dinsdag 18 augustus 2015

Israel negeert uitspraak hof en bouwt verder aan de "Muur" rond Cremisan klooster bij Beit Jala


De bulldozers aan het werk (Foto AFP).

Het Israelische ministerie van Defensie is maandag verder gegaan met voorbereidingen voor de bouw van een stuk van ''de Muur" (door Israeli's ook wel ''het Afscheidingshek'' genoemd) bij het Cremisan klooster bij de plaats Beit Jala op de Westoever. Het klooster - de gemeente Beit Jala en een aantal inwoners van Beit Jala - waren in april van dit jaar blij en opgelucht toen het Israelische hooggerechtshof, na negen jaar juridische strijd, de staat opdracht gaf een andere route te kiezen voor de "Muur". Maar desondanks begon het ministerie maandag toch met het weghalen van bomen en het omwoelen van grond. Volgens getuigen ging het om een strook van 30 dunam (3 hectaren). De bomen behoorden toe aan de families Al-Shatla, Abu Eid, Abu Ghattas, Abu Saada, Khaliliya, en Abu Mohor. Volgens berichten van het persbureau Ma'an worden ze niet gerooid, maar verplaatst.
Het feit dat het ministerie van Defensie aan het werk is gegaan in weerwil van de uitspraak van het hooggerechtshof is aan het hooggerechtshof zelf te wijten.
Verontruste bewoners van Beit Jala hadden in juli aan het hof gevraagd het ministerie te verbieden aan het werk te gaan voordat er - in overeenstemming met de uitspraak van april -  een nieuwe route is uitgestippeld, en om zich te houden aan een juridisch verbod om te op de betreffende plaats met de bouw verder te gaan.  Maar rechter Uri Shoham weigerde dit verbod, dat al negen jaar van kracht is, in juli te vernieuwen. Het ministerie  is daarop aan het werk gegaan. Het zegt nu dat het zich volledig houdt aan de uitspraak van april door een stuk van de Muur niet neer te zetten, zodat er een ''gat'' van zo'n 200 meter open blijft.
Het klooster, dat ligt in de Cremisaanse vallei, een schilderachtig gebied dat is ingeklemd tussen de nederzettingen (wijken van Oost-Jeruzalem) Gilo en Har Gilo, is bekend om zijn wijnproductie. De vallei grenst aan de Palestijnse kant aan de plaatsen Beit Jala en Walaja. De omringende velden van het klooster behoren deels toe toe het klooster en deels aan boeren uit Beit Jala die druiven verbouwen. De ''Muur'' zou,  volgens het traject dat door het hooggerechtshof in april werd afgekeurd, het klooster scheiden van een groot deel van deze terreinen waar deze druiven, de  ''grondstof'' van de wijn,  worden verbouwd. Bovendien zou ook een nonnenconvent dat nauw met het klooster samenwerkt, van het klooster worden gescheiden.
Wat het Israelische ministerie van Defensie nu aanvoert, is dat, doordat een stuk van zo'n 200 meter van de Muur voorlopig niet wordt gebouwd, de toegang naar het nonnenklooster en de terreinen van de boeren die druiven verbouwen, open blijft. Maar advocaat Giat Nasser die optreedt namens het gemeentebestuur van Beit Jala en 58 landeigenaren, zegt dat het ministerie zich klaarblijkelijk niet wil neerleggen bij de uitspraak van april. ''Wat ze doen is dat ze de zaak nu opknippen en stap voor stap bij het hof opdienen,'' zei hij. ''Nadat ze deze fase van het hek hebben gebouwd, gaan ze het hof vragen om ook de lussen rond het klooster te mogen neerzetten, omdat er dan geen andere keuze meer is.''
Nasser heeft nu het hof gevraagd om met voorrang een zitting aan de zaak te wijden.

Het klooster.

Geen opmerkingen: