maandag 28 oktober 2013

De inwoners van Jalud, een dorp temidden van Israelische nederzettingen, zijn al jaren vogelvrij

http://rhr.org.il/eng/wp-content/uploads/IMG_5441.jpg
 Januari 2013: kolonisten van de nederzetting Esh Kodesh betwisten Palestijnen (met tractors) het recht hun land ter bewerken nadat dit hun door tussenkomst van 'Rabbis for Human Rights en een uitspraak van het Israelische hooggerechtshof was toegestaan. De kolonisten die de grond eerder wederrechtelijk in  bezit hadden genomen, deden hun naam (Esh Kodesh = heilig vuur) ook eer aan door de landbouwgrond in brand te steken. 

Israelische bulldozers hebben zondagmorgen landbouwgrond van het dorp Jalud ten zuiden van Nablus afgegraven. Dat heeft Ghassan Daghlas meegedeeld, de man die voor de Palestijnse Autoriteit de activiteiten van de nederzettingen in het noorden van de Westoever volgt. Het betreffende stuk land ligt tussen de nederzettingen Shiloh en Shvut Rachel.
De grond die door de bulldozers van de kolonisten werd bewerkt behoort toe aan Tawfiq Abdullah al-Haj Mohammad en Mohammad en Ahmad Abed al-Rahim Hajj Mohammad. Volgens Daghlas zijn de Israeli's van plan het land te gaan gebruiken om er de nederzettingen mee uit te breiden. Ma'an News vroeg de woordvoerders van het leger om commentaar, maar werd niet teruggebeld.
Het is niet voor het eerst dat het dorp Jalud, dat is omringd door de nederzettingen Esh Kodesh, Adi Ad, Ahiya and Shvut Rahel, te maken krijgt met het illegaal afzetten van land van het dorp door kolonisten. Van 2001 tot 2007 was het de dorpelingen verboden hun grond te bewerken, afgezien van een paar dagen per jaar en na afspraak met het Israelische leger. In november 2010 werd vijf of zes hectare grond ingepikt voor een weg van de nederzetting Shiloh naar de 'outpost' Shvut Rachel. En in december 2010  namen kolonisten zes hectare over. 
In januari van dit jaar was er meer dan een week sprake van botsingen tussen de dorpelingen en kolonisten van de nederzetting Esh Kodesh, nadat het Israelische hooggerechtshof  na tussenkomst van de organisatie "Rabbis for Human Rights' had bepaald dat grodn die de nederzetting had ingepikt aan de dorpelingen terug diende te worden gegeven.
De kolonisten hielden dagenlang ''picnics'' op het land waar de boeren aan het werk wilden. Ook vielen kolonisten enkele malen het dorp aan. Daarbij werden auto's en andere bezittingen beschadigd, werd een huis binnengedrongen en werden bewoners gemolesteerd. 
 In mei en augustus van dit jaar waren er eveneens aanvallen op huizen en brandstichtingen. En twee weken geleden, op 10 oktober was er opnieuw zo'n inval. Daarbij drongen  20 kolonisten de school van het dorp binnen, waar zij de leerlingen terroriseerden door stenen naar klassen te gooien (de leraren hadden de deuren ervan op slot gedaan) en vijf auto's van het onderwijzend personeel beschadigden. Ook staken zij landbouwgrond in brand, waardoor niet minder dan een 400-tal olijfbomen beschadigd raakten. 
Aanvallen als deze zijn nu al meer dan twee jaar onderdeel van het dagelijks leven in het kleine dorpje Jalud en andere dorpen in  de omgeving. Klachten bij de autoriteiten zijn zinloos gebleken. “Ondanks herhaalde klachten van de bewoners van Qusra en andere dorpen in het gebied – Duma, Qaryut en Jalud –  en van mensenrechtenorganisaties, laten de organisaties belast met het handhaven van de wet routinematig na hun verplichtingen na te komen om de plaatselijke bewoners te beschermen tegen aanvallen van de kolonisten,” schreef de mensenrechtenorganisatie B'tselem in 2011 in een persverklaring.

Geen opmerkingen: