woensdag 5 augustus 2015

Israel sloopt zes huizen en 18 schuren en geeft slooporders af voor nog eens 27 huizen


Dit bleef over van de huizen van de familie Assaf in Dahmash bij de eerdere sloop in april. (Foto Oren Ziv/Activestills.org)

Updated. 
Israel heeft dinsdag drie huizen in het dorpje Dahmash, tussen Tel Aviv en Lod gesloopt met als reden dat de huizen geen vergunning zouden hebben. In de Negev ging op dezelfde dag, om dezelfde reden, een huis tegen de vlakte in het niet erkende Bedoeïenendorpje S'awa op de weg naar het evenmin erkende dorp Umm al-Hiran. Deze laatste sloop vond plaats in het kader van de regelmatig optredende sloopacties van de Israeli's tegen de enkele tientallen Bedoeïenendorpen in de Negev die de Israelische regering nooit heeft willen erkennen.
Dit betrof Israel, maar op de Westoever werd ook het nodige gesloopt. In de dorpjes al-Aqaba, Mayta, en Yazra, kleine Bedoeïenendorpjes in het noorden van de Jordaanvallei gingen woensdag 18 Palestijnse structuren tegen de vlakte, meest schuren die werden gebruik als opslagplaats voor onder meer graan of als schuilplaats voor het vee tegen de verzengende zon. In Aqaba werd ook een paal die de elektriciteitskabel geleidde, vernield.

In Beit Ummar, bij Hebron, in het zuiden van de Westoever, werd zonde voorafgaande waarschuwing een huis van 60 vierkante meter gesloopt. Acht mensen werden dakloos. In het Arroub-kamp, bij Hebron, werd een huis vernield dat nog in aanbouw was. In hetzelfde vluchtelingenkamp kregen 20 huiseigenaren woensdag de aanzegging dat hun huizen zullen worden gesloopt. In het  Bedoeïenendorpje Jabal al-Baba bij Jeruzalem kregen huiseigenaars maandag eveneens te horen dat hun onderkomens zullen worden vernield. Daar ging het om zeven huizen.
De dorpelingen van Jabal al-Baba wonen op een strategische plek tussen de wijk"Eizariyya van Jeruzalem en de grote nederzetting Ma'ale Adumim. De plek waar zij zitten vormt als het ware de verbindingsschakel tussen Jeruzalem en deze nederzetting. De Bedoeïenen van Jabal al-Baba worden om die reden al langere tijd met verjaging bedreigd. Israel heeft hen als eens eerder weggejaagd uit de Negev. Dat gebeurde in 1948.
De sloop van de huizen in het dorpje Dahmash is een verhaal apart. Ook dit dorp, onder de rook van Tel Aviv, is een niet erkend dorp. Er wonen zo'n 700 mensen, Palestijnen die in 1948 uit andere plaatsen zijn gevlucht. Omdat het dorp niet erkend is, staan ze allemaal ingeschreven in een huis in Lod, dat intussen trouwens ook is gesloopt. Dahmash heeft, omdat het niet is erkend, geen elektriciteit, geen riolering, geen geplaveide straten, geen school en uiteraard - het dorp bestaat immers niet - ook geen postkantoor. De dorpelingen hebben al vaak geprobeerd erkenning te krijgen, maar tevergeefs omdat de grond waarop zij wonen als landbouwgebied is aangemerkt. Intussen rukt echter wel - ra ra hoe kan dat? - de bebouwing van Joodse huizen en villa's rondom hen steeds meer op.
De huizen die in Dahmash werden gesloopt behoorden toe aan de familie Assaf. Zij werden in april ook al eens gesloopt. Dat gebeurde toen in weerwil van een uitspraak van het Israelische hooggerechtshof dat aan had gedrongen op een vergelijk tussen de familie Assaf en de provinciale autoriteiten. De huizen waren intussen weer herbouwd.
Het Israelische Comité tegen de Sloop van Huizen (ICADH) schat dat Israel sinds 1967, het jaar waarin het de bezette gebieden veroverde, ongeveer 46.400 huizen en gebouwen in de bezette gebieden heeft gesloopt.  Voor dit jaar ligt het aantal tot nu toe op ongeveer 300, daarbij werden meer dan 250 mensen dakloos.  

Geen opmerkingen: