zondag 13 september 2015

Arabische les op Israels middelbare scholen gaat alleen over moord en terrorisme


''We hebben jullie hulp nodig bij het voorkomen van een terroristische aanslag, waarover we diverse tips hebben ontvangen.'' Dat is het begin van een Arabische les die door soldaten wordt gegeven aan Israelische middelbare scholieren. De les is onderdeel van een breder lesprogramma dat is geschreven door de militaire inlichtingendienst van het Israelische leger en Israels ministerie van Onderwijs. Het doel ervan is om de leerlingen “te leren en te laten begrijpen wat het belang is van de Arabische taal”.
Het leerplan stamt uit augustus 2012 en is geschreven door instructeurs van een militaire eenheid die TELEM wordt genoemd — een Hebreeuws acroniem voor “het bevorderen van studies van het Arabisch en het Midden Oosten''. De eenheid maakt deel uit van Eenheid 8200, een elite eenheid die werd opgericht na de Yom Kippur oorlog van 1973 en die vooral tot taak heeft op allerlei manieren Palestijnen en Arabieren af te luisteren (onlangs werden 43 reservisten van deze dienst de laan uitgestuurd, omdat ze geen zin meer hadden om Palestijnen te chanteren met de over hen vergaarde persoonlijke feiten). Het leerplan draagt de leerlingen op vier taken af te ronden. 1) Ze moeten via een kruiswoord puzzel de plek ontdekken waar een aanslag zal worden gepleegd, 2) Ze moeten informatie verzamelen over de terrorist, een man met een snor, zwart haar en een ernstige blik, 3) Ze moeten een gesprek in het Arabisch ontcijferen over de overdracht van wapens, en 4) Ze moeten ontdekken op welk tijdstip de aanslag zal plaatsvinden.

Het zal duidelijk zijn, het lesplan, dat zegt dat ''kennis van Arabisch noodzakelijk is voor het overleven van Israel en voor de coëxistentie met Arabieren'', heeft totaal niets te maken met kennis van de achtergronden en cultuur van het Arabisch - en trouwens evenmin met coëxistentie.
De reden daarvoor is dat de Arabische les volstrekt wordt gedicteerd door militairen en militaire noodzaken, iets wat samenhangt met de steeds nauwer wordende banden tussen het leger en het Israelische onderwijssysteem.
De in 1988 vermoorde Abu Jihad (Foto WAFA)
De hierboven genoemde zaken zijn voor de onderbouw. In hogere klassen wordt hier door TELEM verder op voortgebouwd. Daar is het studiemateriaal onder meer het verhaal van de moord op Abu Jihad, één van de populairste leiders van de PLO en een uitgesproken voorstander van de twee-statenoplossing, die in 1988 - op het hoogstepunt van de Eerste intifada - door Israelische commando's in Tunis werd vermoord, omdat hij als geen andere PLO-leider contacten had met de Palestijnse grassroots bewegingen. Een ander onderwerp is ''een experimentele les'' over de dreiging van tunnels (in Gaza). Weer een ander onderwerp is de moord op Yahya Ayyash (een bommenmaker van Hamas) welke moord aanleiding werd voor een moorddadige serie wraakacties van de Palestijnen met aanslagen op bussen. Dat is voor de negende klas. In de 11e klas komt onder meer "de invloed van het Islamitisch denken op de activiteiten van ISIS en Hamas” aan de orde, terwijl ze in de 12e klas kunnen kiezen tussen twee onderwerpen: de moord op Abbas Musawi, de eerste leider van Hizbollah, die in Libanon tegelijk met wat familieleden werd gedood met een raket op zijn auto, of een les over “de verbreiding van jihadistisch geweld in Europa." (Geert Wilders en zijn PVV zouden, zo denk ik, AbuP., hun vingers aflikken bij de manier waarop scholieren in Israel Arabisch ''taalonderricht'' krijgen).
De wijze waarop dat taalonderwijs wordt gegeven, werd uitgebreid beschreven door dr. Yonatan Mendel, een onderzoeker van het Van Leer Instituut in Jeruzalem en van de Hebreeuwse Universiteit. Mendel beschreef de verwevenheid van het leger en de veiligheidsdiensten met het onderwijs in het Arabisch aan Joodse leerlingen in zijn proefschrift voor het verkrijgen van een doctoraat aan Cambridge University. Binnenkort verschijnt een Hebreeuwse versie van dit boek, (en daarom wijdde de krant Haaretz die ik hier aanhaal, er aandacht aan). Mendel stelt vast dat het onderwijs in het Arabisch geen verbinding legt tussen de leerlingen en diegenen die Arabisch als moedertaal hebben, maar integendeel hen juist van hen vervreemd - een verschijnsel dat nogal scherp afsteekt bij de normale gang van zaken als mensen een vreemde taal erbij leren.
Mendel stelt dat de basis voor de manier waarop Arabisch gegeven wordt, werd gelegd in de jaren '50, toen het programma werd opgezet als een gezamenlijk initiatief van de opleidingsafdeling van de militaire inlichtingendienst en de Militaire Regering (de Israelische Palestijnen waren tot 1966 onderworpen aan dit militaire gezag), plus het Bureau van minister-president Ben Gurion (met name diens adviseur voor Arabische Zaken) en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Mendel was het ministerie van Onderwijs de ''minste belangrijke partner'' bij het opzetten van het curriculum in ''Orientaalse lessen'' en kreeg het alleen kopietjes toegestuurd van brieven die werden verstuurd door de Adviseur voor Arabische Zaken. De consequentie is, aldus Mendel, dat de inlichtingendiensten bij dit onderwijs alijd als een vanzelfsprekende partner zijn gezien, en dat de Arabieren worden ''weggezet als de ander, als vreemdelingen''.
Haast vanzelfsprekend hoort ook bij deze aanpak dat het gros van de leraren Arabisch geen ''native speaker'' is. Het ministerie van Onderwijs heeft 1,317 leraren Arabisch in dienst, maar slechts 167 van hen (oftewel 12%) heeft als oedertaal het Arabisch. Aangenomen mag worden dat de keuze van de lesstof en de behandelde onderwerpen met zich mee brengt dat het meer voor de hand ligt om Joodse leraren aan te trekken dan Palestijnse, ook al zijn die ruim voorhanden. Het gevolg daarvan is weer dat het leren spreken van Arabisch eigenlijk vrijwel nooit bij het lesprogramma hoort. Haaretz haalt mensen aan die vertrouwd zijn met de situatie, die zeggen dat ook vrijwel geen van de leraren zelf in staat is tot het voeren van een behoorlijk gesprek in het Arabisch. “Ik ben er niet zeker van dat zelfs maar 10 procent van de leraren Arabisch in Israel in staat is tot het moeiteloos spreken van Arabisch en het volledig lesgeven in die taal,” aldus één van de ingewijden. Maar Arabisch, de officiële tweede taal van Israel,is dan ook één van de minst populaire vakken op de Israelische middelbare scholen. Slechts 3% van de leerlingen kiest het als examenvak.

Geen opmerkingen: