister Timmermans schreef, maar is het 'slechts' 9,3%.  Ik vrees dat dit meer een kwestie van semantiek dan van feiten. Zoals het CIDI het beschrijft zouden we om te beginnen Jeruzalem erbuiten moeten houden. Volgens het CIDI zijn de nederzttingen in Oost-Jerzuzalem geen nederzettingen. Niettemin hebben we het dan over 70 vierkante kilometer door Israel wederrechtelijk geannexeerd gebied in het hart van het Palestijnse gebied,  met het belangrijkste Palestijnse  stedelijke centrum (Oost-Jeruzalem) en vele Arabische dorpen. Bovendien wonen in dit gebied nu ruim 250.000 kolonisten, of het CIDI ze nu zo noemen wil of niet.
 Als we het hebben over de rest van de Westoever, dient niet alleen gekeken te worden naar de hoeveelheid grondgebied die daadwerkelijk binnen de grenzen van de nederzettingen ligt, maar dient ook in ogenschouw genomen te worden dat Israel uitgestrekte gebieden tot militair terrein of natuurreservaat heeft bestempeld, en behalve in de zogenoemde 'Area A' (de steden m.u.v. Hebron) alle infrastructuur beheerst van waterbronnen en wegen tot elektriciteit. In die gebieden worden vrijwel nooit bouwvergunningen afgegeven behalve voor de nederzettingen met hun bevolking van intussen ruim 350.000 mensen. Samenvattend kan daarom gesteld worden dat de Palestijnen het grootste deel van de Westoever (mogelijk zelfs meer dan 43%) in wezen kwijt zijn aan een systeem dat er voornamelijk op is gericht de nederzettingen verder uit te breiden.

maandag 17 december 2012

Academische punten voor een collegereeks die die naam niet verdient

'' Wie serieus wil deelnemen aan het debat over het Palestijns-Israelische conflict moet meer in huis hebben dan wat populaire kreten. Om de kennis van Nederlandse studenten te vergroten, biedt CIDI een collegereeks aan over Israels politieke situatie. De inschrijving voor januari 2013 is nu geopend.''
Met deze woorden introduceert het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israel) op zijn site zijn jaarlijkse reeks colleges van dit lopende studiejaar, een reeks waar je als student van een Nederlandse universiteit of hogeschool studiepunten mee kunt  vergaren.
Ik kan me zonder moeite achter de openingszin van het CIDI scharen: inderdaad, wie mee wil praten over het Israelisch-Palestijnse conflict moet meer in huis hebben dan wat kreten. Maar verschaft het CIDI ook wel net dat beetje meer dat daarvoor nodig is? De serie van dit studiejaar omvat 11 colleges, en daar zitten onderwerpen bij als de verhouding Amerika-Israel, Europa-Israel en Nederland-Israel, Internationale organisaties (VN) en Israel, historische achtergronden van Israel, en het Israelische beleid ten aanzien van 'vredesopties'. Maar wat toch in de eerste plaats opvalt is dat het wel heel veel 'Israel' is en dat 'de andere kant' er buitengewoon karig afkomt. Niemand geeft bijvoorbeeld college over de Palestijnse kant. (Alhoewel weer wèl over 'Islamitische bewegingen en de Arabische Lente' en  'de Arabische perceptie van het Israelische buitenlandse beleid' - over dat laatste zo dadelijk meer). Maar voor de rest vallen de onderwerpen geschiedenis van het conflict vanuit Arabische perspectief, Iran, of Turkije op doordat ze zo volstrekt afwezig zijn. Daarnaast is onduidelijk of de school van 'new historians' in Israel wel aan bod komt. En dan bedoel ik niet alleen de  bekende namen als Benny Morris en Ilan Pappé, maar ook de hele groep sociologen en menswetenschappers die kritisch staat tegenover de sociale en politiek ontwikkelingen in de hudiieg Israelishe maatschappij.
Als we naar de keuze van de mensen kijken die de colleges gaan geven, lijkt me die vraag zeker op zijn plaats. Er paar zijn namen waar niemand zich een buil aan kan vallen (Leurdijk, Willem Post, Bart Wallet, Roel Meijer, Fred Grünfeld), maar daarnaast zij n er ook een paar die dikke vraagtekens oproepen. Ik pik er drie uit:
  
 30 januari  Israel en het internationaal recht  
 Dr M. de Blois, plaatsvervangend commissielid College voor de Rechten van de Mens, universitair hoofddocent Rechtstheorie/Encyclopedie van het recht aan de Universiteit Utrecht.
De Blois is schrijver van een boek, 'Israël: een staat ter discussie?' (uitgeverij Groen, Heerenveen,2010) dat mede is uitgegeven door Christenen voor Israel. Ik citeer uit een bespreking: 
'In de inleiding van het boek stelt De Blois dat Israël zich vrijwel permanent in een denkbeeldige beklaagdenbank bevindt, vanwege vermeende schendingen van het internationaal recht. Hij haalt daarbij de woorden van Alan Dershowitz, hoogleraar aan Harvard, aan, die Israël de 'Jew among nations' heeft genoemd. (...)
Sinds de gebieden in 1967 in handen van Israël vielen, worden ze door velen aangeduid als 'bezette gebieden'. Deze kwalificatie is volgens De Blois onjuist, omdat de term het Mandaat miskent, waarin sinds 1923 de vestiging van het Joods nationaal tehuis in het gehele gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan voorziet. Overigens vóór 1923 ook ten oosten van de Jordaan, in wat nu Jordanië heet. De 'bezette gebieden' valt derhalve binnen het territorium van het mandaatgebied. Ipso facto maken deze gebieden daarom deel uit van de staat Israël. Een staat, zo benadrukt De Blois, welke het resultaat is van de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht door het Joodse volk. Bovendien vormen Judea en Samaria, inclusief Oost-Jeruzalem, het historische 'hart' van Eretz-Israël. (...)
 Over de nederzettingen in de omstreden gebieden, zegt De Blois dat deze door de critici van Israël onterecht worden gezien als een ernstige inbreuk op het internationale recht en als een obstakel voor de vrede. De nederzettingen bevinden zich in het oorspronkelijke gebied van het Mandaat dat was aangewezen voor de vestiging van het Joods nationaal tehuis en de rechten van het Joodse volk onder het Mandaat zijn nooit komen te vervallen (p.59). Joden hebben het volste recht zich te vestigen in Judea, Samaria en Oost-Jeruzalem.
 Conclusie: De Blois behoort tot een school die vindt dat het mandaat van 1923 dat de Volkenbond aan Groot-Brittannië is verleend over het gehele gebied van Palestina niet is komen te vervallen met de Britse terugtrekking van 1948, of de delingresolutie van de Algemene Vergadering van de VN (resolutie 181) die Palestina (minus Jordanië) verdeelde in een Palestijns en een Joods gebied , op basis waarvan de staat Israel later werd uitgeroepen. De Blois behoort daarmee tot een piepkleine minderheid binnen de wereld van internationale juristen, een minderheid die vrijwel alleen weerklank vindt binnen de bevolking van de Israelische nederzettingen en hun supporters.

13 februari  Europa en Israel
Dr. A. Pijpers, Senior Research Fellow aan het Clingendael European Studies Programme, specialist buitenlandpolitiek EU
Wie meer wil weten over de wetenschappelijke kwaliteiten van Dr Pijpers doet er goed aan zijn paper 'Vrede in Palestina -Confrontatie met Iran? te lezen die hij in september 2009 schreef voor het Instituut Clingendael. We kunnen daar in lezen dat de tijd dringt om actie te ondernemen tegen het kernprogramma van Iran, zonder dat hij met cijfers of andere aanwijzingen komt. Ook kunnen we uit deze paper vernemen dat de Cast Lead aanval van Israel op Gaza van datzelfde jaar bijzonder geslaagd was, dat Hamas zware slagen waren toegebracht en dat het nu ongetwijfeld geruime tijd rustig zou zijn aan Israels zuidgrens. (We hebben het waarheidsgehalte van deze bewering enkele weken geleden nog uitgebreid kunnen toetsen). Ook praatte Pijpers het grote aantal burgerslachtoffers goed. Bij hem vernemen we niets over witte fosfor, of families die er ongeluk werden uitgeroeid. Nee, het was allemaal de schuld van Hamas dat raketten lanceerde vanuit dichtbevolkte gebieden. Ik kan zo nog een tijdje doorgaan met citeren uit deze paper die in wezen niet veel anders is dan in deftige taal gestelde borrelpraat. Maar het meest choquerende vind ik toch wel dat Pijpers, in een stuk voor een denktank die toch een zekere standing probeert te halen, in meerdere voetnoten verwijst naar MEMRI (een organisatie die geen enkele academische standing heeft en is opgezet door een ex-kolonel van de Israelische militaire inlichtingendienst en andere Israeli's met duidelijk politieke oogmerken). Nog erger is dat hij voor wat betreft een beoordeling van de Palestijnse organisatie Hamas, zelfs verwijst naar het 'uitstekende' boek van Wim Kortenoeven. MEMRI zowel als Kortenoeven, dat zonder enige twijfel een van de meest bevooroordeelde en slechtste boeken is dat over dit onderwerp is geschreven, zijn bronnen die in academische kringen nooit of te nimmer zullen mogen worden gehanteerd. Ook Pijpers, zo is daarmee wel bewezen, haalt niet een niveau dat rechtvaardigt dat voor het volgen van zijn colleges academische punten worden toegekend.

Dan nummer 3:
  23 januari De Arabische perceptie van het Israelische buitenlandse beleid Drs. R.H. Hoff , geschiedkundige, politicoloog en Midden-Oostendeskundige;  docent Geschiedenis en Buitenlandse Politiek, School voor de Journalistiek Utrecht.
Ruud Hoff is een aardige man, maar het is onduidelijk of hij verstand heeft van de Arabische perceptie van het Israelische buitenlandse beleid. Ik vraag me trouwens af of er iemand bestat die dat wèl heeft en wat daaronder wordt verstaan, want zoveel Arabieren als er zijn, zoveel zoveel percepties zijn er, zal ik maar zeggen. Een probleem met Hoff is dat hij geen Arabisch spreekt. Boevndien is hij niet nauwkeurig. Hij heeft een leerboek over het Midden-Oosten geschreven waar nog al wat op aan te merken is en ik heb indertijd zijn in 2005 verschenen boekje 'Jasser Arafat' (uitgeverij Aspekt) besproken in het blad ZemZem (ZemZem 2005/2). Uit der bespreking citeer ik dat hij de Arabische naam van Arafats Fatah-beweging fout had weergegeven, evenals de betekenis van het woord Fatah. Dat hij de besluiten van de vergadering van de Nationale Raad (het PLO-parlement) in 1988, waar Israel werd erkend, onjuist had weergegeven en dat zijn weergave van de top van Clinton, Barak en Arafat in Camp David in 2000 op zijn minst dubieus was. Dat waren - in een boek over Arafat, geen kinderachtige fouten. En dat waren ze nog bij lange niet allemaal.

Waarmee ik maar wil zeggen: Wie deze collegereeks gaat volgen zij gewaarschuwd. Je kunt er hier en daar vast wel wat van opsteken, maar bij tenminste drie colleges wordt je waarschijnlijk eerder onwijzer dan wijzer gemaakt. En het ergste van alles is natuurlijk dat de reeks zo eenzijdig is opgezet. Want dat is natuurlijk het grote raadsel van dit hele verhaal: hoe kan een collegereeks over het Israelisch -Palestijnse conflict die zo zorgvuldig vanuit Israelisch perspectief is opgezet dat de Arabische kant er zelfs nauwelijks in voorkomt, in godesnaam goed zijn voor studiepunten in academisch verband?? 

vrijdag 14 december 2012

Tientallen gewonden in Hebron bij voortdurende botsingen met de Israelische troepen



Tientallen Palestijnen zijn donderdag gewond geraakt bij voortdurende clashes in Hebron na het doodschieten van Muhammad Salaymeh, die die dag zijn 17e verjaardag vierde. Van één van de gewonden, de 17-jarige Nasser Mohammad Wasfi Al-Sharabati, is de toestand kritiek. Hij werd door een kogel in de borst getroffen in de wijk Bab al-Zawiye, meldt Ma'an News.
Zesentwintig gewonden belandden in het regeringsziekenhuis in Hebron,12 werden binnengebracht in een kliniek. Nog eens 51 mensen werden ter plekke behandeld, zei  woordvoerder Nasser Kabbajh van de medische hulpdiensten. Eenentwintig mensen werden gewond door rubber kogels, voegde hij eraan toe. 
Tijdens de botsingen dwongen Israelische soldaten pook twee cameramannen van Reuters
om zich tot op hun onderbroek uit te kleden. De mannen die in een auto reden met de letters 'TV' erop en kogelvrije vesten droegen met 'press' erop werden gedwongen uit te stappen, en werden gestompt en geslagen met de kolf van een geweer. Yousri Al Jamal and Ma'amoun Wazwaz werden er door de soldaten  van beschuldigd dat ze voor de mensenrechtenorganisatie B'tselem werkten. Ze moesten zich uitkleden tot op hun ondergoed, en op de weg knielen  met hun handen achter hun hoofd. Twee andere journalisten van Palestijnse nieuwsorganisaties, waaronder een aan Hamas geaffilieerd tv-station, werden op dezelfde manier aangepakt.
De militairen gooiden daarna een handgranaat tussen de Reuters-journalisten in en liepen weg. De twee journalisten probeerden vervolgens weg te rijden, maar omdat hun auto vol traangas zat waren ze gedwongen weer uit te stappen. (de militairen hadden twee gasmaskers uit hun auto meegenomen).Wazwaz moest wegens vergiftiging door traangas korte tijd behandeld worden in een ziekenhuis. De4 hoofdredacteur van Reuters heeft een officieel protest ingediend bij de Israelische autoriteiten.
 Optocht van Hamas in Nablus, donderdag 13 december.

Haaretz meldt dat de Israelische troepen in Hebron vandaag, vrijdag, opnieuw in staat van paraatheid zijn. Vandaag wordt een herdenkingsmars gehouden voor het 25-jarige bestaan van Hamas. De Palestijnse Autoriteit heeft manifestaties van Hamas namelijk voor het eerst sinds jaren toegestaan op de Westoever, in het kader van de huidige toenadering tussen Fatah en Hamas.

donderdag 13 december 2012

Naguib Mahfouz: 'Misschien zegt het iets over het verval van onze cultuur'

Het stuk hieronder is een interview dat ik in destijds als correspondent in Cairo had met de schrijver Naguib Mahfouz een paar maanden nadat hij in 1988 de Nobelprijs voor de literatuur had gekregen. Het verscheen op 5 augustus 1989 in de zaterdagbijlage 'Het Vervolg' van de Volkskrant, nadat de kunstredactie het eerder een paar maanden had laten liggen omdat ze het niet interessant vonden. Onder invloed van het feit dat ik tegenwoordig Arabisch studeer aan de universiteit (waartoe ook Arabische literatuur behoort) heb ik het weer opgediept (en overgetypt; 1989 was nog het pre-internet tijdperk). Ik ben voor dit interview speciale dank verschuldigd aan Mohammed Helmi, destijds mijn parttime vertaler. Hij voerde - op mijn aanwijzingen maar ook voor een deel naar eigen inzicht - het grootste deel van het gesprek. Zonder hem was dit interview niet mogelijk geweest. Naguib MahfouzNaguib Mahfouz 1911-2006
 

Om zeven uur in de ochtend biedt Cairo's centrale Tahrir-plein een vredige aanblik. Het Hilton hotel en het Egyptisch Museum weerkaatsen de opkomende zon. De temperatuur is aangenaam. De stemmen van vroege voorbijgangers weerklinken tussen de gevels en zorgen voor een intimiteit die zo vroeg alleen wordt onderbroken door een enkele voorbijrazende bus.
In het kleine café Ali Baba zoek ik naar de schrijver Naguib Mahfouz. Het is nooit moeilijk hem in Cairo op te sporen. Om te beginnen weet je dat hij er is. De Nobelprijswinnaar heeft niets van de rusteloosheid van sommige andere Egyptische intellectuelen en haat reizen als de pest. De enige keert dat hij zich verplaatst is 's zomers als hij net als veel van zijn stadgenoten het hete Cairo verruilt voor Alexandrië. Het is bekend dat hij maar twee keer in zijn leven buiten Egypte is geweest. Dat was in de jaren zestig, toen zijn ministerie hem op dienstreis stuurde naar Joegoslavië en Noord-Jemen en hij het gevoel had dat het moest.
De Nobelprijs haalde hij verleden jaar ook niet zelf op. Hij liet het over aan zijn twee giechelende dochters (die nog nooit een boek van hem hebben ingezien) en de staatssecretaris van Cultuur. Cairo is 'waar zijn hart ligt'. Alleen al de gedachte dat hij zich erbuiten zou begeven benauwt hem. Hij is hier geboren, zijn meeste boeken spelen zich hier af. Hij weet er de weg, zowel in de dure wijk Dokki als in tussen de paupers en handelaars in het Husseini-kwartier. Hij kent er de hasjtenten, de literaire cafés, de verborgen zelfkant, de chic van vroeger en de verloedering sinds de bevolking van 1,5 naar 12 miljoen is gegroeid.
Punctueel als een machine werkt Mahfouz in Cairo dagelijks zijn schema af. Je kunt er de klok op gelijk zetten, zeggen zijn vrienden. 's Morgens om zes uur maakt de 77-jarige schrijver een wandeling van een uur door de dan nog uitgestorven stad, altijd naar dezelfde coffeeshop. Hij drinkt er zijn koffie zonder suiker en leest de kranten, voor hij begint aan een werkdag tot aan de (late) lunch. De middag is er om te rusten en te lezen; 's avond is hij meestal thuis. De donderdagavond is voor de vaste ontmoeting met een select clubje vrienden dat zichzelf de geuzennaam harafish (zootje ongeregeld) heeft toegedicht.De afgesproken plaats is het Casino Qasr el-Nil aan de Nijl. De schrijver geeft er acte de présence om acht uur precies. En al jarenlang met dezelfde traktatie – een kilo kofta – onder de arm.
Mijn komst naar Ali Baba is dan ook niet tevergeefs. Mahfouz zit op zijn vaste plaats: een tengere gestalte aan een tafeltje voor het raam op de eerste verdieping. Met zijn karakteristieke houterige en tegelijk lenige mimiek springt hij op, één en al glimlach, legt de krant terzijde en biedt koffie aan. Maar als ik zeg waarvoor ik gekomen ben, blijkt dat zijn vroegere bijna spreekwoordelijke toegankelijkheid toch heeft plaatsgemaakt voor een strenger regime. Praten over koetjes en kalfjes is één ding, maar voor een interview moet ik de mensen bellen die hem 'beschermen'. Helaas, teveel mensen willen hem zien. 'Ik ben nu een functionaris van de prijs,' voegt hij er verontschuldigend aan toe.
Pas een paar weken later kan ik vragen wat hij met die uitspraak bedoelde. De drie cerberussen die waken over zijn agenda ben ik dan gepasseerd. We zitten in zijn riante werkkamer bij de krant Al-Ahram, die vroeger toebehoorde aan zijn collega en vriend, de in 1987 overleden (toneel)schrijver Tawfiq al-Hakim. Sinds vorig jaar , zo luidt Mahfouz' antwoord op mijn vraag, heeft hij eigenlijk niets meer gedaan dat niet met de prijs te maken had: 'Lezingen, symposia, interviews, het ging maar door. Mijn hele werkjaar is eraan opgegaan, want dat loopt van oktober tot april. In de zomer kan ik niet werken, een allergie aan mijn ogen maakt dat ik niet kan lezen als het te warm is. Ik hoop nu maar dat deze kermis (hij gebruikt het Egyptische woord moulid) weer zal overgaan.'
Hij heft de handen ten hemel, een typisch Mahfouz-gebaar, en lijkt ermee te zeggen: wat kan ik anders doen dan me schikken? En ik zie de tv-beelden weer voor me waarop Mahfouz zich door president Mubarak de hoogste Egyptische onderscheiding, de Orde van de Nijl, laat omhangen, of scènes waarbij hij braaf en gewillig als een kind achter groene tafels zit. 'Deze prijs,' zei hij al meteen in oktober toen hij hem kreeg, 'is belangrijker voor de Arabische literatuur dan voor Naguib Mahfouz.'
Terwijl het gesprek verder gaat probeer ik me een voorstelling te maken van de ontwrichting die de commissie in Oslo teweeg heeft gebracht. Mahfouz' schema's stammen namelijk al uit de tijd dat hij als vijfentwintigjarige koos voor het schrijverschap. Vijftig jaar lang slaagde hij erin om zijn diverse levens ermee van elkaar te scheiden en om tegelijkertijd in de schaduw te blijven. De progressieve publiciteitsschuwe schrijver bestond naast de gezagsgetrouwe ambtenaar in het nette pak. De voor ieder toegankelijke bohémien die tot diep in de nacht op het terras van Fishawi of Riche zat te oreren, was – zonder dat iemand het wist – tevens huisvader met een vrouw en twee kinderen. Maar nu heeft de Nobelprijs hem de regie uit handen genomen. Hij is de macht kwijt over zijn tijd. Hij is nu een publieke figuur die meningen moet verkondigen. Persbureaus bellen hem zelfs als er zoiets speelt als de Rushdie-affaire.
Het moet een soort nachtmerrie voor hem zijn. Zijn hele leven was een vlucht voor de controverse. Draufgängerische neigingen hebben alleen de personen in zijn boeken, zoals de talentvolle Isa al Dabagh in Autumn Quail, die als aanhanger van het ancien régime na de revolutie zijn hoge baan verliest en te gronde gaat omdat hij het verdomt zich anders voor te doen dan hij is. Mahfouz zelf is heel anders. Toen zijn jongere collega Youssef Idris, een van de beste korte verhalen schrijvers aller tijden, jaloers was op de prijs en de keuze voor Mahfouz toeschreef aan diens 'pro-westerse gezindheid' en slaafse verdediging van Sadats Camp David-politiek, sprak heel Cairo er schande van. Maar Mahfouz zelf zei alleen maar: 'Ach, Youssef draait wel weer bij. Je zal zien, over een week of wat komt hij gewoon weer langs bij 'Am` (Oom) Naguib.'
Misschien is Mahfouz' instelling te verklaren uit zijn achtergrond. Hij werd geboren in het Gabaliyya district in islamitisch oud-Cairo. Een a-cultureel milieu dat de leeswoede die hij als jongetje aan de dag legde niet bepaald stimuleerde. 'In de vakantie zeiden ze: hou toch op, spaar je ogen voor de studie. Maar ik was gek op lezen. Ik wilde ook schrijven zoals de dingen die ik las. Het ging zelfs zover dat ik hele stukken kopieerde er er mijn eigen naam onder zette.'
Hij koos voor een studie filosofie, schreef zijn eerste korte verhalen als student, maar schrijver worden kwam niet bij hem op. De moderne Arabische literatuur stond in die ook nog in de kinderschoenen. De roman, met name, was nog vrijwel onbekend. Pas een handjevol mensen als Mohammed Hussein Heykal (met de roman Zeynab uit 1914), Taha Hussein of Abbas Aqqad, had zich gewaagd aan deze westerse kunstvorm. Als een van zijn professoren, de historicus en socialist Salama Mousa hem niet had aangespoord, zou hij de stap misschien nooit hebben gezet. Er was, zegt hij, eerst 'een soort crisis voor nodig'. Maar daarna wiep hij zich ook meteen op een methodische studie. Tekstboeken wezen hem de weg naar de 'topwerken' vanaf de Griekse klassieken tot aan de hedendaagse westerse literatuur. Tegen de onzekerheden van het kunstenaarsbestaan dekte hij zich tegelijkertijd in door secretaris te worden van een andere leraar, zijn hoogleraar islamitische filosofie, toen die minister van Waqf (religieuze zaken) werd. Het was het begin van een carrière als ambtenaar die hij volhield tot aan zijn pensioen.
 
 Gamaliyya straat, de belangrijkste straat in de wijk waar Mahfouz opgroeide (Foto Egypt Independent).

Keihard werken (zonder twijfel de reden waarom hij in een loopbaan van 52 jaar een veertigtal romans afleverde, en een respectabel aantal filmscenario's en korte verhalen) leidde vanaf 1939 tot de publicatie van drie romans over het oude Egypte van de farao's. Eigenlijk had het een omvangrijk project moeten worden dat de hele antieke geschiedenis van Egypte zou omvatten. Maar gelukkig liet Mahfouz het idee na een paar jaar vallen om zich te werpen op een voor de Arabische wereld nieuw genre: de 'realistische' roman.
Nu ontstonden boeken als Het begin en het einde, Khan el-Khalili, en Midaq-steeg die waren gesitueerd in het islamitische Cairo waar hij geboren werd. Er liepen hoeren in rond, bedelaars, zwarthandelaars en politieke nieuwlichters. Het waren herkenbare en 'maatschappij-kritische' kronieken van de snelle veranderingen in de Egyptische samenleving, die werden gekenmerkt door politieke instabiliteit, botsingen met de Britten, vrouwenemancipatie en de opkomst van nieuwe stromingen als het communisme en de Moslim Broederschap.
Het hoogtepunt uit die tijd was zijn 1500 pagina's tellende Trilogie, over de lotgevallen en dilemma's van een familie tussen 1917 en 1945. Het verschijnen van deze kroniek over de generatiekloof tussen de rijke maar ongeletterde vader Ahmed Abdel Gawad en diens studerende zoon Kamal, en de lotgevallen van de ooms, neven en nichten, vestigde in 1954 op slag zijn naam en maakte hem tot de meest gelezen auteur in de Arabische wereld.
Pas daarna – op 43-jarige leeftijd – trouwde Mahfouz. Zijn privéleven bleef echter een gesloten boek. Niemand van zijn vrienden had ooit zijn vrouw gezien, totdat – na de toekenning van de prijs – haar foto verscheen in het blad Al-Mussawar. Uit het interview bleek dat zij nauwelijks meer dan een vaag idee had van het werk van haar man.
Hoe ziet u uw plaats tussen de andere Nobelprijswinnaars van de laatste tijd? Past u tussen mensen als Garcia Marquez, Soyinka, Brodsky?
Mahfouz hoeft er niet lang over na te denken. 'De mensen die de prijs vroeger kregen waren reuzen,' zegt hij, 'maar de laatste jaren zijn ze niet van hetzelfde postuur. Ze zijn goed, daar is geen twijfel aan, maar geweldenaars zijn het niet. Vroeger waren het mensen die we kenden. We plachten ze zelf te nomineren. En de verrassing was dan hoogstens: waarom krijgt Sartre hem eerst en daarna pas Camus, of andersom. Nu zijn het mensen van wie we nooit hebben gehoord, die oké blijken te zijn als we ze gaan lezen, maar geen openbaring. Wat dat betreft zitten we allemaal in hetzelfde schuitje. Misschien zegt het iets over het verval van onze cultuur. Misschien zijn er, God weet, wel een heleboel talenten die niet schrijven.
Egyptian novelist Naguib Mahfouz
U hebt in eerder interviews gezegd dat u wat uw ontwikkeling betreft bent beïnvloed door een heel reeks auteurs, van Arabische klassieken als Mutanabbi en modernere als Yahya Haqqi tot westerse schrijvers van Shakespeare tot Faulkner. Veel mensen zien u als de 'vader van de Arabische roman'. Bent u het daarmee eens?
'De vader moet de eerste zijn geweest die er één schreef,' zegt Mahfouz tamelijk bits. 'En dat was ik niet, dat was zelfs (Muhammed Hussein) Heykal of Al-Mowaylihi niet. Recent is gebleken dat een zekere Haqqi, een oom van Yahya Haqqi de schrijver was van de eerste Egyptische roman. Hij moet de vader zijn geweest. Maar goed, iedere generatie heeft een vader.'

En u was dat in uw generatie meer dan de anderen?
'Ach ik heb lang geleefd. En zoals u weet zijn vorm, stijl en techniek de som van de omstandigheden. Onder druk van steeds wisselende sociale gebeurtenissen ontwikkelde het zich als het ware vanzelf onder mijn handen. Ik betrapte mezelf erop dat ik met allerlei stijlen aan het experimenteren ben geweest zonder dat ik me ook maar een moment een vernieuwer heb gevoeld.'

Maar u werd beïnvloed door de Europeanen.
'Natuurlijk vergat ik nooit dat ik de meest recente literatuur had gelezen en bestudeerd. Maar als ik schreef, was dat in de traditionele vorm. De boeken Khan el-Khalili en Midaq-Steeg, bijvoorbeeld, schreef ik in een stijl die door Virginia Woolf werd veroordeeld en bespot in een boek van haar dat ik in dezelfde periode aan het lezen was. Het is niet zo dat ik beïnvloed werd. Ik bestudeerde het en nam het in me op, maar volgde niet de mode van de 'new wave', van schrijven in de laatste en nieuwste stijl. Ik gebruikte wat ik zou willen noemen een 'toepasselijke stijl'. En dat gaat zover dat ik in mijn laatste boeken zelfs de methode hanteer van wat 'de primitieve anekdotiek' wordt genoemd.

Maar uw beslissing om in het klassieke Arabisch te schrijven in plaats van in het Egyptische dialect, was dat op zichzelf niet al een beslissing die bijdroeg tot de ontwikkeling van de roman?
'Wel, we besloten ons te specialiseren in romans en dan vooral realistische romans. En wat we ontdekten was dat schrijven in het klassieke Arabisch zoals het toen bestond, niet ging. Sommige collega's zeiden toen: laten we het maar vergeten. We schrijven in het `amiyya (Egyptische Arabisch) , want dat is makkelijker en dat is wat de mensen willen. Weer een andere groep pleitte ervoor het verhaal te vertellen in het klassieke Arabisch en de dialogen in het `amiyya te doen. Maar wij zeiden: laten we dit klassieke Arabisch zo ontwikkelen dat deze nieuwe kunstvorm er een plaats in kan vinden. Het was een lange weg. En natuurlijk zijn er een heleboel fouten gemaakt, soms ook met komische gevolgen. Maar ik denk dat de weg die we gevonden hebben, intussen de weg is geworden voor alle generaties. Het is een ontzettend rijke taal, dit zogenoemde 'makkelijke fusha Arabisch'. En het wordt gelezen van Marokko tot de Perzische Golf.'

De helden in uw boeken zijn vaak opstandig en kritisch ten opzichte van de maatschappij. In uw eigen leven is daar nooit zo sprake van geweest. Zijn zij een personificatie van Mahfouz, Mahfouz op papier?
'Jazeker, tot op een bepaalde hoogte. Maar ik wil zeggen dat ik, hoewel ik nooit politiek bezig ben geweest in letterlijke zin, ik wel altijd heb behoord tot het 'actieve publiek'. Voor de revolutie was er geen demonstratie waaraan ik niet meedeed. Bij één ervan, tijdens de regering-Sidqi in 1931 of '32, ik was toen student, ben ik zelfs bijna gedood. Ik was dus wel actief, maar als lid van de massa. Ik ben nooit bereid geweest lid te worden van besturen of comités, alhoewel ik mijn hele leven behoord heb tot een politieke partij.. Jawel, de taliyya wafdiyya, de linkse voorhoede van de Wafd.'
 

Nassers revolutie van 1952 bracht een breuk teweeg in het oeuvre van Mahfouz. Er volgde een periode waarin hij niet schreef. Sommigen denken dat dit was omdat hij de realistische roman met de Trilogie tot perfectie had gebracht en nog niet wist welke weg hij daarna zou inslaan. Hij zelf, de links-liberaal die het schrijven ook zag als 'het bedrijven van politiek met de pen', houdt het erop dat Nassers streven naar een nieuwe maatschappij hem in verwarring bracht.
'Het verlangen om te schrijven verdween,' zegt hij. 'Ik probeer het meestal zo te verklaren: er werd een nieuwe maatschappij opgebouwd op de ruïnes van een vorige. En voor een schrijver leek het gepast te zwijgen en na te denken over wat er aan de hand was.'
'Om toch wat te doen te hebben' liet hij zich registreren als scenario-schrijver. Het bleek een makkelijker leven dan voorheen. 'De film betaalde gul en ik gaf het even gul weer uit aan boeken. Ik dacht dat het afgelopen met me was als man van literatuur.' Maar na vijf jaar kwam de drang tot schrijven toch weer terug. En dat resulteerde in zijn meest raadselachtige (en volgens sommigen beste) boek: Awlad haritna (Kinderen uit onze straat, in de Nederlandse vertaling 'Kinderen van Gabalawi'). Een allegorie waarin God, Adam, Mozes, Jezus en Mohammed onder andere namen zijn getransponeerd naar het leven in een straat in islamitisch Cairo. Hun heilbrengende boodschap wordt steeds gecorrumpeerd door de zogenoemde futawat, bekende krachtpatserfiguren in Cairo's oude wijken, die het midden houden tussen 'beschermers', bendeleiders en doodgewone afpersers. De laatste heilbrenger is de wetenschapper Arafa en het boek sluit af met een verbijsterend open einde na de dood van God.
Awlad haritna verscheen in de jaren zestig in een serie in Al-Ahram. Wegens bezwaren van het religieuze establishment is het boek echter in Egypte niet te krijgen. De avondkrant El-Messa begon na de Nobelprijs een herpublicatie in afleveringen. Maar Mahfouz zelf, als altijd beducht voor controverse, stak daar een stokje voor na nieuwe protesten van de kant van Al-Azhar, de invloedrijke islamitische universiteit. En tijdens ons gesprek spreidt hij, met al zijn vriendelijkheid en gewilligheid, ook een geweldige vasthoudendheid ten toon bij het omzeilen van vragen over dit omstreden boek. Een protest tegen de revolutie? Nee, dat was het niet, zegt hij met veel omhaal van woorden. Anti-religieus was het al evenmin. 'Neenee, het probeerde alleen wetenschap en religie met elkaar in verband te brengen .. of zoiets.' En als hem gevraagd wordt wat dan wel de boodschap ervan was, spreidt hij de handen ten hemel: 'Wallahi, het gaat over mensen in een straat die als de profeten zouden kunnen zijn en hun maatschappij zouden kunnen hervormen, als ze maar genoeg geduld zouden hebben.'
VoorzijdeIk besluit het over een andere boeg te gooien. In de wetenschap dat Mahfouz na Awlad haritna heel andere wegen insloeg en zich in een reeks kortere romans, die in de jaren zestig zeventig ontstond, ook heel regelmatig kritisch uitliet over de verworvenheden van de revolutie en Nassers bureaucratie. In een stijl die veel directer, 'moderner', was schreef hij onder meer De dief en de honden over de zelfdestructie van een man die terugkeert uit de gevangenis en een outcast blijft; het al eerder genoemde Autumn Quail, en Respected Sir, over een jongen van eenvoudige komaf die letterlijk alles opoffert aan het heilige ideaal om directeur-generaal van een ministerie te worden.

Hoe denkt u na al deze jaren over Nassers revolutie?
'Zij bracht Egypte fantastische dingen en tegelijkertijd een vernieling die de verbeeldingskracht te boven gaat. Het puinruimen vindt plaats in deze tijd. Hoe kunnen we de negatieve gevolgen kwijtraken en tegelijk de goede dingen behouden? Hoe komen we de puinhoop te boven na al die oorlogen, de passieve rol van de Egyptische burgers die een gevolg was van de dictatuur, de opeenstapeling van schulden? Het onderwijs – ik zal niet beweren dat het vroeger het beste ter wereld was – is een chaos, omdat het gratis onderwijs zonder planning werd uitgevoerd en achtergestelde kinderen in scholen werden gepropt als passagiers in Cairo in een bus. De economische crisis is ook nadelig voor de literatuur. Want hoe kan je verwachten dat mensen boeken kopen als hun enige gedachte is hoe ze aan geld moeten komen voor eten en de opvoeding van hun kinderen?'

En dan komt hij ineens ongevraagd terug op Awlad haritna.
'Het was,'zegt hij' ook een soort open brief aan de leiders van de revolutie. Dit is het verhaal, schreef ik hen, van de religie en de wetenschap. En dit is het verhaal van de futawat. Kies voor jezelf aan welke kant jullie willen staan. Want in die tijd waren zij begon begonnen zich te gedragen als futawat. '