dinsdag 5 april 2011

De lente die in Tunesië begon

Het volgend stuk over de revolutie in Tunesië schreef ik voor het themanummer ´Arabische Lente´ van het Midden-Oosten tijdschrift ZemZem dat aan het eind van dit eerste kwartaal van 2011 verscheen. De foto´s staan niet in ZemZem, die heb ik later toegevoegd.

Revolutie in Tunesië

Maarten Jan Hijmans volgde als blogger de Tunesische opstand vanaf het allereerste begin. ‘Het was bizar: een van de belangrijkste revoluties van de afgelopen decennia drong wekenlang niet tot de buitenwereld door, kennis ervan was beperkt tot de insiders. Het was bloedstollend. Zou de revolutie slagen?’
Kleine gebeurtenissen hebben soms grote gevolgen. De miljoenen mensenlevens die verloren gingen in de Eerste Wereldoorlog waren het gevolg van een moordaanslag op een Habsburgse kroonprins in Sarajevo. Een opvoering van de opera La Muette de Portici van Daniel Auber in Brussel gaf in 1830 de stoot tot de opstand die België onafhankelijk maakte van Nederland. En zoals langzamerhand de hele wereld weet, was het de zelfverbranding van Mohamed Bouazizi, een 26-jarige verkoper van groente en fruit in de provinciale hoofdstad Sidi Bouzid, die de aanleiding werd voor een omwenteling in Tunesië. Een omwenteling die op haar beurt weer model stond voor de opstand in Egypte en in het Midden-Oosten al veel meer heeft los gemaakt.

Mohammed Bouazizi
De gebeurtenis vond plaats op 17 december. Bouazizi, ten onrechte vaak afgeschilderd als een werkloze academicus (hij had wegens geldgebrek van de familie niet eens zijn middelbare school kunnen afmaken en moest al jong als kostwinner optreden), kreeg het aan de stok met de politie. Omdat hij geen vergunning zou hebben als straathandelaar, werd zijn handelswaar in beslag genomen en een vrouwelijke agent sloeg en spuugde hem in zijn gezicht. Daarop besloot Bouazizi zijn beklag te doen bij de plaatselijke gouverneur. Toen die weigerde hem te ontvangen maakte hij zijn dreigement waar dat hij zich in brand zou steken. Hij kocht thinner, overgoot zichzelf en maakte zich tot een menselijke fakkel pal voor het gouvernementsgebouw.
Op dat punt verwachtte nog niemand grote gevolgen. Er werd gedemonstreerd en de gouverneur gaf een verklaring uit dat Bouazizi nu eenmaal de wet had overtreden (wat niet waar schijnt te zijn geweest, er was geen vergunning nodig voor straathandel). Maar de protesten hielden aan — ongewoon voor Tunesië waar de repressie altijd ongekend heftig was. Op 24 december was er een nieuwe zelfmoord. In Menzel Bouzaiane, een gemeente niet ver van Sidi Bouzid, elektrocuteerde een 24-jarige man zich na in een hoogspanningsmast te zijn geklommen. Diezelfde dag schoot de politie een jonge demonstrant dood. Het verzet verhevigde. Twee dagen later, op 26 december, waren de eerste protesten in Tunis. Vandaar verspreidden ze zich over het hele land, onder meer door de inzet van advocaten en andere beroepsgroepen. Tot er geen houden meer aan was.

Stakingen van de advocaten, door het hele land, speelden een grote rol in de Tunesische opstand. (foto´s Lina Ben Mhenni).


 Bijzonder aan het Tunesische protest waren drie dingen. Allereerst dat het überhaupt plaatsvond. Ingewijden wisten dat Tunesië — ondanks zijn imago van vooruitstrevend en redelijk welvarend, waar toeristen en buitenlandse investeerders welkom waren — een ongekende politiestaat was. Dat was al zo sinds Zine al-Abedin Ben Ali, de voormalige politiechef van Habib Bourguiba, 23 jaar geleden zijn chef seniel liet verklaren en zelf de macht had gegrepen. Oppositiepartijen stelden niets voor of waren buiten de wet geplaatst en scherp vervolgd, zoals de islamistische An-Nahda. Ben Ali werd gewoonlijk herkozen met 97 procent van de stemmen. De geheime politie was alomtegenwoordig en gevreesd en protesten werden altijd na korte tijd met veel geweld de kop ingedrukt.
Slim Amamou
Een tweede bijzonderheid was dat het verzet werd aangevuurd, levend gehouden en verspreid door bloggers, die communiceerden via Facebook, twitter en email, kortom internet, een communicatiemethode die juist omdat ze in handen van de staat was (lees: in handen van de familie van Ben Ali) streng werd gecontroleerd. Op een gegeven moment zette het regime de aanval in op Facebook- en twitteraccounts en email van activisten met software die inlogcodes stal en vervolgens blokkeerde. De aanval werd beantwoord door de internationale hackers van Anonymous die de meeste Tunesische overheidssites hackten, en veel Tunesische bloggers wisten via sluipwegen door te gaan. Lees wat Slim Amamou, een van die bloggers en intussen staatssecretaris voor Jeugd en Sport in de Tunesische overgangsregering, er op 11 februari over zei in een interview met het bloggersnetwerk Global Voices:
‘In 2008, there were uprisings in Redeyef, similar to what happened in Sidibouzid. But back then it seems that the internet community did not reach a critical mass. And then at that time, Facebook got censored for a week or two. I don’t remember if it was related. But it was like a training for this revolution. People think that this revolution happened out of nowhere but we, on the Internet have been trying for years, together and all over the Arab world. The last campaign that mobilised people was for Khaled Said in Egypt, and we Tunisians participated.’

Bloedstollend

Een derde reden waarom het bijzonder was wat er gebeurde, was dat het protest zich vrijwel aan het zicht van de buitenwereld onttrok. Mede ook daarom was internet zo belangrijk. Nog een keer Slim Amamou:
‘When people begun demonstrating in Sidibouzid, part of the rage they were feeling was because media did not talk about them. They felt ignored and that their voice will never get through to stake holders. At that time all media was controlled by the government. The only media that took on itself to talk / report about Sidibouzid was us, Internet users. Hence the importance that social media took.’
Als een van de bloggers die de Tunesische opstand vanaf de eerste week volgde kan ik erover meepraten. Persbureaus hadden geen toegang tot Tunesië, Al Jazeera was het land uitgegooid, Tunesische media zwegen als het graf en wekenlang waren de enige bronnen Twitter en blogs. Het was bizar: een van de belangrijkste revoluties van de afgelopen decennia drong wekenlang niet tot de buitenwereld door, kennis ervan was beperkt tot de insiders. Het was daarom ook bloedstollend. Zou de revolutie slagen? De internationale pers ging er pas over schrijven in de tweede week van januari, toen er onder meer in de plaats Kasserine tientallen doden vielen. Ben Ali was toen al bijna weg (hij vertrok op 14 januari).
 
 Demonstratie voor het kantoor van de vakbond UGTT  (Union générale des travailleurs tunisiens) op 26 december 2010, een van de eerste grote demonstraties in de hoofdstad Tunis. (Foto Nawaat).

Voor de buitenwereld leek het ook paradoxaal dat juist Tunesië in opstand kwam; een land dat al twintig jaar een jaarlijkse groei kende van 5 procent van het BNP, een liberaal investeringsklimaat had, en een relatief goed opgeleide bevolking. Maar Tunesië was tegelijkertijd een land waar de ongelijkheid enorm was, de werkloosheid hoog en met name het aantal banen voor de hoger opgeleiden schaars, en een land waar corruptie en nepotisme op een vrijwel onvoorstelbare manier de dienst uitmaakten. Lees het volgende Wikileaks fragment, dat vrijwel tegelijkertijd met de opstand naar buiten kwam:
JUNE 08 Classified By: Ambassador Robert F. Godec for Reasons 1.4 (b) and (d).
President Ben Ali’s extended family is often cited as the nexus of Tunisian corruption. Often referred to as a quasi-mafia, an oblique mention of “the Family” is enough to indicate which family you mean. Seemingly half of the Tunisian business community can claim a Ben Ali connection through marriage, and many of these relations are reported to have made the most of their lineage. Ben Ali’s wife, Leila Ben Ali, and her extended family — the Trabelsis — provoke the greatest ire from Tunisians. Along with the numerous allegations of Trabelsi corruption are often barbs about their lack of education, low social status, and conspicuous consumption. While some of the complaints about the Trabelsi clan seem to emanate from a disdain for their nouveau riche inclinations, Tunisians also argue that the Trabelsis strong arm tactics and flagrant abuse of the system make them easy to hate. Leila’s brother Belhassen Trabelsi is the most notorious family member and is rumoured to have been involved in a wide-range of corrupt schemes from the recent Banque de Tunisie board shake up (Ref B) to property expropriation and extortion of bribes. Leaving the question of their progenitor aside, Belhassen Trabelsi’s holdings are extensive and include an airline, several hotels, one of Tunisia’s two private radio stations, car assembly plants, Ford distribution, a real estate development company, and the list goes on. (See Ref K for a more extensive list of his holdings.) Yet, Belhassen is only one of Leila’s ten known siblings, each with their own children. Among this large extended family, Leila’s brother Moncef and nephew Imed are also particularly important economic actors.
Wat zeker ook met rode oortjes werd gelezen was een Wikileaks-verslag van een bezoek van de Amerikaanse ambassadeur aan het huis van Sakher el-Materi, Ben Ali’s schoonzoon en gedoodverfde opvolger, met een beschrijving van het 12-gangendiner en Materi’s tijger, die gevoed werd met vier kippen per dag. En dat allemaal was nog maar een deel van het verhaal. De Trabelsi’s waren eigenaar van praktisch het halve land: de banken, Tunisair, het vliegveld, de scheepvaartlijn, alle auto-importeurs, supermarkten en grote hoeveelheden onroerend goed. Leila Trabelsi zelf, Ben Ali’s tweede vrouw en een ex-kapster, was eveneens supergehaat en werd qua optreden wel vergeleken met de allesbehalve lieftallige echtgenote van de voormalige Roemeense dictator Ceausescu, Elena. 

Nu is de familieclan onschadelijk gemaakt, de heersende partij, Rassemblement Constitutionel et Démocratique, aan de kant gezet en werkt Tunesië aan de overgang naar echte democratie. Dat proces zal lang en moeilijk zijn. Denk alleen al aan de opbouw van geloofwaardige politieke partijen, of het neutraliseren van alle krachten die de politiestaat mede in stand hielden. Maar één grootse prestatie hebben de Tunesiërs op hun naam geschreven: zij voerden de eerste internetrevolutie ter wereld uit, een primeur die onuitwisbaar in de geschiedenisboeken zal blijven staan.

(N B.  De blogbijdragen over Tunesië waarnaar in dit stuk wordt verwezen, staan op mijn Engelstalige zusterblog, The Pessoptimist.)

1 opmerking:

Anoniem zei

Abu,ken je het blad Vrede van www.vrede.be ?
Een geweldig blad waar veel stukken over de revoluties in staan, rol van het Westen(wapenhandel aan Libie ,werkelijk alle soorten wapens zelfs chemische,radioactief en biologische wapens) Euro-med ,nabuurschap voor diverse landen zelfs Syrië en ga maar zo door. Ook veel artikelen over Palestina/Israël.Er is 85 miljard of meer als steun aan landen zoals Tunesie,Algerije,Marokko,Egypte,Libie,gegeven. Dit om democratie te bevorderen,vrijhandel,immigratie tegen te gaan etc. Is de burger er beter van geworden en wat gaat er nu gebeuren met het geld van dictators wat in het buitenland geparkeerd staat?
Ben Knapen zei dat er geld vanuit de EU naar o.a. Libie moet,maar waarom gebruiken ze het geld van kaddafi niet op het land weer op te bouwen ,net zoals het geld van Ben Ali om het land op poten te zetten?
Jose