zaterdag 2 maart 2019

OCHA: Israel beroofde in één week 16 dorpen en 20.000 Palestijnen van drinkwater

Ingang van het dorp Beit Furik (Foto Welcome to Palestine)

De afgelopen week heeft Israel niet alleen vijf huizen in Oost-Jeruzalem gesloopt (waarbij 38 mensen dakloos werden), maar hebben de slopers vooral toegeslagen op het gebied van (drink)waternetwerken. Dat meldt OCHA Palestina, het Coördinerende Bureau voor Humanitaire Zaken van de Verenigde Naties, in haar overzicht over de afgelopen week.,
Het gaat bij de waterleidingnetwerken om de dorpen  Beit Dajan en Beit Furik in het district Nablus (waarbij 18.000 mensen hun waterleiding verliezen), om 13 gemeenschappen van veehouders en herders in het gebied Masafer Yatta in het district Hebron (daar betreft het 1,200 mensen volgen OCHA, tegen de 2.000 volgens Haaretz, en hun vee), en de Bedoeïenengemeenschap Wadi Abu Hindi in Jeruzalem. In het laatst geval gaat het om 320 mensen.
OCHA meldt erbij dat het bij de laatste twee netwerken gaat om projecten die waren gefinancierd door internationale donors (waaronder Europese lidstaten van de EU). Maar in feite geldt dat eigenlijk ook voor het eerste project. Dat betrof een project waarbij de aansluitingen op twee bronnen in de twee dorpen werden verbeterd, en de capaciteit  van de bronnen zelf werd verhoogd, door de Palestijnse Autoriteit met steun van de EU ter hoogte van een kleine 3 miljoen dollar.  Daarvoor wasd capaciteit van het netwerk ongeveer 70 liter per persoon, wat ver onder de limiet van de Wereld Gezondheidsorganisatie was, die 100 liter water per persoon per dag voorschrijft. Na de rehabilitatie was dat 180 liter per persoon per dag geworden. Een deel van de dorpen ligt in'' Area C'' van de Westoever waar Israel de baas is en de Palestijnen zo ongeveer helemaal niets mogen bouwen of verbeteren.  De boel is daarom gesloopt onder het motto dat er geen vergunning voor was verleend. En de capaciteit is nu teruggebracht tot nul. De inwoners zijn weer aangewezen op eigen (volledig ontoereikende) bassins voor de opvang van regenwater, en voor het kopen van water dat geleverd wordt in tankwagens. Dat is vele malen (ongeveer zeven keer) duurder en in de zomer vaak ook niet of onvoldoende leverbaar. Het is overigens wel hun eigen water. Het wordt door Israel uit de Westoever opgepompt en daarna aan de Palestijnen verkocht.

 Het leger is bezig de leidingen in Masafer Yatta kapot te snijden. (Foto B'Tselem)

Zo mogelijk nog dramatischer is de situatie in de buurt van Masafer Yatta ten zuiden van Hebron. Het gaat hier om dorpen en gehuchten die al vele tientallen, zoniet honderden jaren, bestaan. Het zijn  gemeenschappen van mensen die in grotten wonen en leven van landbouw en veeteelt. In de jaren '70 werden van hun gebied 30.000 dunam (3000 hectare) door het Israelische leger uitgeroepen tot militair oefengebied, genaamd ''Firing Range 918''.  
In 1999 werden de inwoners verbannen, en hun huizen en waterreservoirs verwoest, onder het motto dat zij ''krakers'' waren die illegaal op regeringsgrond verbleven. Na tussenkomst van het hooggerechtshof werd dat deels weer teruggedraaid, maar bouwen of aansluiting op elektriciteit of waterleidingen maken, werd niet toegestaan. Bemiddelingspogingen liepen op niets uit, omdat het leger bleef eisen  dat de bewoners naar de stad Yatta moesten verhuizen en dan alleen op bepaalde dagen hun kuddes mochten komen weiden en verzorgen. De bewoners moesten nmtussem toezien hoe hun scholen, klinieken, en zelfs wc's door het leger werden afgebroken.
In 2017 brak het militaire ''Burgerbestuur'' (de bedriegelijke naam van het militaire gezag in de bezette gebieden) ook een weg af, die de 13 gemeenten gezamenlijk hadden laten verbeteren om water per tankwagen te kunnen aanvoeren en om de dorpen in het algemeen beter bereikbaar te maken. Dat gebeurde nadat de door de organisatie ''Regavim'', die door de kolonisten is opgericht en wordt betaald om ''overtredingen'' en de bouw van ''illegale structuren'' aan de kant van de Palestijnen op te sporen, het Burgerbestuur hiertoe had geprest. 
Het waterprobleem werd hierdoor vrijwel onoplosbaar. Een rit van een paar kilometer met een tankwagen duurde soms wel drieëneenhalf uur, en soms kieperde de takwagen zelfs om. Maar de oplossing kwam in de vorm van een systeem van waterleidingen dat liep over de privé gronden van de diverse dorpen, met een aansluiting op de hoofdleiding en waterreservoirs in het dorp at-Tuwani. ''Ik heb vooraf uitgezocht of er een verbod op het aanleggen van leidingen op de privé terreinen was, en heb niets kunnen vinden,'' zo citeerde Amira Hass van de krant Haaretz Nidal Younes, het hoofd van de gezamenlijke gemeenteraden van Masafer Yatta.  
Leidingen en watermeters werden daarop gekocht met een Europese gift van 100.000 euro en door de dorpelingen zelf aangelegd. Zes maanden lang hadden de 1.200 inwoners daarna water voor zes shekel per kubieke meter in plaats van de 40 shekel die zij er daarvóór moesten betalen als het per tankwagen werd aangevoerd. Die leidingen werden echter afgelopen week zorgvuldig uitgegraven, kapotgesneden en per vuilniswagens afgevoerd, terwijl Maar nu is het dus weer als tevoren. 
Wat nu waarschijnlijk ook weer bij het oude blijft, is dat Europese landen 120.000 euro per jaar blijven bijbetalen om de bewoners te helpen in hun benarde positie te overleven en te helpen bij het aankopen van warter, vooral in de zomer. Sinds 2011 bestond daarvoor een Europees project.

Geen opmerkingen: